Zoekresultaten 21001-21050 van de 23235 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:16 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170213

    Klacht tegen de advocaten van de wederpartij. In hoger beroep wordt de klacht dat verweerders een verkeerde indruk hebben gewekt over hun status in de procedure en de hoedanigheid van verweerder sub 2 alsnog gegrond. Verweerder sub 2 heeft zich in de procedure aanvankelijk gepresenteerd als advocaat maar vervolgens hebben verweerders richting de rechtbank en klager onduidelijkheid laten bestaan over de hoedanigheid van verweerder sub 2, van wie een reactie op een deskundigenopinie op blanco papier in het geding is gebracht. Verweerder sub 2 is primair verantwoordelijk en krijgt een waarschuwing opgelegd. Het hof ziet geen aanleiding om de door de raad aan verweerder sub 1 opgelegde maatregel (terzake de gegrondverklaring van een ander klachtonderdeel waartegen hij geen appel heeft ingesteld) te verzwaren.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:160 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180102

    Hoger beroep tegen de beslissing van de wrakingskamer van de raad. Appelverbod (art. 515 lid 5 WvSv). Het verzoek om doorbreking van dit verbod wordt afgewezen. Geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:161 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180042

    Verzet tegen beslissing voorzitter dat beroep van klaagster wordt afgewezen vanwege overschrijding van de beroepstermijn. Verzet ongegrond. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. De redenen die klaagster heeft aangevoerd vormen geen rechtvaardiging voor het te laat instellen van het hoger beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:162 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180017

    Klacht tegen voormalig deken. Verweerder heeft erkend dat hij - bij wijze van kwinkslag - tegen klager heeft gezegd dat klager zijn geld beter op de kermis zou kunnen besteden dan aan het griffierecht. Hoewel het hof dit een onhandige opmerking vindt, is de opmerking niet zo ongepast dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ook overigens is de klacht ongegrond. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:163 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180063

    Hoger beroep tegen de beslissing van de raad inhoudende dat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ongegrond is. Appelverbod (artikel 46h lid 7 Aw). Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken waaruit zou volgen dat de raad bij de behandeling van de zaak een fundamenteel rechtsbeginsel heeft geschonden. Klagers zijn daarom niet-ontvankelijk in hun beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:164 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180049A

    Klacht over procesadvocaat wederpartij. Nu niet is gebleken dat verweerder ter zake van de aspecten waarover klager klaagt enige bemoeienis heeft gehad met de procedure(s) die zijn kantoorgenote namens haar cliënte tegen klager aanhangig heeft gemaakt, is het hof van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoud van de processtukken die zijn kantoorgenote heeft opgesteld. Het hof verklaart de klacht alsnog ongegrond en vernietigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:165 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180049B

    Klacht over advocaat wederpartij. Kernwaarde partijdigheid. Het hof is, anders dan de raad, van oordeel dat verweerster de grenzen van de aan haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid niet heeft overschreden door de formulering van de stellingen van haar cliënte in de civiele procedure. De uitlatingen van verweerster waren functioneel nu verweerster deze heeft gedaan teneinde te voldoen aan haar stelplicht in een civiele procedure en ter onderbouwing van het standpunt van haar cliënte. Het hof verklaart de klacht alsnog ongegrond en vernietigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:166 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180045D

    Het hof bepaalt de ingangsdatum van het onvoorwaardelijk deel van de schorsing die door de raad aan verweerder is opgelegd , nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken (artikel 56 lid 5 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:167 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180051

    Art. 5 beklag. Het hof vindt het thans veel te vroeg om klager de gelegenheid te geven terug te keren in de balie. Klager zal daartoe de raad van de orde een gedetailleerd en onderbouwd praktijkplan moeten overleggen en, alvorens een verzoek tot inschrijving als advocaat te doen, eerst met de raad van de orde dan wel de deken moeten overleggen welke elementen er wellicht aan dat plan ontbreken en daaraan toegevoegd moeten worden. Klager doet er verstandig aan om pas een hernieuwd verzoek tot inschrijving als advocaat te doen, nadat hij van de raad van de orde het signaal heeft gekregen dat hij aan alle voorwaarden voldoet om het groene licht te krijgen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:168 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180097

