Zoekresultaten 1-50 van de 3191 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-868/AL/MN
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:156
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:213 Hof van Discipline 's Gravenhage 250254
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 14-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:213
Klacht over advocaat van de wederpartij dat verweerder betaling van declaraties vorderde, terwijl hij een toevoeging had en dat verweerder willens en wetens een onjuist gedateerde overeenkomst in het geding had gebracht. De raad heeft deze klachten gegrond verklaard. Het hof heeft vastgesteld dat er geen toevoeging was en kan niet vaststellen dat verweerder opzettelijk een gepostdateerd exemplaar in het geding heeft gebracht. Vernietiging, ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-396/AL/MN
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:157
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:214 Hof van Discipline 's Gravenhage 260118
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:214
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voorwaarde voor aanwijzing van een advocaat is – onder meer - dat de advocaat moet worden betaald. Ingeval er een toevoeging wordt verleend moet de eigen bijdrage worden betaald en eventuele bijkomende kosten. De deken heeft erop gewezen dat het budget van klaagster van € 500,- redelijkerwijze onvoldoende is voor een advocaat om klaagster van juridische bijstand te voorzien in het onderliggende geschil. Daarbij heeft de deken in aanmerking genomen dat het geschil door klaagster wordt beschreven als een juridisch complexe zaak met een lange voorgeschiedenis. Zelfs al zou aan een advocaat een beperkte opdracht worden gegeven zoals klaagster voorstelt, dan nog vergt het indienen van processtukken een inhoudelijke voorbereiding van de zaak. Het hof acht het voorstelbaar dat het beperkte budget van klaagster al niet voldoende is om de kosten daarvan te kunnen dekken. Gelet hierop heeft de deken het aanwijzingsverzoek naar het oordeel van het hof wegens een gegronde reden afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:158 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-434/AL/MN
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:158
Voorzittersbeslissing. Betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. De voorzitter heeft begrip voor de behoefte van klager om contact te kunnen hebben met de advocaat van zijn ex-partner om afspraken te kunnen maken over het door hem zo gewenste contact met zijn dochter. Dit gaat echter niet zover dat je daarom een recht hebt op een reactie van die advocaat of dat kunt afdwingen door aan die advocaat een termijn te stellen. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster klager telkens binnen een redelijke termijn op de hoogte gebracht van het standpunt van haar cliënte. Daarbij is ook gemeld dat mediation voor haar cliënte geen optie was. Als partijdige belangenbehartiger van haar cliënte diende verweerster instructies van haar cliënte op te volgen. Dat heeft verweerster gedaan zonder daarbij de grenzen van de haar toekomende vrijheid als advocaat wederpartij te overtreden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:215 Hof van Discipline 's Gravenhage 260134
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:215
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het gaat om twee verzoeken. Klager wil bij de Hoge Raad om herziening vragen. De deken heeft verzocht om toezending van de uitspraak waarvan klager herziening wil vragen. Dat heeft klager niet gedaan. Gelet op de informatieverplichting van de verzoeker, mocht de deken afwijzend beslissen op het aanwijzingsverzoek. Ten aanzien van het tweede verzoek is het hof is van oordeel dat de deken het verzoek van klager op goede gronden heeft afgewezen. Bij het onderzoek naar aanleiding van dit verzoek van klager heeft de deken vastgesteld dat klager reeds wordt bijgestaan door een advocaat. Deze advocaat heeft bevestigd dat hij klager bijstaat en dat hij een procesadvies zal geven inzake het door klager gewenste herzieningsverzoek bij de Hoge Raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:216 Hof van Discipline 's Gravenhage 260130
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:216
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klaagster heeft, ten tijde van de behandeling van haar aanwijzingsverzoek door de deken, twee advocaten bereid gevonden haar bij te staan. Hierdoor heeft klaagster geen belang bij de behandeling van haar aanwijzingsverzoek en zal haar beklag reeds daarom ongegrond worden verklaard. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat klaagster er zelf voor heeft gekozen om geen gebruik te maken van de diensten van die advocaten. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat met een aanwijzing van een advocaat door de deken niet kan worden bereikt dat de aangewezen advocaat zijn werkzaamheden verplicht op toevoegingsbasis moet verrichten, terwijl de rechtzoekende geen recht heeft op gefinancierde rechtsbijstand.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:217 Hof van Discipline 's Gravenhage 260034
