We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 1-20 van de 3164 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-450/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:209 Hof van Discipline 's Gravenhage 240360

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Het hof is niet gebleken dat verweerster een ondermaatse verdediging heeft gevoerd, dan wel anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld jegens klaagster. Bij de beëindiging van haar werkzaamheden voor klaagster heeft verweerster in lijn gehandeld met gedragsregel 14. Het hof bekrachtigt de raadsbeslissing waarin de klacht van klaagster ongegrond is verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:207 Hof van Discipline 's Gravenhage 250430

    In deze zaak heeft klager een klacht ingediend over verweerder die in opdracht van de advocaat van klager een cassatieadvies heeft verstrekt. Het hof beslist dat tussen klager en verweerder geen materieelrechtelijke advocaat-cliënt relatie bestaat. Klager heeft daarom geen eigen, rechtstreeks belang bij zijn klacht over verweerder, omdat alle klachtonderdelen betrekking hebben op de werkzaamheden van verweerder voor de advocaat van klager. Het hof verklaart in hoger beroep alle klachtonderdelen alsnog niet-ontvankelijk en vernietigt de raadsbeslissing in zoverre.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:208 Hof van Discipline 's Gravenhage 250349

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad van discipline in het ressort Amsterdam waarin de klachten van klager ongegrond zijn verklaard. Verweerder heeft geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn optreden als advocaat van (mede) de commissarissen van de vennootschappen. Ook is niet gebleken dat verweerder hierover op enig moment onwaarheden zou hebben verkondigd. Van een schending door verweerder van de gedragsregels 8 en 9 is daarom geen sprake. Dat er tussen partijen verschil van inzicht bestond of klager (volgens verweerder) in strijd handelde met gedragsregel 25 betekent niet dat verweerder daarmee gedragsregel 24 schond, dan wel op andere wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:152 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-090/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht tegen een advocaat over het nemen van - in de ogen van klager - disproportionele incassomaatregelen tegen een oud-client. De raad is van oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:204 Hof van Discipline 's Gravenhage 260078

    Beklag artikel 13 Advocatenwet niet-ontvankelijk. Tegen een beslissing tot toewijzing van een advocaat kan geen beklag worden ingediend. De voorziening van artikel 13 Advocatenwet is geen absolute waarborg voor daadwerkelijke toegang tot de rechter. Van de toegewezen advocaat kan niet gevergd worden dat hij een procedure opstart zonder zekerheid dat het verschuldigde griffierecht door de klager aan hem wordt voldaan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:148 Raad van Discipline Amsterdam 26-444/A/NH 26-446/A/NH/D

    Raadsbeslissing. Artikel 60b Advocatenwet en dekenbezwaar. De financiële problemen van verweerder laten zich op dit moment niet verenigen met het voeren van een behoorlijke advocatenpraktijk. Verweerder wordt voor onbepaalde tijd geschorst in de uitoefening van zijn praktijk. De schorsing gaat in na één maand. Dit biedt verweerder de gelegenheid om orde op zaken te stellen en concrete stappen te zetten om zo een verzoek tot opheffing van de schorsing voor te bereiden. Ook biedt de periode van een maand verweerder de gelegenheid zijn cliënten te informeren en lopende zaken af te ronden of over te dragen. De beslissing op het dekenbezwaar wordt aangehouden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:205 Hof van Discipline 's Gravenhage 250436

    Klacht over de eigen advocaat. De klacht van klaagster richt zich op de communicatie van verweerder met klaagster en de wijze waarop verweerder de zaak van klaagster inhoudelijk behandeld heeft. In tegenstelling tot de beslissing van de raad acht het hof de klacht van klaagster gedeeltelijk gegrond. Het hof vernietigt de beslissing van de raad en legt aan verweerder de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:206 Hof van Discipline 's Gravenhage 250306W

