Zoekresultaten 11-20 van de 71 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:151 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-838/AL/OV

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:152 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-851/AL/NN

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:153 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-852/AL/NN

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:146 Hof van Discipline 's Gravenhage 230316

    Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerder dat (I) hij in een bepaalde zaak in strijd met de kernwaarden deskundigheid en onafhankelijkheid heeft gehandeld en dat (II) hij ondanks herhaalde verzoeken van de deken heeft geweigerd voor nader onderzoek opgevraagde dossiers aan haar te verstrekken. De raad heeft het dekenbezwaar geheel gegrond verklaard en aan verweerder een deels voorwaardelijke schorsing van vier weken opgelegd. Verweerder komt in hoger beroep vooral op tegen de hoogte van de maatregel. Het hof ziet echter aanleiding een zwaardere maatregel op te leggen dan de raad. Schorsing twaalf weken. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-042/AL/MN

    Verweerder heeft ervoor gekozen om geen enkel stuk uit het strafdossier aan klager te verstrekken maar daarvan in briefvorm een samenvatting te geven. De raad is gebleken dat verweerder bij het maken van deze keuze het belang van klager heeft vooropgesteld door klager gezien zijn persoonlijke problematiek daarmee tegen zichzelf in bescherming te (willen) nemen. Dat sprake was van een risico op herhaling door klager van op de persoon gerichte bedreigende acties is gezien de eerdere gelijksoortige veroordelingen van klager voor de raad aannemelijk. Verweerder heeft daarnaast met zijn keuze ook de belangen van de in het strafdossier genoemde personen tegen acties van klager beschermd en aldus een zorgvuldige afweging gemaakt. Klager heeft zich tegen deze werkwijze van verweerder ook niet verzet. Pas na het verstrijken van de hoger beroep termijn heeft klager bij verweerder zijn strafdossier opgevraagd. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder toen weigeren, mede gelet op de omstandigheden zoals hiervoor vermeld, om het strafdossier alsnog aan klager af te geven. Verweerder heeft de belangen van klager op zorgvuldige wijze behartigd. Daarmee oordeelt de raad alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:147 Hof van Discipline 's Gravenhage 230245

    Het betreft hier een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft klager bijgestaan in een tweetal strafzaken. Klager verwijt verweerster (ernstige) steken te hebben laten vallen in de dienstverlening. Beroep klager niet-ontvankelijk voor zover hij zich richt tegen de gegrond verklaarde klacht en maatregel en voor zover in het hoger beroep nieuwe klachten of klachtonderdelen zijn toegevoegd. Beroep klager slaagt voor wat betreft klachtonderdeel g). In dit klachtonderdeel verwijt klager verweerster dat zij heeft geprobeerd om (zijn neef en zaakswaarnemer) P te beschadigen en/of onrust te veroorzaken, door een WhatsAppbericht aan klager te sturen met een afbeelding met daarin de tekst: "Fijne vriend hoor. Hij is het haasje". Verweerster zou daarmee op P. doelen, aldus klager. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat klager wel ontvankelijk is in zijn klacht, nu dit bericht aan klager is gericht en voor zover klager stelt door dit bericht te zijn geraakt. De klacht is echter ongegrond, nu de lat van het tuchtrechtelijk laakbaar handelen niet met de inhoud van dit WhatsAppbericht wordt gehaald. Waar klager herhaalt (mede) namens zijn familie te klagen, onderschrijft het hof de niet-ontvankelijkverklaring van de raad. Bekrachtiging beslissing raad voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:110 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-106/DH/DH 24-120/DH/DH/D

    Klachtzaak en samenhangend dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft zich in zijn correspondentie met een kwetsbare cliënt (seksueel) grensoverschrijdend gedragen. Verweerder heeft kennelijk geprobeerd een affectieve en/of seksuele relatie met klaagster aan te gaan. Hij is daarbij uit het oog verloren dat daar in de advocaat-cliënt relatie zeer terughoudend en prudent mee moet worden omgegaan, te meer in het geval van een kwetsbare cliënt. Verweerder heeft kennelijk geprobeerd een affectieve en/of seksuele relatie met klaagster aan te gaan. Hij is daarbij uit het oog verloren dat daar in de advocaat-cliënt relatie zeer terughoudend en prudent mee moet worden omgegaan, te meer in het geval van een kwetsbare cliënt. De raad gaat ervan uit dat deze zeer ernstige fout eenmalig is, waarom wordt volstaan met een stok achter de deur. Vier weken schorsing voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:111 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-158/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een contractueel geschil deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond vanwege gebrek aan onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-323/AL/MN

    Voorzittersbeslissing over een klacht over de advocaat van de wederpartij. Het stond verweerster naar het oordeel van de voorzitter vrij om af te gaan op hetgeen haar cliënt haar had verteld over de vermeende incidenten tijdens de uitvoering van de zorgregeling en over de aangifte van stalking door zijn toenmalige partner tegen klaagster en partner en dit in haar processtukken op te nemen. Dat er toen meteen al een aanleiding voor verweerster was om naar de door haar cliënt geschetste feitelijke gang van zaken zelf onderzoek te doen, zoals klaagster stelt, is de voorzitter niet gebleken. Concrete feiten die dat onderbouwen, zijn niet door klaagster gesteld. 4.4 Dat verweerster met haar woordgebruik in de processtukken zich onnodig grievend heeft uitgelaten over klaagster of de belangen van klaagster anderszins onnodig of onevenredig heeft geschaad, is de voorzitter uit de stukken verder niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:112 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-266/DH/DH/TUL

    Afwijzing vordering ex artikel 48e Advocatenwet (tenuitvoerlegging). Verweerder heeft tijdens de proeftijd de algemene voorwaarde overtreden. De raad is echter van oordeel dat verweerder een allerlaatste kans moet worden geboden. Tenuitvoerlegging op dit moment niet proportioneel.