Zoekresultaten 1-50 van de 20064 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:9 Hof van Discipline 's Gravenhage 230063
- Datum publicatie: 16-01-2024
- Datum uitspraak: 12-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:9
Klacht over eigen advocaat. Nieuwe verwijten worden in hoger beroep buiten beschouwing gelaten. Verweerder heeft niet in strijd met gedragsregel 16 lid 2 gehandeld. De voorwaarden van de afspraak met de wederpartij zijn voldoende doorgenomen. De belangenbehartiging is tijdig en niet op een ongelegen moment opgezegd. Niet is komen vast te staan dat verweerder buitenproportioneel heeft gedeclareerd. Voor het overige wordt aangesloten bij de overwegingen van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:8 Hof van Discipline 's Gravenhage 220228
- Datum publicatie: 16-01-2024
- Datum uitspraak: 12-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:8
Klacht over optreden van eigen advocaat in appelprocedure is door de raad grotendeels ongegrond verklaard. Alleen het klachtonderdeel, dat betrekking had op het te laat toesturen van de concept Memorie van Grieven en het ongewijzigd indienen van die memorie, is gegrond verklaard met waarschuwing. Het hoger beroep van klager tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen faalt. Ambtshalve verhoogt het hof de aan verweerder opgelegde maatregel tot een berisping, zulks zonder proceskostenveroordeling in hoger beroep, omdat verweerder in de uitspraak van de raad had berust.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:7 Hof van Discipline 's Gravenhage 230008
- Datum publicatie: 15-01-2024
- Datum uitspraak: 12-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:7
Ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor krediet na echtscheiding. Bekrachtiging ongegrondverklaring door raad van klacht over dienstverlening van en communicatie met eigen advocaat.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:63 Hof van Discipline 's Gravenhage 240053
- Datum publicatie: 29-02-2024
- Datum uitspraak: 29-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:63
Klacht verwezen
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:62 Hof van Discipline 's Gravenhage 230340
- Datum publicatie: 29-02-2024
- Datum uitspraak: 26-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:62
Intrekking HB. Maatregel: onvoorwaardelijke schorsing. Op grond van artikel 56 lid 5 Advw bepaalt het hof de dag waarop de maatregel aanvangt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:61 Hof van Discipline 's Gravenhage 230114
- Datum publicatie: 29-02-2024
- Datum uitspraak: 19-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:61
Klacht ingetrokken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:60 Hof van Discipline 's Gravenhage 230136
- Datum publicatie: 29-02-2024
- Datum uitspraak: 19-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:60
Dekenbezwaar. Bekrachtiging van schrapping, nadat verweerder in 2021 voor onbepaalde tijd geschorst was. De raad was eerder van oordeel dat verweerder structureel en langdurig in strijd met de kernwaarden onafhankelijkheid, integriteit en deskundigheid heeft gehandeld. Uit zijn handelen bleek, aldus de raad dat hij geen vertrouwen in de rechtspraak, in individuele rechters en (de vertegenwoordigers van) de orde van advocaten had. Hoewel verweerder in hoger beroep stelt dat hij respect heeft voor de rechterlijke macht, de dekens en andere advocaten, blijkt het tegenovergestelde uit zijn handelen. Het beroep op schending artikel 6 EVRM slaagt niet. Met nieuwe, niet onderbouwde beschuldigingen die verband houden met [land] en mensen uit [land], ontkracht verweerder niet de overweging van de raad dat zaken die verweerder behandelt met zijn verleden in verband worden gebracht, terwijl in redelijkheid niet te verdedigen is dat daarmee ook werkelijk een verband bestaat. Veeleer lijkt zijn betoog die overweging te bevestigen. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de raad tot schrapping van verweerder van het tableau.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:6 Hof van Discipline 's Gravenhage 230106
- Datum publicatie: 15-01-2024
- Datum uitspraak: 12-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:6
Intrekking hoger beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:59 Hof van Discipline 's Gravenhage 230088
- Datum publicatie: 26-02-2024
- Datum uitspraak: 16-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:59
Klacht over eigen advocaat. Klaagster beklaagt zich onder meer over de manier waarop verweerder zich volgens haar heeft gedragen tijdens een bespreking en dat hij zijn werk niet goed heeft gedaan en ondeskundig is. De raad heeft de klachten ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad (verkorte bekrachtiging).
