Zoekresultaten 51-100 van de 22237 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-397/DH/RO

    Klacht van psychologen(praktijk) die als hulpverleners betrokken zijn geweest bij het gezin van verweerder. De klacht van de maatschap is niet-ontvankelijk, omdat niet is gebleken van een rechtstreeks belang. De klacht van klaagster 2 is grotendeels niet-ontvankelijk vanwege misbruik van procesrecht, omdat zij eerder een tuchtklacht heeft ingediend tegen verweerder en deze heeft ingetrokken. De klacht van klaagster 3 is grotendeels niet-ontvankelijk, omdat de klacht te laat is ingediend. Voor zover de klachten van klaagsters 2 en 3 wel ontvankelijk zijn, zijn die ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:220 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-594/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Deels kennelijk niet-ontvankelijk, vanwege een gebrek aan rechtstreeks belang. Voor het overige kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat de mededelingen die verweerster gedaan heeft betrekking hebben op schikkingsonderhandelingen. Evenmin gebleken dat zij de rechter onjuist heeft geïnformeerd. Van het overleggen van vertrouwelijke confaternele correspondentie is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:233 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-312/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over aangewezen advocaat, die positief over de zaak zou hebben geadviseerd. Kantoorgenoot heeft vervolgens aan klager laten weten dat het starten van een kort geding onvoldoende kansrijk achtte. Niet gebleken is dat het advies van de kantoorgenoot onjuist was. Voor zover de klacht ook ziet op het door verweerder inschakelen van zijn kantoorgenoot, is de klacht eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:214 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-588/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over cassatieadvocaat. De klacht is voor een deel niet-ontvankelijk, omdat klaagster ruimschoots na afloop van de klachttermijn van drie jaar over verweerder heeft geklaagd. De klacht is voor een deel kennelijk ongegrond, omdat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder bij het doorsturen van de aansprakelijkstelling aan zijn assurantietussenpersoon niet is gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:227 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-593/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Omdat niet is gebleken dat verweerster met haar optreden jegens klager de grenzen van de aan haar, in haar hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden wordt de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:233 Hof van Discipline 's Gravenhage 250264

    Beklag artikel 13 ongegrond. Geen redelijke kans van slagen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:221 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-596/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de advocaat in een detentie/overleveringszaak. Niet gebleken dat verweerster de vertrouwelijkheid heeft geschonden en informatie met derden heeft gedeeld. Van afdreiging en/of bedreiging is geen sprake: verweerster heeft een geldbedrag gevraagd voor werkzaamheden die buiten het bereik van een toevoeging vielen. De juistheid van de verdere verwijten is niet vast te stellen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:234 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-237/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:215 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-240/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft niet voldaan aan de zware zorgplicht die op haar als gemeenschappelijk echtscheidingsadvocaat rust. Na een mediationtraject via netjesscheiden.nl zijn klager en zijn partner bij verweerster terecht gekomen voor de afronding van de scheiding. Verweerster heeft één of twee keer met hen gesproken, maar wat er toen is besproken heeft verweerster niet vastgelegd en kan de raad daarom niet vaststellen. Van het informeren van klager over de verstrekkende financiële gevolgen van het opgestelde convenant door verweerster is niet gebleken. Daardoor heeft verweerster laakbaar gehandeld, met grote financiële gevolgen voor klager. Zij neemt geen verantwoordelijkheid voor haar gebrekkige handelen en lijkt die verantwoordelijkheid ook op klager af te schuiven, terwijl zij als advocaat de verantwoordelijkheid heeft om alle relevante zaken te bespreken en zo nodig navraag te doen bij partijen. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:228 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-586/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van bindend adviseur. Verweerster heeft haar bindend advies op zorgvuldige wijze en met inachtneming van de daarvoor geldende regels van ARAG opgesteld. De juistheid van het verwijt van klager dat het bindend advies inhoudelijke onjuistheden bevat en onvoldoende is gebaseerd op wet- en regelgeving kan de voorzitter, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door verweerster, in het kader van deze tuchtrechtprocedure niet vaststellen. De omstandigheid dat klager zich in het door verweerster gegeven advies niet kan vinden betekent nog niet dat verweerster tuchtrechtelijk iets te verwijten valt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:234 Hof van Discipline 's Gravenhage 250286

