Zoekresultaten 1-50 van de 144 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:10 Raad van Discipline Amsterdam 23-789/A/A

    Voorzittersbeslissing; Klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft de grenzen van de vrijheid die hij als advocaat wederpartij geniet niet overschreden. Van intimidatie door verweerder is niet gebleken. Klacht is in zoverre kennelijk ongegrond. Voor zover verweerder onvoldoende professionele distantie tot zijn cliënte wordt verweten, is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster heeft geen rechtstreeks eigen belang bij een klacht hierover.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:11 Raad van Discipline Amsterdam 23-828/A/A

    Voorzittersbeslissing; Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege de termijnoverschrijding van drie jaar en gedeeltelijk k.o. Verweerster is in haar bijstand aan haar cliënte binnen de grenzen gebleven van de vrijheid die zij als advocaat van de wederpartij geniet. Zij heeft geen onnodig grievende uitlatingen gedaan over klaagster of zaken naar voren gebracht die apert onjuist zijn.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:12 Raad van Discipline Amsterdam 23-842/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht. Verweerder heeft niet klachtwaardig gehandeld door zijn weigering een kortgedingprocedure te starten namens klager. Verweerder heeft toegelicht dat hij geen kans van slagen zag in het opstarten van de kortgedingprocedure. Verweerder is niet verplicht om een zaak in behandeling te nemen en moet dat helemaal niet doen wanneer hij geen heil ziet in de zaak.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:13 Raad van Discipline Amsterdam 23-845/A/A

    Voorzittersbeslissing; De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk. Ingevolge de rechtspraak van het Hof van Discipline (zie uitspraken van 5 juli 2013, ECLI:NL:TAHVD:2013:4 en van 30 mei 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:117) verzet het rechtszekerheidsbeginsel zich ertegen dat met een klacht die eerder is ingetrokken, voor een tweede maal een klachtprocedure wordt gestart. Klager heeft eerder eenzelfde klacht over verweerders dienstverlening ingediend en daarna ingetrokken, waarna de deken het klachtdossier heeft gesloten. Verweerder mocht ervan uitgaan dat hij zich niet meer, ook niet op een later moment, bij de deken en de tuchtrechter hoefde te verweren tegen de verwijten die klager hem had gemaakt. Niet gebleken is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de klacht alsnog inhoudelijk door de voorzitter kan worden beoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:14 Raad van Discipline Amsterdam 23-142/A/NH

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:15 Raad van Discipline Amsterdam 23-366/A/A

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:16 Raad van Discipline Amsterdam 23-499/A/A

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft een arrest van het Hof naast zich neergelegd en heeft gehandeld uit eigen gewin. Ondanks het ondubbelzinnige arrest van het Hof heeft verweerder vastgehouden aan de uitvoering van het vernietigde vonnis en de hiermee gepaard gaande executie van de woning, als ook aan de inning van de opbrengt hiervan op zijn rekeningen. Daarmee heeft verweerder laakbaar gehandeld. Verweerder heeft met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Dat wordt hem door de raad zwaar aangerekend. Mede gelet ook op zijn tuchtrechtelijk verleden acht de raad een maatregel van een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken passend en gebonden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:17 Raad van Discipline Amsterdam 23-554/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat als onderzoeker is in alle onderdelen ongegrond. Er bestond een klassieke adviesrelatie tussen de opdrachtgever en verweerster. Verweerster moet daarom worden aangemerkt als de partijdige belangenbehartiger en vertrouwenspersoon van haar opdrachtgever en de kernwaarden, als ook de overige gedragsregels voor advocaten, zijn daarom onverkort van toepassing op haar handelen. Aan de hand van die maatstaf is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:18 Raad van Discipline Amsterdam 23-566/A/A

    Raadsbeslissing. Nu klager zijn klacht niet van een onderbouwing heeft voorzien en ter zitting ook niet is verschenen om hierop een nadere toelichting te geven, is de raad van oordeel dat de klacht mede gelet het gevoerde verweer onvoldoende onderbouwd is. Tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder heeft de raad niet kunnen vaststellen. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:19 Raad van Discipline Amsterdam 23-351/A/A

