Zoekresultaten 1-50 van de 22426 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:16 Hof van Discipline 's Gravenhage 260005
- Datum publicatie: 22-01-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:16
Klacht over deken niet verwezen. De klachten hebben betrekking op het dekenbezwaar en horen in het debat daarover thuis. Klager moet eerst de procedure bij de tuchtrechter doorlopen om daarover het oordeel van de tuchtrechter te verkrijgen. Klager kan niet buiten die procedure om separaat zijn klachten over verweerder in een aparte procedure aanhangig maken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:10 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-317/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:10
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verwijt is rauwelijks dagvaarden. Daarvan is geen sprake, omdat verweerder eerder al had aangekondigd tot dagvaarden over te zullen gaan. Door verweersters handelwijze is klaagster niet in haar belangen geschaad. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:9 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-303/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:9
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een letselschadekwestie. Verweerster heeft het dossier voldoende voortvarend behandeld en heeft steeds teruggekoppeld wat de behandelaar van de verzekeraar haar beloofde. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:17 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-463/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:17
Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat. Schending van gedragsregels 21 en 25. Verweerder heeft een brief rechtstreeks aan de cliënten van klager gestuurd, terwijl zij werden bijgestaan door klager. Hij heeft bovendien geen afschrift van de brief aan klager gestuurd. Verweerder heeft klager bovendien geen afschrift van zijn verzoek om doorhaling verzocht. Hoewel verweerder heeft erkend dat een en ander niet goed is gegaan, had hij de gemaakte fouten concreter kunnen erkennen en ook moeten corrigeren. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:11 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-252/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:11
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:18 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-487/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:18
Verzet niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:12 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-344/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:12
Raadbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De raad is niet gebleken dat verweerster op het punt van communicatie, informatie en kwaliteit tekort is geschoten. Verweerster heeft bij het beëindigen van haar werkzaamheden onvoldoende oog gehad voor de belangen van klaagster. Verweerster heeft zich onttrokken met een kort bericht, zonder klaagster te informeren over wat er op korte termijn moest gebeuren. Verweerster had zich bovendien niet op deze termijn voor de zitting nog mogen onttrekken dan wel meer voortvarendheid dienen te betrachten in de overdracht. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:19 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-495/DH/RO
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:19
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een kort geding over door klager gedane uitlatingen. Niet gebleken is dat verweerder vertrouwelijke informatie heeft ingebracht die hij niet had mogen inbrengen. De raad kan gezien de beperkte context niet vaststellen dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Een e-mailbericht is bij vergissing niet bij klager terechtgekomen. De raad kan niet vaststellen dat deze enkele vergissing tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:13 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-352/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:13
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:20 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-817/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 21-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:20
Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft in een procedure, waarbij klager geen partij is, een vonnis ingebracht waarin zijn naam wordt vermeld. Verwijt is dat verweerster daarmee klagers privacy heeft geschonden. Hoewel klager wel een eigen belang heeft bij de klacht, is niet duidelijk welke gedragsregel daarmee zou zijn overtreden. Ook is niet gebleken dat klager in enig belang is geschaad. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:14 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-359/DH/RO
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:14
