Zoekresultaten 1-50 van de 22408 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:20 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-546/AL/MN

    Raadbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij en over verweerder in hoedanigheid van bemiddelaar. Verweerder diende een partijdig belang en kon daarom niet tegelijkertijd optreden als onpartijdig bemiddelaar in het familieconflict. Hij had klager duidelijk moeten laten weten dat hij handelde als belangenbehartiger van zijn cliënt en had klager om die reden moeten adviseren een eigen belangenbehartiger in de arm te nemen. Verweerder heeft zijn onafhankelijkheid in de zin van artikel 2 Advocatenwet hiermee in gevaar gebracht. Klacht deels gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:9 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-841/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in beide onderdelen kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder klagers valselijk heeft beschuldigd van bedreiging en zich denigrerend jegens klagers heeft uitgelaten, noch dat hij in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 5.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:21 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-600/AL/MN

    Klager heeft een appartement gehuurd van een commanditaire vennootschap. Verweerder is (mede)bestuurder van de stichting die de CV bestuurt. De CV heeft een beheerder die namens de verhuurder optrad richting klager als huurder. De aan verweerder verweten gedragingen zien op op het optreden van verweerder in hoedanigheid van bestuurder als genoemd en zijn optreden namens de beheerder. vast staat dat de verhuurder vanaf het begin in het geschil met klager door verschillende advocaten is bijgestaan; niet door verweerder. Verweerder is als gemachtigde namens de verhuurder bij zittingen geweest of heeft namens de verhuurder/ beheerder met (de advocaat van) klager gecorrespondeerd. Deze handelingen van verweerder hebben plaatsgevonden in de privésfeer en tussen die handelingen en de praktijkuitoefening van verweerder bestaat naar het oordeel van de raad geen verband. De inhoud van een e-mail van verweerder die hij vanaf zijn privé e-mailadres rechtstreeks aan klager heeft gestuurd, is naar het oordeel van de raad onvoldoende om tot de conclusie te komen dat er voldoende verband bestaat tussen deze privé-gedraging en de praktijkvoering van verweerder. De raad toetst het handelen van verweerder aan de (beperkte) maatstaf of de gedraging van verweerder in het licht van zijn beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd moet worden geacht en of daarmee het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Daarvan is de raad niet gebleken. Tussen klager en de verhuurder is een geschil over de verrekening ontstaan na opzegging van de huurovereenkomst. Een vergelijk bleek niet mogelijk. De verhuurder heeft daarna een bedrag aan klager betaald. Het lag op de weg van klager om daarover zo nodig een gerechtelijk oordeel te vragen. Uit de stukken is bovendien niet gebleken dat verweerder niet integer heeft gehandeld door zelf gedane toezeggingen of gerechtelijke uitspraken namens de verhuurder niet na te komen. De raad stelt verder vast dat sprake is van tegengestelde standpunten tussen klager en de verhuurder over (de terugbetaling van) de borgsom. Daarover zal een civielrechtelijk oordeel moeten worden gegeven. Verweerder heeft daarbij niet absoluut ongeoorloofd gehandeld. Verweerder heeft 2 e-mails aan klager rechtstreeks gestuurd. Een e-mail was als gemachtigde van de beheerder en stond hem vrij. De andere e-mail mocht verweerder naar het oordeel van de raad als partij - als bestuurder van de CV - aan klager sturen. De vraag die vervolgens voorligt is of verweerder zich daarvan had moeten onthouden. Alhoewel de scherpe toonzetting in die e-mail van verweerder niet de schoonheidsprijs verdient, verweerder heeft dat tijdens de zitting van de raad ook ingezien, wordt de inhoud daarvan door de raad niet als absoluut ongeoorloofd gekwalificeerd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:16 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-768/AL/MN

    De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:17 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-043/AL/NN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:18 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-284/AL/MN 25-285/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:19 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-514/AL/MN

