Zoekresultaten 1-20 van de 23330 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:185 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-551/AL/OV
- Datum publicatie: 14-09-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:185
Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:181 Raad van Discipline Amsterdam 26-259/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:181
Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder een (potentiële) getuige heeft beïnvloed of bewust onjuiste informatie heeft verstrekt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:194 Raad van Discipline Amsterdam 26-160/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:194
Raadsbeslissing. Klaagster vindt dat verweerder niets voor haar heeft gedaan, hij haar nergens over heeft geïnformeerd, haar onheus heeft bejegend en onaangekondigd aan haar huis stond. De raad oordeelt dat het klachtonderdeel met betrekking tot de informatieplicht gedeeltelijk gegrond. Het klachtonderdeel met betrekking tot het onaangekondigde bezoek aan huis is gegrond omdat verweerder de gedraging erkent. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. De raad oordeelt dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legt daarvoor de maatregel waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:188 Raad van Discipline Amsterdam 26-496/A/NH
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:188
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. Het betreft een klacht van een advocaat over een andere advocaat. De voorzitter heeft niet kunnen vaststellen dat verweerster klager bewust onjuiste informatie heeft verschaft in haar reactie op de vraag of er al een toevoeging was verstrekt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:182 Raad van Discipline Amsterdam 26-141/A/NH
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:182
Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de eigen advocaat in een strafzaak. Van verweerder hoefde niet verwacht te worden dat hij het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal in twijfel trok. Geen van de andere professionele procespartijen heeft dat in eerste aanleg gedaan. Het enkele feit dat het de nieuwe advocaat van klager wel was opgevallen dat het proces-verbaal onjuistheden bevatte, betekent niet zonder meer dat het verweerder tuchtrechtelijk verweten kan worden dat het hem niet was opgevallen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:195 Raad van Discipline Amsterdam 26-171/A/NH
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:195
Raadsbeslissing. Klaagster klaagt voor zichzelf en voor haar kinderen over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerster. De kinderen zijn meerderjarig, zodat klaagster geen wettelijk vertegenwoordiger meer is van de kinderen. In zoverre is klaagster niet-ontvankelijk. De raad oordeelt dat het recht van klaagster om te klagen deels is vervallen. De klachten waarin klaagster wel ontvankelijk is, worden ongegrond verklaard. Op een advocaat rust een inspanningsverplichting, geen resultaatverplichting.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:189 Raad van Discipline Amsterdam 26-494/A/NH
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:189
Voorzittersbeslissing; klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft niet onzorgvuldig gehandeld door zich terug te trekken. Verweerder heeft niet de kernwaarde partijdigheid geschonden door geen procedure te starten. Niet gebleken is dat verweerder de deken onjuist heeft geïnformeerd of anderszins onzorgvuldig is geweest. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:183 Raad van Discipline Amsterdam 25-880/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:183
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:196 Raad van Discipline Amsterdam 26-075/A/A 26-099/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:196
Raadsbeslissing. Het betreft een klacht over de curator (verweerder sub 1) en over de advocaat van de curator (verweerder sub 2). Er wordt geklaagd over verschillende handelingen die verweerders hebben verricht in het faillissementstraject. Verder wordt de curator ernstige belangenverstrengeling verweten. De raad heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klagers hebben onvoldoende toegelicht waarom zich in dit geval een onaanvaardbare belangenverstrengeling heeft voorgedaan en evenmin dat en in welke zin de gedragingen van de curator het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:184 Raad van Discipline Amsterdam 26-408/A/NH
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:184
Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. De klacht is gegrond voor zover verweerder in zijn pleitnota onjuiste informatie heeft verkondigd (gedragsregel 8) en zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten (gedragsregel 7). De raad ziet af van het opleggen van een maatregel. Klaagster heeft immers op de zitting in de onderliggende procedure op deze informatie kunnen reageren waardoor de schade voor klaagster beperkt is gebleven. Bovendien heeft verweerder op de zitting van de raad inzicht getoond in zijn handelen en kent verweerder geen tuchtrechtelijk verleden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:185 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:185
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:198 Raad van Discipline Amsterdam 25-877/A/A 25-879/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:198
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:192 Raad van Discipline Amsterdam 26-189/A/A/D
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:192
