Zoekresultaten 1-20 van de 1923 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:73 Hof van Discipline 's Gravenhage 250047
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:73
Klager heeft een klacht over verweerster ingediend, omdat hij verweerster verwijt niets gedaan te hebben in de dossiers die zij van mr. B, zijn voormalige advocaat, had overgenomen. De raad heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze naar het oordeel van de raad niet binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend. Het hof verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover het ziet op handelen van verweerster waarmee klager al in 2017 bekend was, en verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:74 Hof van Discipline 's Gravenhage 240343
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:74
Bekrachtiging. Verweerder was de advocaat van klager in een strafzaak in hoger beroep. Klager heeft een klacht over verweerder ingediend, omdat hij vindt dat verweerder zijn belangen tijdens de strafzaak niet goed heeft behartigd. De raad heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerder op enige wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Weliswaar dient een advocaat de belangen van zijn cliënt, maar hij is daarbij wel ‘dominus litis’. Verweerder heeft toegelicht welke keuzes hij bij de behandeling van de zaak van klager heeft gemaakt en het is de raad niet gebleken dat verweerder in verband daarmee op enige wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld. De klacht is dan ook ongegrond verklaard. Klager is het daar niet mee eens, en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:75 Hof van Discipline 's Gravenhage 250210
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:75
Klacht over de eigen advocaat. Het hof is, op andere gronden dan de raad, van oordeel dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit. Niet is gebleken dat aan de werkzaamheden in verband waarmee hij factureerde een opdracht van klager ten grondslag heeft gelegen. Ook waren de werkzaamheden zinloos omdat hoger beroep niet mogelijk was. Desondanks heeft verweerder volhard in het betaald krijgen van zijn factuur en zelfs getracht deze te verrekenen met een tegenvordering van klager. Voorts heeft verweerder niet-tijdig en met een onterecht voorbehoud voldaan aan de kostenveroordeling van het hof (in een andere zaak). Gelet op het voorgaande is verweerders hoger beroep ongegrond en bekrachtigt het hof de beslissing van de raad, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:76 Hof van Discipline 's Gravenhage 250333
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:76
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Volgens klaagster heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door tijdens een mondelinge behandeling van een kort geding in strijd met de waarheid te zeggen dat hij het oordeel van de bedrijfsarts niet had, terwijl hij voorafgaand aan de mondelinge behandeling zowel via e-mail als via post een citaat daaruit had ontvangen. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft de klacht van klaagster in zoverre gegrond verklaard en heeft aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen tegen de gegrondverklaring. Het beroep slaagt. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover de klachtonderdelen b) en d) daarin gegrond zijn verklaard en verklaart deze klachtonderdelen alsnog ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:77 Hof van Discipline 's Gravenhage 250275D
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:77
Het betreft hier een hoger beroep van de deken tegen de opgelegde maatregel (waarschuwing). Vaststaat dat verweerder de derdengeldenrekening heeft gebruikt voor een ander doel dan het beheer van derdengelden. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. In deze zaak ligt de vraag voor welke maatregel passend en geboden is. Het hof vernietigt de beslissing van de raad ten aanzien van de maatregel en legt verweerder de maatregel van een berisping op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:53 Raad van Discipline Amsterdam 25-496/A/NH
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:53
Verzet ongegrond; er hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:54 Raad van Discipline Amsterdam 25-736/A/A
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:54
Raadsbeslissing; klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat ongegrond. Dat de werkzaamheden van verweerder onder de maat zijn geweest, is de raad niet gebleken. Evenmin heeft de raad kunnen vaststellen dat verweerder zich onvoldoende partijdig heeft opgesteld voor klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:55 Raad van Discipline Amsterdam 25-788/A/NH
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:55
