Zoekresultaten 51-100 van de 22609 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-764/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:50 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-695/AL/MN

    Verweerster wordt beklaagd in haar (toenmalige) hoedanigheid van deken. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster met haar handelwijze niet het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Zij heeft op verzoek van de advocaat van de wederpartij van klaagster in het kader van haar toezichthoudende taak een onafhankelijk feitenonderzoek gedaan naar een haar toegezonden document dat volgens de advocaat van de wederpartij door klaagster in de procedure in hoger beroep als productie was ingebracht en vals was. Die productie betrof een e-mail op naam van een voormalig advocaat van klaagster. Die advocaat heeft zich op zijn geheimhoudingsplicht beroepen bij vragen van de wederpartij over de echtheid van genoemde e-mail. Verweerster heeft de vermeende schrijver/advocaat van de e-mail gehoord. Niet valt in te zien dat ook klaagster als ontvanger van die e-mail gehoord had moeten worden. De informatie die verweerster van de voormalig advocaat heeft gekregen viel onder de bescherming van haar eigen geheimhouding. Niet is gebleken dat verweerster die geschonden heeft, of van de onderzochte advocaat. Vervolgens heeft verweerster in een e-mail aan de advocaat van de wederpartij haar bevindingen gemaild. Die verklaring is in door de wederpartij in het geding gebracht. Klaagster heeft daarvan toen kennis genomen en daartegen verweer gevoerd. Verweerster heeft klaagster de gelegenheid geboden om het volgens klaagster juiste document alsnog te onderzoeken. Van dat aanbod heeft klaagster om haar moverende redenen geen gebruik gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-752/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 25 juli 2022, is deze met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. De raad is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder klager niet op de juiste wijze heeft bijgestaan. Vast staat dat verweerder de strategie en de aanpak van de zaak met klager heeft afgestemd en conform die afgesproken aanpak heeft gehandeld en dat verweerder de processtukken steeds tijdig in concept aan klager heeft voorgelegd en met klagers instemming heeft ingediend. Klager heeft ter zitting van de raad naar voren gebracht dat het hem dwarszit dat er geen juridische consequenties zijn verbonden aan het feit hij niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in dit verband toereikend gemotiveerd toegelicht dat hem uit de overdrachtsakte was gebleken dat klager niet had meegetekend, maar dat dit ook niet was vereist omdat de onderneming niet aan klager is overgedragen. Dat klager niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht in de verdelingskwestie heeft volgens verweerder geen juridisch relevante betekenis hetgeen verweerder naar het oordeel van de raad, voldoende heeft onderbouwd.. Dat verweerder de benodigde kennis van het erfrecht mist en klager had moeten verwijzen naar een advocaat met de juiste kennis is de raad op basis van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht evenmin gebleken. De klacht is, voor zover ontvankelijk, in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:61 Hof van Discipline 's Gravenhage 260027

    Verzoek om verwijzing naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk. Artikel 46aa lid 3 Advocatenwet is niet van toepassing omdat de klacht niet is gericht tegen een advocaat-lid van de raad. Ook overigens is er geen wettelijke grondslag om het verzoek toe te wijzen. Het verzoek kan niet worden toegewezen. Omdat de wettelijke grondslag voor het verzoek ontbreekt zal het hof het verzoek om verwijzing van de behandeling van de klacht van klaagster over verweerder naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk verklaren.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-632/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerder klaagster ten onrechte heeft betrokken in een faillissementsprocedure en ten onrechte aan klaagster een faillissementsprocedure heeft aangezegd is ongegrond. De raad is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom het in het belang van zijn cliënten was om ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken en vervolgens ook aan haar nog eens indiening van een faillissementsrekest aan te kondigen. Op basis van de verweerder ter beschikking staande informatie kon hij menen dat zijn cliënten mogelijk (ook) een vordering op klaagster hadden. Dat verweerder, met het doel de levering van het chalet aan zijn cliënten te bewerkstelligen, ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken, kan hem gelet op het voorgaande niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht dat verweerder intimiderend en escalerend tegen klaagster heeft opgetreden, is, voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 28 november 2021, met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond. Van intimiderend of escalerend gedrag is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:49 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-613/AL/OV

