We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 1-10 van de 3203 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:150 Raad van Discipline Amsterdam 26-456/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder mocht erop vertrouwen dat zijn cliënte de opzeggingsbrief per post aan klager had verstuurd. Klager had naar aanleiding van de e-mail van verweerder alvast een formeel bezwaar kunnen indienen met het verzoek om het bezwaar op een later moment inhoudelijk aan te mogen vullen, omdat hij de opzeggingsbrief nog niet had ontvangen. Het is de voorzitter uit de stukken niet gebleken dat klager van deze mogelijkheden gebruik heeft gemaakt. Verder was verweerder niet gehouden om klager volledige inzage te geven in het fraudedossier van zijn cliënte. Tot slot kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder niet tijdig op berichten van klager heeft gereageerd. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:227 Hof van Discipline 's Gravenhage 260110

    Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Al tweemaal eerder een advocaat aangewezen voor procedures in het kader van hetzelfde feitencomplex. Onvoldoende kans van slagen van de thans door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:151 Raad van Discipline Amsterdam 26-465/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.Verweerder kan niet tuchtrechtelijk worden verweten dat hij bewust onwaarheden heeft verkondigd in strijd met gedragsregel 8. Het stond verweerder vrij om namens zijn cliënt standpunten in te nemen, ook al waren die klaagster onwelgevallig.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 260110

    Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Al tweemaal eerder een advocaat aangewezen voor procedures in het kader van hetzelfde feitencomplex. Onvoldoende kans van slagen van de thans door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-179/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft namens het kantoor gecorrespondeerd nadat hij FM, de advocaat van klaagster op non-actief had gesteld. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar met zijn e-mail van 4 augustus 2025 heeft geïntimideerd, doordat hij heeft gedreigd om de zaak via de media openbaar te maken en doordat hij heeft gedreigd met juridische stappen als klaagster contact zouden onderhouden met FM. De door verweerder geschetste context van het arbeidsconflict met FM en zijn vermoeden dat FM voornemens was om (op de achtergrond) bij klaagsters zaak betrokken te blijven en dat FM samenspande met cliënten, waaronder klaagster, vormen wellicht een verklaring voor verweerders opstelling, maar zijn daarvoor geen rechtvaardiging. Ook uit verweerders houding ter zitting van de raad blijkt dat verweerder zich te veel heeft laten meevoeren door het hoog opgelopen arbeidsconflict met FM en dat hij onvoldoende oog heeft gehad voor de advocaat-cliënt relatie tussen FM en klaagster. Zeker in een gevoelige zaak als die waarin klaagster door FM werd bijgestaan had verweerder zich moeten onthouden van het onder dreiging met juridische stappen verbieden van klaagster om contact te hebben met de advocaat die de zaak tot voor kort in behandeling had. Het enkele feit dat dat juridisch mogelijk is maakt nog niet dat het daarom ook een wegis die onder de gegeven omstandigheden passend is. Daarbij komt dat verweerder zijn vermeende belangen voldoende kon beschermen door zijn werkneemster FM rechtstreeks aan te spreken. De raad is van oordeel dat verweerder met de inhoud en toonzetting van zijn e-mail van 4 augustus 2025 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In zoverre is de klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:226 Hof van Discipline 's Gravenhage 260243

    Beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Hoewel de aangewezen advocaat bij de deken heeft aangegeven dat het hem wenselijk voorkwam als hij alleen in het executiegeschil de belangen van klaagster zou behartigen, heeft de advocaat na de weigering van de deken daartoe klaagster geadviseerd hem in de bodemzaak opdracht te geven contact op te nemen met het IJI voor een analyse van het toepasselijke Engelse recht. Dit advies was erop gericht klaagster ook in de bodemprocedure van effectieve rechtsbijstand te kunnen voorzien. Daarmee heeft de advocaat adequaat gehandeld. Klaagster heeft hier kennelijk van afgezien omdat zij het met het advies niet eens was. Dit acht het hof een gemiste kans en in feite heeft klaagster het functioneren van de aanwijzing in die zaak daarmee onmogelijk gemaakt. Daarnaast zijn er geen redenen om te twijfelen aan de totstandkoming of de inhoud van het door de advocaat in het executiegeschil gegeven procesadvies. Uit het dossier rijst het beeld op dat klaagster wil bepalen hoe de rechtsbijstand inhoudelijk vormgegeven moet worden. Dit staat haaks op de voor de advocatuur geldende kernwaarde onafhankelijkheid. Dat klaagster het niet eens is met het procesadvies brengt niet mee dat een andere advocaat moet worden aangewezen door de deken. Het hof is van oordeel dat klaagster in zowel het executiegeschil als de bodemprocedure van effectieve rechtsbijstand is voorzien, en er geen aanleiding bestaat om af te wijken van het uitgangspunt dat de deken slechts eenmalig een advocaat aanwijst.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:220 Hof van Discipline 's Gravenhage 250409

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerster dat zij heeft opgetreden als advocaat van de Vennootschap waarvan klager en verweerster (indirect) aandeelhouder en (indirect) bestuurder waren. Volgens klager is er sprake van belangenverstrengeling en is hij rechtstreeks in zijn eigen belang geschaad. De raad heeft geoordeeld dat klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen omdat hij geen rechtstreeks eigen belang heeft. Het hof oordeelt met de raad dat klager met betrekking tot de procedure tussen de Vennootschap en de ouders van klager geen rechtstreeks eigen belang heeft. Met betrekking tot de procedure tussen de Vennootschap en de klager (en zijn vennootschappen) heeft klager wel een rechtstreeks eigen belang, maar is niet gebleken dat verweerster enige werkzaamheden als advocaat heeft verricht. In zoverre acht het hof de klacht ongegrond. Deels bekrachtiging en deel vernietiging van de raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:221 Hof van Discipline 's Gravenhage 250462

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster is in een eerder arbeidsgeschil met haar toenmalige werkgever bijgestaan door een voormalig kantoorgenoot van verweerder. Verweerder heeft vervolgens de nieuwe werkgever van klaagster bijgestaan in een ontslagzaak tegen klaagster. Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 15 van de advocatuur (belangenverstrengeling) door tegen haar op te treden, terwijl zij een voormalig cliënte van zijn kantoor is. Verweerder mocht niet optreden tegen zijn voormalige cliënte. Gedragsregel 15 is geschonden. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:222 Hof van Discipline 's Gravenhage 250379

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerster, de advocaat van zijn ex-partner, dat zij in haar processtukken onjuiste en onnodig grievende uitlatingen heeft gedaan, waaronder de uitlating dat er sprake zou zijn geweest van huiselijk geweld en dat er drie stopgesprekken met klager zijn gevoerd. De Raad heeft de betreffende klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat verweerder de uitlatingen beter hadden kunnen nuanceren, maar dat ze in het licht van het geschil tussen klager en zijn ex-partner niet tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:223 Hof van Discipline 's Gravenhage 260020

    Intrekking hoger beroep. De raad heeft geoordeeld dat verweerder zijn cliënte over zijn kosten en over een aspect van de processtrategie onvoldoende heeft geïnformeerd en heeft de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Klaagster heeft aanvankelijk hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing, maar heeft vervolgens kort voor de mondelinge behandeling bij het hof haar klacht ingetrokken. Het hof ziet geen reden om de behandeling van de klacht in het algemeen belang voort te zetten. Vernietiging raadsbeslissing.