Zoekresultaten 51-100 van de 144 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:20 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-227/AL/NN
- Datum publicatie: 22-02-2024
- Datum uitspraak: 08-01-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:20
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-782/AL/MN
- Datum publicatie: 22-02-2024
- Datum uitspraak: 15-01-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:27
Voorzittersbeslissing. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht omdat hij te laat heeft geklaagd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:50 Hof van Discipline 's Gravenhage 230081 230082 230083 230084
- Datum publicatie: 21-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:50
Klacht door bestuurder en aandeelhouder van besloten vennootschap over advocaten die de andere twee aandeelhouders van de vennootschap hebben bijgestaan in een aandelengeschil. De raad heeft de bestuurder en aandeelhouder niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen belang zouden hebben bij het indienen van de klacht en ook niet door het vermeende tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen in hun belangen zouden zijn getroffen. Het hof oordeelt dat verzoekers in meerdere onderdelen van de klacht ontvankelijk zijn. Volgt vernietiging van de beslissing van de raad. De zaak wordt vervolgens aangehouden teneinde een inhoudelijke behandeling over de klachtonderdelen te bepalen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:31 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-517/DH/DH
- Datum publicatie: 21-02-2024
- Datum uitspraak: 19-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:31
Raadsbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klager onvoldoende gewezen op de gevolgen van het afzien van de toevoeging. Niet gebleken dat verweerder onvoldoende deskundig heeft gehandeld door een procedure tegen de Staat aan te spannen, om ervoor te zorgen dat eerder werd beslist in de procedure voor een inreisvisum. Wel heeft verweerder zijn geheimhoudingsplicht geschonden door het incassobureau teveel informatie te verstrekken over klager, heeft hij zonder toestemming gelden verrekenend en contant geld aangenomen. Ook heeft verweerder onbetamelijk gehandeld door ongeoorloofde druk op klager uit te oefenen met het dreigen van aangifte als de civiele en tuchtprocedures niet werden ingetrokken. Schorsing van 26 weken onvoorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:51 Hof van Discipline 's Gravenhage 220333
- Datum publicatie: 21-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:51
Klacht(onderdeel a) over de eigen advocaat alsnog ongegrond. Voor de beoordeling of een bepaalde verweten gedraging tuchtrechtelijk verwijtbaar is, moeten eerst de daaraan ten grondslag gelegde feiten worden vastgesteld. Het hof kan gelet op de tegenstelde verklaringen van klager en verweerder niet vaststellen wat er op 13 november 2020 is besproken en of de belastende Whatsappberichten op dat moment zijn doorgenomen en/of vragen naar aanleiding van deze berichten zijn geoefend. Aan het woord van klager en dat van verweerder wordt evenveel geloof gehecht. Voor nadere bewijsvoering ziet het hof geen aanleiding. Verweerder had wel een strategie en heeft ook overeenkomstig de wens van klager voor vrijspraak gepleit. Dat klager achteraf niet tevreden was over deze strategie en hij deze achteraf niet bruikbaar vond omdat volgens hem de zitting desastreus was verlopen, leidt er niet toe dat verweerder daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Niet gebleken is dat verweerder de zaak evident onjuist heeft aangepakt en de belangen van klager heeft verwaarloosd.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:32 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-889/DH/DH
- Datum publicatie: 21-02-2024
- Datum uitspraak: 21-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:32
Voorzittersbeslissing. Klacht over onnodig grieven en onjuiste uitlatingen door advocaat wederpartij in een familiezaak kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:52 Hof van Discipline 's Gravenhage 220331 220332
- Datum publicatie: 21-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:52
Klacht tegen bestuurders stichting derdengelden. Advocaten hebben in hun hoedanigheid van bestuurder van de stichting derdengelden een verrekening van een declaratie met derdengelden, waarvoor door de cliënt geen toestemming was verleend, geaccordeerd. Op basis van het kantoorbeleid mochten verweerders er niet van uitgaan dat de instemming voor verrekening door klaagster was gegeven. Bij gebrek aan een controlemechanisme in de huidige werkwijze, mocht van verweerders worden verwacht dat zij voordat zij de verrekening van de declaratie van klaagster met de derdengeldrekening accordeerden, controleerden of in dit dossier expliciete toestemming voor verrekening was gegeven en ook niet was ingetrokken. Bestuurders hebben een eigen verantwoordelijkheid om geen medewerking te verlenen aan handelingen die strijdig zijn met de bepalingen van afdeling 6.5 Voda. Verweerders hebben gehandeld in strijd met artikelen 6.19 lid 4 en 6.23 Verordening op de advocatuur. Het hof bekrachtigd de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:33 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-888/DH/DH
