Zoekresultaten 1-50 van de 144 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:10 Raad van Discipline Amsterdam 23-789/A/A
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 22-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:10
Voorzittersbeslissing; Klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft de grenzen van de vrijheid die hij als advocaat wederpartij geniet niet overschreden. Van intimidatie door verweerder is niet gebleken. Klacht is in zoverre kennelijk ongegrond. Voor zover verweerder onvoldoende professionele distantie tot zijn cliënte wordt verweten, is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster heeft geen rechtstreeks eigen belang bij een klacht hierover.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:17 Raad van Discipline Amsterdam 23-554/A/A
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 22-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:17
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat als onderzoeker is in alle onderdelen ongegrond. Er bestond een klassieke adviesrelatie tussen de opdrachtgever en verweerster. Verweerster moet daarom worden aangemerkt als de partijdige belangenbehartiger en vertrouwenspersoon van haar opdrachtgever en de kernwaarden, als ook de overige gedragsregels voor advocaten, zijn daarom onverkort van toepassing op haar handelen. Aan de hand van die maatstaf is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerster.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:11 Raad van Discipline Amsterdam 23-828/A/A
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 22-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:11
Voorzittersbeslissing; Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege de termijnoverschrijding van drie jaar en gedeeltelijk k.o. Verweerster is in haar bijstand aan haar cliënte binnen de grenzen gebleven van de vrijheid die zij als advocaat van de wederpartij geniet. Zij heeft geen onnodig grievende uitlatingen gedaan over klaagster of zaken naar voren gebracht die apert onjuist zijn.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:18 Raad van Discipline Amsterdam 23-566/A/A
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 22-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:18
Raadsbeslissing. Nu klager zijn klacht niet van een onderbouwing heeft voorzien en ter zitting ook niet is verschenen om hierop een nadere toelichting te geven, is de raad van oordeel dat de klacht mede gelet het gevoerde verweer onvoldoende onderbouwd is. Tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder heeft de raad niet kunnen vaststellen. De klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:10 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-490/AL/NN
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 08-01-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:10
Raadsbeslissing. Klacht slaagt deels. Verweerder heeft zich onnodig grievend over klager uitgelaten. Berisping
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:12 Raad van Discipline Amsterdam 23-842/A/A
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 22-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:12
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht. Verweerder heeft niet klachtwaardig gehandeld door zijn weigering een kortgedingprocedure te starten namens klager. Verweerder heeft toegelicht dat hij geen kans van slagen zag in het opstarten van de kortgedingprocedure. Verweerder is niet verplicht om een zaak in behandeling te nemen en moet dat helemaal niet doen wanneer hij geen heil ziet in de zaak.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:11 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-592/AL/GLD
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 08-01-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:11
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft meerdere door zijn cliënt zelf opgestelde stukken gecombineerd tot één stuk. Het ging daarbij om een samenwerkingsovereenkomst tussen de besloten vennootschap van de cliënt en een andere vennootschap. Inhoudelijk heeft verweerder daar weinig aan veranderd; hij heeft een enkele tekstsuggestie gedaan. De overeenkomst is buiten de aanwezigheid van verweerder door de beide partijen getekend. Toen later een derde partij tot het samenwerkingsverband wilde toetreden hebben partijen dat zelf geregeld. Enkele jaren later is één van de vennootschappen uit het samenwerkingsverband gestapt. Dat heeft geleid tot een aantal gerechtelijke procedures waarbij verweerder optrad voor de overblijvende vennootschappen. De klacht richt zich er (onder meer) op dat bij verweerder sprake zou zijn van belangenverstrengeling als bedoeld in gedragsregel 15. Dit klachtonderdeel is ongegrond: de werkzaamheden van verweerder bij het tot stand komen van de samenwerkingsovereenkomst waren zeer beperkt. Met de toetreding van de derde partij heeft verweerder helemaal geen bemoeienis gehad. Klaagster is geen cliënt van verweerder en is dat ook nooit geweest. Ook de andere klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:379 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-404/AL/MN
