Zoekresultaten 51-100 van de 23415 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:187 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-529/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:301 Hof van Discipline 's Gravenhage 260316

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft het aanwijzingsverzoek afgewezen omdat klaagster werd bijgestaan door een advocaat, die nog steeds bereid was om klaagster te blijven bijstaan, terwijl niet was gebleken van een onjuist professionele inschatting van de advocaat en evenmin van structurele onwil of onvermogen van de advocaat om rechtsbijstand te verlenen. Het hof onderschrijft dit oordeel, evenals het besluit van de deken om zijn beslissing niet te herzien nadat de advocaat zich (een maand na hervatting van de werkzaamheden) alsnog onttrok. Inmiddels heeft klaagster een andere advocaat gevonden, die haar wilde bijstaan. Zij heeft er echter zelf voor gekozen om met die advocaat niet in zee te gaan, waarbij (wederom) een verschil van inzicht speelde over de professionele beoordeling van de zaak. Dat klaagster geen bijstand van een advocaat heeft, terwijl de datum van de mondelinge behandeling in de lopende procedure nadert, komt voor klaagsters eigen rekening en risico. Artikel 13 Advocatenwet is voor deze situatie - klaagster wenst een advocaat die bereid is te doen wat zij van die advocaat verlangt - niet bedoeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:200 Raad van Discipline Amsterdam 26-639/A/A 26-641/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaten van de wederpartij. Klachten zijn voor een groot deel niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop dan wel gebrek aan rechtstreeks eigen belang. Voor het overige zijn de klachten kennelijk ongegrond. Verweerders zijn partijdig, zij behartigen uitsluitend de belangen van hun cliënte en zij hebben veel vrijheid om de standpunten van hun cliënte naar voren te brengen, verweer te voeren tegen de vorderingen van een wederpartij en om informatie en feiten te interpreteren op een wijze die in het belang van hun cliënte is. De omstandigheid dat klagers andere standpunten innemen en een andere interpretatie hebben van de beschikbare informatie en feiten betekent niet dat verweerders de grenzen van de hen toekomende vrijheid als advocaten van de wederpartij van klagers hebben overschreden. Verder zijn de uitlatingen van verweerders binnen de context van een langlopend arbeidsrechtelijk geschil met bijbehorende emoties functioneel en naar objectieve maatstaven niet onnodig kwetsend. Verweerders kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor de keuzes die hun cliënte heeft gemaakt ten aanzien van klagers en de acties waartoe zij heeft besloten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:296 Hof van Discipline 's Gravenhage 260112V

    Verzet tegen niet-verwijzing. Ongegrond. Klaagster heeft de mogelijkheid gehad om bij de raad haar standpunt over het handelen van de deken naar voren te brengen. Deze mogelijkheid is door klaagster echter niet benut, doordat zij er kennelijk voor heeft gekozen het griffierecht niet te betalen. Klaagster kan nu niet alsnog haar bezwaren over het handelen van de deken aan de orde kan stellen door middel van een klacht over de deken. Daar is het klachtrecht niet voor bedoeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:201 Raad van Discipline Amsterdam 26-651/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerster is verantwoordelijk voor de behandeling van de zaak en het is aan verweerster om, in het belang van de (proces)positie van klaagster, de processtrategie te bepalen en te beoordelen welke stukken nodig zijn om de standpunten van klaagster in de echtscheidingsprocedure te ondersteunen. Het stond verweerster dan ook vrij om te weigeren stukken bij de rechtbank in te dienen die klaagster voor haar zaak relevant vond, maar die naar het oordeel van verweerster onvolledig of onoverzichtelijk en daardoor niet in het belang van klaagster waren. Uit de hoeveelheid e-mails blijkt dat verweerster klaagster stap voor stap heeft meegenomen in haar aanpak van de zaak en dat verweerster elke stap in de processtrategie heeft toegelicht en aan klaagster heeft uitgelegd. Klacht is in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:297 Hof van Discipline 's Gravenhage 260169