    Raadsbeslissing; Verweerder heeft wegens schending van gedragsregel 15 in strijd gehandeld met artikel 46 Advocatenwet. Ook heeft verweerder de kernwaarden partijdigheid en vertrouwelijkheid neergelegd in artikel 10a Advocatenwet geschonden. De raad heeft vastgesteld dat de Hamburgse vestiging van het kantoor van verweerder van 2013 tot in 2020 bijstand heeft verleend aan klaagster. Op grond van gedragsregel 15 lid 6 stond het verweerder, die deel uitmaakt van hetzelfde samenwerkingsverband (het kantoor) als zijn collega’s van de Hamburgse vestiging daarom in beginsel niet vrij om op te treden tegen klaagster als voormalig cliënte van het kantoor in Hamburg. Van het uitgangspunt ‘geen bijstand, tenzij’ kan de advocaat op grond van gedragsregel 15 lid 3 alleen afwijken als is voldaan aan elk van drie hierin genoemde voorwaarden. Daaraan is niet voldaan. Hoewel uit de stellingen van verweerder weliswaar volgt dat het niet gaat om één en dezelfde zaak, hangen de zaken waarin het Hamburgse kantoor klaagster heeft bijgestaan wel nauw samen met de zaken waarin verweerder tegen klaagster optreedt. Ook is komen vast te staan dat het Hamburgse kantoor beschikt over vertrouwelijke informatie die relevant zou kunnen zijn voor de zaken die verweerder thans behandelt tegen klaagster. Dat deze informatie niet met verweerder is gedeeld door het Hamburgse kantoor, is niet relevant. Het in gedragsregel 15 neergelegde verbod vereist niet dat de (voormalig) advocaat de aan hem toevertrouwde informatie daadwerkelijk gebruikt. De enkele mogelijkheid dat de (voormalig) advocaat genoemde informatie kan gebruiken bij het behartigen van een tegenstrijdig belang is al voldoende om de vertrouwensrelatie tussen cliënt en advocaat te ondermijnen (Hof van Discipline 26 januari 2018, 170212, ECLI:NL:TAHVD:2018:12). Tot slot geldt dat vast is komen te staan dat klaagster bezwaren heeft geuit en dat klaagsters bezwaren naar het oordeel van de raad gelet op al hetgeen is overwogen ook redelijk zijn. De raad ziet in deze omstandigheden ondanks het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder aanleiding een berisping op te leggen met kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:20 Raad van Discipline Amsterdam 23-502/A/A

    Raadsbeslissing; Klacht over de advocaat wederpartij. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Verweerster heeft in strijd met gedragsregel 15 lid 1 gehandeld door voor de vader op te treden in een procedure waarin klagers (de kinderen) hebben verzocht tot ondercuratelestelling van hun vader, terwijl klagers zich eerder over de situatie van hun vader hebben laten adviseren door een kantoorgenoot van verweerster. Aangezien verweerster zich zodra zij hierop is aangesproken aan de zaak heeft onttrokken, zij een schoon tuchtrechtelijk verleden heeft en inmiddels geen advocaat meer is, is volstaan met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:21 Raad van Discipline Amsterdam 23-503/A/A

    Raadsbeslissing; Klacht over de dienstverlening eigen advocaat gedeeltelijk gegrond. De raad is van oordeel dat verweerster voorafgaand aan het aannemen van de zaak van klager onvoldoende zorgvuldig heeft onderzocht of het haar gelet op gedragsregel 15 vrijstond de zaak van klager aan te nemen. Hierdoor heeft verweerster zich op een later moment weer aan de zaak moeten onttrekken. De raad acht verweersters handelwijze hierin niet zorgvuldig en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar. Aangezien verweerster heeft laten weten geen aanspraak meer te maken op haar declaratie, een schoon tuchtrechtelijk verleden heeft en inmiddels geen advocaat meer is, wordt volstaan met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:22 Raad van Discipline Amsterdam 23-652/A/A 23-653/A/A

