Zoekresultaten 1-50 van de 22742 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:105 Hof van Discipline 's Gravenhage 250376

    Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Het is vaste jurisprudentie van het hof dat bezwaren over (de uitvoering van) het dekenonderzoek en/of de dekenvisie door een klager dienen te worden ingebracht in de procedure bij de raad van discipline die de klacht behandelt waarop het dekenonderzoek en het dekenstandpunt betrekking hebben. Dat is de geëigende route en niet, zoals klaagster heeft gedaan, een klacht indienen over verweerster. Daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:106 Hof van Discipline 's Gravenhage 250311D

    De deken heeft een dekenbezwaar ingediend tegen verweerster. De raad heeft bij tussenbeslissing een vooronderzoek gelast. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond en legt aan verweerster de maatregel van schrapping op. In hoger beroep oordeelt het hof dat de resultaten van het vooronderzoek deels niet als juist kunnen worden aanvaard, omdat deze niet berusten op een deugdelijke grondslag. Een deel van bevindingen van het vooronderzoek zijn slechts summier vastgelegd en een deel in het geheel niet. Van verweerster kan niet worden verlangd bevindingen die summier zijn onderbouwd met bewijs en bevindingen die in het geheel niet zijn vastgelegd te weerleggen. Het hof komt tot het oordeel dat het dossierbeheer en de dossieradministratie van verweerster tekortschieten en dat er tekortkomingen zijn ten aanzien van de waarneming, de naamgeving, de klachtenregeling en de privacyverklaring. Mede gelet op het tuchtrechtelijke verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:92 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-396/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht van een onder curatele gestelde. Klacht ingediend door curatoren. De raad verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:91 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-131/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:102 Hof van Discipline 's Gravenhage 250429

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft volgens het hof terecht overwogen dat het verzoek van klager onvoldoende is onderbouwd en geen redelijke kans van slagen heeft.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:103 Hof van Discipline 's Gravenhage 250423

    Beklag artikel 13 ongegrond. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor de procedure die klaagster wil voeren bijstand van een advocaat niet noodzakelijk is. Dit omdat het een bestuursrechtelijke procedure betreft, waarvoor geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:104 Hof van Discipline 's Gravenhage 250413

    Klaagster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) waarbij het verzet van klaagster tegen een voorzittersbeslissing ongegrond is verklaard. Tegen een dergelijke beslissing staat geen hoger beroep open. Hetgeen klaagster bij het hof heeft aangevoerd levert naar vaste jurisprudentie van het hof geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Klaagster kan dan ook niet in hoger beroep worden ontvangen. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:101 Hof van Discipline 's Gravenhage 250238

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager heeft als bungaloweigenaar en voorzitter van de belangenvereniging van bungaloweigenaren een klacht ingediend tegen de advocaat van de v.o.f. die het bungalowpark exploiteert. Voor zover in hoger beroep van belang ziet deze klacht erop dat verweerster onvoldoende zorg ervoor heeft gedragen dat geen misverstand bestond over de hoedanigheid waarin zij handelde en dat zij tijdens een bespreking met de belangenvereniging niet duidelijk heeft gemaakt dat zij advocaat was. Verder verwijt klager verweerster dat zij onbetamelijk heeft gehandeld door klager onder druk te zetten met dreigementen, waaronder het in rekening brengen van kosten aan klager als hij e-mails aan een bepaald e-mailadres zou blijven sturen. Het hof oordeelt in dit hoger beroep dat de klachten van klager gegrond zijn. De tuchtrechtelijke verwijtbare gedragingen in combinatie met de wijze waarop verweerster in de onderhavige klachtprocedure heeft gereageerd, rechtvaardigen de zware maatregel van schrapping van het tableau die de raad heeft opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:100 Hof van Discipline 's Gravenhage 260070

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een aanwijzingsbeslissing van een deken ter discussie te stellen. Hetgeen verweerster heeft geschreven aan klager over de wijze waarop een advocaat wordt aangewezen en de werkwijze van de aangewezen advocaat is bovendien juist. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat alsook dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren (Hof van Discipline 26 januari 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:24).