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. De deken heeft aan het besluit tot afwijzing van het verzoek om een advocaat aan te wijzen ten grondslag gelegd dat voor de procedure die klager wil voeren; een kort geding en een klachtprocedure bij de gemeente, een advocaat niet verplicht is. Ondanks het verzoek van verweerder heeft klager de aard van en de meer concrete gronden voor de door hem te doorlopen procedure niet onderbouwd, alsmede nagelaten te onderbouwen dat zijn gestelde schade meer dan € 25.000,-- zou zijn. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat in de mails van klager in reactie op het verzoek om meer informatie over de te voeren procedure niet duidelijk is geworden welke procedures klager wil voeren.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-615/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Ook als hij wel een belang had, zou de klacht te laat zijn ingediend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:235 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-619/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klacht is voor een deel kennelijk niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan belang. Verweerder heeft namens zijn cliënte diverse keren gevraagd om de betreffende facturen en klager heeft geweigerd deze te verstrekken. Het stond verweerder dan ook vrij om zijn sommatie uiteindelijk via de deurwaarder aan klager te laten betekenen. Verder is geen sprake van het uitoefenen van oneigenlijke druk of van een belangenconflict. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:216 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-241/DH/DH

    Raasbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een echtscheidingszaak in alle onderdelen ongegrond. Het is niet duidelijk waarover klaagster niet (goed) geïnformeerd is en/of op welk punt zij onvoldoende is begeleid. Ook wordt niet duidelijk welke documenten verweerder volgens klaagster had moeten opvragen. Dat de inschakeling van een volgende accountant onnodig was, kan de raad niet vaststellen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder rondom de second opinion is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:229 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-611/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Niet gebleken van onvoldoende voortvarendheid en excessief declareren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:235 Hof van Discipline 's Gravenhage 250265

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Deze heeft de juiste maatstaf gehanteerd en niet is gebleken dat hij van onjuiste of onvolledige feiten is uitgegaan. Het is niet de deken, maar de Raad van Discipline die een oordeel moet geven over een ingediende klacht. De deken mag in het kader van de afronding van het onderzoek een inschatting geven van hoe het oordeel van de raad zou kunnen luiden, maar is daartoe niet verplicht. Klager heeft de gelegenheid (gehad) om de klacht voor te leggen aan de tuchtrechter om daar te betogen dat het onderzoek van verweerder ontoereikend en/onzorgvuldig is geweest. De stafjurist van verweerder heeft klager op deze mogelijkheid gewezen. Klager heeft dit advies niet overgenomen en een klacht tegen de deken ingediend. Voor het oordeel over het verwijzingsverzoek is van belang dat de mogelijkheid om de klacht aan de tuchtrechter voor te leggen bestond en dat klager daarvan op de hoogte was, maar daarvan geen gebruik heeft gemaakt door het vereiste griffierecht niet tijdig te betalen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:223 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-167/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft gehandeld als privépersoon bij de aankoop van en procedure over een auto. Geen schending van het vertrouwen in de advocatuur door zich te laten bijstaan door zijn kantoorgenoot. Het was voor klager redelijkerwijs duidelijk in welke hoedanigheid verweerder handelde. Ook kon verweerder als privépersoon aankondigen conservatoir beslag te willen leggen onder klager. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:236 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-623/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht namens klaagster niet-ontvankelijk wegens een gebrek aan een machtiging. Klacht van klager deels niet-ontvankelijk vanwege het verstrijken van de driejaarstermijn en deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens een gebrek aan belang. Klacht over onnodig kwetsende uitlatingen wel ontvankelijk, omdat dit raakt aan klagers recht op bescherming van zijn eer en goede naam. Die klacht is echter kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:217 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-287/DH/RO 25-288/DH/RO

