Zoekresultaten 51-100 van de 23465 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:115 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-330/DB/ZWB
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:115
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld bij het uitvoeren van de aan haar verstrekte opdracht. Zij heeft geprobeerd de betalingsachterstand van de kinderalimentatie buiten het geschil te houden, maar heeft er terecht op gewezen daar niet omheen te kunnen als de wederpartij daarin niet meegaat. Verweerster heeft haar werkzaamheden niet op onzorgvuldige wijze neergelegd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:318 Hof van Discipline 's Gravenhage 260179
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:318
Beklag artikel 13 lid 3 Advocatenwet ongegrond. De aanwijzingsbevoegdheid van de deken is een vangnetvoorziening, die pas in werking treedt als de rechtzoekende eerst zelf (aantoonbare) initiatieven heeft genomen om een advocaat te vinden. Een gegronde reden tot afwijzing kan daarom zijn dat de verzoeker niet kan aantonen dat hij voldoende inspanningen heeft verricht om zelf een advocaat te vinden. Dit betekent dat de deken mocht verzoeken om toezending van de afwijzingsberichten van de zes door klager benaderde advocaten. Daarmee heeft de deken volgens het hof de inspanningsverplichting van klager om zelf een advocaat te vinden niet verkeerd uitgelegd. Onder verwijzing naar de uitspraak van het hof van 1 mei 2026 (ECLI:NL:TAHVD:2026:132) overweegt het hof verder dat het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut is, maar aan verschillende beperkingen mag worden onderworpen. Ook in dit geval komt de beslissing van de deken niet in strijd met artikel 6 EVRM omdat, ook wanneer rechtsbijstand noodzakelijk is om het recht op toegang tot de rechter effectief te doen zijn, de aanspraak daarop niet onbegrensd is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:112 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-413/DB/LI/D
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:112
Dekenbezwaar. Verweerder onttrekt zich stelselmatig aan het toezicht door de deken. Ook zijn er grote zorgen rondom de financiële continuïteit van zijn kantoor en heeft verweerder niet voldaan aan zijn verplichtingen uit de Voda. Schrapping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:319 Hof van Discipline 's Gravenhage 260167V
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:319
Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de verwijzingsverzoeken van klager van diens klachten over verweerders 1 t/m 3 te komen dan die van de voorzitter. De klachten van klager over verweerders 1 en 2 hebben betrekking op het klachtonderzoek van verweerder 2 naar de klacht van klager over verweerder 1. Klager had na afronding van het onderzoek en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over verweerster 1 ter beslissing aan de raad van discipline kunnen voorleggen. In die procedure had klager ook al zijn bezwaren mee kunnen nemen over de wijze waarop het klachtonderzoek is uitgevoerd door verweerder 2, de duur van het klachtonderzoek en de door verweerder 2 genomen procedurele beslissingen. Verweerster 3 is geen advocaat zodat het advocatentuchtrecht op haar niet van toepassing is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:113 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-500/DB/ZWB
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:113
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civielrechtelijk geschil. Verweerder heeft niet integer gehandeld met zijn derdengeldenrekening, door de gelden in depot vrij te geven aan zijn cliënten, terwijl niet vaststond dat zij de rechthebbenden waren. Ook heeft hij daarmee in strijd gehandeld met ter zitting gemaakte schikkingsafspraken. Schending kernwaarde (financiële) integriteit. Voorwaardelijke schorsing van 6 weken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:320 Hof van Discipline 's Gravenhage 260203
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:320
Beklag artikel 13 lid 3 Advocatenwet ongegrond. Met de deken is het hof van oordeel dat klaagster haar verzoek om aanwijzing van een advocaat onvoldoende heeft onderbouwd en toegelicht – ook nadat zij daarover expliciet is bevraagd door de deken. De onderbouwing van het aanwijzingsverzoek is de verantwoordelijkheid van de aanvrager, in dit geval klaagster. Dat klaagster dit heeft nagelaten te doen, ligt in haar risicosfeer. Dit nalaten heeft ertoe geleid dat de deken gegronde redenen had om geen advocaat aan te wijzen aan klaagster (HvD 8 december 2025, ECLI:NL:TAHVD:2025:255).
