Zoekresultaten 11-20 van de 2565 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:71 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-377/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:71
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft gehandeld binnen de ruime vrijheid die hij heeft bij het behartigen van de belangen van zijn klacht. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:65 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-428/DB/OV/W
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 08-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:65
Wraking
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:140 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-347/AL/MN
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 08-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:140
voorzittersbeslissing. Volgens klaagster heeft verweerder zonder opdracht van de cliënte zelfstandig een zaak tegen klaagster opgestart. Naar het oordeel van de voorzitter heeft klaagster geen eigen belang bij haar klacht, zodat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk wordt verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:72 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-374/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:72
Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde over de uitlating van een advocaat op een zitting. Verweerder heeft het dienstig mogen achten om toe te lichten wat de ervaringen van de VvE zijn met de bewoner van het appartement, die kennelijk klaagster betreft. Meegewogen wordt dat de naam van klaagster daarbij niet is genoemd, zodat de uitlating ook niet direct aan de persoon van klaagster werd gekoppeld. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:66 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-306/DB/OB
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:66
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-294/DB/LI
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:73
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij namens NN in de randnummer 38 tot en met 41 van de conclusie van antwoord van 10 juli 2025 een apert onjuist en onpleitbaar verweer gevoerd en gehandhaafd. Verweerder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. De voorzitter is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom hij het nodig vond om in de gerechtelijke procedure de rechtsgeldigheid van de cessie te betwisten en dit verweer (ook nadat klaagster nadere stukken had ingediend) te handhaven. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:67 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-324/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:67
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De tuchtrechtelijke verwijten over de verzonden declaraties zijn deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond, omdat niet van excessief declareren is gebleken en omdat verweerder wel degelijk op klagers bezwaren heeft gereageerd. De klacht dat verweerder klager ten onrechte heeft geadviseerd om te schikken is kennelijk ongegrond omdat van onjuiste advisering niet is gebleken.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:68 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-326/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:68
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij een overeenkomst van geldlening in het geding heeft gebracht, terwijl hij wist of behoorde te weten dat dit stuk vals was. Naar het oordeel van de voorzitter is uit de overgelegde stukken niet gebleken dat verweerder reden had om te twijfelen aan de authenticiteit van de overeenkomst van geldlening. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:175 Hof van Discipline 's Gravenhage 260039
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:175
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. Het hof is, overeenkomstig het standpunt van de deken, van oordeel dat van een aan te wijzen advocaat in de resterende tijd tussen het moment dat het verzoek van klaagster in behandeling kon worden genomen en de datum waarop de cassatietermijn zou verstrijken, redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat deze het dossier zou opvragen, bestuderen, een cassatieadvies zou uitbrengen en - in geval van een positief advies - een verzoekschrift met cassatiemiddelen zou opstellen en indienen bij de Hoge Raad. Dit betekent dat klaagsters doel – een rechtsmiddel instellen – niet meer kon worden bereikt, zodat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos was geworden. Op die grond dient het beklag van klaagster al te worden afgewezen. Verder is het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut, maar mag dit aan beperkingen worden onderworpen. Ook in dit geval komt de beslissing van de deken niet in strijd met artikel 6 EVRM omdat, ook wanneer rechtsbijstand noodzakelijk is om het recht op toegang tot de rechter effectief te doen zijn, de aanspraak daarop niet onbegrensd is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:169 Hof van Discipline 's Gravenhage 250448
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 08-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:169
De klacht gaat over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsgeschil. Klaagster komt geen beroep toe op gedragsregel 15 (belangenverstrengeling). Verweerster heeft geen onduidelijkheid laten ontstaan voor welke partij zij optrad. De civielrechtelijke veroordeling dat B&S jegens klaagster onrechtmatig heeft gehandeld leidt niet zonder meer tot gegrondverklaring van de klacht over verweerster. Verweerster was geen partij in die procedure en geen onderdeel van de onderzoekscommissie van B&S. De tuchtrechter is ook niet zonder meer aan een uitspraak van een civiele rechter gebonden omdat de tuchtrechter oordeelt vanuit een ander kader (artikel 46 Advocatenwet) dan de civiele rechter. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad die de klacht ongegrond heeft verklaard.