Zoekresultaten 2001-2050 van de 2183 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:175 Raad van Discipline Amsterdam 24-519/A/A

    Raadsbeslissing; Klacht over de advocaat van de wederpartij. Door eerst bij de advocaat van klaagster en daarna bij ARAG rechtstreeks de rechtmatigheid van klaagsters rechtsbijstandsverzekering aan de orde te stellen en in twijfel te trekken, heeft verweerder de grenzen van het betamelijke overschreden. De raad kan deze handelingen niet anders kwalificeren dan een poging om de rechtsbijstand(-verzekering) aan klaagster te doen eindigen en klaagster hiermee inschikkelijker te maken naar verweerders cliënten. Klaagster heeft dit terecht als intimiderend ervaren. Verweerder heeft zich hiermee bovendien bemoeid met zaken waar hij en zijn cliënten (als wederpartij) volledig buiten staan. De raad acht in de gegeven omstandigheden een waarschuwing met kostenveroordeling passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:263 Hof van Discipline 's Gravenhage 230284H

    Herzieningsverzoek ontvankelijk, maar ongegrond. Verzoeker heeft geen feiten gesteld die het ernstige vermoeden rechtvaardigen dat het hof anders zou hebben geoordeeld als deze feiten bekend waren geweest ten tijde van de behandeling van het hoger beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:140 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-649/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerster heeft het verweer gevoerd dat klager niet in de klacht kan worden ontvangen omdat de onderhavige klacht betrekking heeft op hetzelfde feitencomplex als waarover klager reeds in 2018 bij de deken een klacht heeft ingediend. Nu deze klacht destijds echter niet is doorgezonden aan de raad van discipline, doet de situatie van artikel 47b Advocatenwet zich naar het oordeel van de voorzitter niet voor: er is in die klachtprocedure immers geen tuchtrechtelijke eindbeslissing in de zin van die bepaling genomen. Het niet (tijdig) betalen van het griffierecht als bedoeld in artikel 46e van de Advocatenwet leidt evenmin tot niet-ontvankelijkheid als dezelfde klacht later opnieuw wordt ingediend (Hof van Discipline 8 september 2023, ECLI:NL:TAHVD:2023:151). De klacht is deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet en deels kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat de kwaliteit van verweersters dienstverlening ondermaats is geweest.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:176 Raad van Discipline Amsterdam 24-148/A/A

    Raadsbeslissing; Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:264 Hof van Discipline 's Gravenhage 240212

    Beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet niet-ontvankelijk, omdat het beklag niet is gemotiveerd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:141 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-645/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een nalatenschapskwestie. Niet gebleken dat verweerder zeer tegenwerkend gedrag heeft vertoond, waardoor klager op kosten is gejaagd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:177 Raad van Discipline Amsterdam 24-675/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. De door verweerster verzonden sommatiebrief betreft een in de advocatuur gebruikelijke sommatiebrief en bevat geen bewoordingen die tuchtrechtelijk niet door de beugel kunnen of als juridisch agressief taalgebruik kunnen worden aangemerkt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:172 Raad van Discipline Amsterdam 24-187/A/A

    Raadsbeslissing; Klacht van een advocaat over een advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich in zijn processtukken herhaaldelijk onnodig grievend uit te laten over de praktijkvoering van klaagster en haar intenties. De aard en ernst van deze gegronde klacht rechtvaardigt de oplegging van een maatregel. Daarbij heeft de raad naast de omstandigheden van deze klachtzaak ook rekening gehouden met het feit dat aan verweerder niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Een waarschuwing met kostenveroordeling is passend geacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:173 Raad van Discipline Amsterdam 24-434/A/A