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:379
Naar het oordeel van de raad heeft verweerder met zijn uitlatingen in zijn e-mail aan klager de grenzen van het betamelijke overschreden. Waar verweerder gezien de bewogen voorgeschiedenis tussen partijen misschien nog net binnen die grenzen van het betamelijke handelde met zijn opmerking dat klager zich richting zijn cliënten ontpopte als een 'relentless agressive predator', heeft verweerder met de verdere opmerking in diezelfde e-mail, dat klager eigenlijk voorgoed achter slot en grendel zou moeten verdwijnen, zeker die grenzen alsnog overschreden. Daarnaast heeft verweerder in strijd met gedragsregel 25 gehandeld door zonder toestemming klager aan te schrijven terwijl klager werd bijgestaan door een advocaat. Het beroep van verweerder op de uitzondering van het tweede lid doet zich naar het oordeel van de raad in deze zaak niet voor. Verweerder had de brieven met aanzegging met rechtsgevolg tot de advocaat van klager kunnen richten. Bovendien heeft verweerder zich in die rechtstreekse brieven aan klager niet beperkt tot de aanzegging van het rechtsgevolg, maar ook uitvoerig het standpunt van zijn cliënten toegelicht. Dat laatste was onnodig en had verweerder, zeker in de situatie waarbij het geschil tussen partijen escaleerde, in zijn correspondentie aan de advocaat van klager moeten doen. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:13 Raad van Discipline Amsterdam 23-845/A/A
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 22-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:13
Voorzittersbeslissing; De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk. Ingevolge de rechtspraak van het Hof van Discipline (zie uitspraken van 5 juli 2013, ECLI:NL:TAHVD:2013:4 en van 30 mei 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:117) verzet het rechtszekerheidsbeginsel zich ertegen dat met een klacht die eerder is ingetrokken, voor een tweede maal een klachtprocedure wordt gestart. Klager heeft eerder eenzelfde klacht over verweerders dienstverlening ingediend en daarna ingetrokken, waarna de deken het klachtdossier heeft gesloten. Verweerder mocht ervan uitgaan dat hij zich niet meer, ook niet op een later moment, bij de deken en de tuchtrechter hoefde te verweren tegen de verwijten die klager hem had gemaakt. Niet gebleken is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de klacht alsnog inhoudelijk door de voorzitter kan worden beoordeeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:12 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-716/AL/GLD
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 15-01-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:12
Klacht met betrekking tot gedragsregel 21 lid 3 Ongegrond. Deze gedragsregel bepaalt dat het een advocaat niet geoorloofd is om zich zonder toestemming van de wederpartij tot de rechter te wenden nadat om een uitspraak is gevraagd. De ratio hiervan is dat voorkomen moet worden dat een partij nog een poging doet om de rechter te beïnvloeden als de uitwisseling van de wederzijdse standpunten is afgerond. Handelen in strijd met deze gedragsregel is in beginsel handelen dat een behoorlijk advocaat niet betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet. Het staat vast dat in deze zaak door de rechtbank een uitspraakdatum is bepaald. Ook staat vast dat verweerder daarna – zonder toestemming van klager – zich in een e-mail tot de rechtbank heeft gewend. In die e-mail heeft verweerder – kort gezegd – geschreven dat hij er vanuit is gegaan dat zijn cliënte in de gelegenheid zou worden gesteld om haar zaak mondeling toe te lichten en hij heeft verzocht om pleidooi. De raad is van oordeel dat dit slechts een niet-inhoudelijk processueel verzoek betreft. Dit verzoek en de motivering kan dan ook niet worden gezien als napleiten waarop gedragsregel 21 lid 3 ziet. Dat betekent dat de raad van oordeel is dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Deze klacht wordt daarom ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:17 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-881/DB/LI
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 01-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:17
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Omdat niet is gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden verklaart de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:14 Raad van Discipline Amsterdam 23-142/A/NH