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:58 Hof van Discipline 's Gravenhage 230321
- Datum publicatie: 26-02-2024
- Datum uitspraak: 16-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:58
Verzet tegen een voorzittersbeslissing te laat ingediend en daarmee niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:57 Hof van Discipline 's Gravenhage 230383
- Datum publicatie: 26-02-2024
- Datum uitspraak: 16-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:57
Hoger beroep tegen een door de raad ongegrond verklaard verzet. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:56 Hof van Discipline 's Gravenhage 230384
- Datum publicatie: 26-02-2024
- Datum uitspraak: 16-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:56
Hoger beroep tegen een door de raad ongegrond verklaard verzet niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:55 Hof van Discipline 's Gravenhage 230391
- Datum publicatie: 26-02-2024
- Datum uitspraak: 16-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:55
Hoger beroep tegen een door de raad ongegrond verklaard verzet niet-ontvankelijk. Het hof bepaalt dat klaagster misbruik maakt van recht door herhaaldelijk op lichtzinnige gronden beroep in te stellen in zaken waarin beroep niet openstaat.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:54 Hof van Discipline 's Gravenhage 240036
- Datum publicatie: 26-02-2024
- Datum uitspraak: 15-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:54
Klacht verwezen
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:53 Hof van Discipline 's Gravenhage 240034
- Datum publicatie: 26-02-2024
- Datum uitspraak: 15-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:53
Klacht verwezen
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:52 Hof van Discipline 's Gravenhage 220331 220332
- Datum publicatie: 21-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:52
Klacht tegen bestuurders stichting derdengelden. Advocaten hebben in hun hoedanigheid van bestuurder van de stichting derdengelden een verrekening van een declaratie met derdengelden, waarvoor door de cliënt geen toestemming was verleend, geaccordeerd. Op basis van het kantoorbeleid mochten verweerders er niet van uitgaan dat de instemming voor verrekening door klaagster was gegeven. Bij gebrek aan een controlemechanisme in de huidige werkwijze, mocht van verweerders worden verwacht dat zij voordat zij de verrekening van de declaratie van klaagster met de derdengeldrekening accordeerden, controleerden of in dit dossier expliciete toestemming voor verrekening was gegeven en ook niet was ingetrokken. Bestuurders hebben een eigen verantwoordelijkheid om geen medewerking te verlenen aan handelingen die strijdig zijn met de bepalingen van afdeling 6.5 Voda. Verweerders hebben gehandeld in strijd met artikelen 6.19 lid 4 en 6.23 Verordening op de advocatuur. Het hof bekrachtigd de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:51 Hof van Discipline 's Gravenhage 220333
- Datum publicatie: 21-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:51
Klacht(onderdeel a) over de eigen advocaat alsnog ongegrond. Voor de beoordeling of een bepaalde verweten gedraging tuchtrechtelijk verwijtbaar is, moeten eerst de daaraan ten grondslag gelegde feiten worden vastgesteld. Het hof kan gelet op de tegenstelde verklaringen van klager en verweerder niet vaststellen wat er op 13 november 2020 is besproken en of de belastende Whatsappberichten op dat moment zijn doorgenomen en/of vragen naar aanleiding van deze berichten zijn geoefend. Aan het woord van klager en dat van verweerder wordt evenveel geloof gehecht. Voor nadere bewijsvoering ziet het hof geen aanleiding. Verweerder had wel een strategie en heeft ook overeenkomstig de wens van klager voor vrijspraak gepleit. Dat klager achteraf niet tevreden was over deze strategie en hij deze achteraf niet bruikbaar vond omdat volgens hem de zitting desastreus was verlopen, leidt er niet toe dat verweerder daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Niet gebleken is dat verweerder de zaak evident onjuist heeft aangepakt en de belangen van klager heeft verwaarloosd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:50 Hof van Discipline 's Gravenhage 230081 230082 230083 230084
- Datum publicatie: 21-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:50
Klacht door bestuurder en aandeelhouder van besloten vennootschap over advocaten die de andere twee aandeelhouders van de vennootschap hebben bijgestaan in een aandelengeschil. De raad heeft de bestuurder en aandeelhouder niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen belang zouden hebben bij het indienen van de klacht en ook niet door het vermeende tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen in hun belangen zouden zijn getroffen. Het hof oordeelt dat verzoekers in meerdere onderdelen van de klacht ontvankelijk zijn. Volgt vernietiging van de beslissing van de raad. De zaak wordt vervolgens aangehouden teneinde een inhoudelijke behandeling over de klachtonderdelen te bepalen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:5 Hof van Discipline 's Gravenhage 220153