    Raadsbeslissing; De klacht betreft gedragsregel 15 in een VvE kwestie. Uit gedragsregel 15 volgt de regel dat een advocaat in het algemeen niet mag optreden tegen een (voormalige) cliënt, omdat een advocaat zich - kort gezegd - niet in de situatie mag begeven waarin hij de kans loopt ten koste van zijn cliënt in een belangenconflict te geraken. Uit de beslissing van het Hof van Discipline 31 januari 2022; ECLI:NL:TAHVD:2022:16 volgt bovendien dat zodra zich een (potentieel) strijdig belang voordoet, de advocaat dient te overwegen of hij zijn belangenbehartiging nog kan voortzetten. Naar het oordeel van de raad deed een dergelijke situatie zich voor toen verweerster bijstand verleende aan de huurder in de procedure tegen klager als verhuurder, die tevens lid was van de VvE die verweerster in een andere kwestie bijstond. Verweerster had zich eerder moeten afvragen of zij de belangenbehartiging aan zowel de huurder als de VVE nog kon voortzetten. Dat heeft verweerster niet gedaan. Door verweersters optreden voor de huurder enerzijds en de VvE, waaronder klager, anderzijds heeft verweerster zichzelf in een situatie gebracht van potentieel conflicterende belangen en hiermee in strijd gehandeld met de kernwaarden onafhankelijkheid en partijdigheid, alsmede met de betamelijkheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet. Het schenden van kernwaarden rechtvaardigt in beginsel de maatregel van (ten minste) een berisping. Aangezien het de raad echter voldoende duidelijk is geworden dat verweerster zich niet (volledig) bewust was van haar klachtwaardig handelen en zij een schoon tuchtrechtelijk verleden heeft, volstaat de raad in dit geval met de oplegging van een waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:262 Hof van Discipline 's Gravenhage 230387 230388

    Het gaat in deze zaak om de vraag of de door de deken en de voormalig cliente van verweerder tegen verweerder ingediende klachten, die naast advocaat tevens Rechtsanwalt is, ontvankelijk zijn. Het hof is van oordeel dat de raad terecht de voormalig cliënte van verweerder en de deken heeft ontvangen in hun klacht respectievelijk dekenbezwaar. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:261 Hof van Discipline 's Gravenhage 240071

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familierechtkwestie. Verweerster heeft de belangen van de vader van klagers behartigd in een kwestie die gaat over zijn beschermingsbewind. Klagers 1 en 3 zijn de bewindvoerders van de vader. Het hof is het eens met het oordeel van de raad dat verweerster als partijdige belangenbehartiger in het belang van de vader heeft gehandeld en daarbij de belangen van klagers niet onnodig heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:257 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-233/AL/GLD

    De raad is van oordeel dat klagers als voormalige cliënten van het kantoor van verweerder moeten worden beschouwd. Nu echter aan de drie voorwaarden van de uitzonderingsmogelijkheid van gedragsregel 15 lid 3 door verweerder is voldaan, mocht verweerder naar het oordeel van de raad optreden in de kwestie tussen zijn cliënt tegen een van de klagers. Daarnaast is de raad van oordeel dat verweerder niet onduidelijk is geweest over zijn hoedanigheid waarin hij optrad. Dat zijn cliënt daarover onduidelijkheid bij klagers heeft laten bestaan, kan verweerder niet worden aangerekend. Deels niet-ontvankelijk, voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:258 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-196/AL/MN

    Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. De juiste maatstaf is toegepast en er is rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:259 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-197/AL/MN

    Verzetbeslissing. Geen twijfel aan de juistheid van de voorzittersbeslissing. Verzetgronden slagen niet. De juiste maatstaf is toegepast en er is rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Niet gebleken dat de voorzitter een van de klachtonderdelen niet heeft behandeld. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:260 Hof van Discipline 's Gravenhage 230330

    Het gaat in deze zaak over de vraag of verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door tekstvoorstellen en een conceptconvenant voortvloeiend uit schikkingsonderhandelingen aan het gerechtshof voor te leggen. De raad heeft dit klachtonderdeel gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing raad, ook ten aanzien van de maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:256 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-653/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een procedure bij de kantonrechter. Klacht is kennelijk ongegrond, omdat verweerder mocht afgaan op de juistheid van het feitenmateriaal van zijn cliënt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-888/DH/DH

    Verzetbeslissing. Verzet gedeeltelijk gegrond, klacht ongegrond. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het dossier niet aan klager te retourneren. Verweerder heeft betwist dat hij in deze zaak voor klager heeft opgetreden en uit de overgelegde stukken ook niet worden afgeleid dat klager en verweerder na de e-mail met daarin een kostenvoorstel tot overeenstemming zijn gekomen over de behandeling van de zaak door verweerder. Van inhoudelijke werkzaamheden van verweerder voor klager in de zaak is ook niet gebleken. Er was dan ook geen reden voor verweerder om het dossier in zaak aan klager terug te geven.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-602/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Klager heeft zijn klacht onvoldoende onderbouwd. Van onjuistheden of grievende uitlatingen is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:182 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-108/DH/DH

    Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een procedure over voornaamswijziging. Klacht in alle onderdelen ongegrond. Niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster. Hoewel zij beter had moeten communiceren over het feit dat zij op vakantie ging, is een dergelijke slordigheid niet direct tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:258 Hof van Discipline 's Gravenhage 240097