Raadsbeslissing. Verweerder is T, een kwetsbare, hoogbejaarde man, gaan bijstaan, zonder zich ervan te vergewissen dat T wilsbekwaam was en in staat was verweerder een opdracht te verstrekken. Diverse omstandigheden maakten dat verweerder alle reden had om aan de wilsbekwaamheid te twijfelen en daarnaar eerst onderzoek te doen. Dat heeft verweerder niet gedaan. Verweerder heeft vervolgens diverse fouten gemaakt. De opdracht blijft onduidelijk, omdat hierover niets is vastgelegd. Verweerder heeft T bovendien op betalende basis bijgestaan, terwijl T (vanwege de rechterlijke machtiging) in aanmerking kwam voor gefinancierde rechtsbijstand. Des te wranger is dat verweerder in zes en een halve maand tijd ruim € 53.000,- heeft gedeclareerd, terwijl niet blijkt welke werkzaamheden zijn verricht en of die noodzakelijk of van enig nut waren. Sprake van exorbitant en excessief declareren. Handelen in strijd met diverse gedragsrels en in strijd met de kernwaarden deskundigheid en (financiële) integriteit. Verweerder al meer dan 50 jaar advocaat en geen tuchtrechtelijk verleden. De raad rekent het verweerder ernstig aan dat hij op deze wijze met een kwetsbare, hoogbejaarde man is omgegaan die niet of onvoldoende in staat was zijn wil te bepalen. Schrapping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:21 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-820/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 21-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:21
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. De rechtbank heeft al over het geschil tussen partijen geoordeeld en de klachtprocedure is niet bedoeld om de discussie tussen partijen te heropenen. Niet gebleken dat verweerder op enigerlei wijze misbruik heeft gemaakt van de positie van de zaakvoerder van klaagster. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:7 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-305/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:7
Raadsbeslissing. Klacht in een letselschadekwestie over de eigen advocaat c.q. de medewerker die onder verantwoordelijkheid van die advocaat valt. Niet blijkt dat er onvoldoende met klaagster is gecommuniceerd of dat afspraken zijn geschonden. Geen sprake van excessief declareren. Op verzoek is een gespecificeerde declaratie aan klaagster gestuurd. Klacht on alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:15 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-393/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:15
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:15 Hof van Discipline 's Gravenhage 250450
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 21-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:15
Beklag artikel 13 ongegrond. Het hof is van oordeel dat de deken haar stelling dat de procedure die klager wil voeren geen redelijke kans van slagen heeft, voldoende heeft onderbouwd. Terecht heeft de deken gewezen op de vele (kanton)procedures die al zijn gevoerd waarin klager in het ongelijk is gesteld. Het standpunt van de deken dat dit is meegewogen bij de conclusie dat er geen reële kans op succes aanwezig is in de hoger beroepsprocedure die klager wil voeren, is niet onbegrijpelijk of onjuist. Het door klager zelf opgestelde beroepschrift brengt daarin geen verandering. Terecht heeft de deken zich op het standpunt gesteld dat artikel 13 Advocatenwet niet is bedoeld om kansloze of onredelijke procedures te voeren. Ook heeft de deken terecht gewezen op de proceskostenveroordeling in de beschikking van de kantonrechter. Het hof is dan ook van oordeel dat de deken tot de conclusie heeft mogen komen dat, gelet op de inhoud van de beschikking van de kantonrechter een beroep daartegen geen redelijke kans van slagen heeft.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:22 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-822/DH/DH
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 21-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:22
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij in een familiezaak. Niet gebleken dat sprake is van onjuiste of onnodig grievende uitlatingen. Evenmin gebleken van een agressieve of escalerende strategie. Verweerster is voldoende duidelijk geweest over de bij haar dagvaarding overgelegde producties. Van traineren of niet reageren op redelijke verzoeken door verweerster is niet gebleken. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:8 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-269/DH/RO 25-271/DH/RO
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:8
Raadsbeslissing. Klacht over het optreden van de eigen advocaat in een voorlopig getuigenverhoor. Niet blijkt dat verweerder onvoldoende partijdig is geweest. Klagers waren het eens met het verzoek zoals dat is ingediend en verweerder heeft onweersproken gesteld dat er geen redenen warden de uitgezette processtrategie te wijzigen. Er is regelmatig en uitvoerig contact geweest tussen klagers en verweerder. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:16 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-423/DH/RO