- Datum publicatie: 15-01-2024
- Datum uitspraak: 08-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:5
Klacht tegen eigen advocaat. Belanghebbende begrip. 1) Klager geen belanghebbende bij urenverantwoording die verweerder aan de Raad voor Rechtsbijstand heeft gestuurd. De door klager te betalen hogere eigen bijdrage houdt geen verband met de urenspecificatie. Klager niet-ontvankelijk. 2) Verweerder heeft in zijn correspondentie met klager enkele malen onjuiste kenmerken en/of verwijzingen opgenomen waardoor verwarring bij klager heeft kunnen ontstaan over de vraag op welke dossier de betreffende correspondentie betrekking had. Verweerder heeft dat erkend en toegelicht hoe dat heeft kunnen gebeuren. Deze erkenning rechtvaardigt tuchtrechtelijk gezien echter niet de conclusie dat verweerder de opdrachtbevestiging en/of de factuur ter zake het voorschot achteraf heeft opgemaakt zoals klager heeft gesuggereerd. Het gestelde antedateren valt ook niet te rijmen met het gegeven dat klager conform de voorschotnota heeft betaald. Tegenover de door verweerder overgelegde opdrachtbevestiging, factuur en het betalingsbewijs, is de enkele stelling van klager dat hij geen opdrachtbevestiging en voorschotfactuur heeft ontvangen, onvoldoende om daarvan uit te gaan. Klacht ongegrond. 3) Verweerder heeft ondanks het verzoek van klager de toevoeging niet laten intrekken. Intrekking heeft pas plaatsgevonden nadat klager een klacht bij de deken heeft ingediend. Klager belanghebbende om een klacht in te dienen als een toevoeging ten onrechte niet wordt ingetrokken door zijn advocaat. Het niet intrekken kan immers gevolgen hebben voor een eventueel verschuldigde eigen bijdrage. Uitgangspunt is dat een advocaat in beginsel gehouden is een toevoeging in te trekken als de cliënt daarom vraagt. Dat kan anders zijn, dan wel onder voorwaarden gebeuren als de advocaat ter zake werkzaamheden heeft verricht. Dat daarvan sprake is, is door verweerder niet, dan wel onvoldoende onderbouwd gesteld. Klacht gegrond, geen maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:49 Hof van Discipline 's Gravenhage 230007
- Datum publicatie: 19-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:49
Klacht tegen verweerder in hoedanigheid van bestuurder van B Beheer: Niet gebleken is dat er over de hoedanigheid van verweerder onduidelijkheid heeft kunnen bestaan bij klager of dat verweerder niet of niet adequaat reageert op e-mailberichten van klager. Dat verweerder direct en/of indirect betrokken is bij een groot aantal ernstige zaken en gedragingen kan niet worden vastgesteld. Evenmin kan worden vastgesteld dat verweerder schadeveroorzakend en/of in strijd met de belangen van de certificaathouders en de statuten heeft gehandeld. Dat verweerder onjuiste en zelfs valse documenten heeft aangeleverd, heeft klager niet onderbouwd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad (verkorte bekrachtiging).
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:48 Hof van Discipline 's Gravenhage 230055 230056
- Datum publicatie: 16-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:48
Klacht tegen advocaat die de belangen behartigt van zijn kantoor en tegen dit kantoor. De raad heeft de klachten van klagers ongegrond verklaard. Klagers komen in beroep tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdelen c) en e). Klachtonderdeel c): Verweerders wordt verweten dat nadat een door verweerster sub 2 gemaakte fout was verjaard, verweerder sub 1 namens verweerster sub 2 een incassoprocedure is gestart tegen klagers. De raad heeft geoordeeld dat het verweerders vrijstond om een incassoprocedure te starten en zij hiermee binnen de grenzen van hun vrijheid als wederpartij zijn gebleven. Het hof ziet op basis van het onderzoek in hoger beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling van dit klachtonderdeel te komen dan die van de raad. Verkorte bekrachtiging. Klachtonderdeel e): Verweerder sub 1 wordt verweten dat hij grievende uitlatingen heeft gedaan over klager sub 1 in het tijdschrift Quote. Het hof stelt voorop dat de uitlatingen die verweerder sub 1 tegen de journalist van Quote over klager sub 1 heeft gedaan, moeten worden bezien in het licht van de historie die tussen partijen bestaat en tegen de achtergrond van het tussen partijen gerezen geschil over de betaling van declaraties. Het hof benadrukt dat van een advocaat, die de belangen behartigt van zijn kantoor (maatschap) in een (incasso)procedure tegen een (rechts)persoon, die hij eerder zelf als advocaat heeft bijgestaan, een grote mate van zorgvuldigheid verlangd mag worden. Er wordt vanuit gegaan dat verweerder sub 1 