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:114 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-400/DB/OB
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:114
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Klacht over het niet (tijdig) indienen een verzoek tot het eenhoofdig gezag over de kinderen slaagt niet. Verweerster heeft toegelicht dat een dergelijk verzoek niet thuishoorde in de uithuisplaatsingsprocedure, omdat daar niet de moeder van de kinderen maar Jeugdbescherming de wederpartij was. Verweerster was ook niet gehouden om dat verzoek (eerder) te doen, aangezien zij daar niet achterstond. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:213 Raad van Discipline Amsterdam 26-675/A/NH
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:213
Voorzittersbeslissing. Klagers hebben zich beklaagd over ingenomen stellingen, uitlatingen en bewijsstukken tijdens een procedure. De klacht is kennelijk ongegrond. Verweerster heeft geen tuchtrechtelijke normen overschreden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:315 Hof van Discipline 's Gravenhage 260198
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:315
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klaagster mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:214 Raad van Discipline Amsterdam 26-686/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:214
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de belangen van haar cliënte behartigd, zonder de belangen van klager nodeloos te schaden. Van het starten van kansloze procedures is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:316 Hof van Discipline 's Gravenhage 260200
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:316
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het aanwijzingsverzoek heeft betrekking op een procedure die zou moeten dienen buiten Nederland en dus buiten het arrondissement Amsterdam. De deken beschikt gelet op de formulering van artikel 13 Advocatenwet uitsluitend over de bevoegdheid een advocaat aan te wijzen voor het verlenen van bijstand in het arrondissement van die deken. Deze beperking tot het eigen arrondissement sluit aan bij de bevoegdheidsverdeling van de organen van de Nederlandse orde van advocaten en van de orden in de arrondissementen zoals geregeld in artikelen 17 tot en met 36 van de Advocatenwet. De deken beschikt gelet hierop niet over de bevoegdheid een advocaat aan te wijzen voor het verlenen van bijstand in de door klaagster gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:215 Raad van Discipline Amsterdam 26-693/A/NH
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:215
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond in alle onderdelen. Niet is is gebleken dat verweerster bewust onjuiste informatie naar voren heeft gebracht of dat verweerster wat betreft de kennelijk moeizame onderhandelingen tussen partijen een verwijt valt te maken. Evenmin is gebleken dat verweerster berichten van of namens klager stelselmatig onbeantwoord heeft gelaten of anderszins onvoldoende voortvarend heeft behandeld. Verweerster heeft met haar uitlatingen niet de grenzen van het betamelijk overschreden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:209 Raad van Discipline Amsterdam 26-200/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:209
Klacht over de eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad is verweerder zodanig tekortgeschoten in zijn zorgplicht voor klager dat een maatregel op zijn plaats is. Verweerder heeft erkend dat hij onvoldoende met klager heeft gecommuniceerd. Tijdens de zitting van de raad heeft hij blijk gegeven van zelfreflectie op zijn handelen en het effect daarvan op klager. Verweerder heeft uitgelegd dat zijn handelwijze het gevolg was van zijn sociale zekerheidspraktijk met de nodige hectiek en heeft toegezegd in toekomstige dossier afspraken en belangrijke informatie schriftelijk beter vast te leggen voor de cliënten. Nadat verweerder bekend is geworden met de onvrede van klager over de gang van zaken, heeft hij naar het oordeel van de raad voldoende gedaan om mee te denken over een oplossing. Dat verweerder niet zelf het door klager gewenste herzieningsverzoek voor klager wilde doen, stond hem vrij. Klager kon daarvoor immers een andere advocaat inschakelen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:317 Hof van Discipline 's Gravenhage 260192
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:317
Beroep tegen beslissing op verzet. Appelverbod. De gronden van klager zien op schending verschillende internationaalrechtelijke beginselen. Het hof verwijst naar zijn vaste rechtspraak waarin reeds is beslist dat de tuchtrechtrechtspraak zoals die voor advocaten is georganiseerd niet in strijd is met het EVRM (zie Hof van Discipline, 8 april 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:87 en Hof van Discipline, 26 augustus 2016, ECLI:NL:TAHVD:2016:164 en de rechtspraak waarna in die laatste uitspraak wordt verwezen). De gronden raken niet aan de fundamentele rechtsbeginselen die mogelijk grond opleveren voor doorbreking van het appelverbod, zoals schending van hoor en wederhoor, (vergelijk: HvD 28 augustus 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:168, ECLI:NL:TAHVD:2017:169 en HR 23 juni 1995, NJ 1995/661).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:216 Raad van Discipline Amsterdam 26-699/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:216