    Klacht advocaat wederpartij. Inhoud en toonzetting van e-mailbericht aan klaagster tuchtrechtelijk verwijtbaar omdat daarmee oneigenlijke druk is uitgeoefend. Gegrond. Verweerder is niet-ontvankelijk in zijn grief dat de raad bepaalde feiten niet juist zou hebben vastgesteld, nu deze feiten betrekking hebben op klachtonderdelen waartegen geen appel is ingesteld en de beslissing van de raad derhalve in zoverre in kracht van gewijsde is gegaan. Voorts heeft verweerder bij dit onderdeel van zijn beroep noch een eigen belang noch een afgeleid belang. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:169 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180080

    Klacht eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster haar beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar onvoldoende medewerking of informatie heeft gegeven. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de verzoeken van klagers om met KIFID en de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar in gesprek te gaan, niet te honoreren. Ongegrond. Verkorte bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:17 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170245

    Dekenbezwaar. Verweerster heeft zonder opdracht een verzoekschriftprocedure gestart. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Schrapping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:170 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180093

    Klager verzoekt terugverwijzing van de zaak naar de raad. Hof oordeelt dat de advocatenwet hiertoe geen ruimte laat. Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Er zijn geen gronden aangevoerd die aanleiding kunnen geven voor doorbreking van dit appelverbod.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:171 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180094a

    Klager verzoekt terugverwijzing van de zaak naar de raad. Hof oordeelt dat de advocatenwet hiertoe geen ruimte laat. Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Er zijn geen gronden aangevoerd die aanleiding kunnen geven voor doorbreking van dit appelverbod.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:172 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180094b

    Klager verzoekt terugverwijzing van de zaak naar de raad. Hof oordeelt dat de advocatenwet hiertoe geen ruimte laat. Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Er zijn geen gronden aangevoerd die aanleiding kunnen geven voor doorbreking van dit appelverbod.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:173 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180110

    Beklag tegen weigering van het verzoek van klager tot inschrijving als advocaat (artikel 5 lid 2 Aw). De door de raad van de orde aan zijn beslissing ten grondslag gelegde omstandigheden zijn niet toereikend om te kunnen concluderen dat op dit moment of voor de toekomst een gegronde vrees bestaat dat klager, die in 2011 door het gerechtshof Amsterdam uit het ambt van notaris is ontzet, zich niet zal houden aan de voor de advocaat geldende regels. De fouten hebben zich in een korte tijdspanne en al meer dan 10 jaar geleden voorgedaan, klager heeft daarvoor 18 jaar als (kandiaat-)notaris gewerkt zonder tuchtrechtelijk verleden en klager werkt zonder probleem al meer dan twee jaar als juridisch medewerker op een advocatenkantoor. Dit maakt dat het niet waarschijnlijk is dat klager opnieuw een ernstige misstap zal begaan. Bovendien zijn er voldoende overtuigende waarborgen rond klager en heeft de deken de mogelijkheid om toezicht uit te oefenen. Beklag gegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:174 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180095

    Het hof bepaalt de aanvangsdatum van de schorsing, nu verweerder zijn beroep heeft ingetrokken en de raad de tenuitvoerlegging heeft gelast van een aan verweerder opgelegde schorsing (artikel 56 lid 5 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:175 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180098

    Het hof bepaalt de ingangsdatum van de schorsing die door de raad aan verweerder is opgelegd, nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken (artikel 56 lid 5 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:176 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180099

    Het hof bepaalt de ingangsdatum van de schorsing die door de raad aan verweerder is opgelegd, nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken (artikel 56 lid 5 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:177 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180209

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klager door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:178 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180030D

    Dekenbezwaar. Vier advocaten van een advocatenkantoor hebben een ontoelaatbare constructie gebruikt om gedupeerden van de gaswinning in Groningen bij te staan in hun strijd tegen de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). De vier richtten een claimstichting op en/of maakten als advocaat gebruik van die stichting. Zij hebben daarbij volgens het hof in strijd met de kernwaarden gehandeld die voor de advocatuur gelden.Berisping. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:179 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180052

