Zoekresultaten 21001-21050 van de 22425 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:221 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200054
- Datum publicatie: 10-11-2020
- Datum uitspraak: 06-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:221
Klacht over advocaat wederpartij door een vennootschap en een bestuurder daarvan. Hoger beroep ingesteld door klagers. Het hof overweegt dat verweerder bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt, een bank, niet buiten de aan hem toekomende vrijheid is getreden. Het betrof een vrije keus van de cliënt van verweerder om een geschil over boeterente op een procedure te laten aankomen. Verweerder heeft de belangen van de vennootschap niet onnodig of onevenredig geschaad. Het hof acht de medebestuurder niet-ontvankelijk bij gebrek aan een rechtstreeks belang. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad (ongegrondverklaring) voor het overige.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:222 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190114H
- Datum publicatie: 10-11-2020
- Datum uitspraak: 06-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:222
Herzieningsverzoek. Volgens verzoeker is bij de behandeling van het hoger beroep geen sprake geweest van een eerlijk proces onder meer doordat het tuchtrechtelijk verleden van verzoeker ter zitting is besproken. Verzoeker stelt dat hierdoor een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Het hof overweegt dat het bespreken van het tuchtrechtelijk verleden ter zitting geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel oplevert en evenmin een schending van de AVG. Het bespreken van het tuchtrechtelijk verleden ter zitting is geen verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in de AVG. De verwerking van de tuchtrechtelijke gegevens op het tableau vindt plaats door de algemeen secretaris van de NOVA en heeft een wettelijke basis in art. 8 Advocatenwet. Niet valt in te zien waarom het hof de AVG zou schenden door van deze gegevens gebruik te maken. Het hof verklaart het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:223 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190285
- Datum publicatie: 10-11-2020
- Datum uitspraak: 06-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:223
Klacht over advocaat wederpartij. In een mediationtraject was geheimhouding overeengekomen. Het hof overweegt dat verweerder de geheimhoudingsplicht niet heeft geschonden door informatie uit het mediationtraject te delen met een personeelsadviseur van de gemeente die uit dien hoofde betrokken was. Toen het mediationtraject tot een einde was gekomen, voerde verweerder overleg met ambtenaren van de gemeente over een ontslagprocedure tegen klager. Op dat moment had van verweerder alertheid mogen worden verwacht dat voor dit doel niet vertrouwelijk uitgewisselde gegevens uit het mediationtraject gebruikt mochten worden. Verweerder was ervan op de hoogte dat de gemeente voornemens was informatie uit het mediationtraject te gebruiken ter onderbouwing voor het voorgenomen ontslag van klager. Het hof overweegt dat verweerder, door na te laten de gemeente uitdrukkelijk erop te wijzen dat de geheimhouding geschonden zou worden als de informatie daarvoor zou worden gebruikt en vervolgens die vertrouwelijke gegevens door te zenden naar een gemachtigde van klager, niet de zorg in acht heeft genomen die hij in acht had behoren te nemen tegenover een wederpartij. De klacht is in zoverre gegrond. Ondanks dat kernwaarde vertrouwelijkheid is geschonden kan vanwege bijkomende omstandigheden in dit geval worden volstaan met waarschuwing (en proceskostenveroordeling).
