Zoekresultaten 51-100 van de 1809 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:24 Hof van Discipline 's Gravenhage 240370
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:24
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen, is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat en daarom in het algemeen niet gehouden is een advocaat aan te wijzen. Die ruime beleidsvrijheid brengt ook mee dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren. De aan te wijzen advocaat heeft hierin een eigen afweging te maken. Daarnaast is het uitgangspunt dat in beginsel slechts één keer een advocaat wordt aangewezen. De omstandigheid dat klager het niet eens is met het procesadvies van de hem toegewezen advocaat brengt niet zonder meer mee dat een andere advocaat moet worden aangewezen. Van bijzondere omstandigheden die daartoe is deze zaak wel aanleiding zouden moeten geven, is naar het oordeel van het hof geen sprake.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-431/DB/LI
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:20
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De klagers, twee advocaten, klagen over de advocaat van een voormalig cliënt van hun kantoor. De raad oordeelt dat de klacht ongegrond is en dat de raad zich niet aan de indruk kan onttrekken dat klagers lichtvaardig tot het indienen van een klacht zijn overgegaan. Het in een spoedeisende kwestie als de onderhavige verzenden van een e-mail, waarin een onjuiste term wordt gebruikt en een korte reactietermijn wordt gegeven, vormt naar het oordeel van de raad in de gegeven omstandigheden namelijk onvoldoende aanleiding voor het maken van een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerster. Klagers worden namelijk als juridisch professionals geacht de inhoud van de gewraakte e-mail op de juiste waarde te kunnen schatten. Anders dan klagers hebben gesteld is naar het oordeel van de raad uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht bovendien geenszins gebleken dat verweersters cliënt door de inhoud van verweersters e-mail ertoe is aangezet om tegen klagers te blijven ageren, noch dat door toedoen van verweerster de belangen van klagers anderszins onnodig of op een ontoelaatbare manier zijn geschaad. Klagers hebben betoogd dat zij veel belang hechten aan de door advocaten onderling te betrachten welwillendheid en dat zij verweerster verwijten in strijd met de te betrachten welwillendheid te hebben gehandeld. Dat betoog laat zich maar moeilijk rijmen met het feit dat klagers direct na ontvangst van het gewraakte e-mailbericht de indiening van een tuchtklacht hebben aangekondigd, de uitnodiging van de deken voor een bemiddelingsgesprek zonder gerechtvaardigde reden hebben afgeslagen en om onverwijlde doorzending van de klacht aan de raad hebben verzocht, zonder dat daaraan de gebruikelijke tweede schriftelijke ronde was voorafgegaan. De raad kan zich dan ook niet aan de indruk onttrekken dat klagers in de onderhavige kwestie lichtvaardig tot indiening van een tuchtklacht zijn overgegaan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:22 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-831/AL/NN 25-833/AL/NN
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:22
Voorzittersbeslissing in twee identieke klachten van een advocaat (in loondienst) en het bedrijf (klager 2) tegen dezelfde verweerder. De cliënt van verweerder heeft per abuis onder een e-mail aan klager 2 een lint van e-mails meegestuurd. Die e-mails zijn daarna ook bij klager 1 bekend geworden. Een van die mails betrof correspondentie tussen die cliënt en verweerder. Het is evident niet de bedoeling geweest dat die e-mail bij klagers terechtkwam, zodat in die zin geen sprake is van een opzettelijke belediging. Die vertrouwelijke cliënt-advocaat e-mail kan naar het oordeel van de voorzitter, zonder toestemming van verweerder of bemiddeling door de deken, niet ten grondslag liggen aan de klachten. Hoewel de gewraakte opmerking zeker grievend is, hadden klagers daarvan geen kennis mogen nemen of had dit anderszins openbaar gemaakt mogen worden. Naar het verdere oordeel van de voorzitter is verweerder niet verantwoordelijk voor de e-mails van zijn cliënt. Dat verweerder daarop inhoud heeft uitgeoefend en heeft geprobeerd om via die weg zijn tuchtklacht van tafel te krijgen, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Overige verwijten zijn niet vast te stellen. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:23 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-376/AL/MN
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:23
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:21 Hof van Discipline 's Gravenhage 250140
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:21