tegenover de journalist van Quote over klager sub 1 heeft gezegd dat ‘hij de tent heeft leeggetrokken’. Het hof is van oordeel dat voor verweerder sub 1 geen goede reden bestond om aan de journalist van Quote een dergelijke mededeling te doen, zo er überhaupt al aanleiding was om de journalist te woord te staan. Nu de vragen van de journalist betrekking hadden op (de middellijk bestuurder van) een voormalig cliënte van verweerster sub 2, had het voor verweerder sub 1 in de rede gelegen zich van commentaar te onthouden. Indien er desalniettemin aanleiding zou zijn geweest om op vragen van de betreffende journalist te reageren, had verweerder sub 1 zich terughoudend dienen op te stellen. Dat heeft hij niet gedaan. De uitlatingen van verweerder sub 1 waren naar het oordeel van het hof niet nodig, want zij dienden geen redelijk doel. De uitlatingen waren jegens klager sub 1 ook grievend, omdat niet gebleken is dat klager sub 1 AAA insolvabel heeft gemaakt. Het hof komt hiermee tot de conclusie dat verweerder sub 1 zich onnodig grievend over klager sub 1 heeft uitgelaten. Beroep deels gegrond en klachtonderdeel e) alsnog gegrond verklaard. In zoverre vernietiging van de uitspraak van de raad. Aan verweerder sub 1 wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:47 Hof van Discipline 's Gravenhage 230062
- Datum publicatie: 16-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:47
Klacht over eigen advocaat. Klager heeft zich tot verweerder gewend met het verzoek om namens hem hoger beroep in te stellen. In de opdrachtbevestiging van verweerder ontbrak de geldende termijn voor het indienen van de memorie van grieven en een ‘spoorboekje’ voor klager van wat hij mocht verwachten en wanneer. Om deze reden is de opdrachtbevestiging volgens het hof onder de maat. Tussen klager en verweerder is vervolgens op een te laat moment contact geweest over het ontbreken van stukken, namelijk één dag voor het aflopen van de termijn voor het indienen van de memorie van grieven. Hierdoor was er onvoldoende tijd voor overleg en voor het opstellen van een behoorlijk processtuk. Vervolgens moest in één dag een memorie van grieven worden opgesteld die niet meer ter goedkeuring aan klager voorgelegd kon worden, en die naar het het hof voorkomt te algemeen en te summier was. De vraag of de ontbrekende stukken wel of niet konden worden aangeleverd (of al waren aangeleverd), acht het hof in dit geval niet ter zake doend, omdat hoe dan ook de tijd ontbrak om de discussie hierover tussen klager en verweerder nog te voeren. Het hof rekent dit verweerder aan, omdat het tot de verantwoordelijkheid van de advocaat gerekend moet worden dat termijnen bewaakt worden en dat tijdig overleg met de cliënt over in te dienen processtukken tot stand komt. Verweerder heeft vervolgens een zeer summiere en algemene memorie ingediend, waarmee verweerder het risico heeft gecreëerd dat klagers hoger beroep onvoldoende kansrijk was. Ook dit komt voor rekening van verweerder en is verwijtbaar. De klachtonderdelen a), b) en c) worden om deze reden door het hof alsnog gegrond verklaard. De alsnog gegrond verklaarde klachtonderdelen rechtvaardigen de maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:46 Hof van Discipline 's Gravenhage 230060
- Datum publicatie: 16-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:46
Klacht over eigen advocaat. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat het verweerster vrij stond haar werkzaamheden voor klager te beëindigen. De raad heeft geen oordeel gegeven over het verwijt dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld doordat zij niet is verschenen op de zitting van 17 november 2020 en ook geen uitstel van de zitting heeft gevraagd. Het hof bespreekt dit klachtonderdeel alsnog en oordeelt dat het verweerster niet te verwijten valt dat zij vlak voor de zitting ziek werd. Verweerster heeft voldoende inspanningen verricht om uitstel van de mondelinge behandeling te krijgen, evenwel zonder succes. Niet is gebleken dat klager in zijn belangen is geschaad door het doorgaan van de mondelinge behandeling. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad en verklaart klachtonderdeel e) ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:45 Hof van Discipline 's Gravenhage 230328
- Datum publicatie: 16-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:45
Intrekking hoger beroep
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:44 Hof van Discipline 's Gravenhage 220273 220274
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:44