    Appelverbod. Hoger beroep niet-ontvankelijk. Hoewel klager een beroep doet op schending van fundamentele rechtsbeginselen, heeft wat klager ter onderbouwing daarvan aanvoert naar het oordeel van het hof geen betrekking op een dergelijke schending, maar ziet dat op de behandeling van de onderliggende klachtzaak tegen de deken. Klager wil in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak. Dat levert naar vaste jurisprudentie geen grond op voor het aannemen van schending van fundamentele rechtsbeginselen en daarmee voor doorbreking van het appelverbod.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:298 Hof van Discipline 's Gravenhage 260163

    Hoger beroep te laat ingesteld. Termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:299 Hof van Discipline 's Gravenhage 260150

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De deken kan alleen overgaan tot aanwijzing van een advocaat als de verzoeker de deken voldoende informatie geeft om te kunnen beoordelen wat voor procedure gevoerd moet worden en of zo’n procedure voldoende kans van slagen heeft. Dat betekent dat het op de weg van klager ligt om concreet, aan de hand van feiten, aan te geven wat de procedure is die hij wil voeren en de aanvullende informatie ter onderbouwing van die procedure, waar de deken om heeft verzocht, in te dienen. Dat heeft klager, ondanks dat de deken hem daartoe meerdere malen de gelegenheid heeft gegeven, onvoldoende met feitelijke gegevens concreet gemaakt. Hierdoor heeft de deken niet kunnen beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet is voldaan, zodat de deken gegronde redenen had om het verzoek af te wijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:199 Raad van Discipline Amsterdam 26-637/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familierechtkwestie. Het stond verweerder vrij om het convenant zoals door partijen ondertekend in Turkije over te leggen. Verweerder mocht van dat convenant, de vertaling daarvan en van de informatie die hij daarover van zijn cliënt kreeg uitgaan. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:295 Hof van Discipline 's Gravenhage 260242

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De medisch tuchtrechtelijke procedure waarvoor klager bijstand van een advocaat wenst, is een procedure waarvoor bijstand door een advocaat niet verplicht is. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken, waarin de bijstand door een advocaat verplicht is gesteld. Die situatie doet zich hier niet voor. De wenselijkheid om over een advocaat te beschikken, is niet het wettelijke criterium om voor toewijzing van een advocaat in aanmerking te komen. De deken hoefde in de afwijzingsbeslissing dan ook niet nader op de persoonlijke omstandigheden van klager in te gaan.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:213 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-046/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder is advocaat in dienst bij een verzekeraar. Verweerder heeft de verzekeringsaanvraag van klaagster nagespeeld om informatie te vergaren over de precieze vragen die bij haar aanvraag zijn gesteld. De nagespeelde aanvraag is per ongeluk doorgeklikt waardoor klaagster daarvan een aanvraagbevestiging kreeg, maar verweerder heeft diezelfde dag nog duidelijk gemaakt dat het slechts om een simulatie ging. Geen (evidente) verwerking van persoonsgegevens in strijd met de AVG. Dat oordeel is voorbehouden aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:220 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-166/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een procedure tegen het UWV. Verweerder had op grond van de op hem rustende zorgvuldigheidsverplichting niet mogen afzien van een hoorzitting zonder eerst met klager te overleggen. Klacht in zoverre gegrond. Klacht over de toevoeging ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:214 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-135/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft een bedrag ontvangen van de verzekeraar van de wederpartij, ten behoeve van klager. Dit geld is niet aan klager overgemaakt zodra de gelegenheid zich voordeed, wat in strijd is met artikel 6.19 lid 2 Voda. Klacht deels gegrond. Berisping. Geen proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:221 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-387/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:215 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-153/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een verklaring van een therapeut in te brengen. De inhoud van die verklaring kan niet aan verweerder worden toegerekend. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:209 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-636/DH/DH