- Datum publicatie: 21-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:16
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een strafzaak. De klacht over verweerders inhoudelijke bijstand is ongegrond. Klacht over financiële afspraak gegrond. Verweerder heeft een financiële afspraak met klager gemaakt die in strijd is met de Voda. Hij heeft klager daarmee bovendien onder druk gezet: klager had verweerder al betaald en klager moest akkoord gaan met deze aanvullende afspraak, anders zou verweerder klager niet bijstaan. Verweerders handelen is in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit. Verweerder heeft ter zitting erkend dat hij deze afspraak niet had mogen maken. Tuchtrechtelijk verleden. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:20 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-546/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:20
Raadbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij en over verweerder in hoedanigheid van bemiddelaar. Verweerder diende een partijdig belang en kon daarom niet tegelijkertijd optreden als onpartijdig bemiddelaar in het familieconflict. Hij had klager duidelijk moeten laten weten dat hij handelde als belangenbehartiger van zijn cliënt en had klager om die reden moeten adviseren een eigen belangenbehartiger in de arm te nemen. Verweerder heeft zijn onafhankelijkheid in de zin van artikel 2 Advocatenwet hiermee in gevaar gebracht. Klacht deels gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:9 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-841/DB/OB
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 20-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:9
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in beide onderdelen kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder klagers valselijk heeft beschuldigd van bedreiging en zich denigrerend jegens klagers heeft uitgelaten, noch dat hij in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 5.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:21 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-600/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:21
Klager heeft een appartement gehuurd van een commanditaire vennootschap. Verweerder is (mede)bestuurder van de stichting die de CV bestuurt. De CV heeft een beheerder die namens de verhuurder optrad richting klager als huurder. De aan verweerder verweten gedragingen zien op op het optreden van verweerder in hoedanigheid van bestuurder als genoemd en zijn optreden namens de beheerder. vast staat dat de verhuurder vanaf het begin in het geschil met klager door verschillende advocaten is bijgestaan; niet door verweerder. Verweerder is als gemachtigde namens de verhuurder bij zittingen geweest of heeft namens de verhuurder/ beheerder met (de advocaat van) klager gecorrespondeerd. Deze handelingen van verweerder hebben plaatsgevonden in de privésfeer en tussen die handelingen en de praktijkuitoefening van verweerder bestaat naar het oordeel van de raad geen verband. De inhoud van een e-mail van verweerder die hij vanaf zijn privé e-mailadres rechtstreeks aan klager heeft gestuurd, is naar het oordeel van de raad onvoldoende om tot de conclusie te komen dat er voldoende verband bestaat tussen deze privé-gedraging en de praktijkvoering van verweerder. De raad toetst het handelen van verweerder aan de (beperkte) maatstaf of de gedraging van verweerder in het licht van zijn beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd moet worden geacht en of daarmee het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Daarvan is de raad niet gebleken. Tussen klager en de verhuurder is een geschil over de verrekening ontstaan na opzegging van de huurovereenkomst. Een vergelijk bleek niet mogelijk. De verhuurder heeft daarna een bedrag aan klager betaald. Het lag op de weg van klager om daarover zo nodig een gerechtelijk oordeel te vragen. Uit de stukken is bovendien niet gebleken dat verweerder niet integer heeft gehandeld door zelf gedane toezeggingen of gerechtelijke uitspraken namens de verhuurder niet na te komen. De raad stelt verder vast dat sprake is van tegengestelde standpunten tussen klager en de verhuurder over (de terugbetaling van) de borgsom. Daarover zal een civielrechtelijk oordeel moeten worden gegeven. Verweerder heeft daarbij niet absoluut ongeoorloofd gehandeld. Verweerder heeft 2 e-mails aan klager rechtstreeks gestuurd. Een e-mail was als gemachtigde van de beheerder en stond hem vrij. De andere e-mail mocht verweerder naar het oordeel van de raad als partij - als bestuurder van de CV - aan klager sturen. De vraag die vervolgens voorligt is of verweerder zich daarvan had moeten onthouden. Alhoewel de scherpe toonzetting in die e-mail van verweerder niet de schoonheidsprijs verdient, verweerder heeft dat tijdens de zitting van de raad ook ingezien, wordt de inhoud daarvan door de raad niet als absoluut ongeoorloofd gekwalificeerd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:16 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-768/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:16