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:217
Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Het verzoek van klaagster ziet het aanwijzen van een advocaat die haar belangen in de procedure betreffende het verlenen van een zorgmachtiging in de volle breedte behartigt. Klaagster is van mening dat de rechtbank onbevoegd was om nog enige beschikking te wijzen en zij vindt daarom dat de beschikking van 18 december 2025 onbevoegd is genomen. Voor het aanvechten van die beschikking heeft klaagster om een advocaat verzocht. Het hof is, overeenkomstig het standpunt van de deken, van oordeel dat klaagster met het instellen van cassatie niet kon bereiken wat zij wilde, namelijk de vernietiging van de beslissing van de rechtbank Den Haag van 18 december 2025. Dit betekent dat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos was geworden. De deken heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat toewijzing van een (stam)advocaat niet zal leiden tot een samenwerking waarin klaagster vertrouwen in heeft. Gelet op de voorgeschiedenis, waarin reeds meermalen -zowel door de deken als door de rechtbank- een advocaat is aangewezen, onderschrijft het hof dit standpunt van de deken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-639/AL/OV
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:154
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:218 Hof van Discipline 's Gravenhage 260068V
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:218
Verzet tegen voorzittersbelissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Verweerster heeft er terecht op gewezen dat klaagster in haar verzetschrift expliciet toegeeft dat, en waarom, het haar bedoeling is om met haar klacht tegen verweerster dier dekenvisie aan de orde te stellen. Wat in verzet naar voren is gebracht, is daarmee een herhaling van wat klaagster aan haar klacht tegen verweerster ten grondslag heeft gelegd en daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-775/AL/OV
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:155
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-397/DH/DH
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:150
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiegeschil. Niet blijkt dat verweerder de telefoon en laptop in bezit heeft gekregen. Ook wat betreft de door verweerder ingediende stukken blijkt niet van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:151 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-339/DH/RO
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:151
Voorzittersbeslissing. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht omdat zij geen belang heeft bij de klacht.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-048/DB/ZWB
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:83
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop. Voor zover de klacht wel ontvankelijk is getuigt de bijstand zoals geschetst, niet van een kwaliteit van dienstverlening die onder de maat blijft van wat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht. De klacht, voor zover ontvankelijk, is dan ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:152 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-834/DH/DH
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:152
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder is een zitting vergeten, waardoor hij te laat arriveerde en de zaak niet met klaagster heeft kunnen voorbespreken voorafgaand aan de zitting. Klaagster had eerder juist om een voorbespreking gevraagd. Dat laatste is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:146 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-565/DH/DH/D
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:146
Verzoek artikel 60ab en 60b van de Advocatenwet. Verweerder heeft er blijk van gegeven zijn praktijk al een langere periode niet behoorlijk uit te (kunnen) oefenen. Zo hebben zijn cliënten en kantoorgenoten langdurig geen contact met hem kunnen leggen en is hij meermaals niet op zittingen verschenen. Afspraken met de deken over de gesignaleerde praktijkvoering hebben niet geleid tot verbetering. Toewijzing verzoek artikel 60b van de Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-684/DB/LI 26-031/DB/LI 26-230/DB/LI
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:84
