Zoekresultaten 21-40 van de 1809 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:33 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-492/AL/MN

    Raadbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De raad is op grond van de overgelegde stuken niet gebleken dat tussen klaagster en verweerder een maximumbedrag of een maximum aantal uren is afgesproken. Ook heeft de raad op grond van de stukken niet kunnen vaststellen dat sprake is van excessief declareren. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:34 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-498/AL/OV

    Al met al is de raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetsgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:35 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-499/AL/OV

    Al met al is de raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetsgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:29 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-340/AL/NN

    De raad is van oordeel dat de voorzitter in de voorzittersbeslissing de juiste maatstaf heeft gehanteerd. Verder heeft de voorzitter naar het oordeel van de raad rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Dat de voorzitter bij de weging daarvan tot een ander oordeel is gekomen dan klager zou wensen maakt dat niet anders. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Het verzetschrift laat zich voor het overige lezen als een herhaling van de klacht en een betoog dat de voorzitter tot een ander oordeel had moeten komen. Het standpunt van klager dat relevante jurisprudentie daarbij is genegeerd is daarbij te weinig onderbouwd. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:36 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-581/AL/NN

    Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:30 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-361/AL/OV

    Niet valt in te zien dat het al dan niet klachtwaardig handelen van verweerder afhankelijk zou zijn van het inhoudelijk oordeel van de rechter in hoger beroep in de onderliggende gerechtelijke procedure over een al dan niet terecht gelegd beslag of de aansprakelijkstelling van klager in zijn rol als bestuurder. Kennelijk wilde klager de uitkomst van die procedure afwachten om zijn klacht wat extra gewicht mee te kunnen geven indien de uitspraak een bepaalde kant op zou gaan. Verder is de driejaarstermijn uit artikel 46g van de Advocatenwet is een harde termijn. Enkel voor die gevallen als genoemd in het betreffende wetsartikel kan sprake zijn van een verschoonbare termijnoverschrijding. De overweging om de klachtprocedure te starten op een voor klager geschikt moment vanwege efficiency overwegingen levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:37 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-597/AL/OV

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft niet alleen verzuimd om de beschikking betreffende de scheiding van tafel en bed in te schrijven in de daartoe bestemde registers, maar de werkwijze van verweerder was daar ook niet op ingericht. Hij droeg zelf niet de zorg voor de inschrijving en controleerde ook niet of iemand anders de beschikking had ingeschreven. Ook de houding van verweerder richting klaagster toen zij zich bij hem meldde omdat zij zich door dit verzuim geconfronteerd zag met een mogelijke claim van de Belastingdienst merkt de raad aan als een strafverzwarende omstandigheid. Verweerder liet klaagster in de kou staan door haar naar de mediator te verwijzen in plaats van met alle mogelijke middelen zijn fout ongedaan te maken. Ook op de onderhavige klacht heeft verweerder niet adequaat gereageerd. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:31 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-466/AL/MN

    Klaagster beklaagt zich over de met verweerder gemaakte (financiële) afspraken en zijn weigering om met haar Amerikaanse advocaat te overleggen en haar dossier aan haar opvolgend advocaat af te geven. Naar het oordeel van de raad treft verweerder geen enkel tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:38 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-843/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-850/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij haar optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:28 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-828/AL/NN

    De voorzitter heeft in de voorzittersbeslissing ook beslist op het door klager aangedragen punt, zij het niet zo uitvoerig als klager kennelijk had gewild. Klager kan dit in de onderhavige klacht, op grond van het ne bis in idem-beginsel, dan ook niet nogmaals onderdeel van de klacht laten zijn. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:33 Hof van Discipline 's Gravenhage 250408