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk. De klacht is ingediend buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a) Advocatenwet, waardoor klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat klager gedurende de driejaarstermijn niet heeft kunnen klagen of dat er sprake is van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:210 Raad van Discipline Amsterdam 26-118/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:210
Naar het oordeel van de raad heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar een beroepsfout gemaakt door een termijn te laten verstrijken. Verweerder heeft na ontdekking van de fout daarvoor excuses aan klaagster aangeboden en daarvan melding gedaan bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en klaagster daarover geïnformeerd. Ook heeft verweerder klaagster duidelijk en herhaaldelijk schriftelijk uitgelegd dat erkenning van zijn beroepsfout niet automatisch betekent dat hij volledig opdraait voor de mogelijke financiële gevolgen daarvan voor klaagster. Klaagster had daarna de mogelijkheid om op zijn aanbod in te gaan om een civiele procedure te starten maar heeft daarvoor niet meteen gekozen. Nadat verweerder zich door de ontstane vertrouwensbreuk als haar advocaat heeft onttrokken, kon klaagster niet meer van verweerder verlangen dat hij alsnog werkzaamheden voor haar zou doen. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad aldus schadebeperkend en oplossingsgericht en ook in het belang van klaagster gehandeld. Een maatregel kan in dit geval dan ook achterwege blijven.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:211 Raad van Discipline Amsterdam 25-903/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:211
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:212 Raad van Discipline Amsterdam 26-077/A/NH
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:212
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:314 Hof van Discipline 's Gravenhage 260178
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:314
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De termijn voor het beroep tegen het vonnis van 4 mei 2021 is (ruimschoots) is verstreken. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de procedure die klager alsnog wil voeren kansloos is. Reeds om die reden is het beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:311 Hof van Discipline 's Gravenhage 250464
- Datum publicatie: 30-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:311
Klaagster heeft een klacht ingediend over de eigen advocaat. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) oordeelt dat het hoger beroep van verweerder ongegrond is. Net als de raad van discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) is het hof van oordeel dat verweerder klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over het verloop van de boedelscheidingsprocedure met haar ex-echtgenoot. Ook had verweerder zonder toestemming van klaagster zijn correspondentie aan klaagster niet in cc mogen sturen aan een bekende van klaagster (hierna: “L”). Verweerder had bovendien klaagster moeten informeren over de relatie die hij met L kreeg omdat zij de moeder is van de ex-echtgenoot van klaagster en verweerder L ook bijstond in een geschil met haar zoon, de ex-echtgenoot van klaagster (hierna “A”). De onzorgvuldige handelwijze van verweerder is niet overeenkomstig de professionele standaard die voor een betamelijk handelend advocaat geldt. Het hof vernietigt de beslissing van de raad op het onderdeel van de maatregel. In aanmerking nemende de tuchtrechtelijk verwijtbare handelwijze van verweerder en zijn tuchtrechtelijk verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van vier weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:312 Hof van Discipline 's Gravenhage 250463
- Datum publicatie: 30-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:312
Deze zaak betreft een klacht over de eigen advocaat. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) oordeelt dat het hoger beroep van verweerder ongegrond is. Verweerder heeft bij de behandeling van de zaak van klaagsters in strijd gehandeld met de kernwaarden onafhankelijkheid, deskundigheid en financiële integriteit. Verweerder heeft geen regie gevoerd en klaagster onnodig twee keer cassatieadvies laten inwinnen. In de procedure van klaagster heeft verweerder onvoldoend deskundige rechtsbijstand verleend. Verweerder heeft ook de informatieplicht (gedragsregel 16) miskend: verweerder heeft geen opdrachtbevestiging verzonden en niets schriftelijk vastgelegd over adviezen, processtrategie, kansen, risico’s en kosten. Het hof vernietigt de beslissing van de raad op het onderdeel van de opgelegde maatregel (voorwaardelijke schorsing van vier weken). In aanmerking nemende de tuchtrechtelijk verwijtbare handelwijze van verweerder, zijn houding ter zitting en zijn tuchtrechtelijk verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van vier weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:313 Hof van Discipline 's Gravenhage 250085H