    Klacht tegen eigen advocaat. Ontvankelijkheid. Op basis van door klager overlegde gegevens bestaat gerede twijfel of de stelling van verweerder over de totstandkoming van de afstandsverklaring (van de tuchtprocedure) door klager juist is. Het hof komt tot de conclusie dat verweerder niet afdoende heeft aangetoond dat en op welke wijze de door verweerder gestelde afstandsverklaring tot stand is gekomen. Van belang is dat klager steeds te kennen heeft gegeven zijn klacht tegen verweerder te willen handhaven. Klager wordt ontvankelijk verklaard in zijn klacht en partijen worden opgeroepen voor een nieuwe mondelinge behandeling om de klacht over verweerder inhoudelijk te behandelen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:18 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170258

    Tussenbeslissing. Dekenbezwaar. Het hof acht, net als de raad, het verwijt dat verweerder in strijd met gedragsregels 36 en 37 heeft gehandeld, gegrond aangezien verweerder zonder mededeling vooraf het gesprek met de deken wenste op te nemen en de deken heeft belet zijn toezichthoudende taak uit te oefenen. Het hof passeert de stelling van verweerder dat hij het dekenonderzoek niet heeft kunnen frustreren omdat geen aankondiging van een dekenonderzoek is geweest. Uit gedragsregel 37 volgt dat een advocaat niet alleen bij een tuchtrechtelijk onderzoek maar ook bij een verzoek om informatie van de deken dat met een mogelijk tuchtrechtelijk onderzoek of een aan de deken opgedragen controle verband houdt, verplicht is alle gevraagde gegevens aanstonds te verstrekken. Een aankondiging van een dekenonderzoek is daarvoor niet nodig. Met betrekking tot de klacht dat verweerder ten onrechte toevoegingen heeft aangevraagd of laten aanvragen op naam van een andere advocaat en daarmee misbruik heeft gemaakt van het systeem van gefinancierde rechtsbijstand, acht het hof het instellen van een nader onderzoek naar de feiten noodzakelijk, gelet op de ernst van het gemaakte verwijt en de onduidelijkheden. Het hof zal de andere advocaat en een medewerker van de Raad voor Rechtsbijstand als getuige horen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:180 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180064

    Wrakingsverzoek afgewezen. 1. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld het dossier in te zien en ter zitting zijn hoger beroep nader te onderbouwen. Hij heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Geen reden voor schending fair hearingbeginsel (art. 6 EVRM). 2. Gewraakte voorzitter maakte in een andere zaak van verzoeker tegen een andere advocaat deel uit van de kamer: op zichzelf onvoldoende voor toewijzing wrakingsverzoek. 3. Ter zitting meteen een standpunt willen vernemen is miskenning van de wijze waarop klachten volgens de tuchtrechtspraak worden behandeld (openbare zitting – raadkamer – (tussen-) beslissing – uitspraak in het openbaar). Geen reden tot wraking. 4. De laatste grond is pas bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek naar voren gebracht. Onbesproken gelaten. Vgls. art. 513 lid 3 Sv moeten alle omstandigheden en feiten die ten grondslag liggen aan een wrakingsverzoek tegelijk worden voorgedragen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:181 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180065

    Wrakingsverzoek afgewezen. 1. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld het dossier in te zien en ter zitting zijn hoger beroep nader te onderbouwen. Hij heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Geen reden voor schending fair hearingbeginsel (art. 6 EVRM). 2. Gewraakte voorzitter maakte in een andere zaak van verzoeker tegen een andere advocaat deel uit van de kamer: op zichzelf onvoldoende voor toewijzing wrakingsverzoek. 3. Ter zitting meteen een standpunt willen vernemen is miskenning van de wijze waarop klachten volgens de tuchtrechtspraak worden behandeld (openbare zitting – raadkamer – (tussen-) beslissing – uitspraak in het openbaar). Geen reden tot wraking. 4. De laatste grond is pas bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek naar voren gebracht. Onbesproken gelaten. Vgls. art. 513 lid 3 Sv moeten alle omstandigheden en feiten die ten grondslag liggen aan een wrakingsverzoek tegelijk worden voorgedragen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:182 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180223