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:224 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200061
- Datum publicatie: 10-11-2020
- Datum uitspraak: 06-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:224
Bekrachtiging beslissing raad, waarbij klacht over de eigen advocaat deels gegrond is verklaard zonder oplegging van een maatregel. Procedure niet tijdig aanhangig gemaakt en zonder instemming van klaagster ingetrokken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:225 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200031
- Datum publicatie: 10-11-2020
- Datum uitspraak: 06-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:225
Bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:226 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200143
- Datum publicatie: 10-11-2020
- Datum uitspraak: 06-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:226
Hof bekrachtigt beslissing raad, waarbij de advocaat van de wederpartij een waarschuwing is opgelegd wegens onnodig grievende uitlatingen over klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:227 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200168
- Datum publicatie: 10-11-2020
- Datum uitspraak: 06-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:227
Beklag ex art. 13 AW. Beroep van deken op ne bis in idem slaagt. Klager heeft voor dezelfde zaak opnieuw verzocht om aanwijzing van een advocaat. De door klager aangevoerde feiten leiden niet tot een andere beoordeling dan die van het hof in de beslissing van 15 maart 2019. Het beklag wordt dan ook ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:228 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190080H en 190237H
- Datum publicatie: 10-11-2020
- Datum uitspraak: 06-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:228
Herzieningsverzoek. Verzoeker kan niet worden ontvangen in zijn herzieningsverzoek, omdat hij geen advocaat is ten aanzien van wie een klacht gegrond is verklaard. Reeds op deze grond zal verzoeker in zijn herzieningsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:229 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200142
- Datum publicatie: 18-11-2020
- Datum uitspraak: 02-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:229
Beroep tegen besluit algemene raad tot afwijzing van verzoek om vrijstelling van artikel 9j, eerste lid, van de Advocatenwet. Naar het oordeel van het hof heeft de algemene raad in redelijkheid tot haar besluit tot afwijzing kunnen komen. Volgens de algemene raad beschikt appellant over onvoldoende proceservaring om op grond van de uitzonderingsgrond te kunnen worden toegelaten tot de cassatiebalie, nu zijn ervaring voornamelijk ziet op het adviseren van advocaten-generaal en andere cassatieadvocaten. Appellant kan dus -anders dan degenen voor wie de wetgever heeft beoogd een uitzondering te maken- niet bogen op de ruime proceservaring waarover onvoorwaardelijk ingeschreven advocaten en bijvoorbeeld –voormalig- leden van de Hoge Raad beschikken. Door het ontbreken van die proceservaring kon de algemene raad in redelijkheid tot de vaststelling komen dat appellant niet beschikt over de vereiste bekwaamheid om in de periode dat hij nog niet onvoorwaardelijk als advocaat is toegelaten, zelfstandig de cassatiepraktijk uit te oefenen. Beroep ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:23 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190201
- Datum publicatie: 12-02-2020
- Datum uitspraak: 10-01-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:23
Verzoek aanwijzing advocaat artikel 13. Afwijzing beklag. Het hof doet de deken de aanbeveling een volgend verzoek, verband houdend met dezelfde kwestie, buiten behandeling te stellen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:230 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200149
- Datum publicatie: 18-11-2020
- Datum uitspraak: 02-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:230
Klacht tegen advocaat. Beroep is beperkt tot de maatregel van schrapping die de raad heeft opgelegd. Verweerder heeft klager op diverse momenten tussen 2012 en 2017 laten weten dat een procedure nog liep, terwijl daarin in augustus 2012 een eindvonnis was gewezen. Verweerder heeft tot in de procedure bij de raad onduidelijkheid laten bestaan over de gang van zaken in die zaak. Het hof matigt de maatregel en legt een schorsing voor de duur van 52 weken op waarvan 13 weken voorwaardelijk. Het hof slaat acht op de specifieke context van de persoonlijke relatie met klager en de druk die verweerder daarin heeft gevoeld en sluit niet uit dat de schending van kernwaarde integriteit tot deze context beperkt moet worden gezien. Verweerder heeft beginstappen in zelfinzicht gezet. Uit het tuchtrechtelijk verleden van verweerder blijkt niet van eerdere schendingen van de kernwaarde integriteit. Het hof legt als bijzondere voorwaarde op dat aan de deken wordt voorgelegd het plan van aanpak van de praktijkcoach en de ontwikkeling van het coachingstraject. Geen proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:231 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200155
- Datum publicatie: 24-11-2020
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:231