- Datum publicatie: 30-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:313
Herzieningsverzoek afgewezen. Voorzittersbeslissing na sluiting vooronderzoek op grond van artikel 5.1 van het herzieningsprotocol. Het verzoek tot herziening dient kennelijk te worden afgewezen nu er op voorhand geen sprake is van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 1.2 van het herzieningsprotocol. Het herzieningsverzoek is feitelijk een verkapt hoger beroep. Het middel van herziening is echter niet bedoeld om het, met het door een onherroepelijke beslissing van het hof, afgesloten debat te heropenen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:194 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-648/AL/MN
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:194
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:308 Hof van Discipline 's Gravenhage 260182
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:308
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klaagster dient zich te realiseren dat de advocaat bij de behandeling van een zaak ‘dominus litis’ is. De advocaat heeft de leiding bij de behandeling van een zaak en een eigen verantwoordelijkheid om te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt(e) het beste zijn gediend. Dat kan betekenen dat een advocaat niet (of nog niet) bereid is precies de stappen te nemen die een cliënt wenst. Artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld om een advocaat aan te wijzen die in alle opzichten aan de wensen van klaagster zal gaan voldoen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond is voor aanwijzing van een advocaat, nu klaagster nog steeds kan worden bijgestaan door de door de rechtsbijstandsverzekeraar aangezochte advocaat, mits zij meewerkt aan het door de betreffende advocaat ingezette traject. Aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet voor aanwijzing van een advocaat is door klaagster niet voldaan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:195 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-660/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:195
voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij het partijdig optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klager. Verweerster handelde in opdracht van haar cliënte. Die cliënte was kennelijk niet bereid om op alle voorstellen in te gaan, tegenvoorstellen te doen, of daarop telkens inhoudelijk te reageren. Verweerster heeft het standpunt van haar cliënte ook meermaals in duidelijke bewoordingen uiteengezet richting klager. Dat hij zich daarin niet kon vinden, maakt nog niet dat verweerster dat kan worden aangerekend. Het is de voorzitter uit de overgelegde correspondentie verder niet gebleken dat verweerster door haar optreden en met haar toonzetting bewust de onderhandelingen tussen klager en haar cliënte heeft gefrustreerd. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:309 Hof van Discipline 's Gravenhage 260175
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:309
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De deken kan alleen overgaan tot aanwijzing van een advocaat als de verzoeker de deken voldoende informatie geeft om te kunnen beoordelen wat voor procedure gevoerd moet worden en of zo’n procedure voldoende kans van slagen heeft. Dat betekent dat het op de weg van klager ligt om concreet, aan de hand van feiten, aan te geven wat de procedure is die hij wil voeren en de aanvullende informatie ter onderbouwing van die procedure, waarom de deken heeft verzocht, te verstrekken. Dat heeft klager niet gedaan. Verder is de aanwijzingsbevoegdheid van de deken een vangnetvoorziening, die pas in werking treedt als de rechtzoekende eerst zelf (aantoonbare) initiatieven heeft genomen om een advocaat te vinden. Uit het dossier blijkt niet dat klager voldoende inspanningen heeft verricht om zelf een advocaat te vinden. De deken heeft dan ook afwijzend mogen beslissen op het aanwijzingsverzoek van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:310 Hof van Discipline 's Gravenhage 260174
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:310
