Zoekresultaten 1-20 van de 2175 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-592/AL/OV
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:59
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:32 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-842/DB/OB
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:32
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken van overtreding van de gedragsregels 15, 9 en 25. In zoverre ongegrond. Wel heeft verweerster onjuistheden gepresenteerd tijdens het bemiddelingsgesprek bij de deken. In zoverre gegrond. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit in de zin van artikel 10a Advocatenwet. De raad rekent verweerster dit handelen in strijd met de kernwaarde integriteit zwaar aan. Gelet op de aard van het gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijt acht de raad een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:69 Hof van Discipline 's Gravenhage 240381 240382
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:69
Deze zaak betreft het handelen van een advocaat van gefailleerden. Het hoger beroep richt zich tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen a), e) en f). Klagers - curatoren - verwijten verweerder het medeplegen van witwassen, het niet voldoen aan de op hem rustende onderzoeks- en vergewisplicht in de zin van artikelen 7.1 en 7.3 Voda en handelen in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet neergelegde kernwaarde integriteit door het meewerken aan heling, bedrieglijke bankbreuk en/of valsheid in geschrift, althans het faciliteren van het onttrekken van gelden aan de faillissementsboedel. De raad van discipline heeft alle klachtonderdelen (a) tot en met f)) ongegrond verklaard. Het hof sluit zich bij dat oordeel van de raad aan en bekrachtigt het oordeel van de raad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:33 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-069/DB/ZWB
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 10-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:33
Voorzittersbeslissing. Klacht over handelen in strijd met meldingsplicht op grond van Wwft kennelijk-niet ontvankelijk omdat uit de overgelegde stukken op geen enkele wijze is gebleken dat klager door het vermeend handelen van verweerder direct in zijn belang is getroffen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-797/AL/GLD
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:60
Klacht over de advocaat van de wederpartij in een langdurig erfrechtelijk geschil. Na een deels uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is verkoop van een onroerende zaak uit de nalatenschap bevolen met benoeming van een rentmeester voor de verkoop en zo nodig machtiging tot verkoop op basis van dat vonnis bij uitblijven toestemming van de cliënt van verweerder. Die cliënt heeft hoger beroep ingesteld. Verweerder heeft daarna de rentmeester schriftelijk gewezen op de gevolgen van de verkoop tegen de kennelijke wil van zijn cliënt. De rentmeester heeft daarna de verkoop opgeschort totdat partijen overeenstemming hadden bereikt. Naar het oordeel van de raad stond het verweerder vrij om als partijdige belangenbehartiger zijn brieven aan de rentmeester te sturen. De advocaat van klager kon daarop reageren, en heeft dat ook gedaan. Van een dreigende toonzetting is geen sprake geweest. Dat is zo ook niet door de rentmeester opgevat. De beslissing van de rentmeester kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:70 Hof van Discipline 's Gravenhage 250021 250022 250023 250024
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:70
Deze zaak betreft een klacht over twee advocaten die rechtsbijstand hebben verleend, de advocaat-klachtfunctionaris en een advocaat-bestuurder van een advocatenkantoor. Klagers verwijten verweerders onvoldoende zorgvuldigheid en/of onvoldoende deskundigheid te hebben betracht in de wijze waarop zij twee zaken van klagers hebben behandeld. De Raad van Discipline heeft klagers 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9 niet-ontvankelijk verklaard voor zover de klacht is gericht op het geschil met de familie A. De raad heeft de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het hof sluit zich aan bij dat oordeel van de raad. De klacht is ook in hoger beroep op alle klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:34 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-070/DB/ZWB
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 10-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:34
Voorzittersbeslissing. Klacht over handelen in strijd met meldingsplicht op grond van Wwft kennelijk-niet ontvankelijk omdat uit de overgelegde stukken op geen enkele wijze is gebleken dat klager door het vermeend handelen van verweerder direct in zijn belang is getroffen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-887/AL/MN
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:61
voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager. Niet is gebleken van grievende uitlatingen, schending vertrouwelijkheid of onvoldoende professionele distantie van verweerder. Deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:182 Hof van Discipline 's Gravenhage 230012