De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:17 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-043/AL/NN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:17
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:18 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-284/AL/MN 25-285/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:18
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:19 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-514/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:19
Klacht over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder zonder nader onderzoek afgaan op de van zijn cliënt ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat in het verweerschrift heeft verwerkt en tijdens de zitting heeft genoemd. Daarnaast kon en mocht verweerder uitgaan van de juistheid van de (medische) informatie over klaagster en haar dochter aangezien dat volgde uit het verzoekschrift met bijlagen zoals dat namens klaagster is ingediend. Klaagster heeft via haar advocaat tegen de vermeende onjuistheden en feiten verweer kunnen voeren en kon zelf ook relevante stukken indienen. Ook overigens van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder niet gebleken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:7 Raad van Discipline Amsterdam 25-858/A/DH/W
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:7
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:8 Raad van Discipline Amsterdam 25-824/A/A
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:8
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft als dominus litis de vrijheid om een zaak te behandelen zoals haar dat goeddunkt. Als verweerster van mening is dat bepaalde bewijsstukken niet relevant zijn is zij er niet toe gehouden deze bewijsstukken te gebruiken, enkel omdat haar cliënte (klaagster) dat wenst.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:14 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-803/AL/NN
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:14
Voorzittersbeslissing. Klacht over deken. Dat de deken een opmerking in het webformulier met verzoek om aanwijzing van een advocaat voor klager in de doofpot heeft gestopt, is onvoldoende concreet onderbouwd. Uit de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerster strikvragen heeft gesteld of anderszins met haar handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:9 Raad van Discipline Amsterdam 25-469/A/A/D 25-832/A/A
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:9
25-469/A/A/D: Raadsbeslissing. Dekenbezwaar wordt aangehouden. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt toegewezen in dier voege dat verweerder zijn werkzaamheden als advocaat voor in elk geval de duur van de behandeling van het –aangehouden– dekenbezwaar dient te verrichten onder het toezicht van een door de deken aan te dragen, onafhankelijke advocaat, die daarvan maandelijks aan de deken schriftelijk verslag uitbrengt en erop toeziet dat verweerder niet in rechte zal optreden voor cliënten die zich in de piketfase, in de periode van de eerste drie dagen na een aanhouding, als ook in (verdere) (voorlopige) hechtenis bevinden.25-832/A/A: Raadsbeslissing. Het verzoek van verweerder tot opheffing van de schorsing van verweerder op grond van artikel 60ab lid 6 van de Advocatenwet wordt toegewezen. De schorsing op grond van artikel 60ab lid 1 van de Advocatenwet van verweerder in de uitoefening van de praktijk als advocaat wordt met onmiddellijke ingang opgeheven.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:15 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-766/AL/MN
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:15
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij is deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:13 Hof van Discipline 's Gravenhage 250083
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:13
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Het hoger beroep van klaagsters richt zich tegen het ongegrond verklaarde klachtonderdeel (schending gedragsregels 12 en 13). Het hof verklaart het hoger beroep van klaagsters ongegrond en bekrachtigt de beslissing van de raad. Het tuchtrecht en het civiele recht zijn verschillende rechtsgebieden waarbij de tuchtrechter in de regel geen oordeel geeft over een civielrechtelijk geschil. De tuchtrechter concentreert zich in het advocatentuchtrecht primair op het handelen van de advocaat in zijn beroepsuitoefening met het oog op het belang van een gezonde advocatuur in het Nederlandse rechtsbestel, terwijl de civiele rechter zich concentreert op de juridische (verbintenisrechtelijke of goederenrechtelijke) twistpunten (HvD 21 april 2023 ECLI:NL:TAHVD:2023:85).