Raadsbeslissing. Gevoegde behandeling van klachten. De raad heeft in de klachtzaken 26-031/DB/LI en 26-230/DB/LI meerdere wezenlijke tekortkomingen in de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder vastgesteld. In de zaak 25-684/DB/LI heeft verweerder in zijn brief van 28 maart 2025 onjuiste stellingen geponeerd. Met het handelen van verweerder is het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De onderhavige klachtzaak staat bovendien niet op zichzelf. Verweerder is reeds meerdere malen tuchtrechtelijk veroordeeld. Verweerder heeft zijn kerntaak als rechtsbijstandsverlener ernstig veronachtzaamd. Zowel bij gelegenheid van het onderzoek naar de klacht door de deken als in de procedure bij de raad heeft verweerder er echter onvoldoende blijk van gegeven inzicht te hebben in het kwalijke van zijn handelen. In de zaak 26-031/DB/LI heeft verweerder klager, de deken en de raad in strijd met de waarheid bericht dat hij reeds een dagvaarding aan klagers wederpartij had doen uitbrengen. In de zaak 26-230/DB/LI heeft verweerder de herhaalde verzoeken van de deken om te dupliceren onbeantwoord gelaten. Verweerder heeft meerdere malen om aanhouding van de door de raad bepaalde mondelinge behandeling gevraagd en gekregen, maar is uiteindelijk zonder opgaaf van redenen niet ter zitting van de raad verschenen. Blijkbaar ziet verweerder de ernst van de situatie niet in. De raad heeft ook, gezien de opstelling van verweerder, grote zorgen over een goede belangenbehartiging van toekomstige cliënten van verweerder. De raad is van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerder de praktijk als advocaat nog langer uitoefent. Gelet op alle feiten en omstandigheden is de raad van oordeel dat de maatregel van schrapping van het tableau de enige passende maatregel voor verweerder is.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:153 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-384/DH/RO
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:153
Voorzittersbeslissing. Klacht over een curator deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels kennelijk ongegrond wegens gebrek aan concretisering.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:147 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-380/DH/RO
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:147
Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een familierechtelijke aangelegenheid. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat het niet aan de raad is te oordelen over de hoogte van de door de advocaat in rekening gebrachte bedragen. Klacht over de kwaliteit van bijstand in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:153 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-323/AL/NN/D
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:153
Dekenbezwaar. Verweerder heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. De raad is van oordeel dat verweerder op ernstige wijze is tekortgeschoten als advocaat. Niet alleen in zijn taakopvatting als advocaat, die juist kritisch en proactief moet zijn in het belang van de cliënten, maar ook omdat sprake is van juist zeer kwetsbare en ook vaak niet-mondige cliënten in de Wvggz- en Wzd-zaken die verweerder doet. De deken heeft tijdens de zitting van de raad verklaard dat verweerder nog tientallen gelijksoortige zaken heeft liggen. Of verweerder voldoende met zijn cliënten bespreekt en hun belangen op juiste wijze behartigt, valt niet te controleren omdat verweerder niets schriftelijk vastlegt. Uit de stukken is de raad gebleken dat de deken met verweerder heeft gesproken over de mogelijkheid om zich op korte termijn als advocaat uit te schrijven gezien zijn pensioengerechtigde leeftijd. Als andere optie is door de deken coaching onder voorwaarden aan verweerder voorgesteld. Verweerder lijkt niet voor verbetering open te staan maar zich vast te klampen aan de situatie waarin hij nu zit. Hij heeft immers niet gereageerd op de door de deken voorgestelde opties. Verweerder is ook niet op de zitting van de raad verschenen. Het komt de raad voor dat verweerder ook voor zichzelf niet lijkt op te kunnen komen. Dit alles baart de raad ernstige zorgen. Onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:154 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-383/DH/RO
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:154
Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van een piketadvocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:148 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-416/DH/DH
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:148
Voorzittersbeslissing. Klacht over de klachtenfunctionaris. Van onzorgvuldig of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:149 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-410/DH/DH 26-411/DH/DH
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:149
Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de slachtofferadvocaat. Klagers en verweerder hebbe gecorrespondeerd over de schade en het opstellen van een vordering, maar klagers hebben er zelf voor gekozen toch geen vordering benadeelde partij op te (laten) stellen. Daar kan verweerder geen verwijt van worden gemaakt. Verweerder heeft zich vervolgens niet direct onttrokken bij het OM, maar daar hebben klagers geen nadeel van ondervonden. Van de late ontvangst van de sepotbrieven kan verweerder eveneens geen verwijt worden gemaakt. Alle klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:149 Raad van Discipline Amsterdam 26-531/A/A
