Zoekresultaten 51-100 van de 144 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:18 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-403/AL/MN

    Raadsbeslissing. Voortzetting op grond van artikel 47a lid 2 onder a Advocatenwet. Verweerder heeft voor de betaling door zijn cliënt van zijn declaratie een recht van hypotheek aanvaard als zekerheid voor de betaling van die declaraties. Het is een advocaat op grond van gedragsregel 19 lid 1 niet toegestaan voor de betaling van zijn declaratie andere zekerheid te aanvaarden dan een voorschot in geld, behoudens in bijzondere gevallen en dan slechts na overleg met de deken. In het onderhavige geval heeft verweerder weliswaar overleg gehad met de deken, maar hij heeft niet aangetoond wat deze zaak zo bijzonder maakt dat hij in afwijking van de gedragsregel een andere zekerheid voor betaling van zijn declaratie heeft aanvaard dan een voorschot in geld. Er was immers voldoende vermogen beschikbaar om de declaraties te voldoen, maar dit was enkel niet liquide. Daarop is door cliënt besloten een woning te verkopen om daarmee liquide middelen beschikbaar te hebben. Op die woning, die onderdeel was van de echtscheidingsprocedure tussen de cliënt en diens echtgenote, is – zonder toestemming van de eerste hypotheekhouder – kort voor de verkoop een recht van hypotheek gevestigd ten behoeve van (het kantoor van) verweerder. Maatregel: berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:19 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-106/AL/NN

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:20 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-227/AL/NN

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:21 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-181/AL/NN