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-778/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft klaagster bij het beëindiging van de adviesrelatie te absoluut aangegeven dat zij geen problemen meer zou kunnen krijgen met haar huurder. Gelet op het feit dat klager eerder had aangegeven te overwegen om de huur te verhogen, had verweerder een voorbehoud moeten maken zodat enig misverstand hierover niet kon ontstaan. Dat verweerder geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door hem gemaakte fouten, is niet gebleken. Voor zover klaagster stelt schade geleden als gevolg van de door verweerder gemaakte fouten, is de tuchtrechter onbevoegd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:34 Raad van Discipline Amsterdam 25-907/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Door verweerster is terecht aangevoerd dat zij als advocaat van de wederpartij van klaagster de door haar cliënte verstrekte gegevens heeft uitgewerkt in de brief van 2 april 2025 aan klaagster. Verweerster mocht daarbij uitgaan van de juistheid van deze door haar cliënte verstrekte gegevens. Dat er voor verweerster aanleiding bestond om aan de inhoud hiervan in redelijkheid te twijfelen en daarom te controleren, heeft klaagster niet onderbouwd en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Het stond klaagster daarnaast vrij om inhoudelijk op de brief van verweerster reageren en het niet eens te zijn met de door verweerster namens haar cliënte uitgewerkte gegevens en sommatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:35 Raad van Discipline Amsterdam 25-905/A/A 25-908/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk vanwege een niet-verschoonbare termijn overschrijding (artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:30 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over een advocaat in andere hoedanigheid (redacteur juridisch tijdschrift). Niet gebleken is dat verweerder met zijn nevenwerkzaamheden als redacteur het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:31 Raad van Discipline Amsterdam 25-912/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening is kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geprobeerd aan zijn zorgplicht te voldoen, nadat hij had begrepen dat er mogelijk fatale termijnen liepen die nog gered konden worden. Klaagster stelt dat het door verweerder gelegde contact met de Belastingdienst prematuur was, maar daarvan was volgens verweerder geen sprake en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Als 23 april 2025 de laatste dag van een lopende bezwaartermijn zou zijn geweest, had verweerder mogelijk verwijtbaar gehandeld als hij niet meteen op die dag bezwaar had ingediend. Een advocaat mag zich daarbij niet enkel op interpretaties van niet professionele anderen verlaten, maar dient zelf vast te stellen of er mogelijk termijnen lopen. Het is de voorzitter niet gebleken dat de kwaliteit van dienstverlening ondermaats is geweest. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:32 Raad van Discipline Amsterdam 25-911/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is kennelijk ongegrond. Het is de voorzitter niet gebleken dat de kwaliteit van dienstverlening van verweerder ondermaats is geweest. Naar het oordeel van de voorzitter is door verweerder gemotiveerd betwist dat hij klager onder druk zou hebben gezet en hem zou hebben opgedragen om ter zitting te zwijgen. Dit volgt ook niet uit de inhoud van het proces-verbaal van de zitting. Hieruit blijkt dat ter zitting ook door klager het woord is gevoerd en dat door verweerder (uitgebreid) verweer is aangedragen. Daarbij heeft klager, blijkens het proces-verbaal, ter zitting desgevraagd naar voren gebracht dat de zitting ook buiten aanwezigheid van een tolk, mocht doorgaan. Het besluit om de zitting voort te zetten, is hierop door de rechtbank genomen. Ook ten aanzien van dit onderdeel kan verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:39 Raad van Discipline Amsterdam 26-030/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Niet is komen vast te staan dat verweerster onzorgvuldig is omgegaan met de vertrouwelijke stukken van klager in een bestuursrechtelijke procedure. Klacht is in zoverre kennelijk ongegrond. Voor zover klager de juridische zorgvuldigheid en professionaliteit van verweerster in twijfel trekt, geldt dat dit een aangelegenheid is tussen verweerster en haar cliënte waar klager als wederpartij buiten staat. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:33 Raad van Discipline Amsterdam 25-910/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Verweerder heeft zijn advies aan klager uitgelegd. Dat waren geen dreigementen van verweerder, maar een juridisch advies. Dat klager zich hierdoor onder druk gezet heeft gevoeld, is vervelend maar dit betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dat verweerder de “beschuldigingen van de IND” namens klager zomaar zou hebben geaccepteerd en niet heeft betwist, is de voorzitter niet gebleken. Het verwijt dat verweerder met de IND zou hebben samengewerkt, in plaats van de belangen van klager te behartigen, mist feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:60 Hof van Discipline 's Gravenhage 260038