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klager door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:183 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180219

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klager door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:184 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180081

    Klacht over advocaat wederpartij. Advocaat heeft belang klagers geschaad door onverwachts een contrarapportage in te brengen bij een onderhandelingsbijeenkomst. Zij hadden immers afgesproken te onderhandelen aan de hand van een bij partijen vooraf bekend deskundigenrapport. Verweerder had ten minste vooraf uitdrukkelijk een voorbehoud moeten maken toen duidelijk werd dat zijn cliënt het niet eens was met de inhoud van het deskundigenrapport. Het handelen van verweerder brengt een forse informatieachterstand en substantiële ongelijkwaardigheid van klagers ten opzichte van zijn cliënt mee. Klachtonderdeel gegrond. Voor zover verweerder een door klagers aangehaalde uitspraak niet heeft herkend als een eerder door hem behandelde zaak en verweerder klagers heeft bericht dat hij het niet correct acht dat de inhoud van de vaststellingsovereenkomst in de publiciteit komt, is de klacht ongegrond. Waarschuwing. Gedeeltelijk vernietiging beslissing raad. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:185 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180239

    Art. 13-beklag. Gegrond. Klagers hebben bij de deken genoeg aangevoerd om te rechtvaardigen dat een advocaat nader advies uitbrengt over de haalbaarheid van de zaak. De deken heeft de afwijzing van het verzoek om aanwijzing van een advocaat onvoldoende onderbouwd door zich te baseren op een advies van een advocaat met de inhoud dat hij zich kan voorstellen dat klagers aanknopingspunten zien voor hun vordering en zich de vraag stelt of dat meebrengt dat de vorderingen reële kans van slagen hebben. De deken is niet gehouden een advocaat te verplichten rechtsbijstand te verlenen. De aan te wijzen advocaat mag een eigen afweging maken over het bijstaan van klagers (art. 3 lid 2 Aw en advocateneed).

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:186 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180064

    Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klaagster door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:187 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180065

    Klacht over advocaat wederpartij. Klager is niet-ontvankelijk in klachtonderdeel a vanwege termijnoverschrijding. Bekrachtiging beslissing raad. Voor de overige klachtonderdelen is het appel afgewezen, omdat sprake is van een appelverbod (46h lid 7).

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:188 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180178

    Art. 13-beklag. Verzoek om aanwijzing advocaat. Klager is op vrijwillige basis reeds bijgestaan door een advocaat om de gewenste gegevens over zijn kinderen te verkrijgen, maar dit is niet gelukt. Klager voldeed niet aan de eisen: klager is geen belanghebbende en geen wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen. De advocaat schatte een procedure verder kansloos in. Bij het hof zijn door klager geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit zou kunnen blijken dat de procedure wel enige kans van slagen zou hebben noch zijn die gebleken. Het ontbreken van een kans van slagen is voldoende grond voor de weigering tot aanwijzing van een advocaat. Beklag tegen beslissing van de deken is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:189 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180199

    Verzoek tot aanwijzing advocaat. Art. 13 Advocatenwet. Het verzoek van klager is een variatie op eerder voorgelegde verzoeken, waarin door het hof afwijzend is beslist. Het voorliggende verzoek aan de deken en beklag bij het hof bevat geen onderbouwing waaruit volgt dat deze keer wel sprake is van een procedure die een redelijke kans van slagen zou kunnen hebben. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:19 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170136

    Tussenbeslissing. Klagers zijn niet-ontvankelijk in hun klacht dat verweerder een verborgen rekening claimt die een aantal niet traceerbare uren en dubieuze werkzaamheden bevat, aanzien het hof reeds over dit verwijt heeft geoordeeld (ne bis in idem), althans voor zover de klacht nieuwe aspecten bevat in vergelijking met de eerdere klacht de termijn van drie jaar van artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet is verstreken. De klacht dat verweerder niet duidelijk heeft gemaakt op basis van welke stukken de raad van toezicht de door hem verrichte werkzaamheden zou hebben goedgekeurd, is ongegrond nu verweerder niet kan worden verweten dat klagers niet op de hoogte waren van het ingediende begrotingsverzoek en zij door de raad van toezicht niet naar hun standpunt zijn gevraagd. Ten aanzien van de klacht dat verweerder meineed zou hebben gepleegd, overweegt het hof dat niet kan worden vastgesteld wat is gebeurd nu de verklaringen van klagers en verweerder tegenover elkaar staan. Het hof heeft de deken opdracht gegeven om nader onderzoek in te stellen. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:190 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180189

