Zoekresultaten 1791-1800 van de 1899 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:62 Hof van Discipline 's Gravenhage 240275D

    Bij de deken zijn over een periode van bijna drie jaren verschillende signalen en meldingen vanuit de strafrechtketen binnengekomen die zien op het optreden van verweerder als advocaat in het detentierecht. Op grond hiervan wordt verweerder verweten dat hij bij herhaling tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door in diverse procedures en situaties met zijn opstelling en handelwijze blijk te geven van onbetamelijk en onprofessioneel gedrag. In deze zaak onderzoekt het hof aan de hand van de signalen en meldingen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, of verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Met betrekking tot bepaalde signalen en meldingen is het hof van oordeel dat de feiten niet vast staan. Met betrekking tot andere signalen en meldingen is het hof van oordeel dat de feiten wel vast staan, maar dat verweerder tuchtrechtelijk geen verwijt valt te maken. Met betrekking tot overige signalen en meldingen valt verweerder tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Het hof legt de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:63 Hof van Discipline 's Gravenhage 240068

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen haar voormalige advocaat. Hij heeft haar ongeveer drie jaar bijgestaan in een geschil met haar ex-echtgenoot. Volgens klaagster heeft verweerder onvoldoende met haar gecommuniceerd en heeft hij haar belangen onvoldoende behartigd, door niet te reageren op haar brief en haar klachtbrief. Ook in de daaraan voorafgaande periode heeft verweerder volgens klaagster niet gereageerd op haar verzoeken en heeft hij enkele maanden niets in haar zaak gedaan. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van vier weken opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen van deze gegrondverklaring en de opgelegde maatregel. Het hof is van oordeel dat de beslissing van de raad niet volledig in stand kan blijven en legt aan verweerder de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:64 Hof van Discipline 's Gravenhage 240247

    Klager verwijt zijn advocaat dat hij bij de klachtenfunctionaris in strijd met de waarheid heeft verklaard dat ze samen tot de conclusie waren gekomen dat klager geen recht had op gefinancierde rechtsbijstand. Ook verwijt hij verweerder dat hij klager een fout advies heeft gegeven, hij zonder klagers toestemming heeft gecommuniceerd met het Klachteninstituut financiële dienstverlening en klager geen kopie heeft gestuurd van de gevoerde correspondentie. De raad van discipline heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:65 Hof van Discipline 's Gravenhage 240101

    Klaagster heeft verweerster gevraagd om haar bij te staan in huurkwesties. Klaagster verwijt verweerster dat zij onduidelijkheid heeft laten ontstaan over (de aard van) de bijstand die zij haar zou verlenen. De raad van discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt die beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:66 Hof van Discipline 's Gravenhage 240114

    De voormalige advocaat van klaagster, verweerster, heeft vragen beantwoord op verzoek van de advocaat van klaagster’s ex-partner in het kader van een klacht die tegen hem was ingediend. Klaagster klaagt erover dat verweerster hiermee haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden. De raad van discipline heeft in een verzetprocedure geoordeeld dat dat niet zo is. Klaagster komt hiertegen in beroep. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:67 Hof van Discipline 's Gravenhage 250067

    Op grond van art. 56 lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet kan klaagster slechts hoger beroep instellen tegen een beslissing van een raad waarbij de klacht geheel of ten dele ongegrond is verklaard. In dit geval is de klacht van klaagster tegen verweerster (geheel) gegrond verklaard. Voor klaagster staat tegen de beslissing van de raad dan ook geen hoger beroep open, ook niet tegen de hoogte van de opgelegde maatregel en, in dit geval, het niet stellen van een (verzochte) bijzondere voorwaarde in de vorm van een schadevergoeding (zie bijvoorbeeld HvD 31 augustus 2020,ECLI:NL:TAHVD:2020:166). Ook overigens is het hof van oordeel dat er geen grond is om schadevergoeding als bijzondere voorwaarde te stellen, nu de gewenste schadevergoeding niet eenvoudig is vast te stellen en niet concreet is onderbouwd. Klaagster kan dan ook niet worden ontvangen in haar hoger beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:68 Hof van Discipline 's Gravenhage 250051