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:22 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-740/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster een onjuiste versie van de conceptdagvaarding aan de advocaat van de wederpartij heeft gestuurd en dat zij heeft verzuimd wijzigingen en aanvullingen te verwerken in de (laatste en verzonden) conceptdagvaarding. Dat verweerster klager heeft beschuldigd van een “foute toon” blijkt niet uit de overgelegde stukken. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van haar vraag of klagers e-mails in het vervolg vriendelijker van toon kunnen zijn. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:23 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-761/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens een gebrek aan belang en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:24 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-765/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De gewraakte uitlatingen zijn niet onnodig grievend geweest. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:25 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-772/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klager en zijn juridisch adviseur hebben zich samen beklaagd over de handelwijze van verweerder in diens hoedanigheid van deken in het arrondissement Limburg bij behandeling van een klachtzaak van klager 2 over mr. I. Op grond van de stukken en gelet op het verweer is de voorzitter gebleken dat de beklaagde deken de Advocatenwet en de voor hem geldende Leidraad heeft gevolgd bij de behandeling van de klacht van klager 2. Evenmin is klachtwaardig dat de beklaagde deken in zijn aanbiedingsbrief aan de raad Den Bosch een summiere verwachting over de tuchtrechtelijke uitkomst van de klachtzaak van klager 2 over mr. I heeft vermeld. Ook dat heeft de beklaagde deken gedaan op grond van voor hem geldende regels. De voorzitter is er ambtshalve mee bekend dat klager 1 als juridisch adviseur ook namens andere cliënten vergelijkbare klachten heeft ingediend over verschillende dekens over vrijwel vergelijkbare gedragingen van die dekens, terwijl die dekens handelen conform de geldende regels. Zo ook in klachtzaak 23-780/AL/GLD waarin op dezelfde dag uitspraak wordt gedaan. De voorzitter wijst klager 1 erop dat hij er ernstig rekening mee moet houden dat een volgende klacht namens zichzelf en/of namens een cliënt over een deken over (ongeveer) dezelfde feiten en gedragingen niet meer in behandeling zal worden genomen door de deken en/of de raad c.q. de voorzitter vanwege misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:26 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-780/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klager en zijn juridisch adviseur - klager 2 - hebben zich samen beklaagd over de handelwijze van verweerder in diens hoedanigheid van deken in het arrondissement Rotterdam bij behandeling van klachtzaken van klager 1 over twee advocaten. Op grond van de stukken en gelet op het verweer is de voorzitter gebleken dat verweerder de Advocatenwet en de voor de hem geldende Leidraad heeft gevolgd bij de behandeling van de twee klachtzaken van klager 1. Zoals in de Leidraad staat kan een deken zijn verwachting uitspreken over het oordeel van de raad. Verweerder heeft gesteld dat van de Raad van Discipline Den Haag, waar hij zijn klachtdossiers moet aanbieden, wordt verwacht dat hij een dekenvisie geeft en dat hij dat daarom ook heeft gedaan na afronding van de onderzoeken. Daarnaast is de voorzitter uit de overgelegde correspondentie gebleken dat verweerder duidelijk met klager(s) heeft gecommuniceerd over het sluiten dan wel na repliek doorzenden van de klacht van klager 1 over een van de twee beklaagde advocaten, mr. R. Van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder is dan ook geen sprake. De voorzitter is er ambtshalve mee bekend dat klager 2 als juridisch adviseur ook namens andere cliënten vergelijkbare klachten heeft ingediend over verschillende dekens over vrijwel vergelijkbare gedragingen van die dekens, terwijl die dekens handelen conform de geldende regels. Zo ook in klachtzaak 23-772/AL/NN waarin op dezelfde dag uitspraak wordt gedaan. De voorzitter wijst klager 2 erop dat hij er ernstig rekening mee moet houden dat een volgende klacht namens zichzelf en/of namens een cliënt over een deken over (ongeveer) dezelfde feiten en gedragingen niet meer in behandeling zal worden genomen door de deken en/of de raad c.q. de voorzitter vanwege misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-782/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht omdat hij te laat heeft geklaagd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:28 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-798/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing over advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter stond het verweerster vrij en was het haar wettelijk toegestaan om ten behoeve van de procedure van haar cliënt een uittreksel van klaagster op te vragen. Daarnaast mocht verweerster afgaan op de van haar cliënte verkregen informatie zonder daar nader onderzoek naar te doen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:29 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-804/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. DE voorzitter verklaard de klacht van klaagster in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:30 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-774/AL/GLD 23-776/AL/GLD 23-777/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing in 3 samenhangende zaken. Klager beklaagt zich over het tekortschieten van verweerder en zijn kantoorgenoten in hun zorgplicht richting klager nadat zijn advocaat tevens kantoorgenoot van verweerders plotseling was overleden. Verweerder in klachtzaak 23-774 was toen geen advocaat meer zodat die klacht kennelijk niet-ontvankelijk is. Verweerders in klachtzaken 23-776 en 23-777 hoefden en konden de dossiers van klager bij hun kantoorgenoot niet over te nemen. Zij hebben zich ruim voldoende ingespannen om een andere advocaat buiten hun kantoor te vinden voor klager. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:31 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-344/AL/GLD

    Verzetbeslissing. Het verzet is niet tijdig door de raad ontvangen. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar, omdat de door klager aangevoerde omstandigheden voor risico van klager komen. Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:32 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-491/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Gelet op de conclusie van antwoord, waarin verweerder de eis in reconventie naar het oordeel van de raad voldoende heeft onderbouwd en toegelicht, is voor de raad niet komen vast te staan dat verweerder klager niet naar behoren heeft bijgestaan door de eis in reconventie ter zitting niet mondeling nog nader toe te lichten. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:33 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-270/AL/GLD

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:34 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-806/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster op deskundige wijze regie gevoerd in de behandeling van de zaak van klager. Daarbij heeft zij de belangen van klager voorop gesteld, zoals ook van een partijdig advocaat wordt verwacht. Verweerster heeft klager herhaaldelijk verzocht om meer bewijs zodat zij een kansrijke procedure voor hem kon starten. Ook heeft zij hem gewaarschuwd voor de risico's van een procedure. Na de met klager ontstane vertrouwensbreuk mocht en moest verweerster zich onttrekken. Naar het oordeel van de voorzitter heeft zij dat op zorgvuldige wijze gedaan, ook ten aanzien van haar verzoek om tussentijdse stopzetting van de toevoeging. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:35 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-830/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • Verzetzaken 23-483, 23-485, 23-486, 23-487, 23-535 en 23-536 Verzetbeslissing. Het per abuis verkeerde feitelijke uitgangspunt voor de aanvang van de vervaltermijn doet niet af aan de juistheid van het oordeel van de voorzitter dat de klachten tegen verweerders kennelijk niet-ontvankelijk zijn, omdat zij niet tijdig zijn ingediend. Na kennisname van de ter informatie aan haar toegestuurde klachtbrief, moet klaagster redelijkerwijs bekend worden verondersteld met de mogelijke belangenverstrengeling waarover zij meer dan drie jaar later heeft geklaagd. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:19 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-367/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:20 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-373/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:21 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-395/DH/DH