    Beklag over afwijzing verzoek tot aanwijzing van advocaat. Artikel 13 Advocatenwet. Klaagster doet - na de afwijzing van haar verzoek om aanwijzing van een advocaat in 2015 en de ongegrondverklaring van het beklag daartegen door het hof - een hernieuwd verzoek en voert als nieuw feit een kort geding in het onderliggende geschil aan. Het hof is van oordeel dat door klaagster geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die moeten leiden tot een andere beoordeling. Afwijzing beklag.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:191 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180114

    Klaagster verwijt verweerder dat hij in een procedure die is aangevangen bij dagvaarding van september 2011 bewust onjuiste stellingen heeft ingenomen. Het hof is, net als de raad, van oordeel dat de klacht pas op 6 maart 2017 is ingediend en dus te laat (art. 46g lid 2 Aw). Klaagster heeft verweerder in 2015 dezelfde verwijten gemaakt als waarover zij zich later bij de deken heeft beklaagd. Klaagster maakt niet inzichtelijk dat en waarom het tot 2015 heeft moeten duren voordat het haar duidelijk is geworden, althans redelijkerwijs duidelijk had kunnen en moeten zijn, dat sprake was van bekendheid bij verweerder van de onjuistheid van de door hem ingenomen stellingen. Aldus is niet komen vast te staan dat klaagster eerst drie jaar voor het indienen van de klacht (maart 2014) van de verweerder verweten gedragingen op de hoogte is geraakt. Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:192 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180188

    Afwijzing verzoek om aanwijzing advocaat. Art. 13 Advocatenwet. Meerdere advocaten hebben zich over de vorderingen van klaagster op haar ex-echtgenoot gebogen. De door de deken aangewezen advocaat voor het kort geding, waarin op 24 mei 2018 vonnis is gewezen, heeft uitgebreid en gemotiveerd toegelicht waarom hij een hoger beroep tegen dit vonnis kansloos acht. Dit advies komt het hof niet onjuist of onredelijk voor. Geen aanknopingspunten voor ander oordeel. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:193 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180157

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft voorafgaand aan getuigenverhoor zijn conclusie van antwoord naar getuigen gezonden om hen op de hoogte te houden over de ontwikkelingen in het dossier. Deze getuigen waren de schade-experts die zijn cliënt had ingehuurd en zij maakten deel uit van het verweerteam. Dan valt volgens het hof het toesturen binnen de vrijheid die een advocaat van de wederpartij toekomt. Niet gebleken is dat verweerder in de gegeven omstandigheden de getuigen hiermee (voorwaardelijk) opzettelijk heeft beïnvloed. Vernietiging beslissing raad. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:194 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180115

    Doorbreking appelverbod. Schending van fundamentele rechtsbeginselen. Klacht over de schending van het recht op hoor en wederhoor door de raad wegens het afwijzen van het aanhoudingsverzoek en het verzetschrift zonder aanwezigheid van klager te behandelen, is gegrond. Klager heeft drie dagen voor de zitting de huisarts verzocht om een verklaring en klager heeft, toen hij die niet kreeg van de huisarts o.b.v. regelgeving over het omgaan met medische gegevens, een toelichting gegeven op zijn medische toestand en klachten. De raad had nader onderzoek moeten verrichten of klager in redelijkheid wel in staat was nadere medische gegevens ter onderbouwing van zijn aanhoudingsverzoek te verstrekken. Niet gebleken is dat uitstel onaanvaardbaar was dan wel dat verweerder daardoor in enig belang zou worden geschaad. Terugverwijzing naar de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:195 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180088