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 22-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:14
Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:380 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-523/AL/GLD
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:380
Eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster niet aangetoond dat klager tijdens een bespreking uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van zijn mogelijkheid om hoger beroep in te stellen. Klager betwist dat dit toen is besproken terwijl verweerster geen schriftelijk stuk heeft overgelegd waaruit haar andersluidende lezing van de gang van zaken blijkt. Naar het oordeel van de raad blijft dat voor risico van verweerster (gedragsregel 16). Voor deze gegronde klacht legt de raad een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:13 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-901/AL/GLD
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 15-01-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:13
Raadsbeslissing. Klacht van een advocaat. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de cliënt van klager te dagvaarden, zonder klager van dat voornemen in kennis te stellen. Gelet op de ernst van dit handelen en de omstandigheid dat verweerster niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is de raad van oordeel dat de oplegging van een waarschuwing passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-855/DB/LI
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 01-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:18
Voorzittersbeslissing. Uit hetgeen klaagster op het door haar ingevulde klachtformulier naar voren heeft gebracht is de voorzitter niet gebleken dat de klacht betrekking heeft op het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van advocaat. De voorzitter heeft voorts in de overgelegde stukken geen aanknopingspunten gevonden voor de bevoegdheid van de tuchtrechter. Voor het advocaten tuchtrecht is ter zake hetgeen klaagster aan de orde wil stellen geen rol weggelegd. Raad kennelijk onbevoegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:15 Raad van Discipline Amsterdam 23-366/A/A
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 22-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:15
Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:14 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-452/AL/MN
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 15-01-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:14
Klager heeft eerst via mediation geprobeerd om zijn echtscheiding te regelen. Dat is niet gelukt, op een deelafspraak over de zorgregeling na. Verweerder heeft klager daarna bijgestaan in de procedure. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder terecht geweigerd om een e-mail van partijen aan de mediator, met daarin een afspraak over de zorgregeling, niet in de procedure te overleggen. Die e-mail viel naar het oordeel van de raad onder het tussen partijen afgesproken geheimhoudingsbeding in het kader van de mediation. Daarnaast heeft verweerder klager op voldoende wijze ingelicht en bovendien diens belangen op deskundige wijze behartigd door daarover ook voldoende te communiceren. Of mogelijk sprake was van losse eindjes, verschrijvingen of slordigheden of het vergeten van bewijsstukken ten nadele voor klager in het processtuk van verweerder, kan de tuchtrechter niet beoordelen. Dat oordeel is voorbehouden aan de civiele rechter. Van excessief declareren is de raad niet gebleken. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:16 Raad van Discipline Amsterdam 23-499/A/A
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 22-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:16
Raadsbeslissing. Verweerder heeft een arrest van het Hof naast zich neergelegd en heeft gehandeld uit eigen gewin. Ondanks het ondubbelzinnige arrest van het Hof heeft verweerder vastgehouden aan de uitvoering van het vernietigde vonnis en de hiermee gepaard gaande executie van de woning, als ook aan de inning van de opbrengt hiervan op zijn rekeningen. Daarmee heeft verweerder laakbaar gehandeld. Verweerder heeft met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Dat wordt hem door de raad zwaar aangerekend. Mede gelet ook op zijn tuchtrechtelijk verleden acht de raad een maatregel van een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken passend en gebonden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:25 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-654/DH/DH 23-655/DH/DH
- Datum publicatie: 02-02-2024
- Datum uitspraak: 29-01-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:25