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:149
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de raad; toewijzing verzoek om wijziging van de eerder op grond van artikel 60ab lid 1 Advocatenwet opgelegde voorlopige voorziening. Verzoeker heeft duidelijk gemaakt dat de opgelegde voorziening zeer belastend voor hem is en grote gevolgen heeft voor zijn praktijkuitoefening. De raad ziet hierin aanleiding om de opgelegde voorziening te versoepelen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:210 Hof van Discipline 's Gravenhage 260229
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:210
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet de geëigende weg om onvrede te uiten over de behandeling van een aanwijzingsverzoek door de deken op grond van artikel 13 Advocatenwet omdat het hof niet kan interveniëren in de behandeling daarvan door de deken. Om dezelfde reden kan niet bij het hof worden geklaagd over procedurele beslissingen die de deken in die behandelfase neemt. Klager zal de beslissing van de deken op zijn aanwijzingsverzoek dienen af te wachten. Klager kan – bij afwijzing van zijn verzoek om aanwijzing van een advocaat – beklag instellen bij het hof van discipline op grond van artikel 13 lid 3 Advocatenwet. In het beklagschrift kan klager uiteenzetten waarom de deken volgens klager onjuist heeft gehandeld en wat er – in de ogen van klager – niet juist is aan de door de deken genomen procedurele beslissingen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:211 Hof van Discipline 's Gravenhage 260230
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 09-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:211
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om beslissingen van procedurele aard van de deken in het kader van een op artikel 13 Advocatenwet gestoeld aanwijzingsverzoek ter discussie te stellen. Klager kan zijn aanwijzingsverzoek – zoals ook door de deken is aangegeven – opnieuw indienen bij de deken van de orde van Advocaten Noord-Nederland. Klager heeft zijn klacht over de deken, behoudens het voorgaande, niet nader onderbouwd. Hierdoor is het voor de deken niet duidelijk waartegen zij zich dient te verweren.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:212 Hof van Discipline 's Gravenhage 260233bis
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 09-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:212
Vervallenverklaring van een op 2 juli 2026 door de plaatsvervangend voorzitter van het hof genomen afwijzende beslissing tot verwijzing omdat die beslissing is gebaseerd op een onjuiste lezing van het verzoek tot verwijzing (ECLI:NL:TAHVD:2026:197). Het verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46aa lid 5 Advocatenwet wordt alsnog toegewezen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-450/DB/ZWB
- Datum publicatie: 07-07-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:82
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:209 Hof van Discipline 's Gravenhage 240360
- Datum publicatie: 07-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:209
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Het hof is niet gebleken dat verweerster een ondermaatse verdediging heeft gevoerd, dan wel anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld jegens klaagster. Bij de beëindiging van haar werkzaamheden voor klaagster heeft verweerster in lijn gehandeld met gedragsregel 14. Het hof bekrachtigt de raadsbeslissing waarin de klacht van klaagster ongegrond is verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:207 Hof van Discipline 's Gravenhage 250430
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:207
In deze zaak heeft klager een klacht ingediend over verweerder die in opdracht van de advocaat van klager een cassatieadvies heeft verstrekt. Het hof beslist dat tussen klager en verweerder geen materieelrechtelijke advocaat-cliënt relatie bestaat. Klager heeft daarom geen eigen, rechtstreeks belang bij zijn klacht over verweerder, omdat alle klachtonderdelen betrekking hebben op de werkzaamheden van verweerder voor de advocaat van klager. Het hof verklaart in hoger beroep alle klachtonderdelen alsnog niet-ontvankelijk en vernietigt de raadsbeslissing in zoverre.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:208 Hof van Discipline 's Gravenhage 250349
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:208
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad van discipline in het ressort Amsterdam waarin de klachten van klager ongegrond zijn verklaard. Verweerder heeft geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn optreden als advocaat van (mede) de commissarissen van de vennootschappen. Ook is niet gebleken dat verweerder hierover op enig moment onwaarheden zou hebben verkondigd. Van een schending door verweerder van de gedragsregels 8 en 9 is daarom geen sprake. Dat er tussen partijen verschil van inzicht bestond of klager (volgens verweerder) in strijd handelde met gedragsregel 25 betekent niet dat verweerder daarmee gedragsregel 24 schond, dan wel op andere wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:152 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-090/AL/GLD
