Zoekresultaten 51-100 van de 23113 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:199 Hof van Discipline 's Gravenhage 250322
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:199
Klagers hebben een klacht ingediend over het handelen van verweerder in zijn hoedanigheid van advocaat van hun wederpartij in een civiel geschil. Het verwijt dat verweerder zich tijdens een telefoongesprek met één van de klagers onnodig grievend heeft uitgelaten is door de raad van discipline Den Haag gegrond verklaard. Ook verweerders verdere opstelling in het telefoongesprek is naar het oordeel van de raad onbehoorlijk en onvoldoende zakelijk geweest. De raad heeft daarvoor een waarschuwing opgelegd. De klachten zijn door de raad voor het overige niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard. Verweerder is het niet eens met de gegrondverklaring door de raad en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof van discipline bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:142 Raad van Discipline Amsterdam 25-905/A/A 25-908/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:142
Raadsbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:194 Hof van Discipline 's Gravenhage 260215 260223
- Datum publicatie: 02-07-2026
- Datum uitspraak: 02-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:194
Klacht over deken wordt niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De beslissing van de deken om een schriftelijke reactie in een lopend klachtonderzoek al dan niet aan het dossier toe te voegen, is een procedurele beslissing in het kader van het klachtonderzoek. Het klachtrecht is geen middel om een dergelijke beslissing van de deken ter discussie te stellen. Klager kan, na afronding van het onderzoek door de deken en betaling van het griffierecht, zijn klacht laten toetsen door de Raad van Discipline en binnen de kaders van die procedure kan klager ook zijn klachten over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen aan de raad voorleggen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:195 Hof van Discipline 's Gravenhage 260162
- Datum publicatie: 02-07-2026
- Datum uitspraak: 02-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:195
Klacht over deken wordt niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De beslissing van de deken om tijdens het lopende onderzoek naar de door klager ingediende klacht over een advocaat geen re- en dupliek te laten plaatsvinden is een procedurele beslissing in het kader van het klachtonderzoek. Het klachtrecht is geen middel om een dergelijke beslissing van de deken ter discussie te stellen. Het tuchtrecht zoals beschreven in de Advocatenwet is alleen van toepassing op advocaten. Er is dus geen grondslag voor een onderzoek door een deken naar een over de stafjurist of de adjunct-secretaris ingediende klacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:196 Hof van Discipline 's Gravenhage 260161
- Datum publicatie: 02-07-2026
- Datum uitspraak: 02-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:196
Klacht over deken wordt niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een aanwijzingsbesluit waar klager zich niet in kan vinden ter discussie te stellen, nu daartegen de beklagprocedure op grond van artikel 13 lid 3 Advocatenwet openstaat. Door de inhoud van twee aanwijzingsbesluiten in de klachtprocedure (opnieuw) ter discussie te stellen, gebruikt klager het klachtrecht voor een ander doel dan waarvoor het klachtrecht is bedoeld. Dat beschouwt het hof als misbruik van het klachtrecht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:197 Hof van Discipline 's Gravenhage 260233
- Datum publicatie: 02-07-2026
- Datum uitspraak: 02-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:197
Verzoek van de Amsterdamse Orde van Advocaten om een klacht over verweerder te verwijzen naar de raad van discipline in het ressort Den Bosch voor behandeling, omdat de klacht samenhangt met een klacht van klager tegen een advocaat, kantoorhoudend in het arrondissement Zeeland-West-Brabant. Volgens de deken is sprake van zoveel samenhang dat deze klachten het beste gezamenlijk door één raad van discipline behandeld kunnen worden. Uit de stukken blijkt niet dat na het onderzoek door de deken Zeeland-West Brabant van de eerste klacht over verweerder een andere raad van discipline door het hof is aangewezen (op de voet van artikel 46aa, lid 3 of lid 5 Advocatenwet) dan de bevoegde raad, namelijk de raad van discipline in het ressort Amsterdam. Mede gelet op artikel 12 Advocatenwet valt verweerder onder de bevoegdheid van de deken Amsterdam (vgl. HvD 30 maart 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:91) en de raad van discipline in het ressort Amsterdam. Evenmin blijkt uit de overgelegde stukken dat klager gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om, na betaling van het griffierecht, de eerste klacht aanhangig te maken bij de raad van discipline, in ofwel Amsterdam ofwel ’s-Hertogenbosch. Toewijzing van het verzoek zou, gelet op het hof ter beschikking staande informatie, in beginsel tot gevolg hebben dat de eerste klacht in behandeling zou komen van de raad van discipline in het ressort Amsterdam en de tweede klacht bij de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch. Dit is niet wat met het verzoek en met artikel 46aa lid 5 van de Advocatenwet is beoogd. Het verzoek om verwijzing wordt daarom afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:80 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-405/DB/OB