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het indienen van een klacht over verweerder is niet het ge-eigende middel om de wijze van behandeling van verweerder van het (naar het hof begrijpt) gehonoreerde verzoek van klager tot aanwijzing van een advocaat ter discussie te stellen. Klager dient zich hierover te verstaan met verweerder. Er is ook geen wettelijke grondslag op grond waarvan het hof aan klager een advocaat kan aanwijzen of daaromtrent aanwijzingen kan geven aan verweerder. Het is verder voor het hof onvoldoende duidelijk geworden op welke wijze verweerder volgens klager tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld, waarmee het ook voor verweerder onduidelijk is waartegen hij zich dient te verweren.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:23 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-804/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:30 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-622/DH/DH/D

    Raadsbeslissing. Gegrond dekenbezwaar over kwaliteit van dienstverlening van de advocaat. Over een lange periode zijn verschillende zorgwekkende signalen over verweerster door de deken ontvangen. Herhaalde interventies hebben niet voorkomen dat in mei 2025 toch weer een vergelijkbare melding over verweerster is ontvangen. Die meldingen gingen met name over het onaangekondigd niet verschijnen op zitting, ook in zaken met een verschijningsplicht, zoals strafzaken tegen minderjarigen. Verder laat de schriftelijke vastlegging aan cliënten te wensen over. Verweerster erkent dat zij hierin tekort is geschoten. Vier weken schorsing voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:24 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-370/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:56 Hof van Discipline 's Gravenhage 250171

    Deze uitspraak is een tussenbeslissing. Klager is ontevreden over de wijze waarop verweerder hem in meerdere procedures heeft bijgestaan. Klacht is door de raad deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Gelet op het dossier en het onderzoek ter zitting heeft het hof alvorens een beslissing te kunnen nemen behoefte aan een nadere reactie van de deken op het gevoerde dekenaal onderzoek. Daartoe heeft het hof in deze tussenbeslissing een aantal vragen en opdrachten opgenomen met het verzoek aan de deken hierop te reageren.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:31 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-575/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een strafzaak. Verweerster is tekortgeschoten in die bijstand en heeft de belangen van klager in ernstige mate verwaarloosd. Zij heeft de zaak onvoldoende (met klager) voorbereid, heeft niets schriftelijk vastgelegd en is niet ter zitting verschenen. Ook in hoger beroep heeft zij klager niet gewezen op de gevolgen van het vonnis, waaronder het aflopen van de voorlopige hechtenis. Verweerster toon nauwelijks inzicht in de laakbaarheid van haar handelen. Vier weken schorsing voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:25 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-407/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht over verklaring die de advocaat het gerechtshof in een artikel 12 Sv procedure heeft afgelegd. De raad kan niet vaststellen dat verweerder (bewust) onjuist heeft verklaard. Van het openbaren van een VSO is geen sprake. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:57 Hof van Discipline 's Gravenhage 250160

    Klacht over de eigen advocaat. De raad heeft twee klachtonderdelen gegrond verklaard en aan verweerder een waarschuwing opgelegd, omdat verweerder geen schriftelijke opdrachtbevestiging heeft verzonden en de raad niet kon vaststellen dat tussen verweerder en klaagster een bepaald uurtarief was afgesproken, zodat de raad het ervoor heeft gehouden dat verweerder met klaagster zijn uurtarief niet heeft besproken. In hoger beroep oordeelt het hof dat verweerder ten aanzien van de uitvoering van zijn werkzaamheden onzorgvuldig heeft gehandeld en in strijd heeft gehandeld met de kernwaarden onafhankelijkheid en deskundigheid. Het hof acht het hoger beroep van klaagster gegrond en legt aan verweerder de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:48 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-606/AL/GLD