Klacht tegen eigen advocaat. Verkorte bekrachtiging. Met de raad is het hof van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd en ook niet is gebleken dat verweerder de zaak van klaagster niet serieus heeft genomen en/of het dossier niet heeft bestudeerd. Hetgeen in hoger beroep nog (aanvullend) naar voren is gebracht, leidt niet tot een ander oordeel. Het hof verwerpt de beroepsgronden van klaagster en zal de beoordeling van de raad bekrachtigen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:232 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200088
- Datum publicatie: 24-11-2020
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:232
Klacht over de advocaat van de wederpartij. De raad heeft klachtonderdeel a ongegrond verklaard en klachtonderdeel b gegrond zonder een maatregel op te leggen. Het hof vernietigt de gegrondverklaring van klachtonderdeel b van de raad en verklaart klager in dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk. Klager wenste (zo blijkt uit de door hem zelf opgestelde transcriptie van het telefoongesprek tussen hem en verweerster) de door verweerster gevraagde gegevens niet te verstrekken, waardoor verweerster niet worden verweten dat zij het afschrift van haar conclusie van dupliek niet aan klager heeft toegestuurd - zeker niet nu verweerster hem nadrukkelijk op de consequenties heeft gewezen. Daarnaast is klager met het aankruisen van het vinkje op het B-formulier (als gevolg waarvan hij geen kopie van de conclusie zou hebben ontvangen, zo stelt klager) door de procesadvocaat van verweerster niet in zijn belangen geschaad. Het al dan niet aanvinken van “wederpartij geïnformeerd” op het B-formulier had niet tot een ander resultaat geleid. Alsdan heeft hij geen belang bij dit klachtonderdeel, en zal het hof hem op dit punt niet-ontvankelijk verklaren.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:233 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200122
- Datum publicatie: 24-11-2020
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:233
Kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Het hoger beroep richt zich tegen de gegrond verklaarde klachtonderdelen b en c. Concreet stelt klaagster dat verweerder op de hoogte had dienen te zijn met de zorgovereenkomst die haar wederpartij in de procedure bij antwoord had overgelegd. Anders dan de raad oordeelt het hof dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van de voorbereiding van de zitting bij de kantonrechter en het ter zitting intrekken van de zaak. Verweerder mocht afgaan op de nadrukkelijke mededelingen van klaagster dat zij nimmer een zorgovereenkomst had ondertekend. Klaagster verwijt verweerder verder dat zij het vonnis van de kantonrechter van 14 maart 2018 eerst na het verstrijken van de beroepstermijn van verweerder heeft ontvangen. Het hof acht zijn verklaring omtrent het verstrekken van het vonnis geloofwaardig. Daarbij neemt het hof in overweging dat vast staat dat klaagster op de hoogte was met de inhoud van het vonnis aangezien zij aanwezig was bij het intrekken van de vordering ter zitting. Het hof verklaart beide klachtonderdelen ongegrond en vernietigd de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:234 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200128
- Datum publicatie: 24-11-2020
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:234
Met de raad is het hof van oordeel dat verweerder veel te lang heeft gewacht met het indienen van de toevoeging (klachtonderdeel a) en onbehoorlijk lang heeft gewacht met het toesturen van de gevraagde urenspecificatie die voor een verrekening nodig is waarmee de betaling aan klaagster onnodig is vertraagd (klachtonderdeel b). Anders dan verweerder betoogt, had klaagster, gelet op het voorgaande, goede redenen om zich over het verweerder verweten gedrag bij de deken te beklagen. De door verweerder geschetste gezondheidsproblemen, waarvan op de zitting bij het hof duidelijk is geworden dat verweerder hierdoor in mei 2015 vier weken uit de running was, vormen geen toereikend argument om zijn handelwijze in de periode maart 2014 tot maart 2018 ook maar in enige mate te kunnen rechtvaardigen. Hetzelfde geldt voor de door verweerder aangevoerde onbekendheid met het behandelen van toevoegingszaken en de door hem genoemde problemen met zijn website waardoor hij geen kennis zou hebben genomen van e-mails van klaagster. Waar het gaat om de door de raad opgelegde maatregel ziet het hof aanleiding deze te wijzigen. Het hof acht daarom een schorsing in de uitoefening van de praktijk van zes weken waarvan vier voorwaardelijk op zijn plaats.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:235 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190013
- Datum publicatie: 24-11-2020
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:235
Advocaat van de wederpartij. De raad heeft geoordeeld dat verweerster door gehoor te geven aan de wens van verweersters cliënt om niet in te stemmen met het schikkingsvoorstel van klager en om vonnis te vragen, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De inhoud van het verweerschrift is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar en de stelling over vermeende mishandeling en in het geding brengen van een krantenknipsel in over een strafrechtelijk onderzoek evenmin. Het hof verenigt zich met het oordeel van de raad en voegt er nog aan toe dat naar het oordeel van het hof niet gebleken is dat verweerster bewust feiten heeft geponeerd waarvan zij de onjuistheid kende en evenmin dat verweerster zich jegens klager onnodig grievend heeft uitgelaten. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:236 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200111