    Raadsbeslissing. Tijdens een bespreking waarbij ook verweerders aanwezig waren, is een voorstel gedaan waarin het doen van aangifte bij de FIOD en/of politie van (fiscale) fraude is ingezet als onderdeel van de onderhandelingen. Dat is een dreigement waarmee klagers onevenredig in hun belangen zijn geschaad. Verweerders hebben tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door dit voorstel te faciliteren en ondersteunen. Zij hebben daarmee de kernwaarde integriteit geschonden. Omdat sprake is van schending van een kernwaarde, acht de raad voor beide verweerders een berisping op zijn plaats.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:230 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-585/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil. Verweerders uitlatingen in zijn verweerschrift zijn niet onnodig grievend. Niet gebleken dat ze onwaar zijn. Het verweerschrift is binnen de wettelijke mogelijkheden ingediend. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:224 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-172/DH/DH

    Verweerster heeft en een familiekwestie polariserend gehandeld door op stellige wijze naar voren te brengen dat klager het kind niet heeft erkend, terwijl dat niet bleek te kloppen, althans niet was vereist in het land van geboorte. Verweerster heeft voorts niet voldaan aan haar onderzoeksplicht daartoe. Ook heeft verweerster niet gereageerd op meerdere e-mails van klager over de verrekening, terwijl de voorzieningenrechter twee/drie maanden daarvoor had aangedrongen op nader minnelijk overleg en bovendien verweerster zelf het initiatief heeft genomen voor dat overleg.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:237 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-626/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advies van een cassatieadvocaat. Niet gebleken dat het advies onjuist of kwalitatief onvoldoende was. Verweerder heeft klager tijdig en correct gewezen op de mogelijkheid om een second opinion aan te vragen. Klager kwam niet in aanmerking voor een toevoeging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:218 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-218/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder had klaagster tijdens een lopende procedure mogen verzoeken een ALV van de VvE uit te roepen met als doel het ontslag van klaagster als bestuurder. Geen sprake van dreigementen of beschuldigingen. Geen schending van artikel 21 Rv. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:231 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-618/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De voorzitter kan niet vaststellen dat verweerder in strijd met de waarheid heeft aangegeven dat hij geen proceskosten heeft ontvangen. Verweerder heeft in zijn verweer toegelicht dat binnen de woningstichting een misverstand is ontstaan over de proceskosten en dat klaagster terecht heeft gezegd dat zij de proceskosten al heeft voldaan. Verder kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door in de ontruimingsprocedure bewust verkeerde informatie te gebruiken en daarmee de privacy van klaagster te schenden. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van de informatie die hij van zijn cliënte kreeg. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:159 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-082/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerster gedragsregel 9 heeft geschonden door er onvoldoende zorg voor te dragen dat er geen misverstand kon bestaan over haar hoedanigheid, noch dat zij gedragsregel 15 heeft overtreden, noch dat zij in strijd met de kernwaarden integriteit, onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid, gedragsregels 20, 21 en 26, en de goede procesorde heeft gehandeld door misbruik te maken van haar positie als advocaat van het ziekenhuis, zijnde de opdrachtgever aan B&S, door heimelijke afspraken te maken met de klachtcommissie over het opzettelijk verborgen houden van processtukken en door in het kader van de beoordeling over het al dan niet splitsen van de dossiers eerder en daarmee langduriger te beschikken over het onderzoeksdossier. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:232 Hof van Discipline 's Gravenhage 250291

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Voor de procedure die klaagster wil voeren is verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat niet noodzakelijk. Het betreft een arbeidsrechtelijke procedure.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:160 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-377/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:247 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-446/AL/MN