- Datum publicatie: 01-07-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:80
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij een ongefundeerde beschuldiging heeft geuit en stukken in het geding heeft gebracht, terwijl hij wist of behoorde te weten dat deze stukken onjuist waren. Naar het oordeel van de voorzitter is niet gebleken dat verweerder onnodig grievende of kennelijk onjuiste uitlatingen heeft gedaan, noch dat hij reden had om te twijfelen aan de juistheid van de overgelegde stukken. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:81 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-406/DB/OB
- Datum publicatie: 01-07-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:81
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij een ongefundeerde beschuldiging heeft geuit en stukken in het geding heeft gebracht, terwijl hij wist of behoorde te weten dat deze stukken onjuist waren. Naar het oordeel van de voorzitter is niet gebleken dat verweerder onnodig grievende of kennelijk onjuiste uitlatingen heeft gedaan, noch dat hij reden had om te twijfelen aan de juistheid van de overgelegde stukken. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:137 Raad van Discipline Amsterdam 26-499/RO/W
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:137
Wrakingsbeslissing; kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:150 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-766/AL/MN
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:150
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:131 Raad van Discipline Amsterdam 25-719/A/A
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:131
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:151 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-372/AL/GLD
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:151
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:132 Raad van Discipline Amsterdam 26-092/A/A
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:132
Raadsbeslissing; ongegronde klacht van een advocaat over een advocaat. Geen sprake van grievende uitlatingen of het verkondigen van bewust onjuiste informatie.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:133 Raad van Discipline Amsterdam 26-055/A/A
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:133
Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening, voor zover tijdig, gegrond. Het behoort tot de taak van een advocaat zijn de cliënt bij aanvang van een zaak een gedegen voorlichting te geven over de aanpak van de zaak en de kansen en de risico’s die spelen. De advocaat moet zich ervan vergewissen of de cliënt alles goed heeft begrepen en of hij de gevolgen van een gekozen aanpak voldoende overziet. Zo nodig moet hij belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt bevestigen (gedragsregel 16 lid 1). Verweerder is op deze punten richting klager tekortgeschoten. Waarschuwing met kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:191 Hof van Discipline 's Gravenhage 260082
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:191
Beklag artikel 13 niet-ontvankelijk. De -verlengde- termijn voor het instellen van beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 februari 2026 verliep op 12 maart 2026. Nu deze termijn is verstreken, heeft klager geen belang meer bij aanwijzing van een advocaat voor het indienen van hoger beroep. Reeds om die reden is het beklag niet-ontvankelijk. Inmiddels is cassatieberoep ingesteld door een advocaat die voor klager de zaak mag behandelen. De in het beklag genoemde gronden behoeven daarom, bij gebrek aan belang, geen bespreking meer.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:134 Raad van Discipline Amsterdam 26-054/A/A
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:134
Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft zich niet gedragen zoals het een behoorlijk advocaat betaamt door maandenlang de vele e-mails van klager te negeren. Ook als de advocaat van de wederpartij mocht van verweerster verwacht worden dat zij ten minste kort reageerde met de mededeling dat zij klager niet kon helpen. Daarnaast acht de raad het ongepast om beschuldigingen te uiten zonder enige feitelijke onderbouwing. Waarschuwing met kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:128 Raad van Discipline Amsterdam 26-370/A/A
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:128
Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit dienstverlening kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:192 Hof van Discipline 's Gravenhage 260059
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:192