- Datum publicatie: 24-11-2020
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:236
Klacht ziet op het handelen van de advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij in strijd met Gedragsregel 27 over het verloop van de schikkingsonderhandelingen inhoudelijke mededelingen heeft gedaan aan de rechter aan wiens oordeel de zaak is onderworpen. De raad heeft dit klachtonderdeel gegrond verklaard, met als motivering dat het doel van deze gedragsregel is dat partijen vrijelijk met elkaar moeten kunnen overleggen zonder dat de inhoud van dit overleg het oordeel van de rechter kan beïnvloeden. Het hof is het niet eens met het oordeel van de raad. Het hof is van oordeel dat gesteld noch gebleken is dat verweerder (net zo min als de andere betrokken advocaten) op enigerlei wijze heeft deelgenomen aan dit overleg. Alsdan betreft het geen tussen advocaten gevoerde schikkingsonderhandelingen waar Gedragsregel 27 op ziet. Het hof vernietigt het oordeel van de raad en verklaart de klacht ongegrond. Samenvatting
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:237 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190212
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:237
Herstelbeslissing. Een advocaat-lid van het hof stond abusievelijk niet vermeld in de staart van de beslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:238 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190080HH en 190237HH
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 27-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:238
Eindbeslissing. Nadat het hof de herzieningsbeslissing heeft vernietigd omdat de herzieningskamer van het hof een wrakingsverzoek van verzoeker voorafgaand aan de herzieningsbeslissing niet in behandeling heeft genomen, dient het hof nog te oordelen over het herzieningsverzoek van de herzieningsbeslissing. Nu het wrakingsverzoek van de herzieningskamer inmiddels in behandeling is genomen en is afgewezen, heeft de herzieningskamer opnieuw een herzieningsbeslissing gewezen. Derhalve heeft verzoeker geen belang meer bij de herziening van de herzieningsbeslissing. Het herzieningsverzoek van de herzieningsbeslissing is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:239 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200096
- Datum publicatie: 04-12-2020
- Datum uitspraak: 27-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:239
Hof vernietigt uitspraak raad, die de uitlatingen van de advocaat van de wederpartij niet onnodig grievend, maar wel onbehoorlijk beschouwde en een waarschuwing oplegde. Hoewel een zakelijker toon beter en constructiever was geweest, heeft verweerder de grens van de hem toekomende vrijheid niet overschreden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:24 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190202W
- Datum publicatie: 12-02-2020
- Datum uitspraak: 10-01-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:24
Wrakingsverzoek tegen voorzitter van het hof. Tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek ter zitting hebben verzoekers medegedeeld dat zij – gelet op de door verweerder gegeven toelichting – met hem verder kunnen. Hieruit volgt dat de door verzoekers ter onderbouwing van de wraking aangevoerde gronden bij hen niet langer leiden tot de vrees dat verweerder ten opzichte van hen vooringenomen zal zijn. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:240 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190254
- Datum publicatie: 04-12-2020
- Datum uitspraak: 27-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:240
Bekrachtiging beslissing raad. Klacht over het niet opstarten van een kort geding ongegrond. Klager heeft voorts uitdrukkelijk schriftelijk ingestemd met bijstand op betalende basis.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:241 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200024
- Datum publicatie: 04-12-2020
- Datum uitspraak: 27-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:241
Bekrachtiging beslissing van de raad. De bezwaren van klaagster tegen het optreden van verweerder als advocaat van de wederpartij zijn niet van dien aard dat dit optreden als onbetamelijk moet worden aangemerkt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:242 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200114, 200115 en 200116
- Datum publicatie: 04-12-2020
- Datum uitspraak: 27-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:242
Klacht tegen (dagelijks bestuur van) advocatenkantoor onvoldoende geïndividualiseerd en daarom niet-ontvankelijk. Niet gebleken van schending geheimhoudingsplicht door verweerders, die eerder voor klaagster optraden in een beoogde overnamekwestie en, nadat klaagster als koper uit beeld was, later voor een nieuwe cliënt als koper in die overnamekwestie zijn gaan optreden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:243 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200166
- Datum publicatie: 12-12-2020
- Datum uitspraak: 11-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:243
