Zoekresultaten 1-50 van de 3530 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:220 Raad van Discipline Amsterdam 26-060/A/A

    Raadsbeslissing; ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-901/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:222 Raad van Discipline Amsterdam 26-182/A/A

    Raadsbeslissing; verweerster heeft in haar brief aan klager vermeld dat haar cliënte, wanneer beslag niet mogelijk zou zijn omdat klager zijn bezittingen elders heeft ondergebracht, de publiciteit zal zoeken over de wijze waarop klager haar cliënte heeft benadeeld. Door op deze wijze te dreigen met media-aandacht heeft verweerster de belangen van klager op ontoelaatbare wijze geschaad. Verweerster heeft zodoende gehandeld in strijd met de wijze waarop een advocaat zich tegenover de wederpartij bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt behoort te gedragen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:324 Hof van Discipline 's Gravenhage 250326W

    Wrakingsverzoek. Aanvullende wrakingsgrond in repliek over het proces-verbaal (nog) tijdig ingediend, maar ongegrond. Het proces-verbaal is minder gedetailleerd dan de weergave van verzoekster, maar verschilt inhoudelijk weinig. Ook de overige wrakingsgronden zijn ongegrond nu zij met name gaan over de wijze waarop de voorzitter de regie heeft gevoerd op de zitting. Verzoekster heeft een onjuiste opvatting over hoor en wederhoor op de zitting. Hoor en wederhoor betreft het debat tussen partijen, niet een debat tussen één partij en het hof. Ook heeft verzoekster een verkeerd beeld van de wijze waarop een rechter de feiten vaststelt. De (tucht)rechter onderzoekt niet zelf actief wat de feiten zijn, maar hij stelt feiten vast op basis van wat partijen aanvoeren en wat door partijen als bewijs wordt aangevoerd. De (tucht)rechter is geen onderzoeksrechter. Verzoekster heeft tijdens de zitting over het wrakingsverzoek twee wrakingsverzoeken ingediend, die zijn afgewezen. Beide verzoeken kwamen er in de kern op neer dat de zitting niet verliep zoals verzoekster wenste en zagen dus op de gang van zaken op zitting. Omdat verzoekster elke keer een verzoek tot wraking indient om haar zin door te drijven over de regie op de zitting is sprake van misbruik van recht en bepaalt de wrakingskamer dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:223 Raad van Discipline Amsterdam 26-714/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft in 2021 een medische verklaring gebruikt, ten aanzien waarvan in 2025 door het medisch tuchtcollege is geoordeeld dat de betreffende arts die niet had mogen afgeven. Dat betekent echter niet dat verweerster in 2021 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Van misleiding en belangenverstrengeling is ook geen sprake. Die klachtonderdelen worden kennelijk-ongegrond verklaard. De overige klachtonderdelen zien op de verhouding tussen verweerster en haar cliënte, niet zijnde klaagster, en in die verhouding komt klaagster geen klachtrecht toe, zodat die klachtonderdelen kennelijk-niet ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:217 Raad van Discipline Amsterdam 26-691/A/A

    voorzittersbeslissing. Verweerder heeft aanvankelijk samen met de primaire behandelaar de zaak van klager gedaan. Na overstap van de primaire behandelaar heeft deze het dossier meegenomen. Het was aan die advocaat om klager daarover te informeren. Verdere klacht is te laat ingediend en daarmee niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:325 Hof van Discipline 's Gravenhage 250255

    Klacht over (voormalig) eigen advocaat. Raad verklaart deels gegrond, maar legt geen maatregel op aangezien verweerder is getroffen door een hersenbloeding en al is uitgeschreven van het tableau. Hof constateert dat datgene dat zijdens verweerder is aangevoerd niet als namens hem kan worden aangemerkt zodat het ervoor gehouden wordt dat geen verweer is gevoerd. Volgt bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:224 Raad van Discipline Amsterdam 26-720/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. In een arbeidsrechtelijk geschil tussen klaagster en haar werkgever werd de werkgever bijgestaan door verweerder. Klaagster werd bijgestaan door haar eigen advocaat. Het geschil is, na onderhandelingen, geëindigd in een vaststellingsovereenkomst. Klaagster verwijt verweerder dat hij daarbij onvoldoende met de belangen van klaagster rekening heeft gehouden. De voorzitter van de raad is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, nu hij niet de belangen van klaagster behartigde maar die van de werkgever. Klaagster had zelf een advocaat die haar belangen behartigde. Dat, zoals klaagster lijkt te stellen, de werkgever de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst niet goed nakomt, kan verweerder niet worden aangerekend of verweten. De klacht wordt kennelijk-ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:218 Raad van Discipline Amsterdam 26-709/A/A

    voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder afgaan op de van zijn cliënte ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat heeft gedaan. Klaagster of haar advocaat heeft tegen vermeende onjuiste feiten en standpunten verweer kunnen voeren in de verschillende procedures. Het behoort verder niet tot de taak van de tuchtrechter om over de juistheid van standpunten in een civielrechtelijk geschil een oordeel te geven. Dat is voorbehouden aan de civiele rechter, tenzij duidelijk is dat de verwerende advocaat de in de beslissing genoemde maatstaf heeft overtreden. Daarvan is de voorzitter echter niet gebleken. Deels kennelijk ongegrond, deels niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:219 Raad van Discipline Amsterdam 25-900/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-504/DH/DH

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. Als partijdige belangenbehartiger van haar cliënte heeft verweerster in haar stukken de standpunten van haar cliënte verwoord, zonder daarbij de gerechtvaardigde belangen van klager uit het oog te verliezen. De door verweerster gebruikte bewoordingen zijn binnen de context van het al jaren gevoerde debat tussen partijen en de opstelling van klager daarbij, naar het oordeel van de voorzitter functioneel en niet grievend geweest. Dat klager dat wel zo heeft ervaren, maakt dat nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Van schending van de gedragsregels 26 en 27 is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:322 Hof van Discipline 's Gravenhage 260433

    Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit de toelichting van klaagster op haar klacht over de deken leidt de voorzitter af dat deze klacht betrekking heeft op de wijze waarop de deken de klacht van klaagster over mr. Van der V in onderzoek heeft. Het klachtrecht is evenwel niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens een klachtonderzoek neemt en/of de wijze waarop de deken zijn onderzoek uitvoert. Klaagster kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, haar klacht over mr. Van der V laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klaagster al haar bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:323 Hof van Discipline 's Gravenhage 250439W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Misbruik van recht. De wrakingskamer oordeelt dat de enkele stelling van verzoeker dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt omdat verweerders in eerdere zaken mogelijk onwelgevallige beslissingen hebben genomen, geen uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat verweerders ten opzichte van verzoeker vooringenomenheid koesteren, noch dat de bij verzoeker kennelijk bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Gelet op de lichtvaardige wijze waarop verzoeker (wederom) het wrakingsmiddel heeft ingezet, bepaalt de wrakingskamer met toepassing van artikel 7.3 van het wrakingsprotocol dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak wegens misbruik van recht niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:232 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-730/DH/NH/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-124/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft de belangen van klagers op onnodige en ontoelaatbare wijze geschaad door hen in openbare Facebookreacties met vermelding van hun namen te beschuldigen van het misleiden van haar cliënt en het verduisteren van het festivalgeld. Verweerster heeft haar beschuldigingen gepresenteerd als de waarheid, terwijl zij daarvoor geen bewijs had en terwijl de toon van de berichten in de Facebookgroep, geplaatst door de gedupeerden, al verhit was en haar client al was bedreigd. Verweerster had terughoudender moeten handelen. Onvoldoende reflectie. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:233 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-830/DH/A/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:227 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-569/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Het stond verweerder vrij om in het belang van zijn cliënte te verzoeken om de vaststelling van een hogere kinderalimentatie. Verweerders cliënte was daartoe ook gehouden op basis van de Participatiewet. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:116 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-211/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een huurrechtelijk geschil. Verweerder heeft de inhoud van vertrouwelijke schikkingsonderhandelingen gedeeld met de rechter, terwijl hij daarvoor geen toestemming had. Ook heeft verweerder zich onnodig kwetsend uitgelaten over verweerster en woonwagenbewoners. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:196 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-142/AL/MN