    Klacht in een zaak die gaat over een uit de hand gelopen (familie)ruzie tussen moeder en haar minderjarige dochter. Anders dan de raad komt het hof tot de slotsom dat de beklaagde advocaat zich niet onbetamelijk heeft gedragen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:183 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-162/DH/RO

    Beslissing na ambtshalve voortzetting. Intrekking van de klacht door de deken niet meer mogelijk. Verweerder heeft een aan hem opgelegde proceskostenveroordeling door zijn cliënte, de ex-partner van de klager, laten betalen. Verweerder is weggelopen voor zijn verantwoordelijkheid en heeft zo bijgedragen aan verdere escalatie van het conflict tussen de klager en verweerders cliënt. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:253 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-608/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Omdat de inhoud van de klacht onvoldoende duidelijk is - wat ook betekent dat het voor verweerster lastig is om tegen de klacht verweer te voeren - is het niet mogelijk om een inhoudelijk oordeel over de klacht te geven. Dat betekent dat de voorzitter de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaart.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:259 Hof van Discipline 's Gravenhage 240187

    Klaagster heeft bij de deken een verzoek ingediend tot aanwijzing van een advocaat als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet. De deken heeft dit verzoek afgewezen. Het hof volgt de conclusie van de deken en verklaart het beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:254 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-640/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft zich erover beklaagd dat verweerder tijdens een zitting bij de raad in een eerdere klachtzaak (opnieuw) niet naar waarheid heeft verklaard. Het door verweerder genoemde ne bis in idem-beginsel is niet van toepassing omdat in die andere klachtzaak nog geen onherroepelijke beslissing is gedaan. Dat verweerder tijdens de eerdere zitting bij de raad in strijd met de waarheid heeft verklaard kan de voorzitter op basis van de stukken en gelet op de betwisting daarvan door verweerder, niet vaststellen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:255 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-262/AL/MN

    Verweerder heeft niet op eerste verzoek van klaagster het volledige dossier aan haar, dan wel aan haar nieuwe belangenbehartiger, afgegeven. Dat klaagster volgens verweerder zelf al over het dossier beschikte, doet aan die verplichting tot afgifte niet af. De raad volgt verweerder verder niet in zijn standpunt dat de opvolgend belangenbehartiger impliciet heeft ingestemd met het voorstel van verweerder om af te wachten of Nationale Nederland tot betaling van zijn kosten zou overgaan om pas daarna de overdracht van het dossier te bespreken. Van verweerder had, overeenkomstig de strekking van gedragsregel 28 tussen advocaten onderling, ook in dit geval verwacht mogen worden dat hij actief contact met die gemachtigde had gezocht voor nader overleg over de financiële afwikkeling en het moment van afgifte van het dossier. Dat heeft verweerder naar zijn zeggen niet gedaan maar het dossier zes maanden na het eerste verzoek aan de gemachtigde van klaagster gestuurd. Daarmee heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar richting klaagster gehandeld. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:168 Raad van Discipline Amsterdam 24-622/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over een advocatenkantoor. In lijn met de beslissing van de Raad van Discipline Amsterdam van 30 januari 2023, ECLI:NL:TADRAMS:2023:24 oordeelt de voorzitter dat het starten van een incassoprocedure vanwege het onbetaald laten van declaraties betrekking heeft op de organisatie van verweerster. Gelet hierop is de klacht ontvankelijk. De klacht is inhoudelijk kennelijk ongegrond. Het stond verweerster vrij om in rechte voldoening te vorderen van openstaande declaraties. Daarmee handelt verweerster niet in strijd met het tuchtrecht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:169 Raad van Discipline Amsterdam 24-637/A/A

    Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij omdat de feitelijke grondslag ontbreekt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:170 Raad van Discipline Amsterdam 24-634/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft onderbouwd aangevoerd dat hij als partijdige belangenbehartiger namens zijn cliënte de sommatiebrief aan klager mocht versturen. Verweerder heeft niet de grenzen overschreden van de vrijheid die hij als advocaat van de wederpartij heeft.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:171 Raad van Discipline Amsterdam 24-642/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij; Verweerder heeft als partijdige belangenbehartiger het standpunt van zijn cliënte verwoord aan de hand van het feitenmateriaal dat hij van zijn cliënte heeft ontvangen. Verweerder mocht van de juistheid van dat feitenmateriaal uitgaan en het is de voorzitter niet gebleken van een uitzonderlijke situatie waarin verweerder het feitenmateriaal moest verifiëren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:167 Raad van Discipline Amsterdam 24-616/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over het optreden van verweerder ten opzichte van een derde.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:250 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-259/AL/MN