- Datum publicatie: 21-02-2024
- Datum uitspraak: 21-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:33
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door, onder verwijzing naar de inmiddels verstreken bewaartermijn, niet aan klagers verzoek tot afgifte van de dossiers te voldoen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:34 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-057/DH/NH/W
- Datum publicatie: 21-02-2024
- Datum uitspraak: 21-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:34
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:30 Raad van Discipline Amsterdam 23-912/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:30
Voorzittersbeslissing; Klacht betreft het handelen van verweerder als advocaat wederpartij. De klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:26 Raad van Discipline Amsterdam 24-004/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:26
Voorzittersbeslissing; klacht in beide onderdelen niet-ontvankelijk vanwege de termijnoverschrijding van drie jaar.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-719/DB/LI
- Datum publicatie: 20-02-2024
- Datum uitspraak: 19-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:23
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft ten overstaan van de rechtbank ten onrechte de suggestie gewekt dat een bedrag op haar derdengeldrekening was bijgeschreven, waardoor klager in zijn belangen is geschaad. Ter zitting van de raad heeft verweerster er geen blijk van gegeven het onjuiste van haar handelen in te zien. Rekening houdend met alle omstandigheden is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:27 Raad van Discipline Amsterdam 24-007/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:27
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat in een strafzaak; Verweerder heeft in voldoende mate voldaan aan de eisen van gedragsregel 16 lid 1.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-308/DB/OB
- Datum publicatie: 20-02-2024
- Datum uitspraak: 19-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:24
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond, deels ongegrond. Een opdrachtbevestiging ontbreekt, zodat een omschrijving van de opdracht, een inschatting van de goede en kwade kansen en een (eerste) advies of plan van aanpak niet schriftelijk zijn vastgelegd. Verweerder heeft tussen eind maart 2022 en eind juli 2022 onvoldoende concrete actie ondernomen, terwijl de zaak dit wel verlangde en klaagster ook meerdere malen op concrete actie heeft aangedrongen. Verweerder is tekort geschoten in de advisering van klaagster, heeft onvoldoende voortvarendheid betracht en heeft onvoldoende duidelijk met klaagster gecommuniceerd. Aldus heeft verweerder niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Het gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen heeft betrekking op de kernwaarde deskundigheid. Rekening houdend met alle omstandigheden is de raad van oordeel dat de oplegging van een waarschuwing passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:28 Raad van Discipline Amsterdam 24-010/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:28
Voorzittersbeslissing; klacht tegen de advocaat van de wederpartij kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang voor klager.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-585/DB/LI
- Datum publicatie: 20-02-2024
- Datum uitspraak: 19-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:25
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond, deels ongegrond. Door niet direct maar pas in een later stadium het deskundigenrapport grondig te bestuderen, de haalbaarheid van klaagsters zaak te beoordelen en de strategie met klaagster te bespreken heeft verweerster bij klaagster onjuiste verwachtingen gewekt. Dit tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen rechtvaardigt naar het oordeel van de raad oplegging van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:29 Raad van Discipline Amsterdam 23-827/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:29
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond. De verschillende klachtonderdelen zijn door klager deels onvoldoende onderbouwd en missen feitelijke grondslag.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:21 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-626/DB/ZWB
- Datum publicatie: 19-02-2024
- Datum uitspraak: 19-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:21
Raadsbeslissing. Ambtshalve voortzetting. In de klachtonderdelen 1, 2 en 3 maakt klaagster verweerder verwijten ten aanzien van geldbedragen die zijn overgeschreven van haar budgetbeheerrekening naar verweerders kantoorrekening en het niet aan klaagster terugbetalen van die geldbedragen. Dit gestelde normschendend gedrag raakt de in artikel 10a Advocatenwet vastgestelde kernwaarde van (financiële) integriteit. Gelet hierop is de raad van oordeel dat er redenen zijn van algemeen belang om de behandeling van de klachtonderdelen 1, 2 en 3 voort te zetten. De raad ziet geen redenen van algemeen belang voor voortzetting van de overige klachtonderdelen 4 tot en met 8.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:22 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-664/DB/OB
