Zoekresultaten 1-20 van de 22230 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:265 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-607/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft haar klacht te laat ingediend. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:263 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-493/AL/OV

    Raadbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft zijn informatieplicht geschonden en onvoldoende regie gevoerd door vanaf het aannemen van de opdracht op diverse momenten na te laten belangrijke informatie, afspraken en adviezen – voorzien van een inschatting van risico’s en kosten – schriftelijk vast te leggen. Verweerder heeft de kernwaarde deskundigheid geschonden door in zijn beroepschrift niet het wetsartikel te vermelden waarop het verzoek is gebaseerd. Klacht grotendeels gegrond. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:257 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-024/AL/OV

    Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:165 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-699/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Verweerster mocht haar werkzaamheden neerleggen nadat zij onvoldoende kansen zag om klaagster bij te staan. Door te stellen dat klaagster last had van depressieve klachten, heeft zij aangesloten bij de verklaring van klaagsters psycholoog. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:264 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-691/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft zich eerder bij de deken over verweerder beklaagd. Door niet tijdig betalen van griffierecht heeft de deken dat dossier gesloten. Klager heeft zich in de kern opnieuw over hetzelfde beklaagd. Alhoewel strikt bezien geen sprake is van ne bis in idem, tuchtrechtelijk is er immers nog geen uitspraak gedaan over de eerste klacht van klager over verweerder, beschouwt de voorzitter deze (tweede) klacht als misbruik van klachtrecht. Kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:258 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-701/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem-beginsel (artikel 47b Advocatenwet). Hij heeft eerder over verweerster geklaagd. Alhoewel deze klacht anders is geformuleerd dan die eerdere klacht is naar het oordeel van de voorzitter sprake van een gelijkluidende klacht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:259 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-230/AL/NN

    Raadsbeslissing. Verweerder is naar het oordeel van de raad tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klagers. Uit diverse berichten van klagers blijkt duidelijk dat zij een ander idee hadden van het hele saneringsplan en de wijze waarop deze werd uitgevoerd dan verweerder. Verweerder heeft onvoldoende gedaan om zich ervan te vergewissen dat klagers - die niet zijn ingevoerd in de complexe materie van saneringen – bewust waren van alle stappen en gevolgen van het saneringsplan. Dit is mede veroorzaakt door de vele fragmentarische (ad hoc) berichten afkomstig van verschillende personen en de daarin gebezigde taal die niet altijd eenduidig was. Een duidelijk en volledig plan van aanpak met alle stappen en te verwachten geldstromen ontbrak, wat heeft geleid tot een informatie-achterstand bij klagers. Maatregel: waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:260 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-280/AL/NN

    Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:261 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-301/AL/OV

    Raadbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft tijdens de behandeling van de zaak van klaagster een relatie gekregen met de moeder van haar wederpartij. Deze onderlinge relaties konden verweerder in een situatie brengen waarin hij de belangen van klaagster niet in alle onafhankelijkheid meer zou kunnen behartigen. Het ontstaan van de relatie had voor verweerder aanleiding moeten zijn om zich terug te trekken of dit in ieder geval uitdrukkelijk met zijn cliënte te bespreken. Klacht deels gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:262 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-419/AL/NN

    Raadsbeslissing. Klacht over kwaliteit van dienstverlening. De klacht van klaagster komt er in feite op neer dat verweerster ‘het anders had moeten doen’, maar klaagster concretiseert dit verder niet. Verweerster is naar het oordeel van de raad in haar werkzaamheden ten behoeve van klaagster te werk gegaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:250 Hof van Discipline 's Gravenhage 240152

    Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de eigen advocaat. Klager verwijt verweerder a) juridisch ondermaats te hebben gepresteerd, b) hem onvoldoende te hebben geïnformeerd en op onzorgvuldige wijze zijn werkzaamheden te hebben neergelegd, c) geen althans onvoldoende partijdigheid te hebben betracht en onvoldoende in het belang van klager te hebben gehandeld en d) niet te beschikken over een adequate klachtenregeling. Alleen klachtonderdeel b) is gegrond verklaard en aan verweerder is de maatregel van voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van zes weken opgelegd. Klager en verweerder komen hiertegen in beroep. Het hof acht klachtonderdeel a) en d) alsnog gegrond en legt verweerder de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van vier weken op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:245 Hof van Discipline 's Gravenhage 240240