Bekrachtiging beslissing raad. Berisping. Verweerder heeft in hoger beroep zijn stelling gehandhaafd dat hij klaagster in een huurgeschil als vriendendienst van advies heeft voorzien. Het hof is, met de raad, van oordeel dat klaagster ervan mocht uitgaan dat verweerder haar als advocaat bijstond. Van verweerder mag als advocaat worden verwacht dat hij vanaf het begin af aan duidelijk is over zijn rol en daarover duidelijk communiceert en correspondeert, zodat daarover geen misverstand kan ontstaan. Dat betekent dat verweerder op het moment dat klaagster zich tot hem wendde ofwel duidelijk had moeten aangeven en bevestigen dat hij als advocaat in de huurkwestie voor haar zou optreden, waarna hij de huurkwestie dan ook met de nodige voortvarendheid had moeten oppakken, ofwel duidelijk had moeten aangegeven dat hij daarvoor niet over de vereiste expertise beschikte, waarna hij klaagster uitdrukkelijk had moeten adviseren een advocaat in te schaken die wel over die expertise beschikte. Niet is gebleken dat verweerder daaraan heeft voldaan. Het hof sluit zich voorts aan bij de overwegingen en conclusies van de raad over de communicatie van verweerder met klaagster en de zorgvuldigheid en voortvarendheid die van verweerder verwacht mochten worden en neemt die over. Verweerder heeft gehandeld in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt, wat hem tuchtrechtelijk te verwijten is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:17 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-704/DB/OB
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:17
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een incassozaak. De verwijten dat in de door verweerster verzonden sommatiebrief buitensporige extra kosten worden gevorderd, die bij een andere partij thuishoren, dat verweerster geen afstand heeft genomen van het pestgedrag van haar cliënte door met opzet een e-mail te sturen op het algemene e-mailadres van klaagsters onderneming, zodat klaagsters collega’s de e-mail hebben kunnen lezen, terwijl klaagster de e-mail wegens een technische storing niet heeft ontvangen, dat zij, ondanks betaling van de volledige vordering niet het bericht heeft gestuurd dat de zaak was afgewikkeld en dat zij niet op klaagsters e-mail van 18 december 2024 heeft gereageerd zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:12 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-675/DB/LI
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:12
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Verweerder is binnen de aan hem toekomende vrijheid als dominus litis gebleven. Niet gebleken dat hij onvoldoende bekend was met het dossier. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder klager bewust fout heeft geïnformeerd over de bevoegdheid van de kantonrechter. Verweerder kan niet worden verweten dat een derde partij niet is gedagvaard, omdat klager hem daarover nooit heeft geïnformeerd. Verweerder mocht bij klager aandringen om een reactie, gelet op een beperkt houdbaar voorstel dat hij had ontvangen van de wederpartij. Verweerder heeft zijn werkzaamheden ook mogen neerleggen. Klacht in zoverre ongegrond. Geen belang bij de klacht over de declaraties, omdat hij binnen het budget van de rechtsbijstandsverzekeraar is gebleven en zodoende alleen de verzekeraar daarbij belang heeft.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:13 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-650/DB/ZWB
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:13
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klachten over het onjuist of onvolledig informeren van de rechtbank ongegrond, omdat dit niet is voorzien van onderbouwing en ook door verweerder is betwist. Verweerder mocht onderhandelen met klagers advocaat; dat klagers advocaat (mogelijk) in strijd met gedragsregel 15 handelde is diens eigen verantwoordelijkheid, niet die van verweerder. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:17 Raad van Discipline Amsterdam 25-858/A/DH/W
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:17
Herstelbeslissing
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:14 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-657/DB/LI
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:14
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een fiscale procedure. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder traag heeft gecommuniceerd, klaagster onheus heeft bejegend of telkens heeft geklaagd over de hoogte van zijn vergoeding op basis van een toevoeging. De raad stelt vast dat verweerder na ieder gesprek een uitvoerig gespreksverslag heeft toegezonden met een strategie, zodat hij heeft gehandeld zoals van hem kon worden verwacht. Wel heeft verweerder miskend dat de bezwaarprocedures tegen de aanslagen inkomstenbelasting 2018 en 2019 buiten de (toegevoegde) opdracht vielen, aangezien deze relevant waren voor de aanslag over 2020 vanwege de samenhang. Ook is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht door niet alle documenten bij klaagster op te vragen. Kernwaarde deskundigheid. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:15 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-559/DB/ZWB
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:15
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:16 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-784/DB/LI
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:16
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerster heeft de door de rechtbank benoemde deskundige rechtstreeks benaderd zonder gelijktijdige verzending van een afschrift aan de advocaat van klaagster. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-046/DB/LI/D
- Datum publicatie: 26-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:10