Beklag artikel 13 Advocatenwet. De mogelijkheid om de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen is een aanvullende voorziening, voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem bijstand te verlenen. In dat kader rust op de rechtzoekende een inspanningsverplichting om eerst zelf op zoek te gaan naar een advocaat. Anders dan klager aanvoert, lag het daarmee wel degelijk op de weg van klager in deze zaak om tegenover de deken concreet te onderbouwen welke stappen hij daartoe heeft gezet. Klager heeft niet aan zijn inspanningsverplichting voldaan. Daarnaast heeft de deken terecht geconcludeerd dat de door klager gewenste procedure tegen zijn bovenburen op basis van de bewijsstukken die klager tot op dat moment had aangeleverd geen redelijke kans van slagen heeft. Ten aanzien van een procedure tegen de woningbouwvereniging heeft de deken er terecht op gewezen dat huurgeschillen kunnen worden aangebracht bij de kantonrechter waarvoor bijstand van een advocaat niet vereist is. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken, waarin de bijstand door een advocaat wel verplicht is gesteld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:191 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-606/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:191
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-618/AL/MN
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:192
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-629/AL/MN
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:193
Tussen klaagster en verweerder is geen opdracht tot stand gekomen zodat van weigering om de zaak voor te zetten, feitelijk geen sprake is geweest. Uit de stukken is verder gebleken dat verweerder na het intakegesprek en zijn advisering duidelijk aan klaagster heeft gemeld dat en waarom hij haar zaak niet zou oppakken. In de daarna daarover met klaagster gevoerde correspondentie heeft verweerder naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gereageerd op haar vragen over zijn advies. Dat klaagster zich daarin niet kon vinden, maakt het advies van verweerder nog niet ondermaats of anderszins onzorgvuldig of verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:307 Hof van Discipline 's Gravenhage 260195
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:307
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klaagster dient zich te realiseren dat de advocaat bij de behandeling van een zaak ‘dominus litis’ is. De advocaat heeft de leiding bij de behandeling van een zaak en een eigen verantwoordelijkheid om te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt(e) het beste zijn gediend. Dat kan betekenen dat een advocaat niet (of nog niet) bereid is precies de stappen te nemen die een cliënt wenst. Artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld om een advocaat aan te wijzen die in alle opzichten aan de wensen van klaagster zal gaan voldoen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond is voor aanwijzing van een advocaat, nu klaagster nog steeds kan worden bijgestaan door de door de rechtsbijstandsverzekeraar aangezochte advocaat, mits zij meewerkt aan het door de betreffende advocaat ingezette traject. Aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet voor aanwijzing van een advocaat is door klaagster niet voldaan.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:304 Hof van Discipline 's Gravenhage 250293
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:304
Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij die over de inhoud van een overleg, waarbij naast de wederzijdse advocaten ook de cliënten en een bedrijfsjurist aanwezig waren, in zijn conclusie van antwoord heeft geschreven. Gedragsregel 27 (vertrouwelijkheid van schikkingsonderhandelingen) beperkt zich tot de situatie van schikkingsonderhandelingen tussen uitsluitend advocaten. Als een cliënt of een andere derde daarbij aanwezig is, houdt gedragsregel 26 (vertrouwelijke mededelingen) in dat geheimhouding van wat is besproken expliciet afgesproken moet worden. Dat is in deze zaak niet gebeurd. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Daarom heeft het hof de raadsbeslissing, waarbij een waarschuwing is opgelegd, vernietigd en de klacht alsnog ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:305 Hof van Discipline 's Gravenhage 250208
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:305
Deze zaak betreft een klacht over de eigen advocaat. Het hof acht het handelen van verweerder in strijd met de in artikel 11a Advocatenwet opgenomen geheimhoudingsverplichting, met de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarden vertrouwelijkheid en partijdigheid en met de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen. Verweerder heeft daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Het hof komt tot een ruimere gegrondverklaring van de klacht over verweerder dan de raad en acht alles afwegend een berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:306 Hof van Discipline 's Gravenhage 260335
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:306
Beklag te laat ingesteld. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:207 Raad van Discipline Amsterdam 26-679/A/NH
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:207