- Datum publicatie: 19-02-2024
- Datum uitspraak: 19-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:22
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door, ofschoon klaagster reeds een bedrag van € 8.532,50 had voldaan, jegens klaagster executiemaatregelen te treffen. Verweerster heeft voor het niet opmerken van de ontvangst van het bedrag van € 8.532,50 haar excuses aangeboden en heeft na ontdekking van die fout het beslag direct laten opheffen. Ook heeft verweerster ter zitting van de raad verklaard dat zij haar kantoororganisatie heeft aangepast zodat de ontvangst van een betaling niet meer over het hoofd wordt gezien. Deze feiten en omstandigheden maken naar het oordeel van de raad dat kan worden afgezien van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:49 Hof van Discipline 's Gravenhage 230007
- Datum publicatie: 19-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:49
Klacht tegen verweerder in hoedanigheid van bestuurder van B Beheer: Niet gebleken is dat er over de hoedanigheid van verweerder onduidelijkheid heeft kunnen bestaan bij klager of dat verweerder niet of niet adequaat reageert op e-mailberichten van klager. Dat verweerder direct en/of indirect betrokken is bij een groot aantal ernstige zaken en gedragingen kan niet worden vastgesteld. Evenmin kan worden vastgesteld dat verweerder schadeveroorzakend en/of in strijd met de belangen van de certificaathouders en de statuten heeft gehandeld. Dat verweerder onjuiste en zelfs valse documenten heeft aangeleverd, heeft klager niet onderbouwd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad (verkorte bekrachtiging).
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:45 Hof van Discipline 's Gravenhage 230328
- Datum publicatie: 16-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:45
Intrekking hoger beroep
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:46 Hof van Discipline 's Gravenhage 230060
- Datum publicatie: 16-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:46
Klacht over eigen advocaat. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat het verweerster vrij stond haar werkzaamheden voor klager te beëindigen. De raad heeft geen oordeel gegeven over het verwijt dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld doordat zij niet is verschenen op de zitting van 17 november 2020 en ook geen uitstel van de zitting heeft gevraagd. Het hof bespreekt dit klachtonderdeel alsnog en oordeelt dat het verweerster niet te verwijten valt dat zij vlak voor de zitting ziek werd. Verweerster heeft voldoende inspanningen verricht om uitstel van de mondelinge behandeling te krijgen, evenwel zonder succes. Niet is gebleken dat klager in zijn belangen is geschaad door het doorgaan van de mondelinge behandeling. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad en verklaart klachtonderdeel e) ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:47 Hof van Discipline 's Gravenhage 230062
- Datum publicatie: 16-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:47
Klacht over eigen advocaat. Klager heeft zich tot verweerder gewend met het verzoek om namens hem hoger beroep in te stellen. In de opdrachtbevestiging van verweerder ontbrak de geldende termijn voor het indienen van de memorie van grieven en een ‘spoorboekje’ voor klager van wat hij mocht verwachten en wanneer. Om deze reden is de opdrachtbevestiging volgens het hof onder de maat. Tussen klager en verweerder is vervolgens op een te laat moment contact geweest over het ontbreken van stukken, namelijk één dag voor het aflopen van de termijn voor het indienen van de memorie van grieven. Hierdoor was er onvoldoende tijd voor overleg en voor het opstellen van een behoorlijk processtuk. Vervolgens moest in één dag een memorie van grieven worden opgesteld die niet meer ter goedkeuring aan klager voorgelegd kon worden, en die naar het het hof voorkomt te algemeen en te summier was. De vraag of de ontbrekende stukken wel of niet konden worden aangeleverd (of al waren aangeleverd), acht het hof in dit geval niet ter zake doend, omdat hoe dan ook de tijd ontbrak om de discussie hierover tussen klager en verweerder nog te voeren. Het hof rekent dit verweerder aan, omdat het tot de verantwoordelijkheid van de advocaat gerekend moet worden dat termijnen bewaakt worden en dat tijdig overleg met de cliënt over in te dienen processtukken tot stand komt. Verweerder heeft vervolgens een zeer summiere en algemene memorie ingediend, waarmee verweerder het risico heeft gecreëerd dat klagers hoger beroep onvoldoende kansrijk was. Ook dit komt voor rekening van verweerder en is verwijtbaar. De klachtonderdelen a), b) en c) worden om deze reden door het hof alsnog gegrond verklaard. De alsnog gegrond verklaarde klachtonderdelen rechtvaardigen de maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:48 Hof van Discipline 's Gravenhage 230055 230056