    Klacht over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder zonder nader onderzoek afgaan op de van zijn cliënt ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat in het verweerschrift heeft verwerkt en tijdens de zitting heeft genoemd. Daarnaast kon en mocht verweerder uitgaan van de juistheid van de (medische) informatie over klaagster en haar dochter aangezien dat volgde uit het verzoekschrift met bijlagen zoals dat namens klaagster is ingediend. Klaagster heeft via haar advocaat tegen de vermeende onjuistheden en feiten verweer kunnen voeren en kon zelf ook relevante stukken indienen. Ook overigens van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:7 Raad van Discipline Amsterdam 25-858/A/DH/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:8 Raad van Discipline Amsterdam 25-824/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft als dominus litis de vrijheid om een zaak te behandelen zoals haar dat goeddunkt. Als verweerster van mening is dat bepaalde bewijsstukken niet relevant zijn is zij er niet toe gehouden deze bewijsstukken te gebruiken, enkel omdat haar cliënte (klaagster) dat wenst.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:14 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-803/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over deken. Dat de deken een opmerking in het webformulier met verzoek om aanwijzing van een advocaat voor klager in de doofpot heeft gestopt, is onvoldoende concreet onderbouwd. Uit de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerster strikvragen heeft gesteld of anderszins met haar handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:9 Raad van Discipline Amsterdam 25-469/A/A/D 25-832/A/A

    25-469/A/A/D: Raadsbeslissing. Dekenbezwaar wordt aangehouden. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt toegewezen in dier voege dat verweerder zijn werkzaamheden als advocaat voor in elk geval de duur van de behandeling van het –aangehouden– dekenbezwaar dient te verrichten onder het toezicht van een door de deken aan te dragen, onafhankelijke advocaat, die daarvan maandelijks aan de deken schriftelijk verslag uitbrengt en erop toeziet dat verweerder niet in rechte zal optreden voor cliënten die zich in de piketfase, in de periode van de eerste drie dagen na een aanhouding, als ook in (verdere) (voorlopige) hechtenis bevinden.25-832/A/A: Raadsbeslissing. Het verzoek van verweerder tot opheffing van de schorsing van verweerder op grond van artikel 60ab lid 6 van de Advocatenwet wordt toegewezen. De schorsing op grond van artikel 60ab lid 1 van de Advocatenwet van verweerder in de uitoefening van de praktijk als advocaat wordt met onmiddellijke ingang opgeheven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:15 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-766/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij is deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:13 Hof van Discipline 's Gravenhage 250083

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Het hoger beroep van klaagsters richt zich tegen het ongegrond verklaarde klachtonderdeel (schending gedragsregels 12 en 13). Het hof verklaart het hoger beroep van klaagsters ongegrond en bekrachtigt de beslissing van de raad. Het tuchtrecht en het civiele recht zijn verschillende rechtsgebieden waarbij de tuchtrechter in de regel geen oordeel geeft over een civielrechtelijk geschil. De tuchtrechter concentreert zich in het advocatentuchtrecht primair op het handelen van de advocaat in zijn beroepsuitoefening met het oog op het belang van een gezonde advocatuur in het Nederlandse rechtsbestel, terwijl de civiele rechter zich concentreert op de juridische (verbintenisrechtelijke of goederenrechtelijke) twistpunten (HvD 21 april 2023 ECLI:NL:TAHVD:2023:85).

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:14 Hof van Discipline 's Gravenhage 240344

    Klacht over advocaat in hoedanigheid van executeur. Toepasselijke maatstaf. Uit het onderzoek in hoger beroep volgt volgens het hof dat verweerder zich consequent, zowel telefonisch als schriftelijk, als executeur heeft gepresenteerd, niet alleen in zijn communicatie met klaagster, maar ook in zijn brief aan de Geschillencommissie. Klacht ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:2 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-895/DH/DH/D