    Eigen advocaat. De raad heeft geoordeeld dat verweerder zijn cliënt onvoldoende (schriftelijk) heeft geïnformeerd over onder andere de te volgen strategie, de proceskansen en de kosten. Hij heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gelet op de ernst van dit handelen en nalaten en rekening houdend met de omstandigheid dat verweerder onvoldoende inzicht in het verwijtbare van zijn handelen lijkt te hebben, is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:234 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-594/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het adres van klager te delen met zijn cliënte. Verweerder heeft ten opzichte van zijn cliënte een informatieplicht en in dat kader was hij gehouden om zijn cliënte van informatie over het geschil met klager te voorzien en om de stukken die daarover gaan aan haar te verstrekken. Niet gebleken dat verweerder redelijkerwijs bekend was of had kunnen zijn met omstandigheden op grond waarvan hij bepaalde informatie, waaronder het adres van klager, niet aan zijn cliënte bekend had mogen maken. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:228 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-573/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft erkend dat hij onjuiste informatie heeft verstrekt, maar heeft zich voldoende ingespannen om dat recht te zetten. Verweerder heeft een gespreksverslag opgesteld door zijn cliënt niet gepresenteerd alsof dit door de omgangsbegeleider is opgesteld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-549/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel heeft verweerder de belangen van klager op zorgvuldige partijdige wijze behartigd en ook goed met klager gecommuniceerd. Uit de stukken is niet gebleken dat de bijstand door verweerder aan klager ondermaats is geweest. Vast staat dat klager concept processtukken heeft ontvangen en stukken aan verweerder heeft gestuurd. Het was de keuze van verweerder om te bepalen welke relevante opmerkingen en stukken in de procedure werden gebruikt. Dat klager op enig moment bezwaar heeft gemaakt tegen het gebruik van zijn medische informatie, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken zodat verweerder erop mocht vertrouwen dat hij de medische stukken van klager met diens instemming in het geding mocht brengen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:197 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-664/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:235 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-599/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft bij de deken 13 klachten ingediend over verweerster (de advocaat van zijn ex-partner), waarvan klager er twee aan de tuchtrechter heeft voorgelegd. Deze klachten zijn kennelijk ongegrond en kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Deze nieuwe klacht is eveneens kennelijk niet-ontvankelijk vanwege strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:229 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-591/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de advocaat in een internationale echtscheidingskwestie kennelijk ongegrond. Niet is vast te stellen dat verweerster ondeskundig verweer heeft gevoerd. Ook is niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen rondom het verzoek om een tolk. Verweerster heeft voldoende voortvarend gehandeld in het melding maken van de aansprakelijkstelling bij haar verzekeraar.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:223 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-558/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij onder valse voorwendselen een uittreksel uit de BRP van de gemeente heeft verkregen. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van de informatie van zijn cliënte. Van het onder valse voorwendselen opvragen van een uittreksel uit de BRP is dan ook niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:198 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-756/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:236 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-610/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil binnen een VVE. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege verwevenheid met eerder door klager ingediende klacht. Van klager kon redelijkerwijs verlangd worden dat hij de klacht tegelijk met de eerste klacht had ingediend. De beginselen van een behoorlijke procesorde staat in de weg aan een inhoudelijke behandeling van dit deel van klacht. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerder mocht zich bij zijn uitlatingen baseren op de informatie die hij van het bestuur van de VVE kreeg.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:230 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-740/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verwijt is dat de advocaat een toezegging tot (gedeeltelijke) creditering niet nakomt. De voorzitter kan niet vaststellen dat verweerder een onvoorwaardelijke toezegging heeft gedaan. Verweerder heeft in 2025 aangeboden de helft van het bedrag te crediteren, onder de voorwaarde van finale kwijting, maar klaagster is niet akkoord gegaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:224 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-561/DH/DH

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure kennelijk ongegrond wegens gebrek aan onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:237 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-636/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civiele procedure. Het stond verweerder vrij om namens zijn cliënt een ontvankelijkheidsverweer (exceptio plurium consortium) te voeren. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:231 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-644/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een arbeidszaak. De klacht ziet er met name op dat klager niet goed is geïnformeerd, dat hij het niet goed heeft begrepen en dat hij geen toestemming heeft gegeven voor de (ter zitting bereikte) schikking. De voorzitter is niet gebleken dat klager ten tijde van de zitting niet goed is geïnformeerd of niet met de schikking heeft ingestemd. Verweerder heeft wel aanspraak gemaakt op het loon in de tussenliggende periode. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:225 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-705/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-643/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een kort geding. De klacht ziet op verweerders stellingname in de (concept) kort geding dagvaarding. De (grotendeels) feitelijke discussie is ter beoordeling aan de civiele rechter. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verschaft. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:321 Hof van Discipline 's Gravenhage 260204