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben in de dagvaardingsprocedure stellingen ingenomen waarvan zij wisten of behoorden te weten dat deze in strijd met de waarheid zijn. Verweerders hebben in strijd met gedragsregel 8 gehandeld en daarmee niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet. Aan verweerders is een waarschuwing met kostenveroordeling opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:23 Raad van Discipline Amsterdam 23-907/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem beginsel. klager heeft voor de tweede keer een klacht ingediend over verweerder. Beide klachten hebben betrekking op hetzelfde voortslepende feitencomplex, namelijk het langdurige (echtscheidings)geschil dat speelt tussen klager en de ex-echtgenote en waarin verweerder de ex-echtgenote als advocaat bijstand verleent. De eerste klacht over verweerder is bij (inmiddels onherroepelijke) beslissing kennelijk ongegrond verklaard. En hoewel de huidige klacht in een iets andere vorm is gegoten en van een latere datum is, komt het verwijt aan verweerders adres (in essentie) op hetzelfde neer. Het ne bis in idem (weergegeven onder r.o. 4.1), dat dient ter bescherming van advocaten tegen herhaalde klachten over in de kern hetzelfde feitencomplex, brengt naar het oordeel van de voorzitter ook in dit geval mee dat klager niet een tweede maal kan klagen over hetzelfde feitencomplex. Dat onderhavige klacht van een latere periode is dan de eerdere klacht, maakt dit niet anders. De doelen van het tuchtrecht zijn het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de advocatuur en bescherming tegen onzorgvuldig handelen van advocaten. Het tuchtrecht is er niet om onbeperkt ruimte te geven aan klagers om hun onvrede over advocaten telkens opnieuw, in iets andere vorm, maar met op hoofdlijnen dezelfde klachten, aan de orde te stellen. Van uitzonderlijke omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden is de voorzitter niet gebleken. Dat betekent dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:24 Raad van Discipline Amsterdam 23-869/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over het handelen van verweerster in haar hoedanigheid van deken is kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:25 Raad van Discipline Amsterdam 23-871/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Niet gebleken is dat verweerder zijn derdengeldrekening voor oneigenlijke doeleinden heeft gebruikt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:26 Raad van Discipline Amsterdam 24-004/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht in beide onderdelen niet-ontvankelijk vanwege de termijnoverschrijding van drie jaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:27 Raad van Discipline Amsterdam 24-007/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat in een strafzaak; Verweerder heeft in voldoende mate voldaan aan de eisen van gedragsregel 16 lid 1.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:28 Raad van Discipline Amsterdam 24-010/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht tegen de advocaat van de wederpartij kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang voor klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:29 Raad van Discipline Amsterdam 23-827/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond. De verschillende klachtonderdelen zijn door klager deels onvoldoende onderbouwd en missen feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:30 Raad van Discipline Amsterdam 23-912/A/A

    Voorzittersbeslissing; Klacht betreft het handelen van verweerder als advocaat wederpartij. De klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:31 Raad van Discipline Amsterdam 24-015/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de dienstverlening door de (voormalig) eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerster heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:32 Raad van Discipline Amsterdam 24-019/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht tegen een advocaat die optreedt in een andere hoedanigheid is in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Uit niets blijkt dat verweerder met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur zou hebben geschaad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:379 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-404/AL/MN