    Klacht over eigen advocaat. Schending kernwaarde partijdigheid. Verweerder is zonder (aantoonbare) toestemming van klaagster voor haar opgetreden in een kortgedingprocedure. Op grond van zijn betrokkenheid bij de correspondentie van en naar de wederpartij en gelet op de onduidelijkheid over de afbakening van taken en verantwoordelijkheden met zijn kantoorgenoot, wordt aangenomen dat ook hij in de bodemprocedure voor klaagster is opgetreden. Daarom was (ook) hij verantwoordelijk voor het op de hoogte houden van klaagster over het verloop van de bodemprocedure en had verweerder bij klaagster moeten verifiëren of zij akkoord ging met de communicatie over de zaak via het bedrijf van haar ex-partner. Verder is verweerder later opgetreden tegen klaagster, waardoor hij in strijd met Regel 15 heeft gehandeld. Niet is komen vast te staan dat een uitzonderingssituatie van toepassing is. Bekrachtiging beslissing raad. Klacht gegrond. Berisping. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:196 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180105

    Klacht over eigen advocaat. Verweerster mag een afgesproken fixed fee niet zonder instemming van haar cliënte (klaagster) opzij zetten. Dit geldt temeer nu de fixed fee op initiatief van verweerster tot stand is gekomen en het meerwerk vooral door de wederpartij werd veroorzaakt. Verweerster heeft klaagster voor het blok gezet door enkele dagen voor het verstrijken van een procedurele termijn klaagster te berichten dat zij per direct een andere advocaat moest zoeken als zij niet instemde met de wijziging van de financiële afspraken. Bekrachtiging beslissing Raad. Klacht gegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:197 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180159

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerster had klager een redelijke termijn na het arrest van het Gerechtshof moeten gunnen om hieraan te voldoen voordat zij overging tot beslaglegging (vgl. gedragsregel 19 (oud)). Het beroep op een uitzondering op deze gedragsregel slaagt niet. Voorts ziet het hof geen aanleiding voor matiging van de proceskostenveroordeling, die volgens verweerster onredelijk is gezien de door haar ontvangen vergoeding in de zaak. De proceskostenveroordeling dient ter tegemoetkoming in de kosten voor de tuchtprocedure die door de beroepsgroep wordt gedragen en een grond voor matiging is niet aangevoerd. Bekrachtiging beslissing raad. Klacht gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:198 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180164A

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder had de kern van de uitkomst in vergelijkbare (niet openbare) arbitragevonnissen in de zaken van andere cliënten met klager moeten delen omdat verweerder er rekening mee diende te houden dat de wederpartij zich op deze vonnissen zou beroepen wegens inhoudelijke gelijkenissen van de zaak. Dat kon zonder daarbij de geheimhouding jegens die cliënten te schenden. Voorts heeft verweerder met de opmerking dat een procedure risicovol is, geen adequate inschatting over procesrisico’s en proceskansen aan klager gegeven. Dat klager (bedrijfs)jurist is doet niet ter zake, nu het inschatten van kansen en risico’s van procedures tot de expertise van een advocaat behoort. Klacht gegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:199 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180164B

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder had de kern van de uitkomst in vergelijkbare (niet openbare) arbitragevonnissen in de zaken van andere cliënten met klager moeten delen omdat verweerder er rekening mee diende te houden dat de wederpartij zich op deze vonnissen zou beroepen wegens inhoudelijke gelijkenissen van de zaak. Dat kon zonder daarbij de geheimhouding jegens die cliënten te schenden. Voorts heeft verweerder met de opmerking dat een procedure risicovol is, geen adequate inschatting over procesrisico’s en proceskansen aan klager gegeven. Dat klager (bedrijfs)jurist is doet niet ter zake, nu het inschatten van kansen en risico’s van procedures tot de expertise van een advocaat behoort. Klacht gegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:2 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170301