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:152
Raadsbeslissing. Klacht tegen een advocaat over het nemen van - in de ogen van klager - disproportionele incassomaatregelen tegen een oud-client. De raad is van oordeel dat de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:204 Hof van Discipline 's Gravenhage 260078
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:204
Beklag artikel 13 Advocatenwet niet-ontvankelijk. Tegen een beslissing tot toewijzing van een advocaat kan geen beklag worden ingediend. De voorziening van artikel 13 Advocatenwet is geen absolute waarborg voor daadwerkelijke toegang tot de rechter. Van de toegewezen advocaat kan niet gevergd worden dat hij een procedure opstart zonder zekerheid dat het verschuldigde griffierecht door de klager aan hem wordt voldaan.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:148 Raad van Discipline Amsterdam 26-444/A/NH 26-446/A/NH/D
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:148
Raadsbeslissing. Artikel 60b Advocatenwet en dekenbezwaar. De financiële problemen van verweerder laten zich op dit moment niet verenigen met het voeren van een behoorlijke advocatenpraktijk. Verweerder wordt voor onbepaalde tijd geschorst in de uitoefening van zijn praktijk. De schorsing gaat in na één maand. Dit biedt verweerder de gelegenheid om orde op zaken te stellen en concrete stappen te zetten om zo een verzoek tot opheffing van de schorsing voor te bereiden. Ook biedt de periode van een maand verweerder de gelegenheid zijn cliënten te informeren en lopende zaken af te ronden of over te dragen. De beslissing op het dekenbezwaar wordt aangehouden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:205 Hof van Discipline 's Gravenhage 250436
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:205
Klacht over de eigen advocaat. De klacht van klaagster richt zich op de communicatie van verweerder met klaagster en de wijze waarop verweerder de zaak van klaagster inhoudelijk behandeld heeft. In tegenstelling tot de beslissing van de raad acht het hof de klacht van klaagster gedeeltelijk gegrond. Het hof vernietigt de beslissing van de raad en legt aan verweerder de maatregel van een berisping op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:206 Hof van Discipline 's Gravenhage 250306W
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:206
Afwijzing wrakingsverzoek. Het hof ziet in de door verzoeker aangevoerde wrakingsgronden geen aanleiding het wrakingsverzoek toe te wijzen. Verzoeker benoemt in zijn wrakingsgronden dat hij de zitting als partijdig heeft ervaren. Partijdigheid en vrees voor vooringenomenheid is alleen een toewijzingsgrond van een wrakingsverzoek indien de vrees hiervoor objectief gerechtvaardigd is. Dat is hier niet het geval. Het feit dat er tijdens de zitting vragen werden gesteld door het hof aan verzoeker en/of anderszins (door de voorzitter) enige sturing werd gegeven aan het verloop van de zitting, leidt op zichzelf niet tot de conclusie dat de tuchtrechters wier wraking wordt verzocht bevooroordeeld en/of vooringenomen, laat staan racistisch, zouden zijn.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:143 Raad van Discipline Amsterdam 26-420/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:143
Voorzittersbeslissing; de klacht komt er grotendeels op neer dat verweerster zich in de procedure die klaagster namens haar cliënte voert volgens klaagster onbetamelijk heeft gedragen jegens haar cliënte. Bij klaagster als de advocaat van haar cliënte ontbreekt het aan een rechtstreeks eigen belang. De eventuele gevolgen van het handelen van verweerster treffen in de eerste plaats immers niet klaagster, maar haar cliënte. Klaagster - als advocaat - heeft hooguit een afgeleid belang bij de klacht over de houding van verweerster in onderliggende procedure en dat is onvoldoende om haar in haar klacht te ontvangen. De klacht is in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Het is de voorzitter verder niet gebleken dat verweerster in strijd gehandeld heeft met gedragsregel 24 of anderszins de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. De klacht is daarmee overigens kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:200 Hof van Discipline 's Gravenhage 250362
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:200
Klager heeft een klacht ingediend over de advocaat van zijn ex-partner. Hij is met zijn ex-partner verwikkeld in een procedure over de beëindiging van hun samenlevingscontract en de omgang met hun kinderen. De klacht betreft door verweerder gekozen bewoordingen en uitlatingen in een conclusie van antwoord en tijdens een zitting bij de rechtbank. De raad van discipline Den Haag heeft overwogen dat, hoewel het de voorkeur had verdiend als verweerder zich minder scherp en ferm had uitgedrukt, geen sprake is van onnodig grievende bewoordingen en uitlatingen, gelet op de context waarin verweerder de bewuste bewoordingen heeft gebruikt en de uitlatingen heeft gedaan. De klacht is door de raad dan ook ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft klager hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:144 Raad van Discipline Amsterdam 26-371/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:144