Vernietiging beslissing raad. Klacht tegen advocaten in hoedanigheid van (mede)bestuurders van een advocatenkantoor. Het stond verweerders vrij om met werknemer een relatiebeding overeen te komen. Hof komt tot de conclusie dat verweerder bij hun handelen als de bestuurders van het advocatenkantoor, het vertrouwen in de advocaat niet hebben geschaad. Het hof weegt mee dat (i) verweerder 1 (in grote lijnen) bekend was met de zaak en de aangewezen advocaat was om de zaak over te nemen toen de werknemer zijn vertrek aankondigde. (ii) De beëindiging van de dienstverlening door de werknemer aan klager was niet ontijdig. Klager is hierdoor ook niet in zijn belangen geschaad. (iii) Verweerders hebben niet onvoorwaardelijk en onredelijk vastgehouden aan het beding. (iv) De belangen van klager is voldoende door verweerders behartigd. Zij hebben zijn belangen niet uit het oog verloren en steeds hun dienstverlening aangeboden en meegewerkt aan een spoedige overdracht van het dossier. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:43 Hof van Discipline 's Gravenhage 220301
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:43
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster verwijt verweerster dat zij aan de rechtbank mededeling heeft gedaan over (de inhoud van) schikkingsonderhandelingen en dat zij daarbij het standpunt van klaagster onjuist heeft weergegeven. Het hof is met de raad van oordeel dat de gegrondheid van de klachten niet kan worden vastgesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar verbetert de gronden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:42 Hof van Discipline 's Gravenhage 220336
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:42
Beslissing raad deels vernietigd. Gewraakte uitlatingen niet onnodig grievend. verweerder heeft met zijn uitlatingen aandacht willen vragen voor mogelijke problematiek die bij moeder speelt. Naar het oordeel van het hof heeft verweerder daarbij wel de nodige terughoudendheid in zijn bewoordingen betoond. Beslissing raad voor het overige bekrachtigd, nu verweerder zonder medeweten en toestemming van klaagster met de minderjarige zoon van klaagster heeft gesproken. Dit valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:41 Hof van Discipline 's Gravenhage 220343
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:41
Klager niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep ziet op de (deels) gegrond verklaarde klachtonderdelen. Voor het overige: bevestiging beslissing raad ten aanzien van de ongegrond verklaarde klachtonderdelen, te weten (i) de klacht over de kwaliteit van de dienstverlening voor zover die ziet op de keuze om een bodemprocedure te voeren tegen de verzekeraar. Deze was immers niet bij voorbaat kansloos. (ii) De klacht dat verweerder onvoldoende deskundig of bekwaam zou zijn om letselschadezaken te behandelen. Dit kan op basis van één dossier niet worden vastgesteld. (iii) De klacht dat verweerder geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door hem gemaakte fouten. Verweerder niet tuchtrechtelijk gehouden aansprakelijkheid te erkennen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:40 Hof van Discipline 's Gravenhage 230019
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:40
Klacht over een kantoorgenoot van de eigen advocaat. Het hof bekrachtigd het oordeel van de raad. Klager heeft bij verweerder zijn ongenoegen geuit over het optreden van zijn advocaat. Verweerder had daarop sneller kunnen reageren, maar heeft met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. De klacht is daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:4 Hof van Discipline 's Gravenhage 230048
- Datum publicatie: 12-01-2024
- Datum uitspraak: 12-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:4
Klacht over onvoldoende zorgvuldige belangenbehartiging door eigen advocaat. Verweerder heeft niet gewezen op risico’s van huuropschorting en over het hoofd gezien dat bij een zitting van de Huurcommissie twee zaken werden behandeld in plaats van één. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, met dien verstande dat de maatregel wordt gematigd tot berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:39 Hof van Discipline 's Gravenhage 230150
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:39
Verweerder is ingeschakeld voor een gezamenlijke adviesaanvraag van klager en de cliënt van verweerder. Verweerder heeft erop gewezen dat hij voor zijn cliënt optreedt en dat het belang van zijn cliënt in geval van eventueel conflicterende belangen voorrang zal krijgen. Verweerder heeft deze boodschap verschillende malen en ook schriftelijk herhaald. Verweerder heeft niet geschreven dat hij een gezamenlijk advies zou uitbrengen. Verweerder heeft volgens het hof aan klager voldoende duidelijk gemaakt dat hij voor zijn cliënt optrad en daarnaast was ten tijde van de gezamenlijke advies aanvraag geen sprake van a priori tegenstrijdige belangen. Verweerder heeft bij klager niet de indruk gewekt dat hij ook de belangenbehartiger van klager was. Het hof vernietigt de door de raad gegrond verklaarde klacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:38 Hof van Discipline 's Gravenhage 230380