    Verzet gegrond. Verweerder heeft er onvoldoende zorg voor gedragen dat het verzoekschrift werd ingetrokken. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:22 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-371/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:23 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-561/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Klacht voor het overige ongegrond. Vaststaat dat de proceskostenveroordelingen zijn voldaan. Desondanks heeft verweerster deze meegenomen in haar voorstel voor de financiële afwikkeling en in haar dagvaarding. Het is slordig dat verweerster niet zelf is nagegaan of de proceskostenveroordelingen reeds waren betaald. Gezien de omstandigheden geen sprake van klachtwaardig handelen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:24 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-577/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Wat door klaagsters naar voren is gebracht, wettigt niet de conclusie dat sprake is geweest van ondoelmatig procederen. Dit deel van de klacht is ongegrond. Wel heeft verweerder zich in zijn processtukken meerdere keren onnodig grievend uitgelaten over een collega-advocaat. Hij heeft vergaande verwijten aan haar adres in zijn stukken opgenomen. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:25 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-654/DH/DH 23-655/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat deels gegrond. Verweerder heeft te vroeg ingebrekestellingen verstuurd waardoor klager dwangsommen is misgelopen. Ook heeft verweerder een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken zonder klagers instemming en heeft verweerder een zaak geschikt zonder klagers instemming. De raad houdt er rekening mee dat verweerder in alle gevallen zijn best heeft gedaan om de kwestie met klager op te lossen en hem financieel te compenseren. Overige verwijten ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:26 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-886/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Het rechtszekerheidsbeginsel verzet zich ertegen dat met een klacht die eerder is ingetrokken, voor de tweede maal een klachtprocedure wordt gestart.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:27 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-867/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Geen sprake van onzorgvuldig cassatieadvies. Verweerder niet gehouden cassatie in te stellen na negatief cassatieadvies. Geen sprake van onzorgvuldige facturering.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:28 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-860/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Negatief cassatieadvies betekent niet dat verweerder klachtwaardig heeft gehandeld. Verweerder heeft ook binnen een redelijke termijn aan de opdracht van klager voldaan. Verweerder was niet gehouden om namens klager bij de Hoge Raad uitstel te vragen voor het instellen van cassatie, omdat zijn werkzaamheden voor klager met het uitbrengen van het cassatieadvies reeds waren beëindigd. Het enkele feit dat verweerder in zijn communicatie met klager de achternaam van klager een paar keer onjuist heeft gespeld, is niet tuchtrechtrechtelijk verwijtbaar en kan niet tot de conclusie leiden dat verweerder klager kleinerend of respectloos heeft behandeld. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:29 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-492/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft zijn cliënt niet gewaarschuwd om een vonnis niet te executeren vanwege de gesloten vaststellingsovereenkomst, maar heeft klager zelfs gefeliciteerd met het positieve resultaat. Klager heeft hierdoor de indruk gekregen dat hij het vonnis mocht executeren, waardoor een kort geding tegen hem is gestart om dit te voorkomen. Ook heeft verweerder op de koop toegenomen dat bijzondere persoonsgegevens van klager bij derden terecht zouden komen. Verweerder heeft onvoldoende duidelijke financiële afspraken gemaakt met klager. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:30 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-641/DH/RO/D