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:32 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-872/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft uitdrukkelijk betwist dat van een onttrekking in maart 2022 sprake is geweest en het klachtdossier bevat geen brief, e-mail of een ander aanknopingspunt waaruit kan worden afgeleid dat verweerder zich in maart 2022 heeft onttrokken als advocaat van klaagster. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:26 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-482/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij (patroon). Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid voor onvoldoende afstand te bewaken tot zijn cliënte en de kernwaarde integriteit door de dreigen met het inschakelen van de politie om, tegen klaagsters wens in, toegang te krijgen tot haar privévertrekken. Daarbij heeft verweerder ook zijn advocaat-stagiaire in de situatie gebracht waarin zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hoewel de advocaat-stagiaire daarin ook een eigen verantwoordelijkheid heeft, rekent de raad dit verweerder zwaar aan. De raad weegt ook mee dat verweerder nauwelijks inzicht heeft getoond in de ernst van zijn handelen. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:58 Hof van Discipline 's Gravenhage 250069

    Klacht van erfgenaam over advocaat wederpartij. Kantoorgenoten van verweerster hebben in het verleden opgetreden voor de (inmiddels overleden) vader van klager. Tussen klager en zijn broer is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de nalatenschappen van hun ouders. Verweerster heeft in deze kwestie opgetreden als advocaat van de broer van klager. Klager kan als enig erfgenaam van zijn vader niet worden aangemerkt als (oud-)cliënt van het kantoor van verweerster. Van (schijn van) belangenverstrengeling is geen sprake. Verweerster mocht in het partijdig belang van haar cliënt handelen. Verweerster heeft de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid van handelen niet overschreden toen zij haar cliënt adviseerde om een ten laste van klager gelegd conservatoir beslag te handhaven. Verweerster heeft geen op voorhand evident onjuist juridisch standpunt ingenomen en daarom heeft verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld nadat later is gebleken dat dit juridisch standpunt onjuist was. De klacht is ook in hoger beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:33 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-821/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsrechtelijk geschil. Diverse verwijten over de proceshandelingen, houding en uitlatingen van verweerster en wijze waarop zij verweer heeft gevoerd tegen de tuchtklacht slagen niet. De raad deels kennelijk onbevoegd, de klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:27 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-480/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij (advocaat-stagiaire). Verweerster heeft onvoldoende afstand bewaard tot haar cliënte, waardoor zij het recht op een ongestoord woongenot van klaagster op ontoelaatbare en onevenredige wijze heeft helpen schaden. De raad weegt bij de hoogte van de op te leggen maatregel ook mee dat verweerster in die periode nog advocaat-stagiaire was en zij in de woning aanwezig was in opdracht van haar patroon. Hoewel ook een advocaat-stagiaire verantwoordelijk is voor diens eigen handelen, begrijpt de raad ook dat verweerster hierdoor in een lastige situatie is gebracht waarin zij enerzijds rekening diende te houden met de belangen van haar cliënte en de opdracht die zij van haar patroon kreeg, maar anderzijds ook met de belangen van klaagster. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:22 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-006/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken. Het vertrouwen in de advocatuur is niet geschaad doordat de deken om een verduidelijking van de klacht heeft gevraagd. Twee andere klachten had zij niet eerder in behandeling kunnen nemen, omdat deze (nog) niet waren ingediend. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:59 Hof van Discipline 's Gravenhage 250070

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een huurkwestie. Verweerder heeft zijn cliënten geadviseerd de kamer die klaagster bij hen huurde te ontruimen, terwijl daarvoor geen civielrechtelijke titel was. Met de raad acht het hof de klacht van klaagster over dit advies gegrond. Gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval is het hof echter van oordeel dat het passend en geboden is om geen maatregel op te leggen. Het hof vernietigt de beslissing van de raad uitsluitend op het onderdeel van de opgelegde maatregel (waarschuwing).