1.1 B De beslissing is door de raad verzonden op 26 januari 2026. Dit betekent dat tot en met 25 februari 2025 de tijd had om beroep in te stellen. Het hof heeft het beroep van klager op 26 februari 2026 ontvangen. Klager is in de gelegenheid gesteld om uit te leggen waarom hij te laat was met het instellen van beroep. Het hof heeft geen reactie ontvangen. 1.2 Het hof is van oordeel dat er geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. eroep niet-ontvankelijk. De beslissing is door de raad verzonden op 26 januari 2026. Dit betekent dat klager tot en met 25 februari 2025 de tijd had om beroep in te stellen. Het hof heeft het beroep van klager op 26 februari 2026 ontvangen. Klager is in de gelegenheid gesteld om uit te leggen waarom hij te laat was met het instellen van beroep. Het hof heeft geen reactie ontvangen. Er is geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:135 Raad van Discipline Amsterdam 26-117/A/A
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:135
Raadsbeslissing; klacht over de eigen advocaat in een familierechtzaak, gedeeltelijk gegrond. Verweerster heeft inhoudelijk steken laten vallen en nagelaten klaagster (schriftelijk) te informeren dat haar declaratie substantieel hoger werd dan haar oorspronkelijke schatting. Waarschuwing met kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:129 Raad van Discipline Amsterdam 26-363/A/A
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:129
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de eigen advocaat. De opdrachtbevestiging, de facturen en urenspecificaties van verweerder voldoen ruimschoots aan de vereisten van gedragsregel 17 lid 1 en van excessief declareren is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:193 Hof van Discipline 's Gravenhage 260071
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:193
Beklag artikel 13 Advocatenwet niet-ontvankelijk. Het hof stelt vast dat de termijn voor het indienen van hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter is verstreken. Klaagster heeft geen belang meer bij aanwijzing van een advocaat voor het indienen van hoger beroep.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:136 Raad van Discipline Amsterdam 26-375/A/A
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:136
Voorzittersbeslissing; verweerder heeft bij de vervulling van zijn taak als curator het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:130 Raad van Discipline Amsterdam 25-735/A/NH/D 25-738/A/NH/D 25-739/A/NH/D
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:130
Raadsbeslissing. Dekenbezwaar. Niet toegestaan samenwerkingsverband. Verweerders hebben ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een niet toegestaan samenwerkingsverband aan te gaan met E B.V., een bedrijf dat een platform biedt voor allerlei diensten, waaronder juridische diensten die raken aan de diensten die verweerders als advocaten ook aanbieden. Niet alleen hebben verweerders hiermee de regels van de Voda geschonden, maar hebben zij ook in strijd gehandeld met de voor de advocatuur belangrijke kernwaarde onafhankelijkheid. Verweerders 1 en 2 hebben daarnaast ook nog gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit. De aard en ernst hiervan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Bij de oplegging van een maatregel ziet de raad aanleiding om aan verweerder 1 een zwaardere maatregel op te leggen dan aan verweerders 2 en 3, omdat verweerder 1 met zijn ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Voorwaardelijke schorsing voor verweerder 1, berisping voor verweerder 2 en waarschuwing voor verweerder 3.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:188 Hof van Discipline 's Gravenhage 260058
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 25-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:188
Klacht wordt niet verwezen. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Klager heeft toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen en heeft geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om zijn klacht schriftelijk toe te lichten. Daarom staat tegen de beslissing niet de mogelijkheid van verzet open.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:189 Hof van Discipline 's Gravenhage 260089
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:189
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken kan alleen overgaan tot aanwijzing van een advocaat als de verzoeker de deken voldoende informatie geeft om te kunnen beoordelen wat voor procedure gevoerd moet worden en of zo’n procedure voldoende kans van slagen heeft. Dat betekent dat het op de weg van klaagster ligt om concreet, aan de hand van feiten, aan te geven wat de procedure is die zij wil voeren en de aanvullende informatie ter onderbouwing van die procedure, waarom de deken heeft verzocht, te verstrekken. Dat heeft klaagster niet gedaan. Het hof heeft uit de stukken niet kunnen afleiden wat het geschil is waarvoor klaagster een advocaat nodig heeft. Het hof is daarom met de deken van oordeel dat klaagster haar verzoek niet voldoende heeft onderbouwd. Het is het hof voorts niet gebleken dat de deken de inspanningsverplichting om zelf een advocaat te vinden verkeerd heeft uitgelegd. Uit het dossier blijkt niet dat klaagster voldoende inspanningen heeft verricht om zelf een advocaat te vinden. De aanwijzingsbevoegdheid van de deken is een vangnetvoorziening, die pas in werking treedt als de rechtzoekende eerst zelf (aantoonbare) initiatieven heeft genomen om een advocaat te vinden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:190 Hof van Discipline 's Gravenhage 260069
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:190