    Verzet tegen voorzittersbeslissing van de Raad van Discipline. Geen sprake van doorbreking appelverbod. De stelling dat er sprake is een nieuw opgekomen feit ter zitting van de raad dat door de raad is weggelaten leidt niet tot de conclusie dat er sprake is van een oneerlijk proces. Kennelijk heeft de raad de stelling van klaagster gepasseerd of het gestelde feit niet als vaststaand aangenomen. De raad heeft overwogen dat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter verder ook geen nieuwe gezichtspunten heeft opgeleverd zodat er geen plaats is voor nader onderzoek naar de klacht. De omstandigheid dat klaagster het daar niet mee eens leidt niet tot het oordeel dat er sprake is geweest van schending van fundamenteel rechtsbeginsel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:69 Hof van Discipline 's Gravenhage 250039

    In de beslissing van de voorzitter is het verwijzingsverzoek afgewezen omdat klager het klachtrecht tegen de deken voor een ander doel (persoonlijk ongenoegen) gebruikt dan waarvoor het is bedoeld (waarborg van de kwaliteit van de beroepsgroep). Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van het verwijzingsverzoek te komen dan die van de voorzitter. Dat de voorzitter gebruik heeft gemaakt van een verkeerde toetsingsnorm of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten is niet gebleken. Het hof is van oordeel dat klager met zijn klacht over het onderzoek van verweerder en zijn algemene stelling dat er sprake is van grove misstanden in het toezicht op de advocatuur, het klachtrecht gebruikt voor een doel waarvoor het niet is bedoeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:7 Hof van Discipline 's Gravenhage 230203 230204

    Advocaat én curator. Conflict van plichten?Klager heeft, toen partijen bijna een schuldeisersakkoord hadden gesloten, abusievelijk een ‘e-maillint’, met gedurende circa drie jaar tussen klager en zijn cliënten gewisselde e-mails, naar de curatoren/verweerders gestuurd. De eerste van de e-mails uit het lint waren voor verweerders bedoeld. Het lint bevatte verder ook e-mails met vertrouwelijke correspondentie tussen klager en zijn cliënten, die niet voor verweerders bedoeld waren. Verweerders hebben van het lint kennisgenomen en vervolgens van de informatie gebruik gemaakt. Het hof oordeelt allereerst dat de in de uitspraak geschetste omstandigheden maken dat verweerders niet onzorgvuldig of onbetamelijk hebben gehandeld door kennis te nemen van de vertrouwelijk informatie in ‘het e-maillint’.Na kennisneming stonden verweerders voor een conflict van plichten, namelijk enerzijds de (maatschappelijke) plicht van de curator om in het belang van de failliete boedel te handelen en anderzijds de plicht om de kernwaarde vertrouwelijkheid voor advocaten te respecteren.In hun rol van curator zijn verweerders gehouden om het publieke belang bij een deugdelijke en eerlijke afwikkeling van een faillissement te waarborgen. In dat verband hebben verweerders de rechter-commissaris geïnformeerd. De wetenschap dat zij de boedel met de regeling die nagenoeg tot stand was gekomen (mogelijk) zouden benadelen, konden verweerders in hun rol van curator eenvoudigweg niet naast zich neerleggen. De hoedanigheid van advocaat bracht voor verweerders mee dat zij de vertrouwelijkheid tussen klager en zijn cliënt moesten waarborgen. De vraag die in deze context voorligt, is of verweerders binnen dit conflict van plichten zodanig hebben gehandeld dat zij daardoor het vertrouwen in de beroepsgroep hebben geschaad.Anders dan de raad beantwoordt het hof deze vraag ontkennend.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:70 Hof van Discipline 's Gravenhage 240323

    Ondanks verzoeken daartoe heeft klaagster niet aangetoond dat zij het beroepschrift tijdig bij het hof heeft ingediend. Bewijs daarvan ontbreekt. Evenmin heeft zij informatie verschaft op grond waarvan beoordeeld kan worden of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Dat betekent dat het beroepschrift te laat bij het hof is ingediend en dat klaagster niet kan worden ontvangen in haar beroep.