    Dekenbezwaar en verzoek 60b Adocatenwet. Het dekenbezwaar houdt in dat verweerder handelt en stelselmatig bljft handelen in strijd met i) artikel 10, 10a en 46 Advocatenwet en ii) artikel 4.4, 4.5, 6.1, 6.5, 6.24 en 6.25 Voda. In hoger beroep betwist verweerder het door de deken in zijn bezwaar gestelde niet. Na de eerdere schorsing heeft verweerder alle gelegenheid gehad om herhaling te vorokomen. Niettemin is verweerder bij voortduring toezeggingen niet nagekomen, heeft hij te weinig opleidingspunten gehaald en is de financiële praktijkvoering uiterst zorgwekkend. Het enkele feit dat verweerder verwacht in 2018 een declaratie te kunnen zenden van omstreeks € 50.000 is onvoldoende voor het vertrouwen dat verweerder zich zal houden aan de regels en verordeningen waaraan advocaten gebonden zijn, te meer nu is gebleken dat verweerder dat ook met intensieve begeleiding van de waarnemend deken in de afgelopen periode niet heeft gedaan. Schrapping. Proceskostenveroordeling. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:20 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170175

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij, inhoudende dat hij (de advocaten van) klaagsters niet vooraf in kennis heeft gesteld van het voornemen tot het nemen van executiemaatregelen en klaagster geen redelijke termijn voor beraad heeft gegund, hetgeen in strijd is met gedragsregel 19. Het hof acht de klacht, anders dan de raad, ongegrond. In beginsel dient gedragsregel 19 te worden nageleefd, doch in uitzonderlijke gevallen is afwijking mogelijk en handelt de advocaat niet tuchtrechtelijk verwijtbaar indien hij zonder kennisgeving en zonder het geven van een redelijke termijn overgaat tot het nemen van executiemaatregelen. In deze specifieke zaak waarin grote belangen spelen, waarin op voorhand duidelijk is dat klaagsters niet zouden betalen en waarin onduidelijk is in hoeverre gelegde beslagen nog kleven, kon in redelijkheid niet van verweerder worden verwacht dat hij na ontvangst van het erkenningsvonnis klaagsters een kennisgeving deed en een termijn voor beraad gaf alvorens executiemaatregelen te treffen. De beslissing van de raad wordt (ten aanzien van deze klacht) vernietigd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:200 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180104

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden door (na de beëindiging van de relatie met klager) de vreemdelingenpolitie aan te schrijven over valse persoonsgegevens van klager en daarbij de namen van klager en diens BSN-nummer te vermelden. Verweerder heeft als rechtvaardiging gesteld dat klager een iraanse spion is. Aan de vraag of dat een rechtvaardiging is, is het hof niet toegekomen omdat verweerder dat onvoldoende heeft onderbouwd.Ook heeft hij geen vooroverleg met de deken gepleegd. Hierdoor heeft verweerder in strijd met het vertrouwensbeginsel (art. 10a Advocatenwet) en de geheimhoudingsplicht (art. 11a Advocatenwet) gehandeld. Klacht gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling. Vernietiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:201 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180133

    Beslissing van de raad vernietigd. Klacht van advocaat tegen andere advocaat over toevoeging ongegrond. Verweerster heeft voor een andere zaak dan de door klager behandelde zaak een toevoeging verkregen en zij mocht bij het aanvragen van de toevoeging afgaan op de van haar cliënte verkregen informatie. Voor de stelling dat verweerster zich onwelwillend jegens klager heeft opgesteld biedt het dossier geen aanknopingspunten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:202 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180054

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder mocht klaagster rechtstreeks benaderen nu hem niet duidelijk was of zij werd bijgestaan door een advocaat. Dit blijkt niet uit het feit dat verweerder tussen haakjes op het verzoekschrift de advocaat had opgenomen die klaagster drie jaar geleden in een eerder geschil had bijgestaan. Verder is niet gebleken dat verweerder te lang heeft gewacht met het intrekken van de verzoekschriftprocedure. Bekrachtiging beslissing raad voor zover voorgelegd aan het hof (ongegronde onderdelen). Geen proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:203 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180109

    Bekrachtiging uitspraak raad. Klacht over optreden advocaat wederpartij. Grenzen van de verweerster toekomende vrijheid niet overschreden. Ongegrond.