We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 21-30 van de 2699 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:217 Hof van Discipline 's Gravenhage 260034 

    Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Het verzoek van klaagster ziet het aanwijzen van een advocaat die haar belangen in de procedure betreffende het verlenen van een zorgmachtiging in de volle breedte behartigt. Klaagster is van mening dat de rechtbank onbevoegd was om nog enige beschikking te wijzen en zij vindt daarom dat de beschikking van 18 december 2025 onbevoegd is genomen. Voor het aanvechten van die beschikking heeft klaagster om een advocaat verzocht. Het hof is, overeenkomstig het standpunt van de deken, van oordeel dat klaagster met het instellen van cassatie niet kon bereiken wat zij wilde, namelijk de vernietiging van de beslissing van de rechtbank Den Haag van 18 december 2025. Dit betekent dat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos was geworden. De deken heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat toewijzing van een (stam)advocaat niet zal leiden tot een samenwerking waarin klaagster vertrouwen in heeft. Gelet op de voorgeschiedenis, waarin reeds meermalen -zowel door de deken als door de rechtbank- een advocaat is aangewezen, onderschrijft het hof dit standpunt van de deken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-639/AL/OV

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:218 Hof van Discipline 's Gravenhage 260068V

    Verzet tegen voorzittersbelissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Verweerster heeft er terecht op gewezen dat klaagster in haar verzetschrift expliciet toegeeft dat, en waarom, het haar bedoeling is om met haar klacht tegen verweerster dier dekenvisie aan de orde te stellen. Wat in verzet naar voren is gebracht, is daarmee een herhaling van wat klaagster aan haar klacht tegen verweerster ten grondslag heeft gelegd en daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-775/AL/OV

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-397/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiegeschil. Niet blijkt dat verweerder de telefoon en laptop in bezit heeft gekregen. Ook wat betreft de door verweerder ingediende stukken blijkt niet van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:151 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-339/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht omdat zij geen belang heeft bij de klacht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-048/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop. Voor zover de klacht wel ontvankelijk is getuigt de bijstand zoals geschetst, niet van een kwaliteit van dienstverlening die onder de maat blijft van wat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht. De klacht, voor zover ontvankelijk, is dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:152 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-834/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder is een zitting vergeten, waardoor hij te laat arriveerde en de zaak niet met klaagster heeft kunnen voorbespreken voorafgaand aan de zitting. Klaagster had eerder juist om een voorbespreking gevraagd. Dat laatste is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:146 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-565/DH/DH/D

    Verzoek artikel 60ab en 60b van de Advocatenwet. Verweerder heeft er blijk van gegeven zijn praktijk al een langere periode niet behoorlijk uit te (kunnen) oefenen. Zo hebben zijn cliënten en kantoorgenoten langdurig geen contact met hem kunnen leggen en is hij meermaals niet op zittingen verschenen. Afspraken met de deken over de gesignaleerde praktijkvoering hebben niet geleid tot verbetering. Toewijzing verzoek artikel 60b van de Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-684/DB/LI 26-031/DB/LI 26-230/DB/LI

    Raadsbeslissing. Gevoegde behandeling van klachten. De raad heeft in de klachtzaken 26-031/DB/LI en 26-230/DB/LI meerdere wezenlijke tekortkomingen in de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder vastgesteld. In de zaak 25-684/DB/LI heeft verweerder in zijn brief van 28 maart 2025 onjuiste stellingen geponeerd. Met het handelen van verweerder is het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De onderhavige klachtzaak staat bovendien niet op zichzelf. Verweerder is reeds meerdere malen tuchtrechtelijk veroordeeld. Verweerder heeft zijn kerntaak als rechtsbijstandsverlener ernstig veronachtzaamd. Zowel bij gelegenheid van het onderzoek naar de klacht door de deken als in de procedure bij de raad heeft verweerder er echter onvoldoende blijk van gegeven inzicht te hebben in het kwalijke van zijn handelen. In de zaak 26-031/DB/LI heeft verweerder klager, de deken en de raad in strijd met de waarheid bericht dat hij reeds een dagvaarding aan klagers wederpartij had doen uitbrengen. In de zaak 26-230/DB/LI heeft verweerder de herhaalde verzoeken van de deken om te dupliceren onbeantwoord gelaten. Verweerder heeft meerdere malen om aanhouding van de door de raad bepaalde mondelinge behandeling gevraagd en gekregen, maar is uiteindelijk zonder opgaaf van redenen niet ter zitting van de raad verschenen. Blijkbaar ziet verweerder de ernst van de situatie niet in. De raad heeft ook, gezien de opstelling van verweerder, grote zorgen over een goede belangenbehartiging van toekomstige cliënten van verweerder. De raad is van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerder de praktijk als advocaat nog langer uitoefent. Gelet op alle feiten en omstandigheden is de raad van oordeel dat de maatregel van schrapping van het tableau de enige passende maatregel voor verweerder is.