- Datum publicatie: 16-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:48
Klacht tegen advocaat die de belangen behartigt van zijn kantoor en tegen dit kantoor. De raad heeft de klachten van klagers ongegrond verklaard. Klagers komen in beroep tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdelen c) en e). Klachtonderdeel c): Verweerders wordt verweten dat nadat een door verweerster sub 2 gemaakte fout was verjaard, verweerder sub 1 namens verweerster sub 2 een incassoprocedure is gestart tegen klagers. De raad heeft geoordeeld dat het verweerders vrijstond om een incassoprocedure te starten en zij hiermee binnen de grenzen van hun vrijheid als wederpartij zijn gebleven. Het hof ziet op basis van het onderzoek in hoger beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling van dit klachtonderdeel te komen dan die van de raad. Verkorte bekrachtiging. Klachtonderdeel e): Verweerder sub 1 wordt verweten dat hij grievende uitlatingen heeft gedaan over klager sub 1 in het tijdschrift Quote. Het hof stelt voorop dat de uitlatingen die verweerder sub 1 tegen de journalist van Quote over klager sub 1 heeft gedaan, moeten worden bezien in het licht van de historie die tussen partijen bestaat en tegen de achtergrond van het tussen partijen gerezen geschil over de betaling van declaraties. Het hof benadrukt dat van een advocaat, die de belangen behartigt van zijn kantoor (maatschap) in een (incasso)procedure tegen een (rechts)persoon, die hij eerder zelf als advocaat heeft bijgestaan, een grote mate van zorgvuldigheid verlangd mag worden. Er wordt vanuit gegaan dat verweerder sub 1 tegenover de journalist van Quote over klager sub 1 heeft gezegd dat ‘hij de tent heeft leeggetrokken’. Het hof is van oordeel dat voor verweerder sub 1 geen goede reden bestond om aan de journalist van Quote een dergelijke mededeling te doen, zo er überhaupt al aanleiding was om de journalist te woord te staan. Nu de vragen van de journalist betrekking hadden op (de middellijk bestuurder van) een voormalig cliënte van verweerster sub 2, had het voor verweerder sub 1 in de rede gelegen zich van commentaar te onthouden. Indien er desalniettemin aanleiding zou zijn geweest om op vragen van de betreffende journalist te reageren, had verweerder sub 1 zich terughoudend dienen op te stellen. Dat heeft hij niet gedaan. De uitlatingen van verweerder sub 1 waren naar het oordeel van het hof niet nodig, want zij dienden geen redelijk doel. De uitlatingen waren jegens klager sub 1 ook grievend, omdat niet gebleken is dat klager sub 1 AAA insolvabel heeft gemaakt. Het hof komt hiermee tot de conclusie dat verweerder sub 1 zich onnodig grievend over klager sub 1 heeft uitgelaten. Beroep deels gegrond en klachtonderdeel e) alsnog gegrond verklaard. In zoverre vernietiging van de uitspraak van de raad. Aan verweerder sub 1 wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:395 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-790/AL/NN
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 21-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:395
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:44 Hof van Discipline 's Gravenhage 220273 220274
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:44
Vernietiging beslissing raad. Klacht tegen advocaten in hoedanigheid van (mede)bestuurders van een advocatenkantoor. Het stond verweerders vrij om met werknemer een relatiebeding overeen te komen. Hof komt tot de conclusie dat verweerder bij hun handelen als de bestuurders van het advocatenkantoor, het vertrouwen in de advocaat niet hebben geschaad. Het hof weegt mee dat (i) verweerder 1 (in grote lijnen) bekend was met de zaak en de aangewezen advocaat was om de zaak over te nemen toen de werknemer zijn vertrek aankondigde. (ii) De beëindiging van de dienstverlening door de werknemer aan klager was niet ontijdig. Klager is hierdoor ook niet in zijn belangen geschaad. (iii) Verweerders hebben niet onvoorwaardelijk en onredelijk vastgehouden aan het beding. (iv) De belangen van klager is voldoende door verweerders behartigd. Zij hebben zijn belangen niet uit het oog verloren en steeds hun dienstverlening aangeboden en meegewerkt aan een spoedige overdracht van het dossier. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:396 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-342/AL/NN
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 22-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:396
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:16 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-739/AL/MN
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 08-01-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:16
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder, in zijn bijzondere positie als piketadvocaat, op deskundige wijze voor klager opgetreden op basis van de door hem van klager verkregen informatie met oog voor de belangen van klager. Daarbij mocht en moest verweerder zich onttrekken aan de zaak na de geconstateerde vertrouwensbreuk met klager. Die onttrekking heeft verweerder op zorgvuldige wijze gedaan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:393 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-444/AL/GLD