    Klacht tegen de eigen advocaat in een familiezaak over de kwaliteit van dienstverlening in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:216 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-167/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een vreemdelingrechtelijke procedure. Verweerder heeft de aanvraag om een verblijfsvergunning ingediend ruim vijf maanden nadat klaagster en haar partner daarvoor bij hem zijn langsgegaan. Ook is verweerder slecht bereikbaar geweest. Klacht gegrond. Berisping. Geen proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:210 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-817/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:217 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-007/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen letselschadeadvocaat. De raad is van oordeel dat verweerders dienstverlening heeft voldaan aan de daaraan te stellen eisen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:211 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-021/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:218 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-011/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een huurkwestie. De raad is van oordeel dat verweerders dienstverlening heeft voldaan aan de daaraan te stellen eisen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:212 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-044/DH/RO

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Verweerster heeft vergaande en onvoldoende gefundeerde uitlaten gedaan over klager, waarbij zij strafrechtelijke kwalificaties heeft gebruikt. Een en ander was onnodig grievend en daarmee onbetamelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:219 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-159/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de advocaat in een familierechtelijke kwestie. Verweerder heeft klaagster onvoldoende geïnformeerd over de stappen die hij het meest geraden achtte in de procedure. Een duidelijke koersbepaling ontbrak en (terechte) vragen van klaagster heeft verweerder herhaaldelijk onbeantwoord gelaten. Ook ontbreekt vastlegging van belangrijke afspraken en inschattingen. Klacht gegrond. Vanwege ernst gedragingen, opstelling van verweerder en tuchtrechtelijk verleden wordt een voorwaardelijke schorsing opgelegd. Twee weken schorsing voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:207 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-503/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster met haar handelen niet de grenzen overtreden van de haar toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klaagster. Verweerster heeft bij haar partijdig optreden voor haar cliënt voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Zo mocht verweerster een selectie foto's overleggen. Het lag op de weg van klaagster om daartegen verweer te voeren. Daarnaast stond het verweerster vrij om tijdens een zitting een bewijsvoorstel te doen zoals gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:201 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-120/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de mediator. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat die te laat is ingediend. Voor zover ontvankelijk, is de klacht ongegrond. Verweerster was niet gehouden een neutraal beëindigingsbericht aan partijen te sturen. Verweerster heeft toegelicht hij zij de overeenkomst heet opgesteld en wat daarbij een rol heeft gespeeld. Daarmee heeft zij niet partijdig en evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Verweerster hoefde er niet op bedacht te zijn dat het beëindigingsbericht later (door de wederpartij) in de civiele procedure zou worden ingebracht. Het bericht was onderdeel van de mediation, waarvoor geheimhouding gold.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:208 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-559/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klager wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht wegens het ontbreken van een eigen rechtstreeks belang bij de klacht over verweerder.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:202 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-186/DH/DH

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar over onder kwaliteit en kantoororganisatie. Er is sprake van tekort schieten in de schriftelijke vastlegging c.q. dossieropbouw. Ook is de waarneming niet goed op orde. Daarvoor is recent aan verweerster een coachtingstraject opgelegd, maar dat traject was nog niet aangevangen op het moment van indiening van het dekenbezwaar. Niet verwacht kan worden dat verweerster haar praktijk zo snel al weer op orde zou hebben. De raad ziet hierin aanleiding om voor dit deel af te zien van het opleggen van een maatregel. Dat is anders voor de geheimhoudersstukken die onversnipperd in een container zijn weggegooid en daar door de buren zijn aangetroffen. Hoewel verweerster stelt de juiste instructies te hebben gegeven aan haar ondersteunen personeel, is het toch niet goed gegaan. De raad weegt daarbij zwaar mee dat verweerder niet adequaat heeft gereageerd op het moment dat de deken liet weten dat geheimhoudersstukken waren aangetroffen. Verweerster heeft deze (nog steeds) niet ingezien. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:197 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-692/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familiekwestie. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat de klacht te laat is ingediend. Voor zover ontvankelijk is de klacht over de kwaliteit van de bijstand deels gegrond. Verweerster is op meerdere punten tekortgeschoten in de behartiging van klagers belangen, onder meer door zonder toelichting of berekening een jaaropgave in te dienen, waar de rechtbank vervolgens geen rekening mee heeft gehouden. Verweerster heeft aangifte tegen klager gedaan naar aanleiding van door hem bij de Geschillencommissie ingediende stukken. Verweerster heeft daarmee niet gehandeld als een betamelijk advocaat, omdat er geen noodzaak was om aangifte te doen en verweerster niet vooraf overleg heeft gevoerd met de deken. Zij heeft daarbij ook haar geheimhoudingsplicht geschonden door een e-mail uit haar dossier aan de politie te overleggen. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:203 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-274/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de faillissementscurator. Verweerder kon en mocht opdracht geven voor een taxatie van de woning van klagers. Niet gebleken dat verweerder het taxatieproces heeft beïnvloed. Niet gebleken van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:198 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-723/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:204 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-731/DH/DH/H

    Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:199 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-020/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:205 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-493/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over deken. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Verweerder heeft gehandeld overeenkomstig de Leidraad dekenaal klachtonderzoek 2025. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:206 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-497/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de ex-partner deels niet-ontvankelijk omdat de klacht te laat is ingediend. Klachten voor het overige kennelijk ongegrond, omdat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet is gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-064/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke kwestie in alle onderdelen ongegrond. De civiele vordering was geen onderdeel van de opdracht en verweerster heeft de documenten in het licht van de gegevens opdracht beoordeeld. Duidelijk was hoe een en ander zou verlopen en verweerster heeft ook steeds regie gevoerd. De communicatiefout is slordig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het ingediende verzoekschrift voldoet aan de professionele standaard. Het is niet ongebruikelijk dat klaagster en haar gemachtigde daarvoor zelf veel informatie moesten aanleveren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:185 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-551/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:181 Raad van Discipline Amsterdam 26-259/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder een (potentiële) getuige heeft beïnvloed of bewust onjuiste informatie heeft verstrekt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:194 Raad van Discipline Amsterdam 26-160/A/A

    Raadsbeslissing. Klaagster vindt dat verweerder niets voor haar heeft gedaan, hij haar nergens over heeft geïnformeerd, haar onheus heeft bejegend en onaangekondigd aan haar huis stond. De raad oordeelt dat het klachtonderdeel met betrekking tot de informatieplicht gedeeltelijk gegrond. Het klachtonderdeel met betrekking tot het onaangekondigde bezoek aan huis is gegrond omdat verweerder de gedraging erkent. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. De raad oordeelt dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legt daarvoor de maatregel waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:188 Raad van Discipline Amsterdam 26-496/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. Het betreft een klacht van een advocaat over een andere advocaat. De voorzitter heeft niet kunnen vaststellen dat verweerster klager bewust onjuiste informatie heeft verschaft in haar reactie op de vraag of er al een toevoeging was verstrekt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:182 Raad van Discipline Amsterdam 26-141/A/NH

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de eigen advocaat in een strafzaak. Van verweerder hoefde niet verwacht te worden dat hij het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal in twijfel trok. Geen van de andere professionele procespartijen heeft dat in eerste aanleg gedaan. Het enkele feit dat het de nieuwe advocaat van klager wel was opgevallen dat het proces-verbaal onjuistheden bevatte, betekent niet zonder meer dat het verweerder tuchtrechtelijk verweten kan worden dat het hem niet was opgevallen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:195 Raad van Discipline Amsterdam 26-171/A/NH

    Raadsbeslissing. Klaagster klaagt voor zichzelf en voor haar kinderen over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerster. De kinderen zijn meerderjarig, zodat klaagster geen wettelijk vertegenwoordiger meer is van de kinderen. In zoverre is klaagster niet-ontvankelijk. De raad oordeelt dat het recht van klaagster om te klagen deels is vervallen. De klachten waarin klaagster wel ontvankelijk is, worden ongegrond verklaard. Op een advocaat rust een inspanningsverplichting, geen resultaatverplichting.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:189 Raad van Discipline Amsterdam 26-494/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft niet onzorgvuldig gehandeld door zich terug te trekken. Verweerder heeft niet de kernwaarde partijdigheid geschonden door geen procedure te starten. Niet gebleken is dat verweerder de deken onjuist heeft geïnformeerd of anderszins onzorgvuldig is geweest. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:183 Raad van Discipline Amsterdam 25-880/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:196 Raad van Discipline Amsterdam 26-075/A/A 26-099/A/A