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval is rekening gehouden. Verder heeft het verzet ook geen nieuwe gezichtspunten opgeleverd. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:251 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-297/AL/MN

    Raadbeslissing. Verweerder heeft zich niet onnodig grievend uitgelaten. Verweerder heeft genoegzaam toegelicht waarom hij de informatie over het seksueel misbruik, informatie die hij van zijn cliënte had ontvangen en welk seksueel misbruik ook haar betrof, heeft vermeld in de stukken. Daarbij heeft verweerder die informatie enkel zakelijk weergegeven, waarmee verweerder er juist op heeft toegezien de belangen van klaagster niet onevenredig te schaden. De procedure is ook niet nodeloos gevoerd, zoals door klaagster is gesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:252 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-376/AL/GLD

    Raadbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat wederpartij. Verweerder zou zich grievend hebben uitgelaten over klager door ter onderbouwing van zijn standpunt in een letselschadezaak te verwijzen naar specifieke jurisprudentie. Daarmee zou verweerder de suggestie hebben gewekt, althans zo begrijpt de raad dit klachtonderdeel, dat verweerder van mening is dat klager onvoldoende kwalificaties als letselschadeadvocaat zou hebben. De raad ziet dat niet zo en is van oordeel dat klager spijkers op laag water aan het zoeken is. Ook is de raad van oordeel dat verweerder in de deelgeschilprocedure geen schikkingsonderhandelingen heeft gedeeld, zoals klager in het tweede klachtonderdeel stelt. De betreffende stukken betreffen het verloop van de onderhandelingen en een weergave van de standpunten en dienden op grond van de wettelijke bepaling inzake deelgeschillen juist te worden overgelegd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:247 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-071/AL/GLD

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft de juiste maatstaf is toegepast en met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval rekening gehouden. De raad herhaalt nog eens dat er geen (tuchtrechtelijke) regel bestaat die het een advocaat verplicht om zijn cliënt op de hoogte te stellen dat er een tuchtrechtelijke maatregel tegen hem of haar loopt. De overige verwijten die verweerster worden gemaakt zijn nog steeds vaag en zijn verwoord in algemeenheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:248 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-240/AL/MN

    Klager heeft als jurist (legal) opgetreden namens een woningstichting in een geschil, waarbij verweerder voor een aantal huurders optrad. Verweerder heeft zich na ontvangst door de huurders van een sommatie van klager rechtstreeks tot de woningstichting gewend. In die e-mail heeft hij zich afgevraagd of bekend was dat klager geschrapt is als advocaat en de pensioengerechtigde al langer heeft bereikt. De stichting heeft excuses van verweerder geëist. Daarop heeft verweerder een deel van zijn woorden teruggenomen. Ook al is gedragsregel 25 in deze niet van toepassing, dat laat onverlet dat een advocaat gehouden is tot een betamelijke beroepsuitoefening. Verweerder heeft daarin verzaakt, onder meer door niet even bij klager zelf te informeren naar zijn positie. Daarnaast heeft verweerder in de gewraakte e-mail diverse feitelijke onjuistheden geschreven over klager met de kennelijke bedoeling om bij de cliënte van klager de reputatie van klager te schaden. Daarnaast oordeelt de raad een aantal uitlatingen in die e-mail van verweerder over klager als lasterlijk en onnodig. Van verweerder mag de nodige professionele distantie verwacht worden en ook dat hij zijn eigen opvattingen over klager voor zich had gehouden. Dat heeft hij niet gedaan. Alhoewel de raad een voorwaardelijke schorsing heeft overwogen, mede gelet op de ernst van het optreden van verweerder en het ontbreken van enig zelfinzicht, wordt volstaan met een berisping, waarbij het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder een rol heeft gespeeldklager heeft als jurist (legal) opgetreden namens een woningstichting in een geschil, waarbij verweerder voor een aantal huurders optrad. Verweerder heeft zich na ontvangst door de huurders van een sommatie van klager rechtstreeks tot de woningstichting gewend. In die e-mail heeft hij zich afgevraagd of bekend was dat klager geschrapt is als advocaat en de pensioengerechtigde al langer heeft bereikt. De stichting heeft excuses van verweerder geëist. Daarop heeft verweerder een deel van zijn woorden teruggenomen. Ook al is gedragsregel 25 in deze niet van toepassing, dat laat onverlet dat een advocaat gehouden is tot een betamelijke beroepsuitoefening. Verweerder heeft daarin verzaakt, onder meer door niet even bij klager zelf te informeren naar zijn positie. Daarnaast heeft verweerder in de gewraakte e-mail diverse feitelijke onjuistheden geschreven over klager met de kennelijke bedoeling om bij de cliënte van klager de reputatie van klager te schaden. Daarnaast oordeelt de raad een aantal uitlatingen in die e-mail van verweerder over klager als lasterlijk en onnodig. Van verweerder mag de nodige professionele distantie verwacht worden en ook dat hij zijn eigen opvattingen over klager voor zich had gehouden. Dat heeft hij niet gedaan. Alhoewel de raad een voorwaardelijke schorsing heeft overwogen, mede gelet op de ernst van het optreden van verweerder en het ontbreken van enig zelfinzicht, wordt volstaan met een berisping, waarbij het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder een rol heeft gespeeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:249 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-246/AL/MN