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 21-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:393
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:394 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-791/AL/NN
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 21-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:394
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:43 Hof van Discipline 's Gravenhage 220301
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:43
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster verwijt verweerster dat zij aan de rechtbank mededeling heeft gedaan over (de inhoud van) schikkingsonderhandelingen en dat zij daarbij het standpunt van klaagster onjuist heeft weergegeven. Het hof is met de raad van oordeel dat de gegrondheid van de klachten niet kan worden vastgesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar verbetert de gronden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:389 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-709/AL/MN
- Datum publicatie: 13-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:389
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:390 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-710/AL/MN
- Datum publicatie: 13-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:390
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:391 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-779/AL/MN
- Datum publicatie: 13-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:391
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:392 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-116/AL/GLD 23-117/AL/GLD 23-118/AL/GLD
- Datum publicatie: 13-02-2024
- Datum uitspraak: 21-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:392
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:387 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-702/AL/MN
- Datum publicatie: 13-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:387
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:388 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-745/AL/GLD
- Datum publicatie: 13-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:388
Voorzittersbeslissing. In het klachtdossier heeft de voorzitter geen opdrachtbevestiging of correspondentie over de vermeende toezeggingen aan klaagster aangetroffen dat verweerder haar arbeidszaak voor haar zou gaan doen. Daarin zit ook geen toevoeging(saanvraag). Gelet op de gemotiveerde betwisting door verweerder komen naar het oordeel van de voorzitter geen feiten of omstandigheden vast te staan waaruit blijkt dat klaagster erop had mogen vertrouwen dat verweerder haar zaak daadwerkelijk zou gaan doen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:382 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-297/AL/MN
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:382
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:23 Raad van Discipline Amsterdam 23-907/A/A
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:23
Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem beginsel. klager heeft voor de tweede keer een klacht ingediend over verweerder. Beide klachten hebben betrekking op hetzelfde voortslepende feitencomplex, namelijk het langdurige (echtscheidings)geschil dat speelt tussen klager en de ex-echtgenote en waarin verweerder de ex-echtgenote als advocaat bijstand verleent. De eerste klacht over verweerder is bij (inmiddels onherroepelijke) beslissing kennelijk ongegrond verklaard. En hoewel de huidige klacht in een iets andere vorm is gegoten en van een latere datum is, komt het verwijt aan verweerders adres (in essentie) op hetzelfde neer. Het ne bis in idem (weergegeven onder r.o. 4.1), dat dient ter bescherming van advocaten tegen herhaalde klachten over in de kern hetzelfde feitencomplex, brengt naar het oordeel van de voorzitter ook in dit geval mee dat klager niet een tweede maal kan klagen over hetzelfde feitencomplex. Dat onderhavige klacht van een latere periode is dan de eerdere klacht, maakt dit niet anders. De doelen van het tuchtrecht zijn het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de advocatuur en bescherming tegen onzorgvuldig handelen van advocaten. Het tuchtrecht is er niet om onbeperkt ruimte te geven aan klagers om hun onvrede over advocaten telkens opnieuw, in iets andere vorm, maar met op hoofdlijnen dezelfde klachten, aan de orde te stellen. Van uitzonderlijke omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden is de voorzitter niet gebleken. Dat betekent dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:383 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-190/AL/MN
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:383
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-059/DB/LI
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:20