    Afwijzing wrakingsverzoek. Het hof ziet in de door verzoeker aangevoerde wrakingsgronden geen aanleiding het wrakingsverzoek toe te wijzen. Verzoeker benoemt in zijn wrakingsgronden dat hij de zitting als partijdig heeft ervaren. Partijdigheid en vrees voor vooringenomenheid is alleen een toewijzingsgrond van een wrakingsverzoek indien de vrees hiervoor objectief gerechtvaardigd is. Dat is hier niet het geval. Het feit dat er tijdens de zitting vragen werden gesteld door het hof aan verzoeker en/of anderszins (door de voorzitter) enige sturing werd gegeven aan het verloop van de zitting, leidt op zichzelf niet tot de conclusie dat de tuchtrechters wier wraking wordt verzocht bevooroordeeld en/of vooringenomen, laat staan racistisch, zouden zijn.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:143 Raad van Discipline Amsterdam 26-420/A/A

    Voorzittersbeslissing; de klacht komt er grotendeels op neer dat verweerster zich in de procedure die klaagster namens haar cliënte voert volgens klaagster onbetamelijk heeft gedragen jegens haar cliënte. Bij klaagster als de advocaat van haar cliënte ontbreekt het aan een rechtstreeks eigen belang. De eventuele gevolgen van het handelen van verweerster treffen in de eerste plaats immers niet klaagster, maar haar cliënte. Klaagster - als advocaat - heeft hooguit een afgeleid belang bij de klacht over de houding van verweerster in onderliggende procedure en dat is onvoldoende om haar in haar klacht te ontvangen. De klacht is in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Het is de voorzitter verder niet gebleken dat verweerster in strijd gehandeld heeft met gedragsregel 24 of anderszins de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. De klacht is daarmee overigens kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:200 Hof van Discipline 's Gravenhage 250362

    Klager heeft een klacht ingediend over de advocaat van zijn ex-partner. Hij is met zijn ex-partner verwikkeld in een procedure over de beëindiging van hun samenlevingscontract en de omgang met hun kinderen. De klacht betreft door verweerder gekozen bewoordingen en uitlatingen in een conclusie van antwoord en tijdens een zitting bij de rechtbank. De raad van discipline Den Haag heeft overwogen dat, hoewel het de voorkeur had verdiend als verweerder zich minder scherp en ferm had uitgedrukt, geen sprake is van onnodig grievende bewoordingen en uitlatingen, gelet op de context waarin verweerder de bewuste bewoordingen heeft gebruikt en de uitlatingen heeft gedaan. De klacht is door de raad dan ook ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft klager hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:144 Raad van Discipline Amsterdam 26-371/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Verweerder is in zijn bijstand aan de ex-partner van klager ruimschoots binnen de grenzen van het betamelijke gebleven

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:138 Raad van Discipline Amsterdam 26-403/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij treft geen doel. Er is geen sprake van intimiderende of ongepaste uitlatingen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:201 Hof van Discipline 's Gravenhage 260103

    Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen. De door klager aan de deken te verstrekken gegevens moeten ten minste een begin van bewijs voor zijn stellingen vormen om in aanmerking te komen voor aanwijzing van een advocaat. In deze zaak zijn in het dossier onvoldoende aanknopingspunten te vinden voor een redelijke kans van slagen van de door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:145 Raad van Discipline Amsterdam 26-424/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang. Dat verweerder zijn neef adviseert betreft een aangelegenheid tussen verweerder en zijn neef, waar klaagster als wederpartij buiten staat.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:139 Raad van Discipline Amsterdam 25-911/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 260110

    Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Al tweemaal eerder een advocaat aangewezen voor procedures in het kader van hetzelfde feitencomplex. Onvoldoende kans van slagen van de thans door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:146 Raad van Discipline Amsterdam 26-425/A/A 26-429/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Geen sprake van dreiging of intimidatie, maar een gebruikelijke advocatenbrief met sommatie. Verder is het aan de civiele rechter en niet aan de tuchtrechter om de rechtmatigheid van een gelegd beslag te beoordelen. De toets door de tuchtrechter is op dit punt een terughoudende, namelijk het onnodig of onevenredig schaden van de belangen van de wederpartij zonder redelijk doel. Daarvan is in de gegeven omstandigheden geen sprake.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:203 Hof van Discipline 's Gravenhage 260116

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voor de vordering van klaagster is de kantonrechter bevoegd. Het is dus geen zaak waarvoor vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:140 Raad van Discipline Amsterdam 25-910/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.