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 27-10-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:182
De raad heeft klachtonderdelen a), b), c) en e) terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de klacht te laat is ingediend. Mogelijk waren op 2 november 2018 nog niet alle gevolgen van de verweten gedragingen aan klagers bekend, maar dat leidt niet tot een verlenging van de vervaltermijn. In de drie jaar waarin de vervaltermijn liep, zijn blijkens de eigen stellingen van klagers ook de gevolgen aan hen bekend geworden. Dat die gevolgen een doorlopend effect hebben en ook vandaag de dag nog een rol (kunnen) spelen, maakt dit niet anders. De beroepsgronden van klagers falen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:62 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-081/AL/NN
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 10-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:62
voorzittersbeslissing. Klacht over bestuurder van een kantoor. Verweerster was op de achtergrond op de hoogte van de weigering van een kantoorgenoot om wegens betalingsachterstand van klagers op grond van het kantoorbeleid op enig moment haar opdracht neer te leggen. Ook was verweerster als bestuurder op de hoogte van de gang van zaken bij de klachtenfunctionaris. Verweerster heeft naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gehandeld richting klagers. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:63 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-106/AL/GLD
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:63
voorzittersbeslissing. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht over verweerder omdat hij te laat heeft geklaagd. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is de voorzitter niet gebleken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-484/AL/NN/D
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:58
Verweerster heeft in drie zaken samengewerkt met een voormalige advocaten. Deze voormalige advocaat is vóór deze samenwerking door de Raad van Discipline van het tableau geschrapt en hij was ten tijde van deze samenwerking daarom geen advocaat meer. Desondanks heeft de voormalige advocaat deze zaken behandeld en dat gebeurde niet onder de verantwoordelijkheid van verweerster. Zij heeft in die zaken feitelijk slechts gefungeerd als doorgeefluik. Verweerster heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden onafhankelijkheid, deskundigheid en integriteit. De raad rekent dit verweerster zwaar aan. Bij de oplegging van de maatregel houdt de raad verder sterk rekening met het tuchtrechtelijke verleden van verweerster. De raad heeft haar tweemaal een voorwaardelijke schorsing opgelegd. Eén van die veroordelingen zag - net als de onderhavige zaak - mede op een samenwerking die ertoe heeft geleid dat zij niet volledig onafhankelijk is geweest en de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid en integriteit in gevaar heeft gebracht. Verder neemt de raad in aanmerking dat verweerster het verwijtbare van haar handelen niet inziet. Tijdens het onderzoek van de deken, in het door haar ingediende verweerschrift (waarin alle verwijzingen naar jurisprudentie onjuist of niet relevant zijn) en op de zitting van de raad heeft zij volhard in haar stelling dat zij op een correcte wijze heeft gehandeld. De raad is - rekening houdend met alle feiten en omstandigheden - van oordeel dat alleen kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke schorsing. De raad zal verweerster een schorsing opleggen voor de duur van twaalf weken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:47 Raad van Discipline Amsterdam 25-757/A/A 25-758/A/A
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:47
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. De raad stelt verder vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom niet-ontvankelijk. Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:31 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-452/DB/LI
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:31
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:48 Raad van Discipline Amsterdam 26-033/A/A
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:48
Voorzittersbeslissing. Klacht is (kennelijk) niet-ontvankelijk. Er is sprake van misbruik van recht en van een schending van het ne bis in idem-beginsel. Deze klacht ziet (wederom) op het handelen van verweerder in het geschil tussen klager en F. Daarnaast is (ook) sprake van een overschrijding van de termijn zoals genoemd in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:49 Raad van Discipline Amsterdam 25-903/A/A
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:49
Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de belangen van klager behartigd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Verweerder heeft klager adequaat geïnformeerd over hoe klagers zaak ervoor stond en welk verweer het beste kon worden gevoerd om ontruiming te voorkomen. Dat verweerder klager niet in al zijn wensen en eisen heeft gevolgd, leidt niet tot de conclusie dat verweerder is tekortgeschoten in zijn dienstverlening. Aan verweerder komt als dominus litis immers de vrijheid toe de zaak te behandelen zoals hem dat juist voorkomt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:50 Raad van Discipline Amsterdam 26-077/A/NH