Dekenbezwaar. Verweerder heeft het onderzoek van de deken gefrustreerd door geen opvolging te geven aan diens informatieverzoeken. De raad acht dit al hoogst kwalijk, maar de wijze waarop verweerder zich in het kader van het onderzoek heeft opgesteld tegenover de deken is meer dan onbehoorlijk. Verweerder heeft geen, of in elk geval onvoldoende respect getoond richting het ambt van de deken. De raad weegt ook mee dat verweerder met zijn wrakingsverzoeken in deze procedure heeft gepoogd een voortvarende behandeling van het dekenbezwaar onmogelijk te maken. Van een integer handelend advocaat wordt anders verwacht. Daar komt bij dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad door tegenover de meervoudige kamer van het gerechtshof ongeloofwaardig te verklaren, terwijl hij onder ede stond. Verweerder heeft geen inzicht getoond in zijn laakbaar handelen. Onvoorwaardelijke schorsing van 12 weken.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:11 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-617/DB/LI
- Datum publicatie: 26-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:11
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat bij een Catshuisregeling (KOT)-procedure. De raad acht de strategie van verweerder, gelet op het karakter van de procedures rondom de Catshuisregeling en de daarbij behorende bewijslastverdeling, niet evident onnavolgbaar. Dat verweerder klaagster aan haar lot heeft overgelaten door geen werkzaamheden te verrichten in haar dossier, is voor de raad niet komen vast te staan. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:15 Raad van Discipline Amsterdam 25-848/A/NH
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:15
Voorzittersbeslissing; klaagster heeft geen rechtstreeks belang bij haar verwijten dat verweerster optreedt voor twee partijen die onderling een tegenstrijdig belang zouden hebben en dat verweerster onvoldoende onafhankelijk van haar cliënten zou optreden. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Verweerster heeft namens haar cliënten een redelijk doel nagestreefd. Van misbruik van recht is niet gebleken. Het feit dat de aanhangig gemaakte procedures kosten veroorzaken voor klaagster is inherent aan het recht dat iedereen heeft om een procedure aanhangig te maken en levert geen tuchtrechtelijk verwijt op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:17 Hof van Discipline 's Gravenhage 250102
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:17
Klacht over het optreden van de advocaat wederpartij in een familierechtelijk geschil. Klaagster verwijt verweerster dat zij in processtukken willens en wetens onware mededelingen heeft gedaan over klaagster, dat verweerster zich onnodig grievend en neerbuigend over klaagster heeft uitgelaten en dat verweerster zonder toestemming beeldschermafdrukken met persoonlijke informatie heeft gedeeld met derden. Dit heeft volgens klaagster geleid tot onnodige polarisatie tussen haar en haar ex-echtgenoot. De raad van discipline heeft deze klachten ongegrond verklaard. De klacht dat verweerster rechtstreeks contact heeft opgenomen door een e-mail aan klaagster (cc) te sturen, is wel gegrond verklaard. De raad heeft hiervoor evenwel geen maatregel opgelegd. Het Hof van Discipline bekrachtigt het oordeel van de raad ten aanzien van de klachtonderdelen die de raad ongegrond heeft verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:16 Raad van Discipline Amsterdam 25-874/A/DH/W
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:16
Wraking kennelijk ongegrond. De beide wrakingsgronden - zowel de voor de behandeling van de zaak gereserveerde tijd als de weigering van de nagezonden stukken - verband houden met processuele beslissingen op basis van het Landelijk Procesreglement voor klachten bij de raden van discipline.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:10 Raad van Discipline Amsterdam 25-529/A/A
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:10
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is ongegrond. Dat binnen de praktijkgroep sprake zou zijn van een financiële verwevenheid tussen verweerster en mr. G wordt door klaagster niet onderbouwd en door verweerster betwist. Het enkele bestaan van een gezamenlijk postadres en secretariaat is hiervoor naar het oordeel van de raad onvoldoende. Van een door verweerster en mr. G gedeeld financieel belang of winstoogmerk is de raad ook overigens niet gebleken. Voor zover klaagster verweerster verwijt dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling in de zin van gedragsregel 15, overweegt de raad dat hiervan alleen sprake kan zijn als verweerster de wederpartij, de man, op enig moment als advocaat zou hebben bijgestaan, en dat is hier niet aan de orde. Het is de raad niet gebleken dat verweerster onvoldoende transparantie richting klaagster heeft betracht of dat de kwaliteit van dienstverlening van verweerster op enige andere wijze onder de maat is geweest. De klacht is daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:18 Hof van Discipline 's Gravenhage 250100
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:18
Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van eigen advocaat is door de raad van discipline gedeeltelijk gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel. Klaagster verwijt verweerder in hoger beroep nog dat hij in de beroepsprocedure tegen de aan klaagster opgelegde zorgmachtiging heeft nagelaten te laten onderzoeken of het gedrag van klaagster als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel heeft geleid. Het Hof van Discipline is van oordeel dat het beroep geen doel treft.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:11 Raad van Discipline Amsterdam 25-608/A/A
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:11
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in alle klachtonderdelen ongegrond. Verweerder en mr. H hebben (uitvoerig) met elkaar gecorrespondeerd over de uitvoering van het vonnis en de hieruit voortvloeiende verdeling van de nalatenschap. Blijkens de mailwisseling hebben zij met elkaar geprobeerd om de verdeling van de roerende zaken en de nog aan elkaar te betalen saldi in goede banen te leiden. Dat dit uiteindelijk niet is gelukt omdat klaagster en de cliënte van verweerder geen overeenstemming konden vinden, kan verweerder niet worden verweten. Blijkens de overgelegde e-mailcorrespondentie is van het door verweerder actief belemmeren van de uitvoering van een vonnis in ieder geval geen sprake. Op grond van de inhoud van het klachtdossier kan evenmin worden vastgesteld dat verweerder niet of onvoldoende in staat is geweest om het vonnis op een duidelijke manier aan zijn cliënte uit te leggen. Dat de cliënte van verweerder en verweerder zich niet konden vinden in de wijze waarop klaagster en haar advocaat het vonnis lazen, kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden verweten. Het stond de cliënte van verweerder -en daarmee verweerder- op grond van het voorgaande vrij om het vonnis te laten executeren. Verweerder en zijn cliënte waren van mening dat klaagster niet voldeed aan het vonnis en zij hebben dit meermaals aan klaagster en haar advocaat laten weten. Van misbruik van recht door verweerder is daarom geen sprake.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:19 Hof van Discipline 's Gravenhage 250098
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:19
Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De klacht is dat verweerder klagers belangen niet naar behoren heeft behartigd en hem niet dan wel onvoldoende heeft geïnformeerd. De raad van discipline heeft deze klacht ongegrond verklaard. Voor zover de klacht ziet op een periode langer dan drie jaar geleden is klager niet-ontvankelijk verklaard. Het Hof van Discipline bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:12 Raad van Discipline Amsterdam 25-635/A/A
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:12
Raadsbeslissing. Verweerder heeft handelingen verricht die zouden kunnen leiden tot ongeoorloofde beïnvloeding van getuigen en hij heeft de cliënten van klager aangeschreven, terwijl hij wist dat zij door klager als advocaat werden bijgestaan. Hiermee heeft verweerder in strijd met de gedragsregel 22 en 25 gehandeld. De raad acht alles overziend de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing aan verweerder passend.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:20 Hof van Discipline 's Gravenhage 250061
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:20
Klagers zijn jarenlang bijgestaan door hun advocaat. Anderhalf jaar nadat de opdracht was beëindigd hebben zij tegen hem diverse klachten ingediend. De raad van discipline heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard in twee klachtonderdelen, verschillende klachtonderdelen ongegrond verklaard en drie klachtonderdelen gegrond verklaard en aan verweerder een berisping opgelegd voor het onvoldoende informeren van klagers, het op een onduidelijke wijze declareren en het in een procedure tegen klagers inbrengen van informatie over schikkingsonderhandelingen. Klagers komen in beroep tegen de beslissing aangaande de niet gegrond verklaarde onderdelen. Het Hof van Discipline verklaart alsnog twee klachtonderdelen gegrond, te weten het niet hanteren van een redelijk honorarium en het schenden van de geheimhoudingsplicht, maar ziet geen aanleiding om de maatregel van een berisping te verzwaren.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:13 Raad van Discipline Amsterdam 25-472/A/A
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:13
Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:14 Raad van Discipline Amsterdam 25-846/A/A
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:14
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Verweerster is ruimschoots binnen de grenzen van het betamelijke gebleven. Klager vereenzelvigt verweerster met haar cliënte. Verweerster kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor gedragingen van haar cliënte.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:16 Hof van Discipline 's Gravenhage 260005
- Datum publicatie: 22-01-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:16
Klacht over deken niet verwezen. De klachten hebben betrekking op het dekenbezwaar en horen in het debat daarover thuis. Klager moet eerst de procedure bij de tuchtrechter doorlopen om daarover het oordeel van de tuchtrechter te verkrijgen. Klager kan niet buiten die procedure om separaat zijn klachten over verweerder in een aparte procedure aanhangig maken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:10 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-317/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:10