Verzoek tot aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet afgewezen. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:244 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200196, 200197, 200198, 200199, 200200 en 200201
- Datum publicatie: 12-12-2020
- Datum uitspraak: 11-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:244
Appelverbod. Klacht tegen voorzittersbeslissing van de raad is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:245 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190206H
- Datum publicatie: 12-12-2020
- Datum uitspraak: 11-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:245
Kennelijk niet-ontvankelijk herzieningsverzoek. Verzoeker is geen advocaat is ten aanzien van wie een maatregel is opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:246 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200176
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 14-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:246
Verzoek tot aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet afgewezen. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:247 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200194
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 14-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:247
Verzoek tot aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet afgewezen. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:248 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200169
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 14-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:248
Verzoek tot aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet afgewezen. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:249 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200183
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 14-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:249
Artikel 13 beklag. De deken heeft klager meerdere keren gevraagd stukken te verstrekken waaruit blijkt dat er sprake is van een procedure waarvoor vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven of bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden. Dit heeft klager nagelaten. Uit navraag van de deken bij de rechtbank is gebleken dat voor de zitting waar klager bijstand voor heeft gevraagd vertegenwoordiging door een advocaat niet is voorgeschreven. Evenmin kon bijstand uitsluitend door een advocaat geschieden. Het beklag wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:25 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190010 en 190011 herstel
- Datum publicatie: 12-02-2020
- Datum uitspraak: 10-01-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:25
Herstelbeslissing inzake 190010. In de beslissing van het hof zijn verkeerde initialen vermeld bij verweerder. Dit is hersteld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:250 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200248
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:250
Voorzittersbeslissing. Beroepschrift buiten de appeltermijn ontvangen. Uit de overgelegde stukken rondom de verzending van het beroepschrift blijkt onvoldoende dat het beroepschrift op tijd en op correcte wijze ter verzending is aangeboden. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:251 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200125W
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:251
Wrakingsverzoek. Naar het hof begrijpt legt verzoeker – kort en zakelijk vertaald - aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag dat de brieven van 19 oktober en 3 november 2020 van het hof bedreigend overkomen en dat de voorzitter misbruik maakt van zijn machtspositie. In de brief van 19 oktober 2020 is vastgelegd hetgeen ter zitting van 12 oktober is besproken. De wrakingskamer vermag, gelet op het proces-verbaal van de zitting van 12 oktober 2020 en de door partijen geschetste gang van zaken, niet in te zien dat de inhoud van deze brief de objectief gerechtvaardigde vrees oplevert dat de voorzitter jegens verzoeker vooringenomenheid koestert. Het wrakingsverzoek slaagt niet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:252 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200117
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:252
Artikel 46 Advocatenwet, gedragsregels 9 en 22. Contact met wederpartij/mogelijke getuige. Verweerder heeft zich tijdens het telefoongesprek met klager door zijn insinuerende vragen en opmerkingen over het afleggen door klager van een verklaring, die als (getuigen)bewijs in een andere rechtszaak is ingediend, waarbij hij de loyaliteit van klager indirect ter discussie heeft gesteld, niet met de vereiste zorgvuldigheid en terughoudendheid jegens klager opgesteld. Verweerder heeft verder niet kenbaar gemaakt dat hij namens de werkgever van klager belde, noch wat het doel was van het telefoongesprek. Ook heeft hij niet kenbaar gemaakt wat zijn positie was ten opzichte van klager. Klager wist dus tijdens het telefoongesprek niet dat verweerder de opdracht van zijn werkgever had ontvangen om een onderzoek te doen naar mogelijke onregelmatigheden die door zijn werkgever werden vermoed en dat de uitkomsten van dat onderzoek rechtspositionele gevolgen voor klager zouden kunnen hebben. Door aldus te handelen heeft verweerder ook op dit vlak tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gedeeltelijke bekrachtiging van de beslissing van de raad. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:253 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200207