    Verzoek art. 8e Advocatenwet toegewezen. Verweerder oefent al sinds 2020 niet meer duurzaam en stelselmatig het beroep van advocaat uit. De raad schrapt verweerder van het tableau op grond van artikel 8e Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:31 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-517/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klager onvoldoende gewezen op de gevolgen van het afzien van de toevoeging. Niet gebleken dat verweerder onvoldoende deskundig heeft gehandeld door een procedure tegen de Staat aan te spannen, om ervoor te zorgen dat eerder werd beslist in de procedure voor een inreisvisum. Wel heeft verweerder zijn geheimhoudingsplicht geschonden door het incassobureau teveel informatie te verstrekken over klager, heeft hij zonder toestemming gelden verrekenend en contant geld aangenomen. Ook heeft verweerder onbetamelijk gehandeld door ongeoorloofde druk op klager uit te oefenen met het dreigen van aangifte als de civiele en tuchtprocedures niet werden ingetrokken. Schorsing van 26 weken onvoorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:32 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-889/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over onnodig grieven en onjuiste uitlatingen door advocaat wederpartij in een familiezaak kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:33 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-888/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door, onder verwijzing naar de inmiddels verstreken bewaartermijn, niet aan klagers verzoek tot afgifte van de dossiers te voldoen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:34 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-057/DH/NH/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:35 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-513/DH/RO

    Verzet ongegrond. Hoewel in de voorzittersbeslissing een feitelijke onjuistheid staat, is de beoordeling van de voorzitter niet mede op dat onjuiste feit gebaseerd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:36 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-473/DH/DH

    Klacht over napleiten door de advocaat wederpartij in een familiezaak. Verwijt is dat verweerster bij het indienen/reageren op een herstelverzoek (ogv artikel 31 en 32 Rv) met nieuwe argumenten en gezichtspunten achteraf heeft geprobeerd de rechtbank tot een andere beslissing te wenden. De raad is van oordeel dat in de eerste brief geen nieuwe feiten naar voren zijn gebracht. In het licht van de specifieke omstandigheden van het geval acht de raad ook de tweede brief niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Hoewel verweerster had kunnen volstaan met de stelling dat de afspraak niet was gemaakt, begrijpt de raad dat verweerster met de gegeven informatie heeft willen illustreren dat het namens klager gevraagde niet overeengekomen was. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:37 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-416/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:38 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-862/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Klager 1 is niet bevoegd om ook namens de Vereniging van Eigenaren te klagen, zodat klager 2 kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. Van een belangenconflict is de voorzitter op basis van de stukken niet gebleken. Evenmin heeft de voorzitter kunnen vaststellen dat verweerder de rechter onjuist heeft ingelicht. Klacht van klager 1 is dan ook kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:39 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-861/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet komen vast te staan dat verweerder misbruik heeft gemaakt van procesrecht of feiten heeft vermeld waarvan hij wist dat die onjuist waren. Evenmin gebleken dat verweerder zich op ontoelaatbare wijze persoonlijk in het geschil heeft gemengd en onvoldoende professionele distantie in acht heeft genomen. Niet tuchtwaardig verwijtbaar gehandeld door in opdracht van zijn cliënten een tweede verlengingsverzoek bij de rechtbank in te dienen. Het is bovendien niet gebleken dat verweerder klager op onnodige kosten heeft gejaagd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:40 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-920/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de (voormalig) eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerder heeft meermalen duidelijk aan klager laten weten dat hij hem niet meer bijstond en dat klager een andere advocaat diende te zoeken. Dat verweerder niet ter zitting is verschenen en/of klager niet op de hoogte heeft gesteld van de zitting is dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:41 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-090/DH/RO

    Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:17 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-881/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Omdat niet is gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden verklaart de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-855/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Uit hetgeen klaagster op het door haar ingevulde klachtformulier naar voren heeft gebracht is de voorzitter niet gebleken dat de klacht betrekking heeft op het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van advocaat. De voorzitter heeft voorts in de overgelegde stukken geen aanknopingspunten gevonden voor de bevoegdheid van de tuchtrechter. Voor het advocaten tuchtrecht is ter zake hetgeen klaagster aan de orde wil stellen geen rol weggelegd. Raad kennelijk onbevoegd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:19 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-792/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat in een strafzaak. Verweerder heeft voldoende toegelicht dat hij geen bewijsverweer hoefde te voeren, omdat klager zijn daden had bekend. Niet gebleken dat verweerder te laat of niet verscheen op de afspraken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-059/DB/LI