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klager niet-ontvankelijk. Nu de datum waarop de gewenste rechtsbijstand is verstreken, heeft klager geen belang meer bij de behandeling van zijn beklag. Het hof komt om die reden tot de slotsom dat klager niet kan worden ontvangen in zijn beklag. Dit betekent dat de beklaggronden van klager geen verdere bespreking behoeven. Eerdere behandeling van het beklag van klager was om organisatorische redenen niet mogelijk. Echter ook dan was de beslissing van het hof gekomen na de datum waarop de door klager gewenste rechtsbijstand aan de orde was waardoor de uitkomst hetzelfde zou zijn geweest. Het hof merkt ten overvloede op dat de deken het aanwijzingsverzoek van klager wel te lichtvaardig heeft afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:115 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-330/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld bij het uitvoeren van de aan haar verstrekte opdracht. Zij heeft geprobeerd de betalingsachterstand van de kinderalimentatie buiten het geschil te houden, maar heeft er terecht op gewezen daar niet omheen te kunnen als de wederpartij daarin niet meegaat. Verweerster heeft haar werkzaamheden niet op onzorgvuldige wijze neergelegd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:318 Hof van Discipline 's Gravenhage 260179

    Beklag artikel 13 lid 3 Advocatenwet ongegrond. De aanwijzingsbevoegdheid van de deken is een vangnetvoorziening, die pas in werking treedt als de rechtzoekende eerst zelf (aantoonbare) initiatieven heeft genomen om een advocaat te vinden. Een gegronde reden tot afwijzing kan daarom zijn dat de verzoeker niet kan aantonen dat hij voldoende inspanningen heeft verricht om zelf een advocaat te vinden. Dit betekent dat de deken mocht verzoeken om toezending van de afwijzingsberichten van de zes door klager benaderde advocaten. Daarmee heeft de deken volgens het hof de inspanningsverplichting van klager om zelf een advocaat te vinden niet verkeerd uitgelegd. Onder verwijzing naar de uitspraak van het hof van 1 mei 2026 (ECLI:NL:TAHVD:2026:132) overweegt het hof verder dat het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut is, maar aan verschillende beperkingen mag worden onderworpen. Ook in dit geval komt de beslissing van de deken niet in strijd met artikel 6 EVRM omdat, ook wanneer rechtsbijstand noodzakelijk is om het recht op toegang tot de rechter effectief te doen zijn, de aanspraak daarop niet onbegrensd is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:112 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-413/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder onttrekt zich stelselmatig aan het toezicht door de deken. Ook zijn er grote zorgen rondom de financiële continuïteit van zijn kantoor en heeft verweerder niet voldaan aan zijn verplichtingen uit de Voda. Schrapping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:319 Hof van Discipline 's Gravenhage 260167V

    Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de verwijzingsverzoeken van klager van diens klachten over verweerders 1 t/m 3 te komen dan die van de voorzitter. De klachten van klager over verweerders 1 en 2 hebben betrekking op het klachtonderzoek van verweerder 2 naar de klacht van klager over verweerder 1. Klager had na afronding van het onderzoek en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over verweerster 1 ter beslissing aan de raad van discipline kunnen voorleggen. In die procedure had klager ook al zijn bezwaren mee kunnen nemen over de wijze waarop het klachtonderzoek is uitgevoerd door verweerder 2, de duur van het klachtonderzoek en de door verweerder 2 genomen procedurele beslissingen. Verweerster 3 is geen advocaat zodat het advocatentuchtrecht op haar niet van toepassing is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:113 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-500/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civielrechtelijk geschil. Verweerder heeft niet integer gehandeld met zijn derdengeldenrekening, door de gelden in depot vrij te geven aan zijn cliënten, terwijl niet vaststond dat zij de rechthebbenden waren. Ook heeft hij daarmee in strijd gehandeld met ter zitting gemaakte schikkingsafspraken. Schending kernwaarde (financiële) integriteit. Voorwaardelijke schorsing van 6 weken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:320 Hof van Discipline 's Gravenhage 260203

    Beklag artikel 13 lid 3 Advocatenwet ongegrond. Met de deken is het hof van oordeel dat klaagster haar verzoek om aanwijzing van een advocaat onvoldoende heeft onderbouwd en toegelicht – ook nadat zij daarover expliciet is bevraagd door de deken. De onderbouwing van het aanwijzingsverzoek is de verantwoordelijkheid van de aanvrager, in dit geval klaagster. Dat klaagster dit heeft nagelaten te doen, ligt in haar risicosfeer. Dit nalaten heeft ertoe geleid dat de deken gegronde redenen had om geen advocaat aan te wijzen aan klaagster (HvD 8 december 2025, ECLI:NL:TAHVD:2025:255).