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Evenals de rechtbank in eerste aanleg heeft ook het gerechtshof geoordeeld dat de vordering tot schadevergoeding van klager is verjaard als gevolg waarvan klager volgens het gerechtshof geen belang meer heeft bij de gevorderde verklaring voor recht omdat deze strekt tot het verkrijgen van schadevergoeding. Klager heeft niet bestreden dat hij geen cassatie heeft ingesteld tegen het arrest van 10 juni 2025. Daarmee staat vast dat het arrest onherroepelijk is geworden en heeft de uitspraak in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht (artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Het hof is met de deken van oordeel dat het aanhangig maken van een nieuwe procedure tegen dezelfde partij over feitelijk dezelfde kwestie geen redelijke kans van slagen heeft.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:34 Hof van Discipline 's Gravenhage 250179

    Het betreft hier een hoger beroep van verweerder. Klaagster is advocaat van een huurder, verweerder van een verhuurder. De huur wordt beëindigd omdat het gehuurde wordt verkocht. Huurder en verhuurder spreken af dat de huurder het pand zal verlaten en dat de verhuurder een vergoeding zal betalen, na ontvangst van de koopsom. In deze zaak ligt de vraag voor of verweerder zich in relatie tot klaagster bij de afwikkeling van de gemaakte afspraken onwelwillend heeft opgesteld. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat klaagster verweerder terecht heeft verweten dat hij zich in relatie tot haar onwelwillend heeft opgesteld en heeft verweerder hiervoor een berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar ziet aanleiding een fors zwaardere maatregel op te leggen dan de raad, te weten een onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:26 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-573/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in beide onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:29 Hof van Discipline 's Gravenhage 250323

    Verzet na afwijzende verwijzing niet-ontvankelijk. Uit de ingebrachte verklaringen van klager blijkt niet dat klager gedurende de verzettermijn niet in staat was om een verzetschrift in te dienen. Klager heeft in de periode waarin verzet kon worden ingesteld bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aangewend (naar het hof begrijpt onder meer tegen de afwijzende beslissing van verweerder 1 van 3 oktober 2025 op het bezwaarschrift van klager) en klager heeft de acht data (in de periode 9 oktober 2025 tot en met 23 oktober 2025) en achttien tijdstippen op deze data waarop hij volgens verweerders stukken heeft ingediend in de bestuursrechtelijke procedures niet weersproken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:30 Hof van Discipline 's Gravenhage 250317

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Deze heeft de juiste maatstaf gehanteerd en niet is gebleken dat hij van onjuiste of onvolledige feiten is uitgegaan. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de voorzitter en neemt die over. Het hof is niet gebleken dat verweerder zich in de behandeling van de klacht van klager over de deken heeft uitgelaten of gedragen op de wijze zoals klager in zijn verzet aanvoert. Verweerder heeft de klacht onderzocht en daarover een dekenstandpunt gegeven, waarna klager zijn klacht ter beslissing heeft laten voorleggen aan de raad van discipline ’s-Hertogenbosch waar nog een verzetprocedure loopt. In die procedure kan klager ook ingaan op het dekenstandpunt van verweerder en wat daarin volgens klager niet juist is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:31 Hof van Discipline 's Gravenhage 250138

    Het gaat in deze tuchtrechtelijke procedure om een klacht tegen verweerder, die heeft opgetreden als vereffenaar in een nalatenschap. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof onderschrijft dat oordeel en bekrachtigt de beslissing van de raad. Zie ook 250139, de samenhangende klachtzaak tegen de advocaat van de vereffenaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:18 Raad van Discipline Amsterdam 25-712/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening. De raad heeft niet kunnen vaststellen dat verweerster de zaak ondermaats heeft behandeld. De klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:32 Hof van Discipline 's Gravenhage 250139

    Het gaat in deze tuchtrechtelijke procedure om een klacht tegen verweerder, die heeft opgetreden als vereffenaar in een nalatenschap. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof onderschrijft dat oordeel en bekrachtigt de beslissing van de raad. Zie ook 250139, de samenhangende klachtzaak tegen de advocaat van de vereffenaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:19 Raad van Discipline Amsterdam 26-057/A/DH/W

    Raadsbeslissing; wrakingsverzoek niet-ontvankelijk, althans kennelijk ongegrond.