    Verzoek 60ab en 60b Advocatenwet. De raad is van oordeel dat in beginsel sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 60ab Advocatenwet. De raad acht het momenteel niet verantwoord om (veelal kwetsbare) rechtszoekenden (nog verder) bloot te stellen aan de wijze waarop verweerder zijn praktijk voert. De raad stelt echter ook vast dat een schorsing met onmiddellijke ingang op grond van artikel 60ab, eerste lid, Advocatenwet niet kan samengaan met het treffen van een voorlopige voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening. De raad acht het treffen van een voorziening ook aangewezen. Gelet daarop is de raad van oordeel dat het primaire verzoek van de deken niet voor toewijzing in aanmerking komt en dat de raad kiest voor toewijzing van het subsidiaire verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet, dat wél de mogelijkheid biedt om een schorsing te laten samengaan met het treffen van een voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening. De raad wijst daarom het subsidiaire verzoek van de deken (op grond van artikel 60ab Advocatenwet) toe en schorst verweerder voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk. De raad treft daarnaast een voorziening: verweerder moet een coachingstraject doorlopen om zijn praktijk op orde en de bijstand aan cliënten op het vereiste niveau te krijgen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:3 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-755/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat, waaronder over het niet indienen van stukken en het niet inschakelen van een (geschikte) tolk. Klaagster heeft haar klachten niet (met stukken onderbouwd) en verweerder heeft de klachten gemotiveerd betwist. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:4 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-770/DH/DH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding en voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerster heeft bij haar juridische aanpak van de zaak en de wijze waarop zij hierover namens haar cliënten met klager en zijn advocaat heeft gecommuniceerd de grenzen van het betamelijke niet overschreden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:5 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-807/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiegeschil. Niet gebleken dat verweerster zich onjuist of onnodig grievend heeft uitgelaten. Een assistent van verweersters kantoor heeft per abuis een e-mail aan klager gestuurd. Dit is niet de bedoeling, maar er is niet direct sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerster mocht verder afgaan op de tussen partijen gemaakte afspraken zoals die zijn opgenomen in het proces-verbaal van de zitting. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:6 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-753/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van het feit dat zij geen gerechtelijke procedure tegen ZK heeft opgestart. In de onderhavige zaak heeft verweerster klager meerdere malen verzocht om haar te voorzien van bewijsstukken en heeft zij hem er meerdere malen op gewezen dat zonder een deugdelijke onderbouwing voorzien van bewijsstukken geen gerechtelijke procedure aanhangig kon worden gemaakt. Verweerster heeft onweersproken gesteld dat klager haar desondanks niet van de benodigde stukken heeft voorzien en uit de overgelegde stukken is dit ook niet gebleken. Het verwijt dat verweerster het dossier en de toevoeging in de strafzaak niet heeft overgedragen aan de opvolgend advocaat mist feitelijke grondslag. In beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:1 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-892/DH/RO/D

    Verzoek 60b toegewezen: schorsing en voorziening (waarnemer). Uit de weergegeven feiten en verweerster verklaringen en antwoorden op gestelde vragen ter zitting blijkt de raad dat het contact van verweerster zodanig (ernstig) verstoord is dat zij op dit moment niet in staat kan worden geacht haar praktijk behoorlijk uit te oefenen, ook gelet op het feit dat verweerster als Wvggz-advocaat bijzonder kwetsbare cliënten bijstaat.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:13 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-506/AL/NN

    Verzetbeslissing. Het verzet van klager is door de raad ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:9 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-639/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:10 Hof van Discipline 's Gravenhage 240335H

    Herzieningsverzoek, niet-ontvankelijk. Artikel 1.3 herzieningsprotocol niet van toepassing. Verzoeker komt geen beroep toe op artikel 6 EVRM. De door verzoeker daarbuiten aangevoerde omstandigheden, wat daar verder ook van zij, en de door verzoeker aangehaalde uitspraken zijn ook geen reden om van het herzieningsprotocol af te wijken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:8 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-638/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerster met opzet een foto in het geding gebracht met de onjuiste mededeling dat klager op die foto staat, als gevolg waarvan klager ten onrechte strafrechtelijk zou zijn veroordeeld en hij zijn kinderen niet meer zou zien. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:6 Hof van Discipline 's Gravenhage 250335

    Hoger beroep te laat. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:11 Hof van Discipline 's Gravenhage 250372

    Hoger beroep tegen beslissing op verzet. Appelverbod, dat specifiek betrekking heeft op de beslissing op verzet. Daarom gaat dit appelverbod voor de algemene beroepsbepaling van artikel 56 Advocatenwet. Van strijd met het EVRM is geen sprake. Er kan alleen een uitzondering op het appelverbod worden gemaakt als de procedure bij de raad geen eerlijk proces betrof doordat bij de behandeling van het verzet door de raad een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Klager heeft hierop geen beroep gedaan. Ook overigens is het hof niet gebleken dat klager bij de raad geen eerlijk proces heeft gehad. Klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:7 Hof van Discipline 's Gravenhage 250068

    Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij bij het leggen van pandhoudersbeslag. Klager verwijt verweerder dat hij artikel 21 Rv heeft geschonden door cruciale informatie weg te laten uit het verzoekschrift ex artikel 496 lid 2 Rv. Het hof oordeelt dat de klacht gegrond is. Het hof ziet echter aanleiding de aan verweerder opgelegde maatregel van schorsing te wijzigen in een berisping. Voor zover verweerder heeft aangevoerd dat de raad buiten de klachtomschrijving is getreden volgt het hof hem niet. De in dit kader door verweerder aangevoerde punten maken onderdeel uit van de motivering van de maatregel. Het staat de tuchtrechter vrij feiten en omstandigheden in aanmerking te nemen die niet ten grondslag liggen aan de gegrondverklaring van een klacht om te komen tot een passende maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:12 Hof van Discipline 's Gravenhage 250341

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De vangnetbepaling van artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld voor situaties waarin sprake is van verplichte zorg. Daarvoor is er de procedure van artikel 1:7 lid 1 Wvggz. Verder moet een aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 lid 1 Advocatenwet worden gedaan bij de deken in het arrondissement waar de zaak moet dienen. Daarnaast heeft klager, ondanks het verzoek daartoe van de deken, geen (relevante) informatie gegeven, of concrete stukken aangeleverd, waaruit blijkt wat voor procedure klager wenst te beginnen, wat de haalbaarheid van die procedure is, of die procedure in Midden-Nederland gevoerd dient te worden en of daarbij de rechtsbijstand van een advocaat verplicht is. Daarmee heeft klager zijn verzoek onvoldoende onderbouwd en kon de deken niet beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet was voldaan, zodat ook dit verzoek door de deken op juiste gronden is afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:8 Hof van Discipline 's Gravenhage 250320

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om te klagen over de werkwijze van de deken bij het al dan niet in behandeling nemen van een klacht. Klaagster heeft ook geen belang meer bij dit klachtonderdeel nu de klacht door de deken in behandeling is genomen. In zoverre is de klacht ook prematuur, aangezien nu eerst de procedure bij verweerder moet worden doorlopen, voordat klaagster de mogelijkheid heeft dit aan de orde te stellen bij de raad. Het klachtrecht is er ook niet voor bedoeld is om te klagen over de klachtomschrijving. Daar is de procedure bij de raad voor. Bovendien heeft verweerder ook klaagsters bezwaren tegen de klachtomschrijving in het onderzoek naar de klacht heeft betrokken. Gelet daarop is ook deze klacht prematuur en niet bedoeld voor onderhavige klachtprocedure.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:10 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-765/AL/GLD

    voorzittersbeslissing over eigen advocaat. Uit de stukken volgt dat klager met de financiële afspraken voor het optreden door verweerster in een schadestaatprocedure heeft ingestemd waarna verweerster op betalende basis voor klager aan de slag is gegaan. Uit de opdrachtbevestiging volgt ook dat door verweerster is onderzocht dat klager niet voor de kosten voor rechtsbijstand was verzekerd en klager niet voor gefinancierde rechtshulp in aanmerking kwam. Dat klager in een andere kwestie een toevoeging heeft gekregen, maakt nog niet dat verweerster die kon gebruiken. Dat heeft zij ook niet gedaan. Voor zover verweten wordt dat alsnog een toevoeging had kunnen worden aangevraagd door verweerster, staat vast dat het kantoor van verweerster klager meermaals heeft laten weten geen zaken op basis van gefinancierde rechtsbijstand te doen. Dat staat een advocaat vrij. Van het onder druk zetten van klager om te betalen, is de voorzitter evenmin gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:9 Hof van Discipline 's Gravenhage 250062