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat deels gegrond. Verweerder heeft te vroeg ingebrekestellingen verstuurd waardoor klager dwangsommen is misgelopen. Ook heeft verweerder een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken zonder klagers instemming en heeft verweerder een zaak geschikt zonder klagers instemming. De raad houdt er rekening mee dat verweerder in alle gevallen zijn best heeft gedaan om de kwestie met klager op te lossen en hem financieel te compenseren. Overige verwijten ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:19 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-367/DH/DH
- Datum publicatie: 02-02-2024
- Datum uitspraak: 29-01-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:19
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:20 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-373/DH/RO
- Datum publicatie: 02-02-2024
- Datum uitspraak: 29-01-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:20
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:21 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-395/DH/DH
- Datum publicatie: 02-02-2024
- Datum uitspraak: 29-01-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:21
Verzet gegrond. Verweerder heeft er onvoldoende zorg voor gedragen dat het verzoekschrift werd ingetrokken. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:22 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-371/DH/DH
- Datum publicatie: 02-02-2024
- Datum uitspraak: 29-01-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:22
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:23 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-561/DH/RO
- Datum publicatie: 02-02-2024
- Datum uitspraak: 29-01-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:23
Raadsbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Klacht voor het overige ongegrond. Vaststaat dat de proceskostenveroordelingen zijn voldaan. Desondanks heeft verweerster deze meegenomen in haar voorstel voor de financiële afwikkeling en in haar dagvaarding. Het is slordig dat verweerster niet zelf is nagegaan of de proceskostenveroordelingen reeds waren betaald. Gezien de omstandigheden geen sprake van klachtwaardig handelen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:24 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-577/DH/DH
- Datum publicatie: 02-02-2024
- Datum uitspraak: 29-01-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:24
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Wat door klaagsters naar voren is gebracht, wettigt niet de conclusie dat sprake is geweest van ondoelmatig procederen. Dit deel van de klacht is ongegrond. Wel heeft verweerder zich in zijn processtukken meerdere keren onnodig grievend uitgelaten over een collega-advocaat. Hij heeft vergaande verwijten aan haar adres in zijn stukken opgenomen. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:262 Hof van Discipline 's Gravenhage 220246
- Datum publicatie: 06-02-2024
- Datum uitspraak: 22-12-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:262
Intrekking hoger beroep door verweerster. Vaststelling ingangsdatum proeftijd door hof ivm maatregel voorwaardelijke schorsing door raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:19 Raad van Discipline Amsterdam 23-351/A/A
- Datum publicatie: 06-02-2024
- Datum uitspraak: 29-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:19
Raadsbeslissing; Verweerder heeft wegens schending van gedragsregel 15 in strijd gehandeld met artikel 46 Advocatenwet. Ook heeft verweerder de kernwaarden partijdigheid en vertrouwelijkheid neergelegd in artikel 10a Advocatenwet geschonden. De raad heeft vastgesteld dat de Hamburgse vestiging van het kantoor van verweerder van 2013 tot in 2020 bijstand heeft verleend aan klaagster. Op grond van gedragsregel 15 lid 6 stond het verweerder, die deel uitmaakt van hetzelfde samenwerkingsverband (het kantoor) als zijn collega’s van de Hamburgse vestiging daarom in beginsel niet vrij om op te treden tegen klaagster als voormalig cliënte van het kantoor in Hamburg. Van het uitgangspunt ‘geen bijstand, tenzij’ kan de advocaat op grond van gedragsregel 15 lid 3 alleen afwijken als is voldaan aan elk van drie hierin genoemde voorwaarden. Daaraan is niet voldaan. Hoewel uit de stellingen van verweerder weliswaar volgt dat het niet gaat om één en dezelfde zaak, hangen de zaken waarin het Hamburgse kantoor klaagster heeft bijgestaan wel nauw samen met de zaken waarin verweerder tegen klaagster optreedt. Ook is komen vast te staan dat het Hamburgse kantoor beschikt over vertrouwelijke informatie die relevant zou kunnen zijn voor de zaken die verweerder thans behandelt tegen klaagster. Dat deze informatie niet met verweerder is gedeeld door het Hamburgse kantoor, is niet relevant. Het in gedragsregel 15 neergelegde verbod vereist niet dat de (voormalig) advocaat de aan hem toevertrouwde informatie daadwerkelijk gebruikt. De enkele mogelijkheid dat de (voormalig) advocaat genoemde informatie kan gebruiken bij het behartigen van een tegenstrijdig belang is al voldoende om de vertrouwensrelatie tussen cliënt en advocaat te ondermijnen (Hof van Discipline 26 januari 2018, 170212, ECLI:NL:TAHVD:2018:12). Tot slot geldt dat vast is komen te staan dat klaagster bezwaren heeft geuit en dat klaagsters bezwaren naar het oordeel van de raad gelet op al hetgeen is overwogen ook redelijk zijn. De raad ziet in deze omstandigheden ondanks het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder aanleiding een berisping op te leggen met kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:20 Raad van Discipline Amsterdam 23-502/A/A
- Datum publicatie: 06-02-2024
- Datum uitspraak: 29-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:20
Raadsbeslissing; Klacht over de advocaat wederpartij. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Verweerster heeft in strijd met gedragsregel 15 lid 1 gehandeld door voor de vader op te treden in een procedure waarin klagers (de kinderen) hebben verzocht tot ondercuratelestelling van hun vader, terwijl klagers zich eerder over de situatie van hun vader hebben laten adviseren door een kantoorgenoot van verweerster. Aangezien verweerster zich zodra zij hierop is aangesproken aan de zaak heeft onttrokken, zij een schoon tuchtrechtelijk verleden heeft en inmiddels geen advocaat meer is, is volstaan met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:21 Raad van Discipline Amsterdam 23-503/A/A
- Datum publicatie: 06-02-2024
- Datum uitspraak: 29-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:21
Raadsbeslissing; Klacht over de dienstverlening eigen advocaat gedeeltelijk gegrond. De raad is van oordeel dat verweerster voorafgaand aan het aannemen van de zaak van klager onvoldoende zorgvuldig heeft onderzocht of het haar gelet op gedragsregel 15 vrijstond de zaak van klager aan te nemen. Hierdoor heeft verweerster zich op een later moment weer aan de zaak moeten onttrekken. De raad acht verweersters handelwijze hierin niet zorgvuldig en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar. Aangezien verweerster heeft laten weten geen aanspraak meer te maken op haar declaratie, een schoon tuchtrechtelijk verleden heeft en inmiddels geen advocaat meer is, wordt volstaan met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:22 Raad van Discipline Amsterdam 23-652/A/A 23-653/A/A
- Datum publicatie: 06-02-2024
- Datum uitspraak: 29-01-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:22
Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben in de dagvaardingsprocedure stellingen ingenomen waarvan zij wisten of behoorden te weten dat deze in strijd met de waarheid zijn. Verweerders hebben in strijd met gedragsregel 8 gehandeld en daarmee niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet. Aan verweerders is een waarschuwing met kostenveroordeling opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:15 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-314/AL/NN
- Datum publicatie: 08-02-2024
- Datum uitspraak: 07-02-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:15
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:381 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-995/AL/GLD
- Datum publicatie: 08-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:381
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:38 Hof van Discipline 's Gravenhage 230380
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 08-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:38
Verzoek tot verwijzing van een klacht tegen de deken en een medewerker van het ordebureau afgewezen. De medewerker is geen advocaat, zodat de deken geen bevoegdheid heeft om onderzoek te doen naar de klacht. De klacht tegen de deken is in feite gericht tegen een beslissing in een andere klachtzaak die bovendien ter beoordeling voorligt aan de appelinstantie. Het recht om een klacht tegen de deken in te stellen is daarvoor niet bedoeld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:32 Hof van Discipline 's Gravenhage 230314
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:32
Art. 13. Termijnoverschrijding indienen beklag verschoonbaar. De deken heeft abusievelijk een onjuist postadres vermeld in haar beslissing, waardoor niet kan worden vastgesteld of klager tijdig beklag heeft gedaan. Het gebruik van een onjuist postadres kan klager niet worden tegengeworpen. Dat de brief is gericht aan de deken en niet het hof, doet hier niets aan af. Beklag ongegrond. Klager heeft voor dezelfde zaak opnieuw verzocht om aanwijzing van een advocaat. Daarbij zijn door klager geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een andere beoordeling leiden dan die van het hof in de beslissing van 23 mei 2016 (ECLI:NL:TAHVD:2016:91). Het hof komt met de deken tot de conclusie dat het beklag ongegrond moet worden verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:39 Hof van Discipline 's Gravenhage 230150