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Uit de overgelegde e-mails blijkt dat tussen klaagster en verweerder diverse keren contact is geweest over het opstellen van een reactie aan de wederpartij en dat verweerder de suggesties van klaagster daarin heeft meegenomen. Verweerder heeft de reactie na telefonisch contact met klaagster en binnen een acceptabele termijn aan de wederpartij gestuurd. Daarna heeft verweerder zijn werkzaamheden geschorst omdat klaagster hem verbood nog contact op te nemen met de wederpartij. In de gegeven omstandigheden heeft verweerder zich voldoende ingezet om klaagster bij te staan. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:302 Hof van Discipline 's Gravenhage 260329
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 24-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:302
Klacht tegen -voormalig- deken wordt niet verwezen. De vervaltermijn voor het indienen van een klacht is op grond van het bepaalde in artikel 46g lid 1 sub a drie jaren. Klager heeft zijn klacht echter pas ruim zeven jaar na de beslissing van de deken ingediend. Gelet hierop zal deze klacht niet worden verwezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:208 Raad van Discipline Amsterdam 26-690/A/A
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:208
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie. Verweerster mocht in het belang van haar cliënt vragen stellen over de door klaagster verstuurde (van elkaar verschillende) e-mails. Dat verweerster over de twee e-mails beschikte, betekent niet dat daarmee de onduidelijkheid was weggenomen. Van verweerster kan verder niet verwacht worden dat zij afspraken bevestigt waar haar cliënt het niet mee eens is. Niet blijkt dat die afspraken ter zitting ook zo concreet gemaakt zijn. Dat verweerster onbereikbaar zou zijn, blijkt ook niet. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:303 Hof van Discipline 's Gravenhage 260256
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 24-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:303
Klacht wordt niet verwezen. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over (procedurele) beslissingen die een deken tijdens de beoordeling van het verzoek om toewijzing van een advocaat neemt (zoals het opvragen van stukken).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:202 Raad van Discipline Amsterdam 26-640/A/A 26-642/A/A
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:202
Voorzittersbeslissing; klachten over wijze van beoordeling, declareren en klachtafwikkeling kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:203 Raad van Discipline Amsterdam 26-669/A/A
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:203
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder is met zijn sommatiebrief en beslaglegging binnen de grenzen van het betamelijke gebleven. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:204 Raad van Discipline Amsterdam 26-654/A/A 26-655/A/A 26-656/A/A 26-657/A/A 26-658/A/A
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:204
Voorzittersbeslissing. Achttien gelijkluidende klachten over de advocaat van de wederpartij die is verwikkeld in een juridisch conflict met klaagster, over drie kantoorgenoten die hem daarbij hebben geadviseerd en/of anderszins ondersteund en over het advocatenkantoor waar deze vier advocaten aan verbonden zijn. De klachtonderdelen zijn deels niet-ontvankelijk, deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Ten aanzien van twee klachtonderdelen geldt dat klaagster te laat heeft geklaagd over handelen dan wel nalaten van (één van) verweerders in 2015/2016. Bij zes klachtonderdelen wordt klaagster niet rechtstreeks in haar belang geraakt. In die onderdelen klaagt klaagster over belangenverstrengeling tussen verweerders en hun cliënt, over de wijze van declareren van verweerders aan hun cliënt en over het handelen van (één van) verweerders in een andere procedure met een andere wederpartij. Tien klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond, te weten het verwijt dat op de website van het advocatenkantoor niet is vermeld dat één van verweerders rechter-plaatsvervanger is (geweest), verwijten over de wijze van betekening van een dagvaarding aan klaagster en verwijten over procesrechtelijk handelen en nalaten van (één van) verweerders in de procedure tussen klaagster en de cliënt van verweerders en over de wijze waarop de vordering van hun cliënt in de procedure is onderbouwd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:205 Raad van Discipline Amsterdam 26-659/A/A
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:205
Voorzittersbeslissing. Klagers hebben een klacht ingediend over een accountant. Verweerder heeft deze accountant bijgestaan in die klachtzaak. Het gaat aldus om een klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Deze is kennelijk ongegrond. Verweerder had de vrijheid om te doen wat in het belang van de accountant was.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:206 Raad van Discipline Amsterdam 26-673/A/NH