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:253
Appelverbod. De stellingen betreffen geen fundamentele rechtsbeginselen maar zien op de inhoudelijke beslissing van de zaak. Naar vaste rechtspraak van het hof (zie onder meer ECLI:NL:TAHVD:20220:213) leveren motiveringsklachten geen schending op van een fundamenteel rechtsbeginsel. Er is dus geen grond om het appelverbod te doorbreken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:254 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200218
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:254
Appelverbod. Er is geen sprake van schending van fundamentele rechtsbeginselen bij de totstandkoming van de verzetbeslissing van de raad. Het appelverbod van artikel 46h lid 7 van de Advocatenwet wordt niet doorbroken. Het gevolg daarvan is dat klager in zijn beroep tegen de bestreden beslissing niet kan worden ontvangen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:255 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200090
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:255
Van een advocaat mag worden verwacht dat deze aan hem gerichte berichten binnen een redelijke termijn afdoende beantwoordt. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een advocaat om binnen een redelijke termijn op adequate wijze te reageren op verzoeken van cliënten om een afspraak. Verweerster had zelf (en niet slechts via haar (juridisch) secretaresse) jegens klaagster op haar e-mails en haar terugbelverzoeken dienen te reageren. Bekrachtiging van de beslissing van de raad. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:256 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190318
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:256
Artikel 46g Advocatenwet: ontvankelijkheid van de klacht. De termijn van zowel artikel 46g lid 1 aanhef en onder a als de termijn van artikel 46 lid 2 Advocatenwet is overschreden. Bekrachtiging van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:257 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200094
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:257
Klacht over de eigen cassatieadvocaat. De raad heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het hof stelt voorop dat als er geen correspondent-advocaat, als tussenschakel in het contact tussen cliënt en cassatieadvocaat, optreedt, de cassatieadvocaat zelf meer en vaker aandacht moet geven aan de voorlichting aan cliënt en aan het schriftelijk vastleggen van die voorlichting. De cassatieadvocaat dient in dat geval onder meer ervoor te zorgen dat misverstanden in de ruimste zin bij de cliënt rond de cassatieprocedure zoveel mogelijk worden voorkómen. Verder overweegt het hof dat een advocaat (in de communicatie met de cliënt) over financiële aangelegenheden rond zijn optreden nauwgezet en transparant dient te zijn. Het niet nakomen door een advocaat van de plicht tot het maken van heldere afspraken over de kosten die het dekkingsmaximum van de rechtsbijstandsverzekeraar te boven gaan, kan wellicht nog door de tuchtrechtelijke beugel wanneer duidelijk is dat de totale kosten naar redelijke verwachting het dekkingsmaximum niet te boven zullen gaan. Dit wordt echter anders als die kosten dat maximum wél blijken te overstijgen en de advocaat zonder tevoren met de cliënt gemaakte afspraken dat surplus aan hem in rekening brengt, zoals in dit geval is gebeurd. Verweerder treft in dit verband een extra tuchtrechtelijk verwijt omdat hij ruim een halfjaar na de datum van een niet aan klager verstuurde factuur betreffende bedoeld surplus aan klager een “herinneringsfactuur” verstuurt en hij pas anderhalve maand later - lopende de klachtprocedure bij de deken - klager bericht dat hij die factuur niet behoeft te betalen en hij ter zake een creditfactuur tegemoet kan zien. Dat verweerder in dat bericht ruiterlijk zijn excuses aan klager heeft aangeboden kan niet verhelen dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het hof acht dit onderdeel van de klacht dan ook gegrond. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:258 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190048DH
- Datum publicatie: 15-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:258
Verzoeker vraagt herziening van de beslissing van het hof van 19 augustus 2019. Hij voert daartoe aan dat het hof bij de behandeling van de zaak de dwingendrechtelijke bepalingen betreffende de beroepstermijn (de artikelen 50 en 56 Advocatenwet (Aw)) niet onverkort, correct en volledig heeft toegepast als gevolg waarvan er bij de behandeling van het hoger beroep geen sprake is geweest van een eerlijk proces. Het hof is van oordeel dat verweerder de mogelijkheid heeft gehad om verweer te voeren tegen de stelling van de deken dat verzoeker te laat hoger beroep had ingesteld. Het verzoek om herziening wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:259 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200173
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:259