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 08-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:38
Verzoek tot verwijzing van een klacht tegen de deken en een medewerker van het ordebureau afgewezen. De medewerker is geen advocaat, zodat de deken geen bevoegdheid heeft om onderzoek te doen naar de klacht. De klacht tegen de deken is in feite gericht tegen een beslissing in een andere klachtzaak die bovendien ter beoordeling voorligt aan de appelinstantie. Het recht om een klacht tegen de deken in te stellen is daarvoor niet bedoeld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:37 Hof van Discipline 's Gravenhage 220228
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:37
Klacht over optreden van eigen advocaat in appelprocedure is door de raad grotendeels ongegrond verklaard. Alleen het klachtonderdeel, dat betrekking had op het te laat toesturen van de concept Memorie van Grieven en het ongewijzigd indienen van die memorie, is gegrond verklaard met waarschuwing. Het hoger beroep van klager tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen faalt. Ambtshalve verhoogt het hof de aan verweerder opgelegde maatregel tot een berisping, zulks zonder proceskostenveroordeling in hoger beroep, omdat verweerder in de uitspraak van de raad had berust.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:36 Hof van Discipline 's Gravenhage 230008
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:36
Ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor krediet na echtscheiding. Bekrachtiging ongegrondverklaring door raad van klacht over dienstverlening van en communicatie met eigen advocaat.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:35 Hof van Discipline 's Gravenhage 230292
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:35
Beklag op grond van artikel 13 Advw ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:34 Hof van Discipline 's Gravenhage 230298
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:34
Beklag tegen beslissing Deken ongegrond verklaard. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen, is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem bijstand te verlenen. Niet in geschil is dat klager geen advocaat heeft gevonden om rechtsbijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het al dan niet aanwijzen van een advocaat. Daarbij voorziet art. 13 Advw. er niet in om een advocaat aan te wijzen die in alle opzichten aan de wensen van klager zal gaan voldoen (vergelijk HvD 8 december 2000, 3199 en 14 mei 2018, 180005). Het feit dat in dit geval een aangewezen advocaat niet bereid is om de door klager gewenste procedures te starten of processtrategie te volgen, als gevolg waarvan de opdracht al dan niet door klager wordt beëindigd, komt dan ook voor rekening van klager. Er lijkt sprake te zijn van een patroon. Beëindiging van de opdracht door toedoen van klager betekent dan ook klager geen recht aan art. 13 Advw kan ontlenen op aanwijzing van (weer) een andere advocaat. Deken heeft het verzoek tot aanwijzing van een advocaat op goede gronden afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:32 Hof van Discipline 's Gravenhage 230314
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:32
Art. 13. Termijnoverschrijding indienen beklag verschoonbaar. De deken heeft abusievelijk een onjuist postadres vermeld in haar beslissing, waardoor niet kan worden vastgesteld of klager tijdig beklag heeft gedaan. Het gebruik van een onjuist postadres kan klager niet worden tegengeworpen. Dat de brief is gericht aan de deken en niet het hof, doet hier niets aan af. Beklag ongegrond. Klager heeft voor dezelfde zaak opnieuw verzocht om aanwijzing van een advocaat. Daarbij zijn door klager geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een andere beoordeling leiden dan die van het hof in de beslissing van 23 mei 2016 (ECLI:NL:TAHVD:2016:91). Het hof komt met de deken tot de conclusie dat het beklag ongegrond moet worden verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:31 Hof van Discipline 's Gravenhage 220179
- Datum publicatie: 30-01-2024
- Datum uitspraak: 30-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:31
Herstelbeslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:30 Hof van Discipline 's Gravenhage 220179
- Datum publicatie: 30-01-2024
- Datum uitspraak: 26-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:30
Optreden tegen eigen cliënte. Verweerder heeft tegen zijn eigen zakelijke cliënte opgetreden, terwijl voor verweerder kenbaar was dat zij bezwaar had tegen zijn optreden. Het stond verweerder daarom niet vrij tegen haar op te treden. Door dat wel te doen heeft verweerder zich niet betamelijk gedragen als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Schending kernwaarden partijdigheid en vertrouwelijkheid. Bekrachtiging beslissing raad. Berisping. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:3 Hof van Discipline 's Gravenhage 230178