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:14 Hof van Discipline 's Gravenhage 240344
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:14
Klacht over advocaat in hoedanigheid van executeur. Toepasselijke maatstaf. Uit het onderzoek in hoger beroep volgt volgens het hof dat verweerder zich consequent, zowel telefonisch als schriftelijk, als executeur heeft gepresenteerd, niet alleen in zijn communicatie met klaagster, maar ook in zijn brief aan de Geschillencommissie. Klacht ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:2 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-895/DH/DH/D
- Datum publicatie: 14-01-2026
- Datum uitspraak: 05-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:2
Verzoek 60ab en 60b Advocatenwet. De raad is van oordeel dat in beginsel sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 60ab Advocatenwet. De raad acht het momenteel niet verantwoord om (veelal kwetsbare) rechtszoekenden (nog verder) bloot te stellen aan de wijze waarop verweerder zijn praktijk voert. De raad stelt echter ook vast dat een schorsing met onmiddellijke ingang op grond van artikel 60ab, eerste lid, Advocatenwet niet kan samengaan met het treffen van een voorlopige voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening. De raad acht het treffen van een voorziening ook aangewezen. Gelet daarop is de raad van oordeel dat het primaire verzoek van de deken niet voor toewijzing in aanmerking komt en dat de raad kiest voor toewijzing van het subsidiaire verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet, dat wél de mogelijkheid biedt om een schorsing te laten samengaan met het treffen van een voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening. De raad wijst daarom het subsidiaire verzoek van de deken (op grond van artikel 60ab Advocatenwet) toe en schorst verweerder voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk. De raad treft daarnaast een voorziening: verweerder moet een coachingstraject doorlopen om zijn praktijk op orde en de bijstand aan cliënten op het vereiste niveau te krijgen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:3 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-755/DH/RO
- Datum publicatie: 14-01-2026
- Datum uitspraak: 07-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:3
Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat, waaronder over het niet indienen van stukken en het niet inschakelen van een (geschikte) tolk. Klaagster heeft haar klachten niet (met stukken onderbouwd) en verweerder heeft de klachten gemotiveerd betwist. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:4 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-770/DH/DH
- Datum publicatie: 14-01-2026
- Datum uitspraak: 07-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:4
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding en voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerster heeft bij haar juridische aanpak van de zaak en de wijze waarop zij hierover namens haar cliënten met klager en zijn advocaat heeft gecommuniceerd de grenzen van het betamelijke niet overschreden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:5 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-807/DH/DH
- Datum publicatie: 14-01-2026
- Datum uitspraak: 07-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:5
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiegeschil. Niet gebleken dat verweerster zich onjuist of onnodig grievend heeft uitgelaten. Een assistent van verweersters kantoor heeft per abuis een e-mail aan klager gestuurd. Dit is niet de bedoeling, maar er is niet direct sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerster mocht verder afgaan op de tussen partijen gemaakte afspraken zoals die zijn opgenomen in het proces-verbaal van de zitting. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:6 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-753/DH/RO
- Datum publicatie: 14-01-2026
- Datum uitspraak: 07-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:6
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van het feit dat zij geen gerechtelijke procedure tegen ZK heeft opgestart. In de onderhavige zaak heeft verweerster klager meerdere malen verzocht om haar te voorzien van bewijsstukken en heeft zij hem er meerdere malen op gewezen dat zonder een deugdelijke onderbouwing voorzien van bewijsstukken geen gerechtelijke procedure aanhangig kon worden gemaakt. Verweerster heeft onweersproken gesteld dat klager haar desondanks niet van de benodigde stukken heeft voorzien en uit de overgelegde stukken is dit ook niet gebleken. Het verwijt dat verweerster het dossier en de toevoeging in de strafzaak niet heeft overgedragen aan de opvolgend advocaat mist feitelijke grondslag. In beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:1 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-892/DH/RO/D