Raadsbeslissing; ongegronde klacht van één van drie verdachten in een strafzaak over de dienstverlening van verweerder in de piketfase. Gelet op de beperkte kennis waarover verweerder in de piketfase beschikte en de grote tijdsdruk waaronder hij moest handelen, kon verweerder in redelijkheid tot het oordeel komen dat geen sprake was van een tegenstrijdig belang, noch van een voorzienbaar risico daarop (geen schending gedragsregel 15). In de omstandigheden van dit geval, waarbij verweerder kortstondig in het weekend piketbijstand heeft verleend, niet over contactgegevens van klaagster beschikte en waarbij hij zijn bijstand na het weekend meteen overdroeg aan een andere advocaat, valt het in tuchtrechtelijke zin evenmin aan te rekenen dat verweerder niet schriftelijk heeft bevestigd dat hij zijn bijstand aan de medeverdachten met klaagster heeft besproken (geen schending gedragsregel 16 lid 1).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:56 Raad van Discipline Amsterdam 25-688/A/A
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:56
Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door onduidelijkheid te laten bestaan over de hoedanigheid waarin hij optrad (schending gedragsregel 9), door derden te betrekken in e-mailcorrespondentie waar zij geen betrokkenheid bij hebben en door zich tot tweemaal toe tot de rechtbank te wenden zonder gelijktijdige toezending van die berichten aan de advocaat van klagers (schending gedragsregel 21 lid 1). Gelet op de ernst en aard van dit handelen en gezien de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is een waarschuwing passend.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:71 Hof van Discipline 's Gravenhage 250213
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:71
Bekrachtiging. Klacht niet-ontvankelijk. Verweerster heeft de ex-echtgenote van klager bijgestaan in de echtscheidingsprocedure tussen klager en zijn ex-echtgenote. Klager kan zich niet vinden in de manier waarop verweerster de echtscheidingszaak heeft behandeld, omdat zij volgens klager niet bereid was om tot een minnelijke oplossing te komen. Daarover heeft klager een klacht ingediend (klachtonderdeel a). De klacht houdt verder in dat declaraties van verweerster voor de door haar verleende rechtsbijstand vanuit één of meerdere B.V.’s zijn betaald. De raad heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard. De raad heeft overwogen dat klachtonderdeel a niet binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend, en dat klager door klachtonderdeel b, voor zover de klacht al juist zou zijn, niet rechtstreeks in zijn belang is getroffen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:51 Raad van Discipline Amsterdam 26-065/A/A
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:51
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in nalatenschapskwestie. Verweerder heeft in het verzoekschrift in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen de standpunten van zijn cliënten naar voren gebracht. De voorzitter begrijpt dat klager zich door de inhoud van het verzoekschrift en de daarin gedane uitlatingen over zijn persoon beledigd voelt, maar is van oordeel dat van onnodig grievende uitlatingen geen sprake is geweest. De uitlatingen zijn gedaan in de context van een verzoekschriftprocedure over de schorsing dan wel het ontslag van klager als executeur-testamentair van de nalatenschap van de moeder van partijen. In dat kader stond het verweerder vrij om de standpunten van zijn cliënten te formuleren zoals hij dat heeft gedaan op grond van de informatie die hij voor dat doel van zijn cliënten heeft gekregen. Klager kan tegen de gebruikte informatie en de daarop gebaseerde standpunten van zijn broer en zus verweer voeren in de verzoekschriftprocedure en het is uiteindelijk aan de civiele rechter om daarover te oordelen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:72 Hof van Discipline 's Gravenhage 250178
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:72
Bekrachtiging. Waarschuwing. Verweerder is de advocaat van klagers wederpartij in een civiele kwestie. Daarin gaat het - kort gezegd - om de vraag of de donorovereenkomst die klager en zijn wederpartij hebben gesloten op een rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen. Op een bepaald moment heeft verweerder klager in die kwestie gedagvaard. Verweerder heeft de zaak uiteindelijk niet voor de rechter gebracht. Klager vindt dat verweerder door hem te dagvaarden, en vanwege de inhoud van de dagvaarding en de gang van zaken daarna, tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht bestaat uit vijf onderdelen. De Raad van Discipline heeft de klacht op één onderdeel, ten aanzien van het rauwelijks dagvaarden van klager door verweerder, gegrond verklaard. De andere vier klachtonderdelen heeft de raad ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:52 Raad van Discipline Amsterdam 25-519/A/A
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:52