    Erfrechtelijk geschil. Gedragsregel 15 is naar het oordeel van de raad niet van toepassing omdat geen sprake is (geweest) van een advocaat-cliënt relatie tussen klager en verweerster. Klager is ook geen cliënt geworden doordat verweerster de broer van klager is gaan bijstaan die erfgenaam en vereffenaar was in de nalatenschap van hun moeder. Niet verweerster was de vereffenaar, zij stond haar cliënt in genoemde dubbele hoedanigheid bij. Uit de stukken is de raad gebleken dat verweerster bij haar optreden als advocaat van de broer van klager voldoende oog heeft gehad voor de belangen van klager als wederpartij/schuldeiser. Op grond van de wet moet een vereffening voltooid zijn voordat een nalatenschap kan worden verdeeld. Dat die vereffening van invloed is op de omvang van de nalatenschap is evident, maar niet is gebleken dat verweerster bij het doen van de voorstellen aan klager tot vereffening onvoldoende rekening heeft gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager. Haar cliënt en klager verschilden op een punt, de rente, van mening. Als advocaat verdedigde zij het belang van haar cliënt, maar zij probeerde ook een oplossing te zoeken en deed daartoe voorstellen. Daarbij heeft zij geen grenzen overschreden. Evenmin is gebleken dat verweerster zich anderszins onbetamelijk heeft gedragen richting klager. Verweerster heeft ook voldoende voortvarend en doelmatig opgetreden namens haar cliënt. Van het onredelijk uitoefenen van druk op klager door verweerster is geen sprake geweest. Haar e-mails zijn in neutrale bewoordingen opgesteld met daarin een feitelijk juiste weergave van het standpunt van haar cliënt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:161 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-332/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:248 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-665/AL/OV

    voorzittersbeslissing. Verweerder heeft opgetreden voor een gemeente als wederpartij van klager en zijn advocaat (samen klagers). Op enig moment heeft verweerder de zaak voor het treffen van executiemaatregelen overgedragen aan een kantoorgenoot. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder daarbij betrokken is geweest. Verweerder is bovendien niet verantwoordelijk voor gedragingen van zijn collega. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:231 Hof van Discipline 's Gravenhage 250296

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft aan de deken te kennen gegeven die eigen bijdrage niet te willen betalen, dus de deken heeft het verzoek op goede gronden afgewezen. Het hof overweegt in dit verband dat het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut is, maar aan verschillende beperkingen, waaronder financiële, mag worden onderworpen. Dergelijke beperkingen mogen het recht op toegang tot de rechter niet in essentie aantasten, maar moeten een gerechtvaardigd doel dienen en moeten proportioneel zijn aan dat doel. Het Nederlandse wettelijk systeem, waaronder het betalen van een eigen bijdrage, is daarmee niet in strijd (vgl. ABRvS 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1243 en HvD, 20 maart 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:52). Dit systeem levert ook geen schending van enige andere verdragsbepaling op (zie HvD 8 mei 2018 ECLI:NL:TAHVD:2018:79).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:209 Raad van Discipline Amsterdam 25-530/A/A

    Klacht over de advocaat van de wederpartij is deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang voor klager. Naar het oordeel van de voorzitter kan niet worden vastgesteld of klager gemachtigd is om mede namens P de klacht in te dienen. Het overige klachtonderdeel is kennelijk ongegrond, nu niet is gebleken dat verweerster klager ten onrechte zou hebben beschuldigd van het vervalsen van een brief, noch dat zij op enige andere wijze de grenzen van de aan haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid zou hebben overschreden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:156 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-309/DB/LI

    Raadbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 15. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:157 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-616/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar doordat hij heeft verzuimd om zorg te dragen voor continuïteit en bereikbaarheid van zijn praktijk gedurende zijn afwezigheid wegens vakantie, ook voor de deken niet goed bereikbaar was en geen gevolg heeft gegeven aan herhaalde informatieverzoeken van de deken en met de deken gemaakte afspraken. Verder is de (financiële) continuïteit van verweerders praktijk niet gewaarborgd en is in het e-mailadres en de URL van de website die verweerders kantoor gebruikt, het woord “advocaten” vermeld terwijl verweerder een solopraktijk heeft. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden: schorsing 12 weken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:158 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-508/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft verzuimd om behoorlijk medewerking te verlenen aan het opgelegde coachingstraject en heeft de schorsingsvoorwaarden niet nageleefd door zich niet te onttrekken uit lopende zaken. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden: schrapping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:229 Hof van Discipline 's Gravenhage 250363

    Afwijzing verzoek verwijzing klacht over deken. Het indienen van een klacht is niet het ge-eigende middel om de aanpak of de wijze van onderzoek door verweerster (in haar hoedanigheid van deken) ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:230 Hof van Discipline 's Gravenhage 250377