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij in een familiezaak over de wijze waarop verweerster heeft geprocedeerd en de wijze waarop zij zich in verschillende procedures over hem heeft uitgelaten. De raad heeft de klacht grotendeels gegrond verklaard en verweerster een voorwaardelijke schorsing opgelegd. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover het betreft de wijze waarop verweerster heeft geprocedeerd en met betrekking tot de opgelegde maatregel. Het hof is echter met de raad van oordeel dat verweerster zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten in verschillende processtukken en bekrachtigt de beslissing van de raad in zoverre. Het hof legt verweerster de maatregel berisping op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:246 Hof van Discipline 's Gravenhage 240357

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen haar voormalige advocaat die haar bij heeft gestaan bij een civielrechtelijke procedure bij de kantonrechter. Volgens klaagster heeft verweerder onvoldoende met haar gecommuniceerd en heeft hij zonder haar goedkeuring processtukken ingediend. De raad heeft de klacht van klaagster op deze punten gegrond verklaard en heeft aan verweerder de maatregel van berisping opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen tegen de gegrondverklaring en tegen de opgelegde maatregel. Het beroep slaagt. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover de klachtonderdelen d) en e) daarin gegrond zijn verklaard en verklaart deze klachtonderdelen alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:247 Hof van Discipline 's Gravenhage 240356

    Klager heeft een klacht ingediend tegen zijn voormalig advocaat die hem heeft bijgestaan in een civielrechtelijke procedure. Klager verwijt verweerder (voor zover in hoger beroep van belang) dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door zich zes dagen voor de zitting bij het gerechtshof te onttrekken. De raad heeft deze klacht gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het hiertegen door verweerder ingestelde hoger beroep slaagt. De zitting bij het gerechtshof betrof een comparitie na aanbrengen met uitsluitend als doel het beproeven van een schikking. Omdat klager zelf te kennen had gegeven niet aanwezig te zullen zijn, was de kans dat de zitting doorgang zou vinden nihil, terwijl zelfs in het geval de zitting wel doorgang zou hebben gevonden er geen sprake kon zijn van procedureel nadeel voor klager. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover de klacht met betrekking tot de onttrekking door verweerder gegrond is verklaard en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:248 Hof van Discipline 's Gravenhage 240311

    Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder zijn geheimhoudingsverplichting te hebben geschonden, door een e-mail van zijn advocaat integraal te citeren in zijn spreekaantekeningen. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder de normen van gedragsregel 26 en 27 niet heeft geschonden en bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:249 Hof van Discipline 's Gravenhage 240209

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van haar ex-echtgenoot met wie zij in een echtscheidingsprocedure is verwikkeld. De klacht houdt in dat verweerder niet voldoende de-escalerend heeft opgetreden en dat verweerder niet onafhankelijk is geweest en onjuiste en onvolledige informatie heeft verstrekt aan de betrokken rechters. De Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof onderschrijft dat oordeel en bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:244 Hof van Discipline 's Gravenhage 250011

    De voormalig accountant van verweerster heeft concept jaarstukken 2021 voor verweerster opgesteld en beklaagt zich erover dat verweerster deze stukken zonder zijn instemming aan haar opvolgend accountant als definitief heeft gepresenteerd. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en verweerster een onvoorwaardelijke schorsing opgelegd. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:241 Hof van Discipline 's Gravenhage 250328

    Hoger beroep na beslissing op verzet. De beroepsgronden van klager leveren geen grond op voor doorbreking van het appelverbod.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:242 Hof van Discipline 's Gravenhage 250313

    Beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen ongegrond. De deken heeft op goede gronden het verzoek tot aanwijzing van een advocaat kunnen weigeren. Er is onvoldoende overzichtelijke informatie verstrekt of een procedure tegen de wederpartij van klager redelijke kans van slagen heeft en het een procedure betreft die qua schadebedrag boven de kantongrens van € 25.000,- uit stijgt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:243 Hof van Discipline 's Gravenhage 250312

    Beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen ongegrond. Het hof stelt vast dat aan klaagster een advocaat is aangewezen bij beslissing van de deken van 30 juli 2025. Uit dit cassatieadvies volgt dat een cassatieprocedure geen redelijke kans van slagen heeft. De deken heeft klaagster er reeds in de aanwijzingsbeslissing op gewezen dat in deze zaak slecht éénmaal een advocaat wordt aangewezen, behoudens bijzondere omstandigheden. De deken mocht om die reden het tweede aanwijzingsverzoek van klaagster afwijzen. De omstandigheid dat klaagster het niet eens is met het procesadvies van de aan haar toegewezen advocaat brengt niet mee dat een andere advocaat moet worden aangewezen door de deken.