- Datum publicatie: 14-01-2026
- Datum uitspraak: 05-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:1
Verzoek 60b toegewezen: schorsing en voorziening (waarnemer). Uit de weergegeven feiten en verweerster verklaringen en antwoorden op gestelde vragen ter zitting blijkt de raad dat het contact van verweerster zodanig (ernstig) verstoord is dat zij op dit moment niet in staat kan worden geacht haar praktijk behoorlijk uit te oefenen, ook gelet op het feit dat verweerster als Wvggz-advocaat bijzonder kwetsbare cliënten bijstaat.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:13 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-506/AL/NN
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:13
Verzetbeslissing. Het verzet van klager is door de raad ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:9 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-639/AL/OV
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:9
Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:10 Hof van Discipline 's Gravenhage 240335H
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:10
Herzieningsverzoek, niet-ontvankelijk. Artikel 1.3 herzieningsprotocol niet van toepassing. Verzoeker komt geen beroep toe op artikel 6 EVRM. De door verzoeker daarbuiten aangevoerde omstandigheden, wat daar verder ook van zij, en de door verzoeker aangehaalde uitspraken zijn ook geen reden om van het herzieningsprotocol af te wijken.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:8 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-638/DB/OB
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:8
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerster met opzet een foto in het geding gebracht met de onjuiste mededeling dat klager op die foto staat, als gevolg waarvan klager ten onrechte strafrechtelijk zou zijn veroordeeld en hij zijn kinderen niet meer zou zien. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:6 Hof van Discipline 's Gravenhage 250335
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:6
Hoger beroep te laat. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:11 Hof van Discipline 's Gravenhage 250372
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:11
Hoger beroep tegen beslissing op verzet. Appelverbod, dat specifiek betrekking heeft op de beslissing op verzet. Daarom gaat dit appelverbod voor de algemene beroepsbepaling van artikel 56 Advocatenwet. Van strijd met het EVRM is geen sprake. Er kan alleen een uitzondering op het appelverbod worden gemaakt als de procedure bij de raad geen eerlijk proces betrof doordat bij de behandeling van het verzet door de raad een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Klager heeft hierop geen beroep gedaan. Ook overigens is het hof niet gebleken dat klager bij de raad geen eerlijk proces heeft gehad. Klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:7 Hof van Discipline 's Gravenhage 250068
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:7
Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij bij het leggen van pandhoudersbeslag. Klager verwijt verweerder dat hij artikel 21 Rv heeft geschonden door cruciale informatie weg te laten uit het verzoekschrift ex artikel 496 lid 2 Rv. Het hof oordeelt dat de klacht gegrond is. Het hof ziet echter aanleiding de aan verweerder opgelegde maatregel van schorsing te wijzigen in een berisping. Voor zover verweerder heeft aangevoerd dat de raad buiten de klachtomschrijving is getreden volgt het hof hem niet. De in dit kader door verweerder aangevoerde punten maken onderdeel uit van de motivering van de maatregel. Het staat de tuchtrechter vrij feiten en omstandigheden in aanmerking te nemen die niet ten grondslag liggen aan de gegrondverklaring van een klacht om te komen tot een passende maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:12 Hof van Discipline 's Gravenhage 250341
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:12
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De vangnetbepaling van artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld voor situaties waarin sprake is van verplichte zorg. Daarvoor is er de procedure van artikel 1:7 lid 1 Wvggz. Verder moet een aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 lid 1 Advocatenwet worden gedaan bij de deken in het arrondissement waar de zaak moet dienen. Daarnaast heeft klager, ondanks het verzoek daartoe van de deken, geen (relevante) informatie gegeven, of concrete stukken aangeleverd, waaruit blijkt wat voor procedure klager wenst te beginnen, wat de haalbaarheid van die procedure is, of die procedure in Midden-Nederland gevoerd dient te worden en of daarbij de rechtsbijstand van een advocaat verplicht is. Daarmee heeft klager zijn verzoek onvoldoende onderbouwd en kon de deken niet beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet was voldaan, zodat ook dit verzoek door de deken op juiste gronden is afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:8 Hof van Discipline 's Gravenhage 250320