    Klacht over deken wordt niet verwezen. De klacht is prematuur omdat er nog geen beslissing op het aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 Advocatenwet is genomen. Er is door de deken om nadere informatie en stukken verzocht om het verzoek te kunnen beoordelen. Daarnaast staat bij uiteindelijke afwijzing van het verzoek de beklagprocedure open.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:244 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-629/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de kwaliteit van de dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:245 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-642/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat daarover al eerder onherroepelijk tuchtrechtelijk is geoordeeld en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:246 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-644/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter is niet gebleken dat verweerder de grenzen van de hem toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klaagster heeft overtreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:155 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-630/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de incassoadvocaat van de wederpartij. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld ten tijde en na het versturen van een sommatiebrief. Ook was verweerder voldoende helder dat hij als advocaat optrad namens zijn cliënt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:243 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-555/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de kwaliteit van de dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:225 Hof van Discipline 's Gravenhage 250043

    Klacht eigen advocaat. Verweerster heeft klager bijgestaan in een arbeidsrechtelijke procedure in hoger beroep. Klager is ontevreden over de wijze waarop verweerster hem heeft bijgestaan. Volgens klager is verweerster bij de behandeling van zijn zaak in ernstige mate tekortgeschoten in de uitoefening van het beroep van advocaat. De raad heeft geoordeeld dat niet is gebleken van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster en heeft de klacht in alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof sluit zich – na toepassing van een ruimhartige uitleg van de beroepsgronden – bij dat oordeel van de raad aan. De klacht is ook in hoger beroep in alle klachtonderdelen ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:226 Hof van Discipline 's Gravenhage 250041

    Klacht over eigen advocaat. Klaagster heeft in 2010 een verkeersongeval gehad, waaraan zij letsel heeft overgehouden. Verweerder heeft klaagster bijgestaan in een geschil met de WA-verzekeraar. De raad heeft de klacht van klaagster deels gegrond, deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk verklaard. Alleen de niet-ontvankelijk verklaarde klachtonderdelen liggen nog ter beoordeling bij het hof voor. Het hof is met de raad van oordeel dat klaagster al in 2018/2019 op de hoogte was van de nadelige gevolgen van de door haar gestelde tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen van verweerder. Klaagster heeft met betrekking tot deze klachtonderdelen te laat geklaagd en is niet-ontvankelijk in haar klacht. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:227 Hof van Discipline 's Gravenhage 240268 240269

    Deze procedure betreft een klacht die is ingediend door een klokkenluider tegen advocaat-onderzoekers die onderzoek hebben gedaan naar de melding van die klokkenluider. De Raad van Discipline heeft geoordeeld dat het door verweerders verrichte onderzoek en de naar aanleiding daarvan uitgebrachte rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het Hof van Discipline is van oordeel dat het door verweerders opgestelde onderzoeksprotocol op het punt van hoor en wederhoor onvoldoende duidelijk was en dat verweerders hadden moeten begrijpen dat zij – gegeven de onduidelijkheid – klager ook inzage hadden moeten geven in het (substantiële) deel van het rapport waarin conclusies en aanbevelingen waren opgenomen, gelet de juridische betekenis daarvan voor klager. Het hof verklaart de klacht dan ook alsnog deels gegrond en legt aan verweerders de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:228 Hof van Discipline 's Gravenhage 240248

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft opgetreden voor de wederpartij van klaagster in een kortgedingprocedure met als doel het door klaagster aan de cliënt van verweerder opgelegde toegangsverbod tot een moskee ongedaan te maken. Klaagster verwijt verweerder (onder meer) dat hij zich (in de processtukken) in deze procedure onnodig grievend jegens een van de bestuursleden van de vereniging heeft uitgelaten. Het hof oordeelt dat klaagster als vereniging kan worden ontvangen in haar klacht omdat de bestuursleden werden aangesproken in hun functie van bestuurder van de vereniging en de vereniging daarmee rechtstreeks in haar belang is getroffen. Het hof oordeelt vervolgens dat de door verweerder in de kortgedingdagvaarding gebruikte bewoordingen gelet op de inzet van het kortgeding – de opheffing van een toegangsverbod – geen redelijk doel dienden en als onnodig grievend dienen te worden gekwalificeerd. Het hof sluit zich aan bij de door de raad opgelegde maatregel van waarschuwing. Bekrachtiging raadbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:241 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-266/AL/GLD