    Toewijzing 60ab-verzoek. Schending van aan een gedetineerde cliënt opgelegde beperkingen. De raad is met de deken van oordeel dat uit de overgelegde stukken, waaronder de melding van de plv. hoofdofficier van justitie en het door de politie opgestelde proces-verbaal, en het ter zitting verhandelde voldoende blijkt dat sprake is van een ernstig vermoeden van een handelen door verweerder waardoor enig door artikel 46 beschermd belang ernstig is geschaad of dreigt te worden geschaad. Ondanks een eerdere tuchtrechtelijke veroordeling en langdurige schorsing wegens het handelen in strijd met aan een gedetineerde cliënt opgelegde beperkingen, heeft verweerder zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan handelen in strijd met aan een gedetineerde cliënt opgelegde beperkingen. Gezien het recidiverende karakter van verweerders misdragingen, in samenhang bezien met verweerders houding ter zitting, die geen blijk gaf van inzicht in de klachtwaardigheid van zijn handelen, bestaat een reële dreiging van nieuwe misdragingen. Er is naar het oordeel van de raad op grond van het voorgaande sprake van een dusdanig spoedeisend belang dat enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang schorsing met onmiddellijke ingang vergt.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:21 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-626/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Ambtshalve voortzetting. In de klachtonderdelen 1, 2 en 3 maakt klaagster verweerder verwijten ten aanzien van geldbedragen die zijn overgeschreven van haar budgetbeheerrekening naar verweerders kantoorrekening en het niet aan klaagster terugbetalen van die geldbedragen. Dit gestelde normschendend gedrag raakt de in artikel 10a Advocatenwet vastgestelde kernwaarde van (financiële) integriteit. Gelet hierop is de raad van oordeel dat er redenen zijn van algemeen belang om de behandeling van de klachtonderdelen 1, 2 en 3 voort te zetten. De raad ziet geen redenen van algemeen belang voor voortzetting van de overige klachtonderdelen 4 tot en met 8.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:22 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-664/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door, ofschoon klaagster reeds een bedrag van € 8.532,50 had voldaan, jegens klaagster executiemaatregelen te treffen. Verweerster heeft voor het niet opmerken van de ontvangst van het bedrag van € 8.532,50 haar excuses aangeboden en heeft na ontdekking van die fout het beslag direct laten opheffen. Ook heeft verweerster ter zitting van de raad verklaard dat zij haar kantoororganisatie heeft aangepast zodat de ontvangst van een betaling niet meer over het hoofd wordt gezien. Deze feiten en omstandigheden maken naar het oordeel van de raad dat kan worden afgezien van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-719/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft ten overstaan van de rechtbank ten onrechte de suggestie gewekt dat een bedrag op haar derdengeldrekening was bijgeschreven, waardoor klager in zijn belangen is geschaad. Ter zitting van de raad heeft verweerster er geen blijk van gegeven het onjuiste van haar handelen in te zien. Rekening houdend met alle omstandigheden is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-308/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond, deels ongegrond. Een opdrachtbevestiging ontbreekt, zodat een omschrijving van de opdracht, een inschatting van de goede en kwade kansen en een (eerste) advies of plan van aanpak niet schriftelijk zijn vastgelegd. Verweerder heeft tussen eind maart 2022 en eind juli 2022 onvoldoende concrete actie ondernomen, terwijl de zaak dit wel verlangde en klaagster ook meerdere malen op concrete actie heeft aangedrongen. Verweerder is tekort geschoten in de advisering van klaagster, heeft onvoldoende voortvarendheid betracht en heeft onvoldoende duidelijk met klaagster gecommuniceerd. Aldus heeft verweerder niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Het gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen heeft betrekking op de kernwaarde deskundigheid. Rekening houdend met alle omstandigheden is de raad van oordeel dat de oplegging van een waarschuwing passend en geboden is.