    Raadsbeslissing. Het betreft een klacht over de curator (verweerder sub 1) en over de advocaat van de curator (verweerder sub 2). Er wordt geklaagd over verschillende handelingen die verweerders hebben verricht in het faillissementstraject. Verder wordt de curator ernstige belangenverstrengeling verweten. De raad heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klagers hebben onvoldoende toegelicht waarom zich in dit geval een onaanvaardbare belangenverstrengeling heeft voorgedaan en evenmin dat en in welke zin de gedragingen van de curator het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:184 Raad van Discipline Amsterdam 26-408/A/NH

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. De klacht is gegrond voor zover verweerder in zijn pleitnota onjuiste informatie heeft verkondigd (gedragsregel 8) en zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten (gedragsregel 7). De raad ziet af van het opleggen van een maatregel. Klaagster heeft immers op de zitting in de onderliggende procedure op deze informatie kunnen reageren waardoor de schade voor klaagster beperkt is gebleven. Bovendien heeft verweerder op de zitting van de raad inzicht getoond in zijn handelen en kent verweerder geen tuchtrechtelijk verleden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:185 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:198 Raad van Discipline Amsterdam 25-877/A/A 25-879/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:192 Raad van Discipline Amsterdam 26-189/A/A/D

    Raadsbeslissing; gegrond dekenbezwaar. Verweerster heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich in haar processtukken te vereenzelvigen met haar cliënten en daarmee de vereiste professionele deskundigheid niet in acht te nemen. Hiermee heeft verweerster in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid. Daarnaast vertonen de processtukken van verweerster een ernstig gebreken in kwaliteit. Dit heeft niet alleen geleid tot afwijzing of niet-ontvankelijkverklaring van verzoeken, maar heeft de procedure van haar cliënten bovendien vertraagd. Behalve onbetamelijk vindt de raad de gedragingen van verweerster ook zorgelijk, omdat verweerster geen inzicht in de laakbaarheid van haar handelen heeft getoond. Verweerster heeft de adviezen en instructies van de deken niet opgevolgd. Ook op het concept van het dekenbezwaar heeft verweerster geen inhoudelijke reactie gegeven. Evenmin is verweerster op de zitting van de raad verschenen, zodat de raad niet bekend is met het verweer van verweerster. Gelet op deze omstandigheden, is de raad - ondanks het feit dat verweerster niet eerder tuchtrechtelijk veroordeeld is - van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke schorsing van acht weken passend en geboden is. De raad ziet gelet op de ernst van de verweten gedragingen aanleiding om naast de algemene voorwaarde aan deze voorwaardelijke schorsing een bijzondere voorwaarde te verbinden, namelijk een op kosten van verweerster te volgen coachingstraject met een coach, gespecialiseerd in het personen- en familierecht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:186 Raad van Discipline Amsterdam 26-600/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. In het kader van zijn verweer stond het verweerder vrij om collegiaal overleg te voeren met andere betrokken advocaten en de deken te informeren over geconstateerde patronen in de tuchtklachten. Het stond verweerder eveneens vrij om de president van de rechtbank over klagers handelen te informeren.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:294 Hof van Discipline 's Gravenhage 250013

    Klaagster heeft een klacht ingediend over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. De klacht is door de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) gedeeltelijk gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad op twee klachtonderdelen. De eigen overtuigingen van verweerster in haar processtukken over het gedrag van klaagster missen een objectief verifieerbare onderbouwing. Verweerster had daarom terughoudender behoren te zijn in de stelligheid van haar uitlatingen door duidelijk(er) aan te geven dat wat zij naar voren bracht de mening/visie van haar cliënt was in plaats van die stellingen te poneren als feiten. Het hof is verder van oordeel dat verweerster onvoldoende professionele distantie heeft betracht en met haar cliënt is gaan meeprocederen. Verweerster gaf naast het standpunt van haar cliënt namelijk ook haar eigen visie op de zaak en zij steunde expliciet het standpunt van haar cliënt. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid. Het hof heeft de maatregel verzwaard door het opleggen van een berisping.