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:48 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-630/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:49 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-857/DB/LI

    herstelbeslissing

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:90 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-796/AL/MN

    Klacht over de advocaat van de wederpartij van klager in een huurgeschil. Naar het oordeel van de raad stond het verweerder vrij om op verzoek van zijn cliënt, de huurder, een melding bij de gemeente over klager, de verhuurder, te doen terwijl de procedure bij de kantonrechter nog liep. Van een premature melding was in die zin dan ook geen sprake. Vast staat dat de gemeente op grond van de Wet goed verhuurderschap aan klager een waarschuwing heeft opgelegd. Of dat op grond van alleen de melding van verweerder is gebeurd of op grond van meerdere meldingen over klager, is de raad niet duidelijk geworden. In elk geval is van een ongefundeerde melding door verweerder niet gebleken. Evenmin is de raad gebleken dat verweerder opzettelijk onjuiste feiten of onnodig grievende uitlatingen over klager in zijn stukken heeft gedaan. Verweerder heeft klager niet rauwelijks gedagvaard, nu klager daarvoor was gewaarschuwd. Ook overigens zijn de klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:86 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-119/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij het partijdig optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtsvaardigde belangen van klager als wederpartij. Verweerster handelde daarbij in opdracht van haar cliënte en mocht aan reacties van klager termijnen verbinden. Dat verweerster daarna procedures nodeloos is gestart, is niet gebleken. Verweerster mocht afgaan op de van haar cliënte verkregen informatie. Dat haar cliënte niet voor overleg open stond, kan verweerster tuchtrechtelijk niet worden aangerekend. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:47 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-049/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Een advocaat moet de hem opgedragen werkzaamheden met de nodige voortvarendheid voor zijn cliënt te verrichten. Van een behoorlijk handelend advocaat mag voorts worden verwacht dat deze de cliënt naar behoren op de hoogte houdt van de voortgang van de zaak of van zaken die de voortgang belemmeren. Verweerster heeft dit verzaakt. De (advocaat van de) man heeft het verzoek ingediend op 19 februari 2024. Verweerster is in februari 2024 haar rechtsbijstand aangevangen. Verweerster heeft het verweerschrift met zelfstandig tegenverzoek alimentatie vervolgens pas op 12 juli 2024 ingediend, bijna vijf maanden later derhalve. Verweerster had er, zoals zij ter zitting heeft verklaard, naar de mening van de raad niet zonder meer vanuit mogen gaan dat de ingangsdatum van de verplichting tot betaling van alimentatie op een eerder moment zou worden gesteld dan de datum van de indiening van het verzoek tot vaststelling van de alimentatie, te meer nu een ingangsdatum in het verleden enkel in uitzonderingsgevallen door de rechter wordt bepaald. In veel gevallen is de ingangsdatum van de verplichting tot het betalen van alimentatie de datum van indiening van het verzoek tot het betalen van alimentatie. Dat is in casu uiteindelijk ook zo bepaald door de rechtbank. Mede gelet op het feit dat klaagster ter zitting onweersproken heeft gesteld dat zij in haar eentje de kosten van de kinderen droeg, had klaagster, naar verweerster wist of behoorde te weten, belang bij het spoedig indienen van een verzoek tot vaststelling van de (voorlopige) kinderalimentatie. Van feiten en omstandigheden die voldoende rechtvaardiging vormden voor het zo lang uitblijven van indiening van een verzoek tot (voorlopige) vaststelling van de alimentatie is naar het oordeel van de raad niet gebleken. De door verweerster gestelde verplichting om eerst te proberen de kwestie in der minne te regelen kunnen in elk geval niet worden gekwalificeerd als dergelijke feiten en omstandigheden. Ook het feit dat de wederpartij een kort geding procedure aanhangig had gemaakt (en weer had ingetrokken), maakt niet dat het langdurig uitblijven van indiening van een dergelijk verzoek gerechtvaardigd is. Verweerster had naar het oordeel van de raad kortom veel eerder in actie kunnen en moeten komen. Door dit niet te doen heeft verweerster de belangen van klaagster niet naar behoren behartigd. In zoverre gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:87 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-127/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klaagster kan over de vermeende belangenverstrengeling tussen de twee cliënten van verweerster niet klagen bij gebrek aan een eigen persoonlijk belang daarbij. Dat verweerster vertrouwelijke informatie van klaagster met een cliënt heeft gedeeld, is betwist en niet met concrete stukken onderbouwd. Deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:88 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-663/AL/GLD/D