    Naar het oordeel van de raad heeft verweerder met zijn uitlatingen in zijn e-mail aan klager de grenzen van het betamelijke overschreden. Waar verweerder gezien de bewogen voorgeschiedenis tussen partijen misschien nog net binnen die grenzen van het betamelijke handelde met zijn opmerking dat klager zich richting zijn cliënten ontpopte als een 'relentless agressive predator', heeft verweerder met de verdere opmerking in diezelfde e-mail, dat klager eigenlijk voorgoed achter slot en grendel zou moeten verdwijnen, zeker die grenzen alsnog overschreden. Daarnaast heeft verweerder in strijd met gedragsregel 25 gehandeld door zonder toestemming klager aan te schrijven terwijl klager werd bijgestaan door een advocaat. Het beroep van verweerder op de uitzondering van het tweede lid doet zich naar het oordeel van de raad in deze zaak niet voor. Verweerder had de brieven met aanzegging met rechtsgevolg tot de advocaat van klager kunnen richten. Bovendien heeft verweerder zich in die rechtstreekse brieven aan klager niet beperkt tot de aanzegging van het rechtsgevolg, maar ook uitvoerig het standpunt van zijn cliënten toegelicht. Dat laatste was onnodig en had verweerder, zeker in de situatie waarbij het geschil tussen partijen escaleerde, in zijn correspondentie aan de advocaat van klager moeten doen. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:380 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-523/AL/GLD

    Eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster niet aangetoond dat klager tijdens een bespreking uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van zijn mogelijkheid om hoger beroep in te stellen. Klager betwist dat dit toen is besproken terwijl verweerster geen schriftelijk stuk heeft overgelegd waaruit haar andersluidende lezing van de gang van zaken blijkt. Naar het oordeel van de raad blijft dat voor risico van verweerster (gedragsregel 16). Voor deze gegronde klacht legt de raad een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:381 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-995/AL/GLD

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:382 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-297/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:383 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-190/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:384 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-300/AL/OV

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:385 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-301/AL/OV

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:386 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-741/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster zich heeft schuldig gemaakt aan bedrog, valsheid in geschrifte, antedatering van de door mevrouw G ondertekende akte van berusting, laster en discriminatie. Van het feit dat verweerster heeft gesteld dat klager de akte van berusting niet op 13 september 2022 wilde ondertekenen kan haar geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het feit dat zij klager niet heeft geïnformeerd over het ondertekenen van de akte door mevrouw G is van onvoldoende gewicht om haar een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:387 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-702/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:388 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-745/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. In het klachtdossier heeft de voorzitter geen opdrachtbevestiging of correspondentie over de vermeende toezeggingen aan klaagster aangetroffen dat verweerder haar arbeidszaak voor haar zou gaan doen. Daarin zit ook geen toevoeging(saanvraag). Gelet op de gemotiveerde betwisting door verweerder komen naar het oordeel van de voorzitter geen feiten of omstandigheden vast te staan waaruit blijkt dat klaagster erop had mogen vertrouwen dat verweerder haar zaak daadwerkelijk zou gaan doen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:389 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-709/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:390 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-710/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:391 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-779/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:392 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-116/AL/GLD 23-117/AL/GLD 23-118/AL/GLD

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:393 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-444/AL/GLD

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:394 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-791/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:395 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-790/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:396 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-342/AL/NN

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:397 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-658/AL/MN

    In de klacht maken klaagsters verweerder – onder meer – een verwijt dat hij in strijd met gedragsregel 19 lid 1 heeft gehandeld door in afwijking van het advies van de deken een recht van hypotheek te doen vestigen. Dit gestelde normschendend gedrag raakt de in artikel 10a Advocatenwet vastgestelde kernwaarde van (financiële) integriteit. Gelet hierop is de raad van oordeel dat er redenen zijn van algemeen belang om de behandeling van de klacht over verweerder voort te zetten. Op grond van artikel 47a lid 4 Advocatenwet bepaalt de raad dat de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland voor het vervolg van deze zaak als klager wordt aangemerkt. De zaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voorafgaand aan de intrekking van de klacht door klaagsters.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:10 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-490/AL/NN

    Raadsbeslissing. Klacht slaagt deels. Verweerder heeft zich onnodig grievend over klager uitgelaten. Berisping