Tussenbeslissing; verzet gegrond; zaak wordt voor nader onderzoek terugverwezen naar de deken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-592/AL/OV
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:59
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:32 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-842/DB/OB
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:32
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken van overtreding van de gedragsregels 15, 9 en 25. In zoverre ongegrond. Wel heeft verweerster onjuistheden gepresenteerd tijdens het bemiddelingsgesprek bij de deken. In zoverre gegrond. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit in de zin van artikel 10a Advocatenwet. De raad rekent verweerster dit handelen in strijd met de kernwaarde integriteit zwaar aan. Gelet op de aard van het gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijt acht de raad een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:69 Hof van Discipline 's Gravenhage 240381 240382
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:69
Deze zaak betreft het handelen van een advocaat van gefailleerden. Het hoger beroep richt zich tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen a), e) en f). Klagers - curatoren - verwijten verweerder het medeplegen van witwassen, het niet voldoen aan de op hem rustende onderzoeks- en vergewisplicht in de zin van artikelen 7.1 en 7.3 Voda en handelen in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet neergelegde kernwaarde integriteit door het meewerken aan heling, bedrieglijke bankbreuk en/of valsheid in geschrift, althans het faciliteren van het onttrekken van gelden aan de faillissementsboedel. De raad van discipline heeft alle klachtonderdelen (a) tot en met f)) ongegrond verklaard. Het hof sluit zich bij dat oordeel van de raad aan en bekrachtigt het oordeel van de raad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:33 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-069/DB/ZWB
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 10-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:33
Voorzittersbeslissing. Klacht over handelen in strijd met meldingsplicht op grond van Wwft kennelijk-niet ontvankelijk omdat uit de overgelegde stukken op geen enkele wijze is gebleken dat klager door het vermeend handelen van verweerder direct in zijn belang is getroffen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-797/AL/GLD
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:60
Klacht over de advocaat van de wederpartij in een langdurig erfrechtelijk geschil. Na een deels uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is verkoop van een onroerende zaak uit de nalatenschap bevolen met benoeming van een rentmeester voor de verkoop en zo nodig machtiging tot verkoop op basis van dat vonnis bij uitblijven toestemming van de cliënt van verweerder. Die cliënt heeft hoger beroep ingesteld. Verweerder heeft daarna de rentmeester schriftelijk gewezen op de gevolgen van de verkoop tegen de kennelijke wil van zijn cliënt. De rentmeester heeft daarna de verkoop opgeschort totdat partijen overeenstemming hadden bereikt. Naar het oordeel van de raad stond het verweerder vrij om als partijdige belangenbehartiger zijn brieven aan de rentmeester te sturen. De advocaat van klager kon daarop reageren, en heeft dat ook gedaan. Van een dreigende toonzetting is geen sprake geweest. Dat is zo ook niet door de rentmeester opgevat. De beslissing van de rentmeester kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:70 Hof van Discipline 's Gravenhage 250021 250022 250023 250024
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:70
Deze zaak betreft een klacht over twee advocaten die rechtsbijstand hebben verleend, de advocaat-klachtfunctionaris en een advocaat-bestuurder van een advocatenkantoor. Klagers verwijten verweerders onvoldoende zorgvuldigheid en/of onvoldoende deskundigheid te hebben betracht in de wijze waarop zij twee zaken van klagers hebben behandeld. De Raad van Discipline heeft klagers 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9 niet-ontvankelijk verklaard voor zover de klacht is gericht op het geschil met de familie A. De raad heeft de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het hof sluit zich aan bij dat oordeel van de raad. De klacht is ook in hoger beroep op alle klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:34 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-070/DB/ZWB
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 10-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:34
Voorzittersbeslissing. Klacht over handelen in strijd met meldingsplicht op grond van Wwft kennelijk-niet ontvankelijk omdat uit de overgelegde stukken op geen enkele wijze is gebleken dat klager door het vermeend handelen van verweerder direct in zijn belang is getroffen.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 97
- Volgende pagina zoekresultaten