Klacht tegen eigen advocaat. Maatregelappel. Naar het oordeel van het hof wordt de aan verweerder opgelegde voorwaardelijke schorsing van 12 weken gerechtvaardigd door de opeenstapeling van verwijtbare gedragingen door verweerder en zijn houding. Nadat verweerder de zaak van klagers eerst met onvoldoende voortvarendheid behandeld had, heeft hij vervolgens zonder overleg met klagers afgezien van het instellen van hoger beroep, hoewel hij de uitdrukkelijke opdracht had daartoe wel over te gaan. Het hof rekent verweerder aan dat hij heeft gehandeld in strijd met de nodige zorg die hij bij de behandeling van de zaak had horen te betrachten. Verweerder neemt te weinig verantwoordelijkheid voor zijn handelen waar hij tracht zijn nalatigheid af te schuiven op klagers en hun gemachtigde. Het feit dat het hier een zaak betrof die op basis van een toevoeging werd behandeld, maakt geen verschil voor de eisen die mogen worden gesteld aan de kwaliteit van de dienstverlening door een advocaat. Hoger beroep ongegrond. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:26 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190172
- Datum publicatie: 14-02-2020
- Datum uitspraak: 24-01-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:26
Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster zou zich onbehoorlijk en onbetamelijk hebben gedragen tegenover klaagster. Verweersters beroep is gericht tegen de hoogte van de opgelegde maatregel door de raad, te weten schrapping van het tableau. Het hof overweegt dat verweerster klaagster in de veronderstelling heeft gelaten dat zij de advocaat of gemachtigde was van E. In de aanloop naar de hoorzitting was er voor verweerster voldoende aanleiding om deze veronderstelling, indien onjuist, te corrigeren, bijvoorbeeld toen klaagster verweerster vroeg een machtiging te overleggen. Het verkeerd informeren van E. in het onderhavige geval levert een tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen jegens klaagster op, nu verweerster met haar onjuiste en misleidende mededelingen aan E. klaagster ten onrechte in een kwaad daglicht heeft gesteld en hierdoor de belangen van klaagster heeft geschaad. Verweerster heeft het hof er niet van kunnen overtuigen dat zij haar kantoorpraktijk inmiddels op orde heeft en dat het risico op herhaling niet meer aanwezig is. Verweerster schroomt niet om in strijd met de waarheid mededelingen te doen aan cliënten en derden, teneinde haar eigen nalatigheid en/of gebrek aan deskundigheid te verbloemen. Met de raad is het hof dan ook van oordeel dat verweerster, mede gelet op haar tuchtrechtelijke verleden, een patroon laat zien van zorgwekkende gedragingen waarmee zij de kernwaarden integriteit en vakkundigheid schendt en cliënten en derden dupeert. Niet valt in te zien hoe het voorgestelde coachingstraject in dit stadium en in deze omstandigheden soelaas zou kunnen bieden. Bekrachtiging beslissing van de raad, bekrachtiging schrapping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:260 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190202
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:260
Appelverbod. Klacht tegen een voorzittersbeslissing van de raad is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:261 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200162D
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:261
Dekenbezwaar. Maatregelappel. Het hof overweegt dat verweerster fundamenteel fout heeft gehandeld door een aangepaste brief te overleggen aan de rechtbank. Verweerster heeft deze fout bovendien niet adequaat gecorrigeerd. Bij het hof heeft verweerster niettemin duidelijk inzicht getoond in de onjuistheid van haar handelen en is het hof ervan overtuigd geraakt dat het een eenmalige misstap van verweerster is geweest. Gelet hierop zal het hof het voorwaardelijke deel van de door de raad opgelegde schorsing van twaalf weken ophogen naar acht weken. Het hof oordeelt verweersters grief tegen de hoogte van de maatregel gegrond en vernietigt in zoverre de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:262 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200041
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:262
Hoger beroep ingesteld door verweerder. Verweerder heeft klagers een brief gestuurd waarin hen te verstaan wordt gegeven dat als zij een bespreking met de Belastingdienst bijwonen, zij onrechtmatig en mogelijk zelfs strafrechtelijk verwijtbaar handelen en voorts dat zij aansprakelijk worden gehouden voor alle schade die door de cliënten van verweerder wordt geleden als zij niet aan de sommaties voldoen. Het hof overweegt dat verweerder niet aannemelijk heeft kunnen maken dat het in het belang van zijn cliënten zou zijn om een dergelijke boodschap af te geven en evenmin waarom hij voor deze boodschap en harde toon heeft gekozen. Verweerder heeft door het versturen van deze zeer intimiderende brief de belangen van klagers nodeloos en op ontoelaatbare wijze geschaad. Het hof acht deze handelwijze ernstig laakbaar. Verweerder heeft geen blijk gegeven het onjuiste en tuchtrechtelijk verwijtbare van zijn handelwijze in te zien. Vernietiging ten aanzien van maatregel. Het hof legt een berisping op. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:263 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200042 en 200043
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:263