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:34 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-015/DH/DH/D

    Beslissing op 60b-verzoek. De raad ziet in de opstelling van verweerder richting de deken en de ontvangen signalen voldoende zorgen dat verweerder op dit moment niet in staat is om zijn praktijk behoorlijk uit te oefenen. Mede gelet op verweerders houding ter zitting is het duidelijk geworden dat verweerder geenszins van plan is om medewerking te verlenen aan het onderzoek van de deken. De raad acht schorsing niet proportioneel, maar treft wel voorzieningen om ervoor te zorgen dat verweerder zijn medewerking aan het onderzoek van de deken zal verlenen. Verzoek daarmee deels af- en deels toegewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:28 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-532/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft de vertrouwelijkheid van de mediation tussen klager en zijn ex-echtgenote geschonden, zowel in de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep. Verweerster heeft dit erkend. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:35 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-806/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen (aangewezen advocaat). Verweerder heeft geen onjuiste stelling ingenomen: zij gaf uiting aan haar mening dat zij geen voor de beoordeling van de proceskansen relevant dossierstukken heeft ontvangen. Ook met een aanwijzing door de deken is de advocaat niet verplicht om hoe dan ook te procederen. De advocaat moet, mede gelet op de kernwaarde onafhankelijkheid, een eigen afweging maken. Ook van schending van de kernwaarde partijdigheid is niet gebleken. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:29 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-552/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de stellingname van de advocaat wederpartij in een familierechtelijk geschil. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich in te scherpe bewoordingen uit te laten over de persoon van klager. Hoewel de persoon van klager een relevant aandachtspunt was, had zij de verwijten op zichzelf staand minder schap kunnen en moeten stellen. Verweerster heeft dit onomwonden erkend en te kennen gegeven dat zij het in het gevolg beter zal doen. Vertrouwen in de advocatuur met een ‘kale’ gegrondverklaring voldoende hersteld. Klacht gegrond, maar geen maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:54 Hof van Discipline 's Gravenhage 250416

    Klager heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van Discipline waarbij het verzet van klager tegen een voorzittersbeslissing ongegrond is verklaard. De door klager aangevoerde gronden zien uitsluitend op de inhoudelijke beoordeling van de zaak en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen, zoals schending van hoor en wederhoor. Dergelijke klachten leveren naar vaste jurisprudentie geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Klager kan dan ook niet in hoger beroep worden ontvangen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:21 Raad van Discipline Amsterdam 25-526/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over een advocaat in een strafzaak. De raad kan op grond van de overgelegde stukken en de ter zitting door en namens klaagster afgelegde verklaring echter niet vaststellen dat sprake is van een evident en voorzienbaar (potentieel) tegenstrijdig belang of van de overdracht van vertrouwelijke informatie over klaagster door de kantoorgenoot van verweerder aan verweerder. De raad begrijpt dat klaagster dat wel zo heeft ervaren en dat zij er een probleem mee heeft dat de kantoorgenoot van verweerder behalve haar ook twee medeverdachten bijstand heeft verleend op het politiebureau, maar van concrete aanwijzingen dat informatie in het strafdossier terecht is gekomen door het delen daarvan door de kantoorgenoot met verweerder is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:28 Raad van Discipline Amsterdam 25-880/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak gedeeltelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet vanwege een niet-verschoonbare termijnoverschrijding en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem beginsel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:55 Hof van Discipline 's Gravenhage 240295

    Ongegrond verzet tegen voorzittersbeslissing om een klacht tegen de deken niet te verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:22 Raad van Discipline Amsterdam 25-527/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Van onnodig grievende uitlatingen is geen sprake. De woordkeuze van verweerder past in de context van het geschil tussen partijen en is een reactie op standpunten die door en/of namens klaagster 2 zijn ingenomen over de cliënten van verweerder. Daarbij worden in processtukken en correspondentie over en weer stevige bewoordingen gebruikt en beschuldigingen geuit. Ook geen sprake van mededelingen over onderhandelingen. Aan de rechter mag worden meegedeeld dat schikkingsonderhandelingen zijn gevoerd zolang maar niets over de inhoud daarvan wordt gezegd. Klager 1 en verweerder hebben door hun opstelling ten opzichte van elkaar de toon gezet voor hun onderlinge verhoudingen en daarmee ook voor het geschil tussen hun cliënten. Geen van tweeën lijkt in staat te zijn daaroverheen te stappen. Klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:46 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-700/AL/OV/D