- Datum publicatie: 12-01-2024
- Datum uitspraak: 12-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:3
Hoger beroep te laat ingesteld en daarom niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:29 Hof van Discipline 's Gravenhage 220253
- Datum publicatie: 30-01-2024
- Datum uitspraak: 26-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:29
Klacht tegen advocaat die als hulppersoon was ingeschakeld door een andere advocaat. Hoger beroep klaagster. Verkorte bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:28 Hof van Discipline 's Gravenhage 220252
- Datum publicatie: 30-01-2024
- Datum uitspraak: 26-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:28
Klacht vennootschap tegen eigen advocaat. Ontvankelijkheid klaagster. De klacht is bij de deken ingediend namens een op dat moment niet meer bestaande rechtspersoon. Dat betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. Het hof verklaart klaagster alsnog niet-ontvankelijk in haar klacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:27 Hof van Discipline 's Gravenhage 220251
- Datum publicatie: 30-01-2024
- Datum uitspraak: 26-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:27
Klacht tegen eigen advocaat. Wederzijds hoger beroep. Naar het oordeel van het hof kan niet worden vastgesteld dat verweerder niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht jegens klaagster. Verweerder heeft immers toegelicht op welke wijze door hem met een andere advocaat zou worden samengewerkt en op welke wijze de werkzaamheden zou worden gedeclareerd. Vernietiging beslissing raad in zoverre. Klachtonderdeel alsnog ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:26 Hof van Discipline 's Gravenhage 220250
- Datum publicatie: 29-01-2024
- Datum uitspraak: 26-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:26
Klacht tegen eigen advocaat. Hoger beroep klager. Verkorte bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:25 Hof van Discipline 's Gravenhage 230045D
- Datum publicatie: 29-01-2024
- Datum uitspraak: 26-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:25
Dekenbezwaar. De raad heeft een groot deel van de bezwaren tegen verweerder gegrond verklaard en een schorsing opgelegd. De deken komt op tegen twee door de raad ongegrond verklaard bezwaren en verzoekt het hof een schrapping op te leggen. De raad is van oordeel dat de door de raad gegrond verklaard bezwaren al voldoende argumenten geven voor een schrapping, omdat daaruit blijkt dat verweerder structureel ondermaats presteert. De gegrond verklaarde klachten zijn zeer ernstig en tonen dat verweerder gedurende een langere periode de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid en integriteit heeft geschonden. Het bezwaardossier toont naar het oordeel van het hof het beeld van een advocaat die ongeschikt is voor het vak. Verweerder heeft opdrachten van cliënten die hem als advocaat inschakelden stelselmatig niet (afdoende) bevestigd aan cliënten. Hij heeft geld gegeven aan een cliënte, met wie hij bovendien een te vriendschappelijke en flirterige en daarmee onprofessionele en ongepaste relatie had. Verweerder heeft in deze relatie zijn onafhankelijkheid uit het oog verloren en heeft zijn cliënte daarmee (financieel) nadeel toegebracht. Verweerder heeft voorts declaraties verrekend met derdengelden zonder schriftelijke toestemming van cliënten, hij heeft cliënten niet op de hoogte gehouden van belangrijke informatie en hij is tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens cliënten. Verder zijn de dossiers van verweerder incompleet en onoverzichtelijk, heeft hij de deken op verschillende momenten onjuist geïnformeerd, en heeft verweerder werkzaamheden laten uitvoeren door een niet-advocaat, zonder zijn cliënten hierover te informeren en zonder een geheimhoudingsbeding met deze persoon overeen te komen. Verweerder heeft ook structureel onvoldoende ook voor het belang om standpunten van zijn cliënten juridisch te (kunnen) onderbouwen. Met een en ander staat vast dat er veel is aan te merken op het functioneren en de praktijkvoering van verweerder en dat verweerder onvoldoende op de hoogte is van de regels die gelden voor een advocaat, althans deze regels niet naleeft, en zich bovendien niet bewust is van het belang van toepassing van deze regels.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:24 Hof van Discipline 's Gravenhage 230091D
- Datum publicatie: 29-01-2024
- Datum uitspraak: 26-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:24