    Klaagsters hebben een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij in een procedure bij de Ondernemingskamer. In hoger beroep is niet in geschil dat verweerder meerdere brieven naar de Ondernemingskamer heeft gestuurd, zonder daarvan een afschrift te sturen aan de wederpartij en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerder is echter van mening dat de klacht over dit handelen niet-ontvankelijk is, omdat sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel. Verder voert verweerder in hoger beroep aan dat, als de klacht al ontvankelijk is, aan hem een te zware maatregel is opgelegd. Het hof oordeelt dat niet sprake is van ne bis in idem. Met betrekking tot de maatregel staat feitelijk vast dat verweerder met opzet de naar de Ondernemingskamer gestuurde brieven niet aan de wederpartij heeft gestuurd om deze op achterstand te zetten. Het hof acht deze opzet verzwarend voor de maatregel. De maatregel wordt bevestigd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:11 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-775/AL/OV

    voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerster afgaan op de van haar cliënte/ werkgever van klager verkregen informatie over - onder meer - het feit dat klager al zou beschikken over de opnieuw bij haar opgevraagde documenten en informatie. Bij haar optreden heeft verweerster naar het oordeel van de voorzitter ook ruim voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klager die geen juridische bijstand had. Dat verweerster informatieblokkades heeft opgeworpen, klager heeft genegeerd of afgewimpeld, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Dat klager dit anders heeft ervaren en het niet eens was met de in zijn ogen patroonmatige onbalans in het hele traject, is vervelend voor hem, maar dat alleen is onvoldoende om verweerster daarvan tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:12 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-477/AL/MN

    Klacht over advocaat wederpartij. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder zonder nader onderzoek afgaan op de van zijn cliënte ontvangen feitelijke informatie en als partijdige belangenbehartiger stellingen innemen zoals gedaan. Of verweerder bevoegd was om namens het nieuwe bestuur van klaagster op te treden in geschillen tegen het oude bestuur is een juridische vraag waarover tussen partijen procedures zijn gevoerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:1 Raad van Discipline Amsterdam 25-566/A/A 25-567/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaten. Klager verwijt verweerders dat zij hem er niet op hebben gewezen dat hij mogelijk in aanmerking kwam voor gefinancierde rechtsbijstand. De raad verklaart de klacht niet ontvankelijk. De mogelijkheid van een toevoeging is in 2018 wel besproken met klager. Klager beschikte op dat moment over informatie die gaat over de gevolgen van het handelen of nalaten waar de klacht over gaat. Klager heeft zijn klacht buiten de driejaarstermijn ingediend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:2 Raad van Discipline Amsterdam 25-421/A/A

    Verzet ingediend buiten de verzettermijn. De raad overweegt dat niet gebleken is van omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat de overschrijding van de termijn van 30 dagen verschoonbaar is. Verzet niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:3 Raad van Discipline Amsterdam 25-557/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen ongegrond. Uit de overgelegde correspondentie blijkt niet dat het duidelijk was dat verweerster namens klaagster hoger beroep zou instellen. Verweerster heeft in dat kader aangevoerd dat een verzoek tot wijziging van de omgangsregeling haar zinvoller leek, dat zij deze strategie ook zo met klaagster heeft besproken en dat klaagster hiermee heeft ingestemd. Dat dit anders is gegaan, heeft klaagster niet onderbouwd met onderliggende correspondentie. Dat verweerster geen stappen heeft ondernomen voor klaagster of dat klaagster op enige andere wijze nadeel heeft ondervonden van de tijdelijke afwezigheid van verweerster, is de raad verder niet gebleken. Evenmin is het de raad gebleken dat verweerster de berichten van klaagster onbeantwoord heeft gelaten of dat zij hierop (te) laat reageerde.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:4 Raad van Discipline Amsterdam 25-598/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is deels gegrond. Verweerster is klachtwaardig tekortgeschoten door geen navraag te doen naar het door klager op haar derdengeldenrekening gestorte bedrag dat bestemd was voor haar cliënt. Verweerster heeft dit bedrag ten onrechte op haar derdengeldenrekening laten staan, ook nadat klager had gevraagd om het bedrag aan hem terug te storten. Aan verweerster wordt de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:5 Raad van Discipline Amsterdam 25-813/A/A