    Verzetbeslissing. De voorzitter had naar het oordeel van de raad niet de beschikking over alle terzake doende feiten en is dus uitgegaan van onvolledige feiten. Verzet gegrond. De raad heeft de klacht ook inhoudelijk behandeld en oordeelt ook daarover. De raad is van oordeel dat verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt treft door de echtscheidingsbeschikking te doen inschrijven in de registers van de burgerlijke stand nadat zij zich al had onttrokken. Zij deed dit omdat klaagster, de het verzoek tot echtscheiding had ingediend, de beschikking niet had ingeschreven en de termijn waarbinnen dit diende te gebeuren ten einde liep. Verweerster kon toen ook redelijkerwijs niet weten dat er ten aanzien van haar voormalige cliënt in Frankrijk een beschermingsmaatregel zou worden uitgesproken. Daarvan raakte zij pas na de inschrijving op de hoogte. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:139 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-451/DB/OB

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft gedragsregel 15 overtreden door herhaald op te treden tegen een voormalige cliënte. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:135 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-357/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Niet gebleken is dat verweerder klaagster onder druk heeft gezet om de opdrachtbevestiging te ondertekenen. Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en de gedragsregels 17 lid 2 en 18 lid 2. Verweerder heeft € 1.474,99 gefactureerd voor 3 uur en 50 minuten, terwijl klaagster in aanmerking kwam voor een toevoeging. Verweerder had om een mutatie moeten vragen aan de voorgaande advocaat van klaagster. Vervolgens heeft verweerder niet integer gehandeld door zijn inhoudelijke werkzaamheden van slechts 2 uur voor een bespreking bijna te vertienvoudigen naar € 7.175,81. Verweerder is ook onvoldoende transparant geweest in de wijze waarop hij zou declareren en welke kosten daar onder zouden vallen. Verweerder had voorafgaand al een kosteninschatting moeten maken, zelfs al zou hij op basis van een toevoeging werken. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:136 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-477/DB/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Niet gebleken is dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door ongepast contact te onderhouden met klaagster of dat zij onjuiste en misleidende informatie heeft verstrekt in procedures. Ook heeft verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door te weigeren om mee te werken aan een verzoek van klaagsters advocaat om de rechtbank te informeren. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:137 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-192/DB/ZWB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:138 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-450/DB/OB

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft gedragsregel 15 overtreden door herhaald op te treden tegen een voormalige cliënte. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:246 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-700/AL/MN

    Raadbeslissing. Verzoek ex artikel 60ab lid 1 Advocatenwet. De raad is van oordeel dan sprake is van een ernstig vermoeden van een handelen of nalaten door verweerder waardoor enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang ernstig is geschaad of dreigt te worden geschaad en wel zodanig dat het doorlopen van een reguliere tuchtrechtprocedure niet kan worden afgewacht. De raad schorst verweerder met onmiddellijke ingang in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat en gunt de deken een termijn van zes weken voor het indienen van een dekenbezwaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:165 Raad van Discipline Amsterdam 24-578/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerster heeft onderbouwd aangevoerd dat zij heeft geprobeerd om klaagster duidelijk te maken dat het aanwezig zijn van een onzeker causaal verband tussen de medische fout en haar huidige toestand aan de volledige schadevergoeding in de weg staat. Het is begrijpelijk dat klaagster teleurgesteld kan zijn in het gedane schikkingsaanbod en dat zij het jammer vindt dat verweerster geen hoger schikkingsbedrag voor haar heeft kunnen regelen en de gang naar de rechter niet heeft ingezet, maar dat betekent niet dat de bijstand van verweerster aan klaagster daarmee ondermaats is geweest.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:166 Raad van Discipline Amsterdam 24-560/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster niet onevenredig nadeel aan klaagster toegebracht of onnodig polariserend opgetreden. Verweerster heeft gehandeld binnen de vrijheid die zij als advocaat van de wederpartij heeft.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:162 Raad van Discipline Amsterdam 24-255/A/A