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verwijt is rauwelijks dagvaarden. Daarvan is geen sprake, omdat verweerder eerder al had aangekondigd tot dagvaarden over te zullen gaan. Door verweersters handelwijze is klaagster niet in haar belangen geschaad. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:9 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-303/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:9
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een letselschadekwestie. Verweerster heeft het dossier voldoende voortvarend behandeld en heeft steeds teruggekoppeld wat de behandelaar van de verzekeraar haar beloofde. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:17 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-463/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:17
Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat. Schending van gedragsregels 21 en 25. Verweerder heeft een brief rechtstreeks aan de cliënten van klager gestuurd, terwijl zij werden bijgestaan door klager. Hij heeft bovendien geen afschrift van de brief aan klager gestuurd. Verweerder heeft klager bovendien geen afschrift van zijn verzoek om doorhaling verzocht. Hoewel verweerder heeft erkend dat een en ander niet goed is gegaan, had hij de gemaakte fouten concreter kunnen erkennen en ook moeten corrigeren. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:11 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-252/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:11
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:18 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-487/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:18
Verzet niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:12 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-344/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:12
Raadbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De raad is niet gebleken dat verweerster op het punt van communicatie, informatie en kwaliteit tekort is geschoten. Verweerster heeft bij het beëindigen van haar werkzaamheden onvoldoende oog gehad voor de belangen van klaagster. Verweerster heeft zich onttrokken met een kort bericht, zonder klaagster te informeren over wat er op korte termijn moest gebeuren. Verweerster had zich bovendien niet op deze termijn voor de zitting nog mogen onttrekken dan wel meer voortvarendheid dienen te betrachten in de overdracht. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:19 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-495/DH/RO
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:19
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een kort geding over door klager gedane uitlatingen. Niet gebleken is dat verweerder vertrouwelijke informatie heeft ingebracht die hij niet had mogen inbrengen. De raad kan gezien de beperkte context niet vaststellen dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Een e-mailbericht is bij vergissing niet bij klager terechtgekomen. De raad kan niet vaststellen dat deze enkele vergissing tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:13 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-352/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:13
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:20 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-817/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 21-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:20
Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft in een procedure, waarbij klager geen partij is, een vonnis ingebracht waarin zijn naam wordt vermeld. Verwijt is dat verweerster daarmee klagers privacy heeft geschonden. Hoewel klager wel een eigen belang heeft bij de klacht, is niet duidelijk welke gedragsregel daarmee zou zijn overtreden. Ook is niet gebleken dat klager in enig belang is geschaad. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:14 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-359/DH/RO
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:14
Raadsbeslissing. Verweerder is T, een kwetsbare, hoogbejaarde man, gaan bijstaan, zonder zich ervan te vergewissen dat T wilsbekwaam was en in staat was verweerder een opdracht te verstrekken. Diverse omstandigheden maakten dat verweerder alle reden had om aan de wilsbekwaamheid te twijfelen en daarnaar eerst onderzoek te doen. Dat heeft verweerder niet gedaan. Verweerder heeft vervolgens diverse fouten gemaakt. De opdracht blijft onduidelijk, omdat hierover niets is vastgelegd. Verweerder heeft T bovendien op betalende basis bijgestaan, terwijl T (vanwege de rechterlijke machtiging) in aanmerking kwam voor gefinancierde rechtsbijstand. Des te wranger is dat verweerder in zes en een halve maand tijd ruim € 53.000,- heeft gedeclareerd, terwijl niet blijkt welke werkzaamheden zijn verricht en of die noodzakelijk of van enig nut waren. Sprake van exorbitant en excessief declareren. Handelen in strijd met diverse gedragsrels en in strijd met de kernwaarden deskundigheid en (financiële) integriteit. Verweerder al meer dan 50 jaar advocaat en geen tuchtrechtelijk verleden. De raad rekent het verweerder ernstig aan dat hij op deze wijze met een kwetsbare, hoogbejaarde man is omgegaan die niet of onvoldoende in staat was zijn wil te bepalen. Schrapping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:21 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-820/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 21-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:21