    Dekenbezwaar. Schrapping. Bezwaar tegen een afhechtingsadvocaat. De raad heeft vastgesteld dat verweerder in een zeer groot aantal zaken en gedurende een lange periode ernstig tekort is geschoten in zijn bijstand en daarbij heeft gehandeld in strijd met de kernwaarden partijdigheid, deskundigheid en integriteit. Verweerder heeft ten opzichte van zijn cliënten niet die zorg in acht genomen, die van een behoorlijk handelend advocaat verwacht mag worden en hierdoor kan zeker niet worden uitgesloten dat zij in hun belangen zijn geschaad. De raad rekent dit verweerder zwaar aan. De aard en de ernst van deze feiten rechtvaardigen zonder meer een zeer zware maatregel. Bij de oplegging van de maatregel acht de raad van belang dat (tijdens het onderzoek van de deken en op de zitting van de raad) niet is gebleken dat verweerder beseft dat hij onbetamelijk heeft gehandeld. Verweerder toont geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen en hij kiest bewust voor een manier van handelen dat haaks staat op de voor de advocatuur elementaire beginselen en regelgeving. Dit beeld van verweerder wordt nog versterkt door het signaal van de rechtbank. Verweerder heeft zijn onjuiste werkwijze in dit soort zaken - waaruit zijn praktijk geheel of in hoofdzaak bestaat - naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek en het dekenbezwaar niet aangepast en ook uit de opstelling van verweerder op de zitting van de raad leidt de raad af dat verweerder deze werkwijze niet wenst te veranderen. 6.4 Op grond van de ernst van de verwijten en het feit dat verweerder ter zitting geen, althans onvoldoende, inzicht heeft getoond in zijn eigen handelen, is de raad van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerder de praktijk als advocaat in de toekomst nog uitoefent. Daarom wordt de maatregel van schrapping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:29 Raad van Discipline Amsterdam 25-877/A/A 25-879/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaten van de wederpartij. Het toezicht op de naleving van de Wwft en de Voda wordt uitgeoefend door de deken. Aan klagers komt geen klachtrecht toe over schending van deze wet- en regelgeving. Klacht in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Niet gebleken van misbruik executierecht. Het inhoudelijke debat over de hoogte van de vordering en wie wel of niet gelijk heeft kan in deze tuchtrechtelijke procedure niet aan de orde komen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:23 Raad van Discipline Amsterdam 25-528/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Hoewel verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klagers 2 tot en met 8 rechtstreeks aan te schrijven, terwijl hij redelijkerwijs had kunnen weten dat klagers 2 tot en met 8 werden bijgestaan door een advocaat, klager 1, ziet de raad in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. Verweerder heeft zowel in zijn schriftelijke verweer als ter zitting erkend dat hij de brief achteraf gezien eerst alleen aan klager 1 had moeten sturen om op dit punt navraag te doen. Verder weegt de raad mee dat beide partijen in hun geschillen over en weer stevige bewoordingen gebruiken en beschuldigingen uiten die de onderlinge verhoudingen alleen maar meer op scherp zetten. De beide advocaten, klager 1 en verweerder, lijken daarbij niet in staat om een professionelere en zakelijkere toon aan te slaan. Wanneer de een ervoor kiest om ferme taal te gebruiken, kan het de ander tuchtrechtelijk niet worden verweten wanneer hij dezelfde keuze maakt. De aard en ernst van de verwijtbaarheid van verweerder rechtvaardigen in dit geval dan ook geen maatregel. Gegrond zonder maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:47 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-448/AL/GLD

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:36 Raad van Discipline Amsterdam 25-512/A/A