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:206
Voorzittersbeslissing. Klager heeft een klacht ingediend over verweerder als onzijdig persoon. De klacht gaat over het doorstorten van gelden. Deze is kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geen tuchtrechtelijke normen overschreden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:189 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-617/AL/MN
- Datum publicatie: 22-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:189
Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Verweerster mocht afgaan op de juistheid van de van haar cliënt ontvangen persoonsgegevens van klaagster zonder nader onderzoek. Niet is gebleken dat verweerster gedragsregel 3 en de AVG heeft geschonden. Verweerster heeft bij het partijdig optreden voor haar cliënt voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Verweerster handelde daarbij in opdracht van haar cliënt. Het sommeren van klaagster was niet nodeloos, gezien het eerder door klaagster ingenomen standpunt. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:110 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-635/DB/LI
- Datum publicatie: 22-09-2026
- Datum uitspraak: 22-09-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:110
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een erfrechtkwestie deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:190 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-608/AL/GLD
- Datum publicatie: 22-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:190
Voorzittersbeslissing over de eigen advocaat. De voorzitter kan op basis van de stukken en gelet op de gemotiveerde betwisting van verweerster niet vaststellen dat verweerster de belangen van klager onvoldoende zorgvuldig en onvoldoende voortvarend heeft behartigd. Klager had kennelijk andere verwachtingen van verweerster maar niet is gebleken dat klager dat aan verweerster kenbaar heeft gemaakt voordat hij de opdracht introk. Daardoor heeft klager verweerster ook niet de mogelijkheid geboden om opnieuw naar de invulling van de opgedragen werkzaamheden te kijken. In het kader van de interne klachtafhandeling heeft verweerster gedaan wat van een behoorlijk advocaat verwacht mag worden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:111 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-710/DB/ZWB
- Datum publicatie: 22-09-2026
- Datum uitspraak: 22-09-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:111
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft zich namelijk niet onjuist en kwetsend uitgelaten door klaagster en haar ex-partner in een processtuk aan te duiden als “vrouw” en “man”, terwijl klaagster en haar ex-partner nooit getrouwd zijn geweest.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:188 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-530/AL/MN
- Datum publicatie: 21-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:188
Voorzittersbeslissing. Klacht over een advies in een pensioenzaak. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:186 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-906/AL/NN
- Datum publicatie: 21-09-2026
- Datum uitspraak: 10-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:186
Herstelbeslissing vanwege kennelijke fout in de beslissing van 1 juni 2026.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:300 Hof van Discipline 's Gravenhage 260393
- Datum publicatie: 21-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:300
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Om te beoordelen of de door klager gewenste hoger beroepsprocedure kans van slagen heeft, is het – in het licht van de overwegingen van de rechtbank (zoals opgenomen in randnummer 2.4) – begrijpelijk dat de deken aan klager heeft gevraagd zijn vorderingen te onderbouwen met documenten. Op die wijze kon de deken beoordelen of het instellen van hoger beroep een redelijke kans van slagen had. Het hof stelt vast dat klager dat niet heeft gedaan ondanks een herhaalde uitnodiging daartoe van de deken. Zoals volgt uit de door deken aangehaalde uitspraak van het hof (HvD 24 augustus 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:276), dient de aanvrager van een aanwijzingsverzoek de informatie aan te leveren die nodig is om op het verzoek te kunnen beslissen. Deze verplichting houdt in dat er niet alleen aan de deken informatie verstrekt dient te worden, maar dat die informatie ook geordend moet zijn en van een duidelijke uitleg moet zijn voorzien. Hiermee wordt de deken in staat gesteld een goede afweging te maken en gemotiveerd te beslissen. De stukken die klager in de beklagprocedure heeft overgelegd (en wat klager in dat kader daarover heeft aangevoerd) geven onvoldoende duidelijkheid of klager in hoger beroep wel aan zijn stelplicht zal kunnen voldoen. Of een hoger beroepsprocedure een redelijke kans van slagen heeft, blijft daardoor niet toetsbaar.