    Klacht over kwaliteit dienstverlening eigen advocaat. Hoewel de klacht buiten de vervaltermijn van drie jaar is ingediend, is deze gedeeltelijk ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 2 Advocatenwet. Klager heeft toereikend toegelicht dat hij weliswaar vanaf het vonnis van 7 mei 2018 bekend was met de toegewezen boeterente, maar dat hij niet wist dat verweerder door geen verweer hiertegen te voeren klager onnodig heeft blootgesteld aan het risico dat de vorderingen van de verhuurder in reconventie onbetwist zouden worden toegewezen en derhalve met de (mogelijke) gevolgen van verweerders nalaten. Pas door voorlichting door zijn huidige advocaat is klager bekend geraakt met de gevolgen van het nalaten van verweerder. Daarna heeft klager alsnog binnen een jaar - en daarmee tijdig - een klacht over verweerder ingediend. Voor zover de klacht ontvankelijk is, is deze bovendien gegrond. Verweerder is ernstig tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klager door hem de kans te hebben ontnomen om de schade te beperken door te verzuimen verweer te voeren tegen de door de verhuurder gevorderde boeterente en/of door na te laten te adviseren tegen het vonnis van 7 mei 2018 hoger beroep in te stellen. Wanneer klager verweerder via een aansprakelijkstelling op zijn gedrag aanspreekt, verzuimt verweerder vervolgens hierover helder, adequaat en coöperatief met klager te communiceren. Deze omstandigheden rechtvaardigen het opleggen van een ingrijpende maatregel. Daarbij weegt de raad naast de omstandigheden van deze klachtzaak ook het zeer uitgebreide tuchtrechtelijke verleden van verweerder mee. De maatregel van schorsing voor de duur van twaalf (12) weken, waarvan zes (6) weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee (2) jaar is passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:163 Raad van Discipline Amsterdam 24-391/A/A

    Klacht over de werkzaamheden van verweerder als waarnemer. De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk in verband met het ne bis in idem beginsel. klaagster heeft eerder al een klacht over verweerders waarneming ingediend, die bij beslissing van 26 september 2022, ECLI:NL:TADRAMS:2022:192 gegrond is verklaard en waarbij aan verweerder een berisping is opgelegd. Deze beslissing is onherroepelijk geworden. Klaagster kan niet een tweede maal klagen over hetzelfde feitencomplex. Voor het overige is de klacht ongegrond. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder in de vorige klachtprocedure leugenachtige verklaringen heeft afgelegd tegenover de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:164 Raad van Discipline Amsterdam 24-509/A/A

    Ongegronde klacht over kwaliteit van dienstverlening eigen advocaat. De werkzaamheden die verweerder voor klaagster heeft verricht in de drie zaken voldeden op alle vlakken aan de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-190/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een echtscheidingsprocedure. Advies aan cliënte om het geld van de gezamenlijke bankrekeningen over te maken leidt tot onnodige polarisatie. Verweerster heeft ook niet eerst op een andere, minder ingrijpende manier geprobeerd de liquiditeit voor haar cliënte veilig te stellen. Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-566/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over opstelling advocaat wederpartij in een geschil met de Belastingdienst. Verweerster heeft het standpunt van haar cliënt verwoord. Niet gebleken dat zij daarbij klachtwaardig heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:244 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-627/AL/OV

    Verweerder heeft klaagster namens haar rechtsbijstandsverzekeraar bijgestaan na ontdekte problemen na in de woning na levering daarvan. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder haar voldoende voortvarend bijgestaan en daarbij met medeweten van klaagster is bijgestaan door zijn kantoorgenoot. Nadat over de wijze van aanpak van de kwestie een onoverbrugbaar verschil van inzicht is ontstaan, heeft verweerder zich onttrokken. Kennelijk ongegrond.