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:8
Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om te klagen over de werkwijze van de deken bij het al dan niet in behandeling nemen van een klacht. Klaagster heeft ook geen belang meer bij dit klachtonderdeel nu de klacht door de deken in behandeling is genomen. In zoverre is de klacht ook prematuur, aangezien nu eerst de procedure bij verweerder moet worden doorlopen, voordat klaagster de mogelijkheid heeft dit aan de orde te stellen bij de raad. Het klachtrecht is er ook niet voor bedoeld is om te klagen over de klachtomschrijving. Daar is de procedure bij de raad voor. Bovendien heeft verweerder ook klaagsters bezwaren tegen de klachtomschrijving in het onderzoek naar de klacht heeft betrokken. Gelet daarop is ook deze klacht prematuur en niet bedoeld voor onderhavige klachtprocedure.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:10 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-765/AL/GLD
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:10
voorzittersbeslissing over eigen advocaat. Uit de stukken volgt dat klager met de financiële afspraken voor het optreden door verweerster in een schadestaatprocedure heeft ingestemd waarna verweerster op betalende basis voor klager aan de slag is gegaan. Uit de opdrachtbevestiging volgt ook dat door verweerster is onderzocht dat klager niet voor de kosten voor rechtsbijstand was verzekerd en klager niet voor gefinancierde rechtshulp in aanmerking kwam. Dat klager in een andere kwestie een toevoeging heeft gekregen, maakt nog niet dat verweerster die kon gebruiken. Dat heeft zij ook niet gedaan. Voor zover verweten wordt dat alsnog een toevoeging had kunnen worden aangevraagd door verweerster, staat vast dat het kantoor van verweerster klager meermaals heeft laten weten geen zaken op basis van gefinancierde rechtsbijstand te doen. Dat staat een advocaat vrij. Van het onder druk zetten van klager om te betalen, is de voorzitter evenmin gebleken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:9 Hof van Discipline 's Gravenhage 250062
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:9
Klaagsters hebben een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij in een procedure bij de Ondernemingskamer. In hoger beroep is niet in geschil dat verweerder meerdere brieven naar de Ondernemingskamer heeft gestuurd, zonder daarvan een afschrift te sturen aan de wederpartij en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerder is echter van mening dat de klacht over dit handelen niet-ontvankelijk is, omdat sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel. Verder voert verweerder in hoger beroep aan dat, als de klacht al ontvankelijk is, aan hem een te zware maatregel is opgelegd. Het hof oordeelt dat niet sprake is van ne bis in idem. Met betrekking tot de maatregel staat feitelijk vast dat verweerder met opzet de naar de Ondernemingskamer gestuurde brieven niet aan de wederpartij heeft gestuurd om deze op achterstand te zetten. Het hof acht deze opzet verzwarend voor de maatregel. De maatregel wordt bevestigd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:11 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-775/AL/OV
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:11
voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerster afgaan op de van haar cliënte/ werkgever van klager verkregen informatie over - onder meer - het feit dat klager al zou beschikken over de opnieuw bij haar opgevraagde documenten en informatie. Bij haar optreden heeft verweerster naar het oordeel van de voorzitter ook ruim voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klager die geen juridische bijstand had. Dat verweerster informatieblokkades heeft opgeworpen, klager heeft genegeerd of afgewimpeld, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Dat klager dit anders heeft ervaren en het niet eens was met de in zijn ogen patroonmatige onbalans in het hele traject, is vervelend voor hem, maar dat alleen is onvoldoende om verweerster daarvan tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Kennelijk ongegrond
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 449
- Volgende pagina zoekresultaten