Verzet ongegrond. In verzet heeft klager de gronden die hij aan de klacht ten grondslag heeft gelegd herhaald. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de voorzitter en neemt die over. De voorzitter heeft terecht geoordeeld dat een klacht tegen een deken niet is bedoeld om de inhoud van een dekenvisie ter discussie te stellen of een andere procedurele beslissing van de deken (niet-doorzending van de klacht) aan te vechten. Door het klachtrecht daarvoor in te zetten wordt op een oneigenlijke wijze gebruik gemaakt van het klachtrecht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:127 Raad van Discipline Amsterdam 25-378/A/A
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:127
Raadsbeslissing; klager die jarenlang gedetineerd was in de Verenigde Staten en onlangs naar Nederland is overgebracht heeft een klacht ingediend over verweerder die geadviseerd heeft over zijn terugkeer naar Nederland. Dit is niet de eerste klacht die klager over verweerder heeft ingediend. In een eerdere klachtprocedure heeft klager verweerder verweten dat hij zich schuldig had gemaakt aan belangenverstrengeling door eerst betrokken te zijn bij de zaak van klager en later het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) te adviseren. Over deze klacht heeft de raad in zijn beslissing van 11 december 2023, ECLI:NL:TADRAMS:2023:233, geoordeeld dat klager en BuZa hetzelfde, gemeenschappelijke belang hadden, namelijk het terughalen van klager naar Nederland en verweerder daarom met zijn advisering aan klager en BuZa geen tegenstrijdige belangen had gediend. Het Hof van Discipline heeft de beslissing van de raad op 27 september 2024 bekrachtigd (ECLI:NL:TAHVD:2024:249). In onderhavige klachtprocedure is de advisering van verweerder aan klager en daarna aan BuZa opnieuw aan de orde gesteld. Na een Woo-procedure zijn volgens klager documenten vrijgekomen die een ander licht werpen op de zaak. De raad is van oordeel dat de door klager naar voren gebrachte omstandigheden geen hernieuwde beoordeling van de aan verweerder verweten belangenverstrengeling rechtvaardigen. De klacht hierover is daarom niet-ontvankelijk. Verder is het de raad niet gebleken dat verweerder in de vorige klachtprocedure bewust onjuiste informatie heeft verstrekt over zijn bijstand aan klager. De klacht hierover is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-625/DH/DH
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:144
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-353/DH/DH
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:145
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil over een contractuele boete. Hoewel de rechtbank heeft geoordeeld dat verweerders cliënt in strijd met artikel 21 Rv heeft gehandeld, betekent dit niet automatisch dat verweerder daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Niet gebleken is dat verweerder bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden om de belangen van klaagster te schaden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:141 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-588/DH/DH
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:141
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:142 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-501/DH/DH
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:142
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:149 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-359/AL/GLD
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:149
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:143 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-586/DH/DH
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:143
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:146 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-244/AL/GLD
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:146
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een advocaat in een andere hoedanigheid kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:78 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-402/DB/OB
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:78
Voorzittersbeslissing. Het stond verweerster vrij op te treden tegen een (voormalige) cliënt van het kantoor. Aan de cumulatieve voorwaarden uit gedragsregel 15 lid 3 is voldaan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:147 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-345/AL/GLD
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:147
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-394/DB/OB
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:79
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft mogen uitgaan van de juistheid van de informatie die zij via haar cliënt heeft gekregen. Dat geldt des te meer wanneer het gaat om informatie die van een (aan tuchtrecht onderworpen) accountant afkomstig is. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:148 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-360/AL/GLD
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:148
Voorzittersbeslissing. Een klacht over een executeur wordt deels niet-ontvankelijk (wegens overschrijding van de klachttermijn) en deels kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:124 Raad van Discipline Amsterdam 26-340/A/NH