Raadsbeslissing; gegrond dekenbezwaar. Verweerster heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich in haar processtukken te vereenzelvigen met haar cliënten en daarmee de vereiste professionele deskundigheid niet in acht te nemen. Hiermee heeft verweerster in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid. Daarnaast vertonen de processtukken van verweerster een ernstig gebreken in kwaliteit. Dit heeft niet alleen geleid tot afwijzing of niet-ontvankelijkverklaring van verzoeken, maar heeft de procedure van haar cliënten bovendien vertraagd. Behalve onbetamelijk vindt de raad de gedragingen van verweerster ook zorgelijk, omdat verweerster geen inzicht in de laakbaarheid van haar handelen heeft getoond. Verweerster heeft de adviezen en instructies van de deken niet opgevolgd. Ook op het concept van het dekenbezwaar heeft verweerster geen inhoudelijke reactie gegeven. Evenmin is verweerster op de zitting van de raad verschenen, zodat de raad niet bekend is met het verweer van verweerster. Gelet op deze omstandigheden, is de raad - ondanks het feit dat verweerster niet eerder tuchtrechtelijk veroordeeld is - van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke schorsing van acht weken passend en geboden is. De raad ziet gelet op de ernst van de verweten gedragingen aanleiding om naast de algemene voorwaarde aan deze voorwaardelijke schorsing een bijzondere voorwaarde te verbinden, namelijk een op kosten van verweerster te volgen coachingstraject met een coach, gespecialiseerd in het personen- en familierecht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:186 Raad van Discipline Amsterdam 26-600/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:186
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. In het kader van zijn verweer stond het verweerder vrij om collegiaal overleg te voeren met andere betrokken advocaten en de deken te informeren over geconstateerde patronen in de tuchtklachten. Het stond verweerder eveneens vrij om de president van de rechtbank over klagers handelen te informeren.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:294 Hof van Discipline 's Gravenhage 250013
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:294
Klaagster heeft een klacht ingediend over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. De klacht is door de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) gedeeltelijk gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad op twee klachtonderdelen. De eigen overtuigingen van verweerster in haar processtukken over het gedrag van klaagster missen een objectief verifieerbare onderbouwing. Verweerster had daarom terughoudender behoren te zijn in de stelligheid van haar uitlatingen door duidelijk(er) aan te geven dat wat zij naar voren bracht de mening/visie van haar cliënt was in plaats van die stellingen te poneren als feiten. Het hof is verder van oordeel dat verweerster onvoldoende professionele distantie heeft betracht en met haar cliënt is gaan meeprocederen. Verweerster gaf naast het standpunt van haar cliënt namelijk ook haar eigen visie op de zaak en zij steunde expliciet het standpunt van haar cliënt. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid. Het hof heeft de maatregel verzwaard door het opleggen van een berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:180 Raad van Discipline Amsterdam 26-052/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:180
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:193 Raad van Discipline Amsterdam 26-180/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:193
Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de eigen advocaat in een strafzaak. Hoewel het beter was geweest als verweerster een telefoonnotitie van het gesprek tussen haar en klager had gemaakt over het instellen van hoger beroep, biedt het klachtdossier in dit geval voldoende bevestiging voor het standpunt van verweerster dat klager bij zijn eerste keuze bleef om geen hoger beroep in te stellen. Verder bestaat er geen regel die advocaat-stagiaires verplicht om zonder dat daarnaar gevraagd wordt te melden dat hij of zij nog advocaat-stagiaire is en de praktijk onder toezicht van een patroon uitoefent.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:187 Raad van Discipline Amsterdam 26-525/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:187
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk. De klacht is ingediend buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a) Advocatenwet, waardoor klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat klaagster gedurende de driejaarstermijn niet heeft kunnen klagen of dat er sprake is van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:292 Hof van Discipline 's Gravenhage 260369
- Datum publicatie: 10-09-2026
- Datum uitspraak: 10-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:292
Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens een klachtonderzoek neemt. Klager heeft eerder, op 1 juli 2026 en 17 juli 2026, ook klachten ingediend over procedurele beslissingen van een andere deken in een andere klachtprocedure. Die klachten zijn bij beslissingen van 23 juli 2026 en 6 augustus 2026 (ook) niet verwezen naar een andere deken (HvD 23 juli 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:235 en HvD 6 augustus 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:255). Indien verzoeker in het klachtonderzoek over mr. G of een aanverwante kwestie opnieuw een klacht over een procedurele beslissing van de deken bij het hof indient, dient verzoeker er ernstig rekening mee te houden dat die klacht wegens misbruik van klachtrecht niet in behandeling wordt genomen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:293 Hof van Discipline 's Gravenhage 260368
- Datum publicatie: 10-09-2026
- Datum uitspraak: 10-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:293
Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Klaagster heeft op 20 augustus 2026 bij de deken een klacht ingediend over een gedraging van mevrouw mr. P op 14 augustus 2026. De deken kan de klacht van klaagster over mr. P uitsluitend in behandeling nemen als mr. P op 14 augustus 2026 heeft gehandeld als advocaat of als advocaat in een andere hoedanigheid. Nu daarvan geen sprake is, mist de deken de wettelijke bevoegdheid om de klacht van klaagster over mr. P in behandeling te nemen. Dit volgt uit artikel 46c lid 1 Advocatenwet. De deken kon klaagster dan ook geen ander bericht sturen dan hij op 21 augustus 2026 heeft gedaan (niet in behandeling nemen van de klacht).
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 1167
- Volgende pagina zoekresultaten