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Verweerder is in zijn bijstand aan de ex-partner van klager ruimschoots binnen de grenzen van het betamelijke gebleven
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:138 Raad van Discipline Amsterdam 26-403/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:138
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij treft geen doel. Er is geen sprake van intimiderende of ongepaste uitlatingen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:201 Hof van Discipline 's Gravenhage 260103
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:201
Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen. De door klager aan de deken te verstrekken gegevens moeten ten minste een begin van bewijs voor zijn stellingen vormen om in aanmerking te komen voor aanwijzing van een advocaat. In deze zaak zijn in het dossier onvoldoende aanknopingspunten te vinden voor een redelijke kans van slagen van de door klager gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:145 Raad van Discipline Amsterdam 26-424/A/NH
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:145
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang. Dat verweerder zijn neef adviseert betreft een aangelegenheid tussen verweerder en zijn neef, waar klaagster als wederpartij buiten staat.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:139 Raad van Discipline Amsterdam 25-911/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:139
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 260110
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:202
Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Al tweemaal eerder een advocaat aangewezen voor procedures in het kader van hetzelfde feitencomplex. Onvoldoende kans van slagen van de thans door klager gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:146 Raad van Discipline Amsterdam 26-425/A/A 26-429/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:146
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Geen sprake van dreiging of intimidatie, maar een gebruikelijke advocatenbrief met sommatie. Verder is het aan de civiele rechter en niet aan de tuchtrechter om de rechtmatigheid van een gelegd beslag te beoordelen. De toets door de tuchtrechter is op dit punt een terughoudende, namelijk het onnodig of onevenredig schaden van de belangen van de wederpartij zonder redelijk doel. Daarvan is in de gegeven omstandigheden geen sprake.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:203 Hof van Discipline 's Gravenhage 260116
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:203
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voor de vordering van klaagster is de kantonrechter bevoegd. Het is dus geen zaak waarvoor vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:140 Raad van Discipline Amsterdam 25-910/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:140
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:147 Raad van Discipline Amsterdam 26-426/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:147
Voorzittersbeslissing; klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder tekortgeschoten is in zijn dienstverlening.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:198 Hof van Discipline 's Gravenhage 240119H
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:198
Verweerder heeft herziening verzocht van een uitspraak van het hof van 8 maart 2024. Het herzieningsverzoek is door het hof wegens schending van een fundamenteel rechtsbeginsel ontvankelijk geacht. Ten onrechte is een door verweerder ingediend verweerschrift bij de oorspronkelijke beoordeling niet meegenomen. Het hof stelt voorop dat na een gegrond verklaard herzieningsverzoek de zaak in hoger beroep opnieuw wordt behandeld, maar met dien verstande dat geen ruimte bestaat om nieuwe beroepsgronden naar voren te brengen. Er is slechts plaats voor een nadere beschouwing en/of onderbouwing van (een) reeds eerder ingenomen standpunt(en). Met medeneming van het eerder door verweerder ingediende verweerschrift in de integrale (her)beoordeling van de zaak komt het hof tot het oordeel dat het herzieningsverzoek niet slaagt. De uitspraak van het hof waarvan herziening is verzocht, wordt niet herzien.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:141 Raad van Discipline Amsterdam 25-813/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:141
Raadsbeslissing; verzet niet-ontvankelijk; te laat ingediend.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 64
- Volgende pagina zoekresultaten