    Voorzittersbeslissing; betreft een klacht over de advocaat wederpartij. Klaagster heeft geen rechtstreeks belang bij de verwijten dat verweerster klakkeloos standpunten van haar cliënte overneemt een daarmee niet onafhankelijk van haar cliënte optreedt, haar zorgvuldigheidsplicht schendt door een onvoldoende analyse te geven en haar cliënte onjuist juridisch advies geeft. Deze verwijten hebben betrekking op verweersters bijstand aan haar cliënte. Als wederpartij heeft klaagster geen bemoeienis met die bijstand en wordt zij hierdoor niet rechtstreeks in haar belangen getroffen. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Voor zover verweerster wordt verweten tegenstrijdige uitspraken te doen en daarmee haar waarheidsplicht te schenden, vertragend te werk te gaan en ontwijkend gedrag te vertonen, treffen deze verwijten ook geen doel. De klacht is voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:6 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-334/DB/ZWB 25-792/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Gevoegde behandeling van twee klachtzaken. De klachten zijn gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in het beroepschrift van 7 augustus 2024 onnodig grievende uitlatingen te doen. Dat verhoudt zich niet met de de-escalerende aanpak die van verweerster in een familierechtzaak mocht worden verwacht. Verweerster heeft met haar handelwijze de belangen van klager onnodig geschaad zonder redelijk doel. De raad heeft bij beslissing van 10 maart 2025 reeds aan verweerster een berisping opgelegd voor in het beroepschrift 6 mei 2024 opgenomen uitlatingen met een gelijke inhoud of strekking als de in de onderhavige klachtzaak als onnodig grievend beoordeelde uitlatingen in het beroepschrift van 7 augustus 2024. Indien in die vorige klachtprocedure, ook het in de onderhavige klachtprocedure gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijt aan de raad ter beoordeling was voorgelegd – wat goed mogelijk was nu het beroepschrift van 7 augustus 2024 dateert van voor de beslissing van de raad van 10 maart 2025 - zou dit in die klachtprocedure naar alle waarschijnlijkheid niet tot oplegging van een zwaardere maatregel hebben geleid. Om die reden ziet de raad in dezen af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:6 Raad van Discipline Amsterdam 25-809/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Het declareren van een te hoog uurtarief levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. Verweerder heeft dit na ontdekking direct gecorrigeerd. Ook was verweerder niet verplicht om een eindafrekening op te stellen. Wel is verweerder, zoals elke advocaat, gehouden zorgvuldig te handelen in financiële aangelegenheden en zijn honorarium in beginsel periodiek en deugdelijk gespecificeerd te declareren. Uit de onderliggende stukken volgt dat klager alle declaraties met specificaties heeft ontvangen en klager deze ook heeft voldaan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:8 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-404/AL/MN

    Verweerder heeft klager bijgestaan in een letselschade procedure. In een aantal verwijten is door klager te laat geklaagd zodat klager deels niet-ontvankelijk wordt verklaard. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder door zijn handelen de kernwaarde deskundigheid geschonden. De raad acht de handelwijze van verweerder ernstig laakbaar en ziet aanleiding om een onvoorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor vier weken op te leggen om de volgende redenen. Verweerder heeft onvoldoende regie genomen en klager onvoldoende deskundig geadviseerd en bijgestaan in zijn geschil met ASR. Klager is door verweerder ook niet serieus genomen. Dit terwijl klager zich vanaf de start van de werkzaamheden in april 2021 en de jaren daarna geduldig en begripvol heeft getoond en hoopvol was over de deskundige bijstand van verweerder in een procedure. Voor zover die verwachtingen van klager niet realistisch waren, had het op de weg van verweerder gelegen om daarover duidelijk met klager te communiceren en gemaakte afspraken schriftelijk vast te leggen. Dat heeft verweerder echter onvoldoende gedaan. Ook gedane toezeggingen is verweerder zowel richting klager als richting ASR niet nagekomen. Daarbij komt dat verweerder ter zitting geen blijk heeft gegeven het onjuiste en tuchtrechtelijk verwijtbare van zijn handelwijze in te zien.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:7 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-685/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht van derde gegrond. Het handelen van verweerder hangt zo nauw samen met verweerders beroepsuitoefening dat het advocatentuchtrecht in volle omvang van toepassing is. Verweerder had moeten begrijpen dat de wijze waarop hij klaagster heeft benaderd onbetamelijk is. De raad is van oordeel dat het verweer van verweerder, dat klaagster geen getuige was, moet worden gepasseerd. Immers, niet kon worden uitgesloten dat klaagster als getuige zou worden opgeroepen. Het op min of meer indringende wijze voorhouden van de consequenties die de reeds afgelegde verklaring en verdere bemoeienissen met de zaak voor klaagster zouden kunnen hebben is in strijd met de strekking van de hiervoor genoemde gedragsregels. Verweerder heeft door de wijze waarop hij klaagster heeft benaderd in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. De raad heeft bij beslissing d.d. 13 oktober 2025 naar aanleiding van de door mevrouw H tegen hem ingediende klacht reeds aan verweerder een waarschuwing opgelegd. Indien in die klachtprocedure ook het in de onderhavige klachtprocedure gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijt aan de raad ter beoordeling was voorgelegd, zou dit in die klachtprocedure naar alle waarschijnlijkheid niet tot oplegging van een zwaardere maatregel hebben geleid. Om die reden ziet de raad in dezen af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:5 Hof van Discipline 's Gravenhage 250029