    Klagers - een curator en haar advocaat - beklagen de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft namens zijn cliënten ook een klacht over klagers ingediend. Naar het oordeel van de raad kunnen de daarin gebruikte bewoordingen niet anders worden uitgelegd dan dat klagers leugenaars zouden zijn. Verweerder wist kort daarna dat hij met zijn ferme aantijgingen over zijn mede-advocaten fout zat, maar heeft daarvan naar het oordeel van de raad onvoldoende afstand genomen, ook niet tijdens de zitting van de raad. Verweerder had daarin pro-actiever en welwillender richting zijn collega’s moeten handelen, zeker na hun herhaalde verzoeken daartoe. Datzelfde geldt voor het onder verantwoordelijkheid van verweerder door een foute adressering doorsturen van de klacht over klaagster aan een niet betrokken advocatenkantoor. Klaagster was niet alleen niet werkzaam bij dat kantoor. Onduidelijk is ook waarom verweerder het nodig vond om die individuele klacht over klaagster onder de aandacht te brengen van een advocatenkantoor. Uitgangspunt is dat een goede beroepsuitoefening binnen de advocatuur gediend is met een onderlinge verhouding tussen advocaten die berust op vertrouwen en welwillendheid. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder die onderlinge verhouding met klagers verstoord. Het had verweerder gesierd om zijn fouten meteen na ontdekking en zonder voorbehouden bij klagers recht te zetten. Verweerder heeft dat naar het oordeel van de raad onvoldoende oprecht gedaan. Naar het oordeel van de raad is de maatregel van waarschuwing daarom passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:242 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-267/AL/GLD 25-268/AL/GLD

    Klacht over curator en over de advocaat van de curator. Anders dan klagers is de raad van oordeel dat verweerders niet actief bij de toenmalige advocaten van klagers of bij klagers om toestemming hoefden te vragen om informatie uit een factuur met specificaties van de eerdere advocaten van klagers te mogen gebruiken in de procedure tegen klagers. De toenmalige advocaten hebben de bewuste factuur met specificaties op eigen initiatief ter verificatie bij verweerster ingediend zonder aan het gebruik daarvan voorwaarden te verbinden. Klagers zelf hadden tijdens een gesprek bij de rechter-commissaris tegen het gebruik van die factuur met specificaties van hun voormalige advocaten bezwaar kunnen maken. In elk geval hadden dat zij dat binnen een redelijke termijn na ontvangst van die stukken kunnen doen. Vast staat dat klagers pas twee maanden later hun bezwaren kenbaar hadden gemaakt nadat verweerders de informatie in de dagvaarding hadden meegenomen. Naar het oordeel van de raad was deze handelwijze van verweerders in de hiervoor geschetste omstandigheden tuchtrechtelijk dan ook toelaatbaar. Klacht ook overigens ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:224 Hof van Discipline 's Gravenhage 250086

    Klacht van derde. Klager verwijt verweerder dat hij zich onnodig grievend heeft uitgelaten ten opzichte van een politieambtenaar door tegen haar uit te vallen en zich onbeschoft te gedragen. De raad heeft geoordeeld dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht. Het hof sluit zich bij dit oordeel aan. Het persoonlijke karakter van het tuchtrecht brengt mee dat alleen diegene die onheus is bejegend over die bejegening kan klagen. Klager is door de gestelde grievende uitlatingen niet rechtstreeks in een eigen belang getroffen. Bekrachtiging raadsbeslissing

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:154 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-452/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Diverse verwijten over de kwaliteit van de dienstverlening en het neerleggen daarvan, de bejegening en afspraken met klagers rechtsbijstandsverzekeraar zijn kennelijk ongegrond.