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:11 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-592/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft meerdere door zijn cliënt zelf opgestelde stukken gecombineerd tot één stuk. Het ging daarbij om een samenwerkingsovereenkomst tussen de besloten vennootschap van de cliënt en een andere vennootschap. Inhoudelijk heeft verweerder daar weinig aan veranderd; hij heeft een enkele tekstsuggestie gedaan. De overeenkomst is buiten de aanwezigheid van verweerder door de beide partijen getekend. Toen later een derde partij tot het samenwerkingsverband wilde toetreden hebben partijen dat zelf geregeld. Enkele jaren later is één van de vennootschappen uit het samenwerkingsverband gestapt. Dat heeft geleid tot een aantal gerechtelijke procedures waarbij verweerder optrad voor de overblijvende vennootschappen. De klacht richt zich er (onder meer) op dat bij verweerder sprake zou zijn van belangenverstrengeling als bedoeld in gedragsregel 15. Dit klachtonderdeel is ongegrond: de werkzaamheden van verweerder bij het tot stand komen van de samenwerkingsovereenkomst waren zeer beperkt. Met de toetreding van de derde partij heeft verweerder helemaal geen bemoeienis gehad. Klaagster is geen cliënt van verweerder en is dat ook nooit geweest. Ook de andere klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:12 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-716/AL/GLD

    Klacht met betrekking tot gedragsregel 21 lid 3 Ongegrond. Deze gedragsregel bepaalt dat het een advocaat niet geoorloofd is om zich zonder toestemming van de wederpartij tot de rechter te wenden nadat om een uitspraak is gevraagd. De ratio hiervan is dat voorkomen moet worden dat een partij nog een poging doet om de rechter te beïnvloeden als de uitwisseling van de wederzijdse standpunten is afgerond. Handelen in strijd met deze gedragsregel is in beginsel handelen dat een behoorlijk advocaat niet betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet. Het staat vast dat in deze zaak door de rechtbank een uitspraakdatum is bepaald. Ook staat vast dat verweerder daarna – zonder toestemming van klager – zich in een e-mail tot de rechtbank heeft gewend. In die e-mail heeft verweerder – kort gezegd – geschreven dat hij er vanuit is gegaan dat zijn cliënte in de gelegenheid zou worden gesteld om haar zaak mondeling toe te lichten en hij heeft verzocht om pleidooi. De raad is van oordeel dat dit slechts een niet-inhoudelijk processueel verzoek betreft. Dit verzoek en de motivering kan dan ook niet worden gezien als napleiten waarop gedragsregel 21 lid 3 ziet. Dat betekent dat de raad van oordeel is dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Deze klacht wordt daarom ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:13 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-901/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht van een advocaat. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de cliënt van klager te dagvaarden, zonder klager van dat voornemen in kennis te stellen. Gelet op de ernst van dit handelen en de omstandigheid dat verweerster niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is de raad van oordeel dat de oplegging van een waarschuwing passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:14 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-452/AL/MN

    Klager heeft eerst via mediation geprobeerd om zijn echtscheiding te regelen. Dat is niet gelukt, op een deelafspraak over de zorgregeling na. Verweerder heeft klager daarna bijgestaan in de procedure. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder terecht geweigerd om een e-mail van partijen aan de mediator, met daarin een afspraak over de zorgregeling, niet in de procedure te overleggen. Die e-mail viel naar het oordeel van de raad onder het tussen partijen afgesproken geheimhoudingsbeding in het kader van de mediation. Daarnaast heeft verweerder klager op voldoende wijze ingelicht en bovendien diens belangen op deskundige wijze behartigd door daarover ook voldoende te communiceren. Of mogelijk sprake was van losse eindjes, verschrijvingen of slordigheden of het vergeten van bewijsstukken ten nadele voor klager in het processtuk van verweerder, kan de tuchtrechter niet beoordelen. Dat oordeel is voorbehouden aan de civiele rechter. Van excessief declareren is de raad niet gebleken. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:15 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-314/AL/NN

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:16 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-739/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder, in zijn bijzondere positie als piketadvocaat, op deskundige wijze voor klager opgetreden op basis van de door hem van klager verkregen informatie met oog voor de belangen van klager. Daarbij mocht en moest verweerder zich onttrekken aan de zaak na de geconstateerde vertrouwensbreuk met klager. Die onttrekking heeft verweerder op zorgvuldige wijze gedaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:17 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-089/AL/ZWB/W

    Wrakingskamer. De wrakingskamer verklaart het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.