Dekenbezwaar over het handelen van een advocaat als patroon. Hoger beroep deken. Het hof acht, anders dan de raad, gegrond dat verweerster de deken en de Raad van de Orde onjuist heeft geïnformeerd. Het betreft het onjuist (waaronder begrepen: onvolledig) invullen van stageverslagen, het onvolledig informeren van de Raad van de Orde over de reden van het vertrek van een stagiaire, zowel per e-mail als in een telefoongesprek, alsmede het onjuist informeren omtrent de mate van begeleiding van stagiaires. In zoverre vernietiging beslissing van de raad en klachtonderdeel alsnog gegrond. Het hof ziet geen aanleiding aan verweerster een andere maatregel op te leggen dan de raad heeft gedaan (voorwaardelijke schorsing voor de duur van 6 weken). Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:23 Hof van Discipline 's Gravenhage 230155 230154D
- Datum publicatie: 29-01-2024
- Datum uitspraak: 26-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:23
Klacht van een curator en dekenbezwaar. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar verbetert de gronden.Verweerder stond een BV en een Holding bij. Verweerder heeft zijn derdengeldenrekening beschikbaar gesteld voor ontvangst van betalingen een afnemer van zijn cliënten, terwijl hij wist dat de BV de betalingen niet zelf wenste te ontvangen in verband met een dreigend beslag. Verweerder was bovendien op de hoogte van de bedoeling van de cliënten dat betaling op naam van de Holding zou plaatsvinden. Verweerder heeft aldus medewerking verleend aan het gebruik van zijn derdengeldenrekening voor betalingsverkeer van zijn cliënten, zonder dat daar een noodzaak voor bestond. Verweerder heeft de ontvangen bedragen verder doorgestort naar de Holding, terwijl hij wist dat onduidelijkheid bestond over de het antwoord op de vraag wie rechthebbend was, de BV of de Holding. Verweerder heeft tot slot in twee afzonderlijke dossiers bijstand verleend aan de BV en aan de Holding, maar heeft dat in zijn facturatie niet tot uitdrukking gebracht. Twee maal een geheel voorwaardelijke schorsing van twee weken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:22 Hof van Discipline 's Gravenhage 220325
- Datum publicatie: 24-01-2024
- Datum uitspraak: 22-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:22
Klacht tegen eigen advocaat. Beslissing raad deels vernietigd, deels bekrachtigd. Gelet op de reikwijdte van de volmacht en de andere omstandigheden van het geval mocht verweerder ervan uit gaan dat de gevolmachtigde bevoegd was om namens klaagster een advocaat in te schakelen in de kwestie die verband hield met de koop/verkoop van het onroerend goed. Nu verweerder de gevolmachtigde op de hoogte heeft gehouden van zijn werkzaamheden, heeft hij voldaan aan zijn informatieplicht. Indien de gevolmachtigde klaagster (vervolgens) niet heeft geïnformeerd over de werkzaamheden, zoals door klaagster gesteld, kan verweerder niet worden verweten. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond. Ten aanzien van het verwijt dat verweerder zijn informatieplicht jegens klaagster heeft geschonden door haar niet te informeren over de ontvangst van een bedrag op de derdengeldenrekening van het kantoor en over de doorbetaling van dit bedrag zonder haar toestemming, is het hof van oordeel dat klaagster een eigen rechtstreeks belang heeft bij de klacht. Klachtonderdeel gegrond. Door verweerder kon niet zonder meer worden aangenomen dat de gemachtigde ook bevoegd was om klaagster te vertegenwoordigen bij de financiële afwikkeling van een zaak. Temeer nu de vennootschap van de gevolmachtigde en de gevolmachtigde zelf ook partij waren bij de vaststellingsovereenkomst en een vordering hadden op klaagster. Verweerder had klaagster rechtstreeks in zijn communicatie moeten betrekken en haar moeten informeren. Verweerder heeft ook tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld bij de verrekening van zijn eigen declaraties. Een expliciete schriftelijke toestemming van klaagster ontbrak om tot verrekening over te gaan. Verweerder heeft ook nadien ook nagelaten de verrekening schriftelijk aan klaagster te bevestigen. Maatregel: berisping en veroordeling in de proceskosten.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:21 Hof van Discipline 's Gravenhage 220309
- Datum publicatie: 24-01-2024
- Datum uitspraak: 19-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:21
Verweerster heeft het hoger beroep ingetrokken, na de zitting en (kort) voor de uitspraak. Naar het oordeel van het hof is er geen zwaarwegend belang dat voortzetting van het hoger beroep vergt. De intrekking van het beroep wordt gehonoreerd en het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Het hof veroordeelt verweerster wel in de kosten van het hoger beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:20 Hof van Discipline 's Gravenhage 230044
- Datum publicatie: 24-01-2024
- Datum uitspraak: 19-01-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:20
Klacht gericht tegen de deken. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad. Dat komt erop neer dat verweerder in zijn onderzoek naar de klacht van klagers tegen mr. M het vertrouwen in de advocatuur niet heeft geschaad.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 402
- Volgende pagina zoekresultaten