Toewijzing 60ab-verzoek. Schending van aan een gedetineerde cliënt opgelegde beperkingen. De raad is met de deken van oordeel dat uit de overgelegde stukken, waaronder de melding van de plv. hoofdofficier van justitie en het door de politie opgestelde proces-verbaal, en het ter zitting verhandelde voldoende blijkt dat sprake is van een ernstig vermoeden van een handelen door verweerder waardoor enig door artikel 46 beschermd belang ernstig is geschaad of dreigt te worden geschaad. Ondanks een eerdere tuchtrechtelijke veroordeling en langdurige schorsing wegens het handelen in strijd met aan een gedetineerde cliënt opgelegde beperkingen, heeft verweerder zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan handelen in strijd met aan een gedetineerde cliënt opgelegde beperkingen. Gezien het recidiverende karakter van verweerders misdragingen, in samenhang bezien met verweerders houding ter zitting, die geen blijk gaf van inzicht in de klachtwaardigheid van zijn handelen, bestaat een reële dreiging van nieuwe misdragingen. Er is naar het oordeel van de raad op grond van het voorgaande sprake van een dusdanig spoedeisend belang dat enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang schorsing met onmiddellijke ingang vergt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:24 Raad van Discipline Amsterdam 23-869/A/NH
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:24
Voorzittersbeslissing; klacht over het handelen van verweerster in haar hoedanigheid van deken is kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:26 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-886/DH/DH
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 07-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:26
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Het rechtszekerheidsbeginsel verzet zich ertegen dat met een klacht die eerder is ingetrokken, voor de tweede maal een klachtprocedure wordt gestart.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:384 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-300/AL/OV
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 11-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:384
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:25 Raad van Discipline Amsterdam 23-871/A/A
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:25
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Niet gebleken is dat verweerder zijn derdengeldrekening voor oneigenlijke doeleinden heeft gebruikt.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:27 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-867/DH/DH
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 07-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:27
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Geen sprake van onzorgvuldig cassatieadvies. Verweerder niet gehouden cassatie in te stellen na negatief cassatieadvies. Geen sprake van onzorgvuldige facturering.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:385 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-301/AL/OV
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 11-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:385
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:40 Hof van Discipline 's Gravenhage 230019
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:40
Klacht over een kantoorgenoot van de eigen advocaat. Het hof bekrachtigd het oordeel van de raad. Klager heeft bij verweerder zijn ongenoegen geuit over het optreden van zijn advocaat. Verweerder had daarop sneller kunnen reageren, maar heeft met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. De klacht is daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:28 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-860/DH/DH
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 07-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:28
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Negatief cassatieadvies betekent niet dat verweerder klachtwaardig heeft gehandeld. Verweerder heeft ook binnen een redelijke termijn aan de opdracht van klager voldaan. Verweerder was niet gehouden om namens klager bij de Hoge Raad uitstel te vragen voor het instellen van cassatie, omdat zijn werkzaamheden voor klager met het uitbrengen van het cassatieadvies reeds waren beëindigd. Het enkele feit dat verweerder in zijn communicatie met klager de achternaam van klager een paar keer onjuist heeft gespeld, is niet tuchtrechtrechtelijk verwijtbaar en kan niet tot de conclusie leiden dat verweerder klager kleinerend of respectloos heeft behandeld. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:386 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-741/AL/NN
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 18-12-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:386
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster zich heeft schuldig gemaakt aan bedrog, valsheid in geschrifte, antedatering van de door mevrouw G ondertekende akte van berusting, laster en discriminatie. Van het feit dat verweerster heeft gesteld dat klager de akte van berusting niet op 13 september 2022 wilde ondertekenen kan haar geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het feit dat zij klager niet heeft geïnformeerd over het ondertekenen van de akte door mevrouw G is van onvoldoende gewicht om haar een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Kennelijk ongegrond.