    Verzet ongegrond. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en de voorzitter heeft ook rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. De omstandigheid dat klager het met deze beoordeling niet eens is, betekent niet dat de beslissing van de voorzitter onjuist is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:24 Raad van Discipline Amsterdam 25-901/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g, eerste lid en onder a, van de Advocatenwet vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding van drie jaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:37 Raad van Discipline Amsterdam 25-628/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familierechtkwestie. De raad stelt op grond van de overgelegde stukken vast dat verweerster in diverse processtukken heeft vermeld dat klager WhatsAppgesprekken tussen hem en zijn ex-partner heeft vervalst, maar de raad kan niet vaststellen dat sprake is van onterechte beschuldigingen en dus van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster. Verder kan het verweerster niet worden verweten dat haar cliënte had besloten om zich niet aan de zorgregeling te willen houden. Daarnaast kan uit de e-mail van verweerster niet worden afgeleid dat zij onvoldoende professionele distantie ten opzichte van haar cliënte en de zaak heeft gehouden. Tot slot is het onhandig van verweerster dat de tekst van haar e-mails niet overeenkomt maar niet klachtwaardig. Van een doelbewuste actie van verweerster om de tekst van de betreffende e-mails aan te passen of om haar cliënte daarmee te helpen is de raad niet gebleken. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:51 Hof van Discipline 's Gravenhage 250373

    Beklag artikel 13. De deken heeft het verzoek om aanwijzing van een advocaat afgewezen. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat de tijd die resteerde tot het einde van de termijn voor het indienen van het wrakingsverzoek waarvoor om een advocaat is gevraagd te kort was. Daarnaast is het volgens de deken aan de opstelling van klagers te danken dat hun vorige advocaat zich heeft onttrokken. Het hof heeft het beklag ongegrond verklaard, de termijn voor het indienen van het wrakingsverzoek is inmiddels (ruimschoots) verstreken. Klagers hebben geen belang meer bij aanwijzing van een advocaat voor het indienen van het wrakingsverzoek. De door klagers in het beklag genoemde inhoudelijke gronden, die door de deken zijn weersproken, behoeven bij gebrek aan enig belang geen nadere bespreking meer.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:25 Raad van Discipline Amsterdam 25-900/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond voor zover deze gaat over het verwijt dat verweerder vertrouwelijk informatie over klager heeft gebruikt. Verweerder heeft onderbouwd toegelicht dat deze informatie relevant was voor de vorderingen van zijn cliënte. Dat verweerder met het opnemen van deze informatie (waarvan afgevraagd moet worden waarom klager deze als vertrouwelijk bestempelt), de belangen van klager op nodeloze en ontoelaatbare wijze heeft geschaad is niet gebleken. De klacht is overigens kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:38 Raad van Discipline Amsterdam 25-643/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. De raad kan niet vaststellen dat verweerder de opdracht van klager niet naar behoren heeft uitgevoerd. Verweerder behartigde de belangen van klager en het was juist in het belang van klager om er eerst duidelijkheid over te krijgen of zijn appartement al rechtsgeldig was verkocht aan de koper. Klager zou immers in de problemen komen als hij zijn appartement al rechtsgeldig had verkocht en hij het dan nogmaals aan een derde zou verkopen. Tot slot is uit de overgelegde facturen en urenspecificaties niet gebleken dat klager dubbel heeft betaald, noch dat sprake is van een wanverhouding tussen de door verweerder verrichte werkzaamheden en het aantal in rekening gebrachte uren. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:52 Hof van Discipline 's Gravenhage 250361

    Beklag artikel 13. De deken heeft het verzoek tot aanwijzing van een advocaat afgewezen. Aan de afwijzende beslissing is ten grondslag gelegd dat de procedure die klaagster wil voeren geen redelijke kans van slagen heeft. Het hof heeft geoordeeld dat de deken terecht heeft opgemerkt dat de verwijten van klaagster over het optreden van mr. V. betrekking hebben op hetzelfde feitencomplex als waarover de tuchtrechter reeds heeft beslist en dat een aansprakelijkheidsprocedure tegen mr. V. daarom geen redelijke kans van slagen heeft.