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:114 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-400/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Klacht over het niet (tijdig) indienen een verzoek tot het eenhoofdig gezag over de kinderen slaagt niet. Verweerster heeft toegelicht dat een dergelijk verzoek niet thuishoorde in de uithuisplaatsingsprocedure, omdat daar niet de moeder van de kinderen maar Jeugdbescherming de wederpartij was. Verweerster was ook niet gehouden om dat verzoek (eerder) te doen, aangezien zij daar niet achterstond. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:213 Raad van Discipline Amsterdam 26-675/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klagers hebben zich beklaagd over ingenomen stellingen, uitlatingen en bewijsstukken tijdens een procedure. De klacht is kennelijk ongegrond. Verweerster heeft geen tuchtrechtelijke normen overschreden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:315 Hof van Discipline 's Gravenhage 260198

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klaagster mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:214 Raad van Discipline Amsterdam 26-686/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de belangen van haar cliënte behartigd, zonder de belangen van klager nodeloos te schaden. Van het starten van kansloze procedures is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:316 Hof van Discipline 's Gravenhage 260200

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het aanwijzingsverzoek heeft betrekking op een procedure die zou moeten dienen buiten Nederland en dus buiten het arrondissement Amsterdam. De deken beschikt gelet op de formulering van artikel 13 Advocatenwet uitsluitend over de bevoegdheid een advocaat aan te wijzen voor het verlenen van bijstand in het arrondissement van die deken. Deze beperking tot het eigen arrondissement sluit aan bij de bevoegdheidsverdeling van de organen van de Nederlandse orde van advocaten en van de orden in de arrondissementen zoals geregeld in artikelen 17 tot en met 36 van de Advocatenwet. De deken beschikt gelet hierop niet over de bevoegdheid een advocaat aan te wijzen voor het verlenen van bijstand in de door klaagster gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:215 Raad van Discipline Amsterdam 26-693/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond in alle onderdelen. Niet is is gebleken dat verweerster bewust onjuiste informatie naar voren heeft gebracht of dat verweerster wat betreft de kennelijk moeizame onderhandelingen tussen partijen een verwijt valt te maken. Evenmin is gebleken dat verweerster berichten van of namens klager stelselmatig onbeantwoord heeft gelaten of anderszins onvoldoende voortvarend heeft behandeld. Verweerster heeft met haar uitlatingen niet de grenzen van het betamelijk overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:209 Raad van Discipline Amsterdam 26-200/A/A

    Klacht over de eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad is verweerder zodanig tekortgeschoten in zijn zorgplicht voor klager dat een maatregel op zijn plaats is. Verweerder heeft erkend dat hij onvoldoende met klager heeft gecommuniceerd. Tijdens de zitting van de raad heeft hij blijk gegeven van zelfreflectie op zijn handelen en het effect daarvan op klager. Verweerder heeft uitgelegd dat zijn handelwijze het gevolg was van zijn sociale zekerheidspraktijk met de nodige hectiek en heeft toegezegd in toekomstige dossier afspraken en belangrijke informatie schriftelijk beter vast te leggen voor de cliënten. Nadat verweerder bekend is geworden met de onvrede van klager over de gang van zaken, heeft hij naar het oordeel van de raad voldoende gedaan om mee te denken over een oplossing. Dat verweerder niet zelf het door klager gewenste herzieningsverzoek voor klager wilde doen, stond hem vrij. Klager kon daarvoor immers een andere advocaat inschakelen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:317 Hof van Discipline 's Gravenhage 260192

    Beroep tegen beslissing op verzet. Appelverbod. De gronden van klager zien op schending verschillende internationaalrechtelijke beginselen. Het hof verwijst naar zijn vaste rechtspraak waarin reeds is beslist dat de tuchtrechtrechtspraak zoals die voor advocaten is georganiseerd niet in strijd is met het EVRM (zie Hof van Discipline, 8 april 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:87 en Hof van Discipline, 26 augustus 2016, ECLI:NL:TAHVD:2016:164 en de rechtspraak waarna in die laatste uitspraak wordt verwezen). De gronden raken niet aan de fundamentele rechtsbeginselen die mogelijk grond opleveren voor doorbreking van het appelverbod, zoals schending van hoor en wederhoor, (vergelijk: HvD 28 augustus 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:168, ECLI:NL:TAHVD:2017:169 en HR 23 juni 1995, NJ 1995/661).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:216 Raad van Discipline Amsterdam 26-699/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk. De klacht is ingediend buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a) Advocatenwet, waardoor klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat klager gedurende de driejaarstermijn niet heeft kunnen klagen of dat er sprake is van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.