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:50
Voorzittersbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk vanwege overschrijding driejaarstermijn.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:28 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-432/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:28
Dekenbezwaar. Ontvankelijkheid: Verweerder heeft aangevoerd dat de deken geen belang heeft bij beoordeling van het dekenbezwaar nu het alsnog verkrijgen van een stageverklaring, vereist om als advocaat hernieuwd op het tableau te kunnen worden ingeschreven, een feitelijke onmogelijkheid is geworden. Verweerder heeft daarnaast aangevoerd dat er evenmin een algemeen belang bestaat bij het verkrijgen van een inhoudelijk oordeel van de raad, omdat het onderwerp van het dekenbezwaar (integriteit en strafbare feiten) geen verfijning, verheldering of toelichting van de bestaande tuchtrechtspraak behoeft. De raad is van oordeel dat de deken wel ontvankelijk is. Dat de kans op een hernieuwde inschrijving van verweerder op het tableau thans reeds nihil is, maakt naar het oordeel van de raad niet dat de deken bij het vragen van een tuchtrechtelijke reactie geen belang (meer) heeft. Gezien de ernst van de door de rechtbank bewezen verklaarde strafbare feiten is het algemeen belang bij het geven van een tuchtrechtelijke reactie en het daarmee samenhangende signaal aan de beroepsgroep en het publiek naar het oordeel van de raad gegeven, ook indien die tuchtrechtelijke reactie geen verfijning, verheldering of toelichting van bestaande tuchtrechtspraak oplevert.Inhoudelijk: Verweerder heeft zich schuldig gemaakt aan de handel in cocaïne, het witwassen van grote geldbedragen en aan ondergronds bankieren, waarbij hij financiële regelgeving heeft overtreden, die bedoeld is om de integriteit van het betalingsverkeer in de maatschappij te waarborgen. Deze strafbare feiten zijn in het licht van de beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd en ondermijnen het vertrouwen in de advocatuur.Verweerder voldoet niet aan de in de Voda gestelde eisen om het beroep van advocaat uit te mogen oefenen, doordat hij niet beschikt over een verklaring van voltooide stage en doordat hij geen kantoor houdt. Verweerder heeft de belangen van zijn cliënten geschaad, althans heeft het risico genomen deze belangen te schaden, doordat hij heeft geweigerd zijn medewerking te verlenen aan een behoorlijke waarneming van zijn praktijk tijdens zijn detentie. De gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijten leveren een schending op van de kernwaarden van de advocatuur. Gegrond. Schrapping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:29 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-829/DB/MN
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:29
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder in of buiten rechte informatie heeft verstrekt waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat deze onjuist is, noch dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten. Als door klager erkend staat vast dat hij meerdere klachten tegen L heeft ingediend. Het stond verweerder vrij om in het kader van de behartiging van de belangen van zijn cliënt de context te schetsen in dat verband melding te maken van het aantal ingediende klachten. Verder staat vast dat het Openbaar Ministerie in de sepotbeslissing heeft vermeld dat niet tot de verdere vervolging van klager werd overgegaan omdat er naar het oordeel van het Openbaar Ministerie onvoldoende bewijs was. Klager heeft zich beklaagd over L omdat deze in de visie van klager aan de kinderen had moeten melden dat klager onschuldig was bevonden. Het was de taak van verweerder om namens L tegen die klacht verweer te voeren en in dat verband in het verweerschrift de feitelijke grondslag van die klacht te weerleggen. Dat heeft verweerder ook gedaan. Verweerder heeft namens L gesteld: “Daarin staat niet dat klager onschuldig is bevonden. Er staat dat er onvoldoende bewijs is. Dat is wezenlijk iets anders. Klager kon dus sowieso niet aan wie dan ook de mededeling doen dat klager onschuldig was bevonden.” Die stelling is niet feitelijk onjuist en mocht verweerder in het kader van de behartiging van de belangen van zijn cliënt poneren. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:45 Raad van Discipline Amsterdam 25-680/A/A
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:45
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is ongegrond. Onder verantwoordelijkheid van verweerster is een beroepsfout gemaakt door een termijn te laten verlopen. Niet iedere beroepsfout levert evenwel tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op. Verweerster heeft gedaan wat zij in de ontstane situatie als een redelijk handelend advocaat behoorde te doen. Zij heeft haar excuses aangeboden en daarna de noodzakelijke inspanningen verricht om de gemaakte fout te doen herstellen. Klager is gecompenseerd in de kosten en het is de raad niet gebleken dat klager verder nadelige gevolgen heeft ondervonden van het handelen van verweerster.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 109
- Volgende pagina zoekresultaten