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft samen met zijn kantoorgenoot klaagster bijgestaan in een huurgeschil. Klaagster is ontevreden over de wijze waarop verweerder haar heeft bijgestaan. Volgens klaagster is verweerder tekortgeschoten in zijn dienstverlening (waaronder onjuiste advisering en de juridische kwalificatie van het huurgeschil) en heeft hij niet conform de (al dan niet gegeven) opdracht gehandeld bij het instellen van hoger beroep. De raad heeft geoordeeld dat niet is gebleken van klachtwaardig handelen van verweerder en heeft de klacht in beide klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof sluit zich bij dat oordeel van de raad aan. De klacht is ook in hoger beroep in beide klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:6 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-732/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:7 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-694/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat deels niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:4 Hof van Discipline 's Gravenhage 250447

    Klachten over de deken worden niet verwezen. De klachten/verwijzingsverzoeken zijn prematuur. Het onderzoek van verweerder naar de onderliggende klacht van klaagster is nog bezig en bevindt zich in het stadium waarin de standpunten van partijen worden uitgewisseld. Naar het oordeel van het hof moet verweerder eerst in staat worden gesteld het onderzoek naar de onderliggende klacht af te ronden met een zogenoemde dekenvisie. Indien de onderliggende klacht in het traject bij verweerder uiteindelijk niet naar tevredenheid van klaagster wordt opgelost, kan klaagster de klacht, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de Raad van Discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:2 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-562/AL/MN

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft zonder toestemming van de wederpartij bij de rechtbank stukken in het geding gebracht waarvan zij had moeten begrijpen dat die onder de geheimhoudingsplicht van haar cliënt vielen, waaraan ook zij gebonden was. Daarbij weegt ook mee dat verweerster daar door de advocaat van de wederpartij op gewezen is en ook dat verweerster zelf MfN mediator is en uit dien hoofde de nodige terughoudendheid had te betrachten ten aanzien van tijdens het mediationtraject gemaakte afspraken. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:3 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-599/AL/MN

    Raadsbeslissing. Een advocaat dient zijn cliënt op de hoogte dient te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken. Ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil, dient hij belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. Een duidelijk plan van aanpak kan hierin al veel schelen en in deze zaak ontbrak dat. Verweerder heeft klaagster mede daardoor onvoldoende meegenomen in de te volgen strategie en te volgen route. Verder heeft verweerder klaagster eerst achteraf op de hoogte gebracht van belangrijke informatie. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:2 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-645/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder de met klager gemaakte afspraken niet is nagekomen, noch dat hij niet de benodigde stukken met de rechter gedeeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:4 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-610/AL/MN

    Raadsbeslissing. De raad rekent verweerster aan dat zij niet alleen de voorzieningenrechter van onjuiste informatie heeft voorzien, maar in haar verweer op de klacht ook de raad. Verweerster heeft weliswaar ter zitting verklaard zich teveel te hebben laten leiden door de situatie van haar cliënte en dat ze te gefocust was en het een vergissing is geweest, maar dat overtuigt de raad niet. Berisping.