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:39
Verweerder is ingeschakeld voor een gezamenlijke adviesaanvraag van klager en de cliënt van verweerder. Verweerder heeft erop gewezen dat hij voor zijn cliënt optreedt en dat het belang van zijn cliënt in geval van eventueel conflicterende belangen voorrang zal krijgen. Verweerder heeft deze boodschap verschillende malen en ook schriftelijk herhaald. Verweerder heeft niet geschreven dat hij een gezamenlijk advies zou uitbrengen. Verweerder heeft volgens het hof aan klager voldoende duidelijk gemaakt dat hij voor zijn cliënt optrad en daarnaast was ten tijde van de gezamenlijke advies aanvraag geen sprake van a priori tegenstrijdige belangen. Verweerder heeft bij klager niet de indruk gewekt dat hij ook de belangenbehartiger van klager was. Het hof vernietigt de door de raad gegrond verklaarde klacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:34 Hof van Discipline 's Gravenhage 230298
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:34
Beklag tegen beslissing Deken ongegrond verklaard. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen, is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem bijstand te verlenen. Niet in geschil is dat klager geen advocaat heeft gevonden om rechtsbijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het al dan niet aanwijzen van een advocaat. Daarbij voorziet art. 13 Advw. er niet in om een advocaat aan te wijzen die in alle opzichten aan de wensen van klager zal gaan voldoen (vergelijk HvD 8 december 2000, 3199 en 14 mei 2018, 180005). Het feit dat in dit geval een aangewezen advocaat niet bereid is om de door klager gewenste procedures te starten of processtrategie te volgen, als gevolg waarvan de opdracht al dan niet door klager wordt beëindigd, komt dan ook voor rekening van klager. Er lijkt sprake te zijn van een patroon. Beëindiging van de opdracht door toedoen van klager betekent dan ook klager geen recht aan art. 13 Advw kan ontlenen op aanwijzing van (weer) een andere advocaat. Deken heeft het verzoek tot aanwijzing van een advocaat op goede gronden afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:35 Hof van Discipline 's Gravenhage 230292
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:35
Beklag op grond van artikel 13 Advw ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:36 Hof van Discipline 's Gravenhage 230008
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:36
Ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor krediet na echtscheiding. Bekrachtiging ongegrondverklaring door raad van klacht over dienstverlening van en communicatie met eigen advocaat.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:19 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-792/DB/LI
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 08-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:19
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat in een strafzaak. Verweerder heeft voldoende toegelicht dat hij geen bewijsverweer hoefde te voeren, omdat klager zijn daden had bekend. Niet gebleken dat verweerder te laat of niet verscheen op de afspraken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:37 Hof van Discipline 's Gravenhage 220228
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:37
Klacht over optreden van eigen advocaat in appelprocedure is door de raad grotendeels ongegrond verklaard. Alleen het klachtonderdeel, dat betrekking had op het te laat toesturen van de concept Memorie van Grieven en het ongewijzigd indienen van die memorie, is gegrond verklaard met waarschuwing. Het hoger beroep van klager tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen faalt. Ambtshalve verhoogt het hof de aan verweerder opgelegde maatregel tot een berisping, zulks zonder proceskostenveroordeling in hoger beroep, omdat verweerder in de uitspraak van de raad had berust.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:382 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-297/AL/MN
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:382
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:23 Raad van Discipline Amsterdam 23-907/A/A
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:23
Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem beginsel. klager heeft voor de tweede keer een klacht ingediend over verweerder. Beide klachten hebben betrekking op hetzelfde voortslepende feitencomplex, namelijk het langdurige (echtscheidings)geschil dat speelt tussen klager en de ex-echtgenote en waarin verweerder de ex-echtgenote als advocaat bijstand verleent. De eerste klacht over verweerder is bij (inmiddels onherroepelijke) beslissing kennelijk ongegrond verklaard. En hoewel de huidige klacht in een iets andere vorm is gegoten en van een latere datum is, komt het verwijt aan verweerders adres (in essentie) op hetzelfde neer. Het ne bis in idem (weergegeven onder r.o. 4.1), dat dient ter bescherming van advocaten tegen herhaalde klachten over in de kern hetzelfde feitencomplex, brengt naar het oordeel van de voorzitter ook in dit geval mee dat klager niet een tweede maal kan klagen over hetzelfde feitencomplex. Dat onderhavige klacht van een latere periode is dan de eerdere klacht, maakt dit niet anders. De doelen van het tuchtrecht zijn het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de advocatuur en bescherming tegen onzorgvuldig handelen van advocaten. Het tuchtrecht is er niet om onbeperkt ruimte te geven aan klagers om hun onvrede over advocaten telkens opnieuw, in iets andere vorm, maar met op hoofdlijnen dezelfde klachten, aan de orde te stellen. Van uitzonderlijke omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden is de voorzitter niet gebleken. Dat betekent dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:383 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-190/AL/MN
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:383
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-059/DB/LI
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:20
Toewijzing 60ab-verzoek. Schending van aan een gedetineerde cliënt opgelegde beperkingen. De raad is met de deken van oordeel dat uit de overgelegde stukken, waaronder de melding van de plv. hoofdofficier van justitie en het door de politie opgestelde proces-verbaal, en het ter zitting verhandelde voldoende blijkt dat sprake is van een ernstig vermoeden van een handelen door verweerder waardoor enig door artikel 46 beschermd belang ernstig is geschaad of dreigt te worden geschaad. Ondanks een eerdere tuchtrechtelijke veroordeling en langdurige schorsing wegens het handelen in strijd met aan een gedetineerde cliënt opgelegde beperkingen, heeft verweerder zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan handelen in strijd met aan een gedetineerde cliënt opgelegde beperkingen. Gezien het recidiverende karakter van verweerders misdragingen, in samenhang bezien met verweerders houding ter zitting, die geen blijk gaf van inzicht in de klachtwaardigheid van zijn handelen, bestaat een reële dreiging van nieuwe misdragingen. Er is naar het oordeel van de raad op grond van het voorgaande sprake van een dusdanig spoedeisend belang dat enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang schorsing met onmiddellijke ingang vergt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:24 Raad van Discipline Amsterdam 23-869/A/NH
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:24
Voorzittersbeslissing; klacht over het handelen van verweerster in haar hoedanigheid van deken is kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:26 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-886/DH/DH
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 07-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:26
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Het rechtszekerheidsbeginsel verzet zich ertegen dat met een klacht die eerder is ingetrokken, voor de tweede maal een klachtprocedure wordt gestart.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:384 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-300/AL/OV
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 11-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:384
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:25 Raad van Discipline Amsterdam 23-871/A/A
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:25
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Niet gebleken is dat verweerder zijn derdengeldrekening voor oneigenlijke doeleinden heeft gebruikt.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:27 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-867/DH/DH
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 07-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:27
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Geen sprake van onzorgvuldig cassatieadvies. Verweerder niet gehouden cassatie in te stellen na negatief cassatieadvies. Geen sprake van onzorgvuldige facturering.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:385 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-301/AL/OV
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 11-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:385
Ongegrond verzet.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- Pagina: 3
- Volgende pagina zoekresultaten