Klacht van (medewerkers van) de Belastingdienst tegen twee verweerders met twee klachtonderdelen: a) het belemmeren van een fiscaal onderzoek en b) het ten onrechte beschuldigen van schending van het ambtsgeheim. De Belastingdienst voert een onderzoek uit dat onder meer gericht is op mogelijke erfbelasting die verschuldigd zou zijn door de erfgenamen van een overledene. De overledene had voor zijn overlijden bijna 1 miljoen Euro contant opgenomen van een Duitse bankrekening. Dit geldbedrag is na zijn overlijden op advies van verweerders op de derdengeldrekening van hun kantoor gestort. De Belastingdienst is van oordeel dat de twee erfgenamen van de overledene mogelijk rechthebbenden zijn op het geldbedrag. Door verweerders is namens hun cliënten een brief gestuurd aan deze erfgenamen waarin zij hen verbieden in gesprek te gaan met de Belastingdienst. Het hof stelt vast dat de bewoordingen en toonzetting van de brief niet anders kunnen worden opgevat dan als het dreigen met zware consequenties als zij dat wel zouden doen. Verweerder heeft daarmee geprobeerd te voorkomen dat vragen van de Belastingdienst door de erfgenamen zouden worden beantwoord, terwijl zij daartoe wettelijk verplicht zijn. Dit handelen (klachtonderdeel a) is in strijd met wat van een integer en betamelijk handelend advocaat mag worden verwacht. In dezelfde brief hebben verweerders medewerkers van de Belastingdienst beschuldigd van schending van het ambtsgeheim. Bij het uiten van zo’n zware en diffamerende beschuldiging mag van een advocaat worden verwacht dat hij zich kan baseren op concrete feiten die deze beschuldiging ondersteunen. De beschuldiging steunt echter alleen op een vermoeden. Verweerders hebben onbetamelijk, niet integer er niet professioneel gehandeld door klagers tegenover derden te beschuldigen van een ambtsmisdrijf. Ook klachtonderdeel b) is daarom gegrond. Het hof acht beide gegronde klachtonderdelen ernstige feiten en legt beide verweerders een berisping op. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:264 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200044D en 200045D en 200046D
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:264
Dekenbezwaar tegen twee verweerders, waarvan tegen één van hen ook in diens hoedanigheid als bestuurder van de stichting derdengelden, alsmede tegen de overige bestuursleden van de stichting. Een cliënt van verweerders had voor zijn overlijden bijna 1 miljoen Euro contant opgenomen van een Duitse bankrekening. Dit geldbedrag is na zijn overlijden op advies van verweerders op de derdengeldrekening van hun kantoor gestort. Het dekenbezwaar houdt in dat verweerders tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld door: a) een contante storting aan te nemen zonder overleg met de deken voeren; b) geen rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van derden op het gestorte geldbedrag en d) te bankieren met derdengelden. Het hof acht deze klachtonderdelen gegrond. Er was sprake van een atypische situatie waarin een groot contant zwart geldbedrag centraal stond. Verweerders hebben dit probleem naar zich toegetrokken door te adviseren dit geldbedrag op de derdengeldrekening te storten. Verweerders hadden daarover, gelet op art. 6.27 Voda, overleg moeten voeren met de deken. Het woord ‘betaling’ in dat artikel moet niet zo beperkt worden opgevat dat een contante storting daarbuiten zou vallen. De derdengeldrekening heeft een waarborgfunctie: gelden blijven op de rekening in afwachting van de beantwoording van de vraag wie daarop aanspraak kan maken. Derden die deze aanspraak kunnen maken, mogen erop vertrouwen dat tot die tijd die geldbedragen blijven staan. Verweerders hebben in strijd daarmee betalingen gedaan aan hun kantoor, een BV en hun cliënte. Zij leggen daarmee de bijl aan de wortel van het instituut van de derdengeldrekening. Klachtonderdeel d) is ook gegrond ten aanzien van de verweerder in zijn hoedanigheid als bestuurder van de stichting derdengelden. Verweerders hebben de kernwaarde (financiële) integriteit geschonden. Het hof legt beide verweerders een gedeeltelijk voorwaardelijke schorsing op. Omdat door de deken geen onderzoek is gedaan naar de andere bestuurders van de stichting derdengelden bekrachtigt het hof de beslissing van de raad tot niet-ontvankelijkverklaring van de deken ten aanzien van deze bestuurders.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:265 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190324
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:265
Appelverbod. Verzoek tot doorbreking op basis van schending fundamentele rechtsbeginselen. De gronden die klager hiervoor aanvoert zijn alle terug te voeren op de inhoud van de raadsbeslissing. Motiveringsklachten leveren geen schending fundamenteel rechtsbeginsel op. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:266 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190325
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:266
Appelverbod. Verzoek tot doorbreking op basis van schending fundamentele rechtsbeginselen. De gronden die klager hiervoor aanvoert zijn alle terug te voeren op de inhoud van de raadsbeslissing. Motiveringsklachten leveren geen schending fundamenteel rechtsbeginsel op. Niet-ontvankelijk.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 420
- Pagina: 421
- Pagina: 422
- ...
- Pagina: 449
- Volgende pagina zoekresultaten