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. De rechtbank heeft al over het geschil tussen partijen geoordeeld en de klachtprocedure is niet bedoeld om de discussie tussen partijen te heropenen. Niet gebleken dat verweerder op enigerlei wijze misbruik heeft gemaakt van de positie van de zaakvoerder van klaagster. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:7 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-305/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:7
Raadsbeslissing. Klacht in een letselschadekwestie over de eigen advocaat c.q. de medewerker die onder verantwoordelijkheid van die advocaat valt. Niet blijkt dat er onvoldoende met klaagster is gecommuniceerd of dat afspraken zijn geschonden. Geen sprake van excessief declareren. Op verzoek is een gespecificeerde declaratie aan klaagster gestuurd. Klacht on alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:15 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-393/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:15
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:15 Hof van Discipline 's Gravenhage 250450
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 21-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:15
Beklag artikel 13 ongegrond. Het hof is van oordeel dat de deken haar stelling dat de procedure die klager wil voeren geen redelijke kans van slagen heeft, voldoende heeft onderbouwd. Terecht heeft de deken gewezen op de vele (kanton)procedures die al zijn gevoerd waarin klager in het ongelijk is gesteld. Het standpunt van de deken dat dit is meegewogen bij de conclusie dat er geen reële kans op succes aanwezig is in de hoger beroepsprocedure die klager wil voeren, is niet onbegrijpelijk of onjuist. Het door klager zelf opgestelde beroepschrift brengt daarin geen verandering. Terecht heeft de deken zich op het standpunt gesteld dat artikel 13 Advocatenwet niet is bedoeld om kansloze of onredelijke procedures te voeren. Ook heeft de deken terecht gewezen op de proceskostenveroordeling in de beschikking van de kantonrechter. Het hof is dan ook van oordeel dat de deken tot de conclusie heeft mogen komen dat, gelet op de inhoud van de beschikking van de kantonrechter een beroep daartegen geen redelijke kans van slagen heeft.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:22 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-822/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 21-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:22
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij in een familiezaak. Niet gebleken dat sprake is van onjuiste of onnodig grievende uitlatingen. Evenmin gebleken van een agressieve of escalerende strategie. Verweerster is voldoende duidelijk geweest over de bij haar dagvaarding overgelegde producties. Van traineren of niet reageren op redelijke verzoeken door verweerster is niet gebleken. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:8 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-269/DH/RO 25-271/DH/RO
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:8
Raadsbeslissing. Klacht over het optreden van de eigen advocaat in een voorlopig getuigenverhoor. Niet blijkt dat verweerder onvoldoende partijdig is geweest. Klagers waren het eens met het verzoek zoals dat is ingediend en verweerder heeft onweersproken gesteld dat er geen redenen warden de uitgezette processtrategie te wijzigen. Er is regelmatig en uitvoerig contact geweest tussen klagers en verweerder. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:16 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-423/DH/RO
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:16
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een strafzaak. De klacht over verweerders inhoudelijke bijstand is ongegrond. Klacht over financiële afspraak gegrond. Verweerder heeft een financiële afspraak met klager gemaakt die in strijd is met de Voda. Hij heeft klager daarmee bovendien onder druk gezet: klager had verweerder al betaald en klager moest akkoord gaan met deze aanvullende afspraak, anders zou verweerder klager niet bijstaan. Verweerders handelen is in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit. Verweerder heeft ter zitting erkend dat hij deze afspraak niet had mogen maken. Tuchtrechtelijk verleden. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:20 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-546/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:20
Raadbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij en over verweerder in hoedanigheid van bemiddelaar. Verweerder diende een partijdig belang en kon daarom niet tegelijkertijd optreden als onpartijdig bemiddelaar in het familieconflict. Hij had klager duidelijk moeten laten weten dat hij handelde als belangenbehartiger van zijn cliënt en had klager om die reden moeten adviseren een eigen belangenbehartiger in de arm te nemen. Verweerder heeft zijn onafhankelijkheid in de zin van artikel 2 Advocatenwet hiermee in gevaar gebracht. Klacht deels gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:9 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-841/DB/OB
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 20-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:9
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in beide onderdelen kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder klagers valselijk heeft beschuldigd van bedreiging en zich denigrerend jegens klagers heeft uitgelaten, noch dat hij in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 5.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:21 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-600/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:21
Klager heeft een appartement gehuurd van een commanditaire vennootschap. Verweerder is (mede)bestuurder van de stichting die de CV bestuurt. De CV heeft een beheerder die namens de verhuurder optrad richting klager als huurder. De aan verweerder verweten gedragingen zien op op het optreden van verweerder in hoedanigheid van bestuurder als genoemd en zijn optreden namens de beheerder. vast staat dat de verhuurder vanaf het begin in het geschil met klager door verschillende advocaten is bijgestaan; niet door verweerder. Verweerder is als gemachtigde namens de verhuurder bij zittingen geweest of heeft namens de verhuurder/ beheerder met (de advocaat van) klager gecorrespondeerd. Deze handelingen van verweerder hebben plaatsgevonden in de privésfeer en tussen die handelingen en de praktijkuitoefening van verweerder bestaat naar het oordeel van de raad geen verband. De inhoud van een e-mail van verweerder die hij vanaf zijn privé e-mailadres rechtstreeks aan klager heeft gestuurd, is naar het oordeel van de raad onvoldoende om tot de conclusie te komen dat er voldoende verband bestaat tussen deze privé-gedraging en de praktijkvoering van verweerder. De raad toetst het handelen van verweerder aan de (beperkte) maatstaf of de gedraging van verweerder in het licht van zijn beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd moet worden geacht en of daarmee het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Daarvan is de raad niet gebleken. Tussen klager en de verhuurder is een geschil over de verrekening ontstaan na opzegging van de huurovereenkomst. Een vergelijk bleek niet mogelijk. De verhuurder heeft daarna een bedrag aan klager betaald. Het lag op de weg van klager om daarover zo nodig een gerechtelijk oordeel te vragen. Uit de stukken is bovendien niet gebleken dat verweerder niet integer heeft gehandeld door zelf gedane toezeggingen of gerechtelijke uitspraken namens de verhuurder niet na te komen. De raad stelt verder vast dat sprake is van tegengestelde standpunten tussen klager en de verhuurder over (de terugbetaling van) de borgsom. Daarover zal een civielrechtelijk oordeel moeten worden gegeven. Verweerder heeft daarbij niet absoluut ongeoorloofd gehandeld. Verweerder heeft 2 e-mails aan klager rechtstreeks gestuurd. Een e-mail was als gemachtigde van de beheerder en stond hem vrij. De andere e-mail mocht verweerder naar het oordeel van de raad als partij - als bestuurder van de CV - aan klager sturen. De vraag die vervolgens voorligt is of verweerder zich daarvan had moeten onthouden. Alhoewel de scherpe toonzetting in die e-mail van verweerder niet de schoonheidsprijs verdient, verweerder heeft dat tijdens de zitting van de raad ook ingezien, wordt de inhoud daarvan door de raad niet als absoluut ongeoorloofd gekwalificeerd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:16 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-768/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:16
De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:17 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-043/AL/NN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:17
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:18 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-284/AL/MN 25-285/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:18
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:19 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-514/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:19
Klacht over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder zonder nader onderzoek afgaan op de van zijn cliënt ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat in het verweerschrift heeft verwerkt en tijdens de zitting heeft genoemd. Daarnaast kon en mocht verweerder uitgaan van de juistheid van de (medische) informatie over klaagster en haar dochter aangezien dat volgde uit het verzoekschrift met bijlagen zoals dat namens klaagster is ingediend. Klaagster heeft via haar advocaat tegen de vermeende onjuistheden en feiten verweer kunnen voeren en kon zelf ook relevante stukken indienen. Ook overigens van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder niet gebleken. Kennelijk ongegrond.