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:124
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een incasso/faillissementskwestie in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:75 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-225/DB/LI
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:75
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening in alle onderdelen ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerster tekort is geschoten.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:125 Raad van Discipline Amsterdam 26-341/A/NH
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:125
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening en over de onttrekking van verweerder kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-085/DB/OB
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:76
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De klacht dat verweerster professioneel tekort is geschoten, incompetent is en nalatig is geweest, juridisch inzicht mist en hierdoor heeft gehandeld in strijd met de Advocateneed, de kernwaarden voor de advocatuur en de gedragsregels is deels vanwege tijdsverloop niet-ontvankelijk en deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:119 Raad van Discipline Amsterdam 26-432/A/NH
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 12-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:119
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij treft geen doel. Voor zover de klacht (ook) is ingediend door de advocaat van klaagster, is de klacht (grotendeels) kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtsreeks eigen belang.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:183 Hof van Discipline 's Gravenhage 250410
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:183
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster heeft geen eigen, rechtstreeks belang bij haar klachtonderdelen die gaan over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder ten behoeve van zijn cliënt (de vader van klaagster). Niet is gebleken dat verweerder zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten of bewust onwaarheden heeft verkondigd over de medische situatie van zijn cliënt (vader van klaagster). Verweerder is met zijn uitlatingen en handelwijze gebleven binnen de toepasselijke tuchtrechtelijke kaders. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:126 Raad van Discipline Amsterdam 26-352/A/A
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:126
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. Hoewel het beter was geweest als verweerder neutralere bewoordingen had gekozen in het bemiddelingsgesprek met klaagster, is geen sprake van onnodig grievende uitlatingen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-041/DB/OB
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:77
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:120 Raad van Discipline Amsterdam 26-311/A/NH
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:120
Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft een brief van klager, de advocaat van de wederpartij, in een procedure overgelegd. Geen sprake van schending gedragsregel 26; klager had vertrouwelijkheid niet bedongen. Ook geen sprake van schending van gedragsregel 27, omdat de brief van klager niet kan worden gezien als onderdeel van schikkingsonderhandelingen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:184 Hof van Discipline 's Gravenhage 250451
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:184
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Niet-ontvankelijk. Klager heeft in zijn verzoek tot aanwijzing van een advocaat op 17 december 2025 aangegeven dat hij een kort geding-procedure wil starten om een omgangsregeling te bewerkstelligen in de kerstperiode 2025. Nu de kerstperiode 2025 is verstreken heeft klager geen belang meer bij de behandeling van zijn beklag. De beklaggronden behoeven daarom geen verdere bespreking.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:121 Raad van Discipline Amsterdam 26-333/A/A
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:121
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij over de aankondiging van incassomaatregelen, waaronder de mogelijkheid van een faillissementsverzoek, kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:185 Hof van Discipline 's Gravenhage 260067
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:185
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Gegrond. In tegenstelling tot de deken is het hof van oordeel dat op basis van de stukken in het dossier niet zonder meer als vaststaand aan te nemen valt dat de vordering van klager is verjaard. Onduidelijk is of de deken onder kennisneming van de juiste informatie van de door klager benaderde advocaten op goede gronden tot de conclusie kon komen dat sprake was van een kansloze zaak. Verder heeft de deken aan zijn beslissing ten grondslag gelegd dat het gebrek aan kans van slagen van de zaak zou blijken uit de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. Gezien het feit dat deze tuchtrechter een waarschuwing heeft opgelegd is het standpunt van de deken zonder toelichting, die ontbreekt, niet begrijpelijk.