    Dekenbezwaar. Verweerder houdt kantoor in Spanje. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in strijd gehandeld met de artikelen 4.3 en 4.4. Voda. De raad kan zonder bewijs van de door verweerder gevolgde kwaliteitstoetsen of behaalde opleidingspunten niet vaststellen dat verweerder aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Dat verweerder hierin een uitzonderingspositie van de (toenmalige) deken heeft gekregen is de raad niet gebleken. Met de door verweerder opgeworpen systeemtechnische bezwaren kan de raad niets. Het is aan verweerder om daarover met de deken in contact te treden, die zich bereid heeft verklaard om mee te denken. Verweerder heeft daarnaast in strijd gehandeld met artikel 46 Advocatenwet in combinatie met gedragsregel 29 door niet onverkort aan de verzoeken van de deken te voldoen. Door dat zonder gerechtvaardigde reden na te laten, heeft verweerder het toezicht van de deken belemmerd. Verweerder heeft niet alleen structureel niet voldaan aan artikel 46 Advocatenwet en de hiervoor genoemde verplichtingen uit de Voda, verweerder heeft ook in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid als genoemd is artikel 10a lid 1 sub c Advocatenwet. Ook door zijn eigen 'bewijsprobleem' op het bordje van de deken te leggen, heeft verweerder zich niet gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Aan de keuze van verweerder om als advocaat in Nederland ingeschreven te willen blijven, welke keuze blijkens de door verweerder ter zitting gegeven toelichting met name door nostalgische overwegingen is ingegeven, zijn verplichtingen verbonden. Verweerder dient te beseffen dat hij niet heeft gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Vanwege de ernst van de gedraging en om te voorkomen dat verweerder opnieuw niet aan zijn verplichtingen voldoet door opleidingspunten te behalen en die te bewijzen, acht de raad het op zijn plaats om de maatregel van een voorwaardelijke schorsing voor de duur van vier weken op te leggen. De raad zal, als stok achter de deur, aan de op te leggen voorwaardelijke schorsing naast de algemene voorwaarden ook een bijzondere voorwaarde verbinden ( binnen vier weken na de uitspraak van de raad alsnog de opgevraagde bewijsstukken over de jaren 2022 tot en met 2024 bij de deken aanleveren).

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:89 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-793/AL/MN

    Verweerster heeft bij aanvang van de opdracht geen toevoeging voor klaagster aangevraagd. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster daarbij onvoldoende zorgvuldig gehandeld (gedragsregel 18). Weliswaar heeft zij de bij aanvang met klaagster gemaakte afspraken in de opdrachtbevestiging vastgelegd, maar verweerster heeft daarin niet, noch in een ander schriftelijk stuk, ook vastgelegd dat klaagster uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van haar eventuele recht op gefinancierde rechtsbijstand en zij ook begreep wat daarvan de gevolgen waren. Daarnaast heeft verweerster zich ontijdig want kort voor een zitting onttrokken (gedragsregel 14 lid 3). Naar het oordeel van de raad had verweerster, ook zonder de (te late) stukken van de wederpartij, naar de zitting bij het gerechtshof moeten gaan om de belangen van haar klaagster te behartigen die daarop ook mocht vertrouwen. Afhankelijk van de uitkomst van die zitting had het verweerster vrijgestaan om zich daarna alsnog aan de zaak van klaagster te onttrekken vanwege de ontstane vertrouwensbreuk. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:44 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-590/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:45 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-794/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat in hoedanigheid van deken. Vast staat dat klaagster pas na twee maanden na indiening van het aanwijzingsverzoek een inhoudelijke reactie van het Ordebureau heeft ontvangen. Met klaagster is de raad van oordeel dat dit onzorgvuldig is. Echter, er is hier sprake geweest van een onder verweersters verantwoordelijkheid gemaakte menselijke fout, waarvoor excuses zijn aangeboden en vast staat dat alsnog een advocaat is aangewezen. In de zaak waarvoor klaagster rechtsbijstand wenste, is geen (fatale) termijn verlopen. Het feit dat ten gevolge van de onder verweersters verantwoordelijkheid gemaakte fout vertraging is ontstaan in de behandeling van het aanwijzingsverzoek is naar het oordeel van de raad niet zodanig ernstig dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ook voor het overige niet gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:85 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-001

    x

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:46 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-556/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:72 Raad van Discipline Amsterdam 26-056/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Dat verweerster volgens klaagster een te lage inschatting heeft gegeven van de strafmaat of over de toepassing van TBS rechtvaardigt niet de conclusie dat verweerster verwijtbaar heeft gehandeld. Het behoort tot de professionele autonomie van verweerster om de zaak naar eigen inzicht te behandelen en een – naar haar vakinhoudelijk oordeel – realistische inschatting te geven van de zaak. Niet gebleken is dat verweerster daarmee het geweldsmisdrijf heeft gebagatelliseerd of klaagsters zaak niet serieus heeft genomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:99 Hof van Discipline 's Gravenhage 250151

    Gegronde klacht tegen de eigen advocaat over een ontoereikende dienstverlening en communicatie in een artikel 12 Sv procedure. Bekrachtiging met verbetering van gronden. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:66 Raad van Discipline Amsterdam 26-128/A/A 26-129/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klachten over de eigen advocaten kennelijk ongegrond. Het stond verweerders vrij de opdracht niet aan te nemen. Niet gebleken dat zij het dossier onvoldoende hebben bijgehouden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:73 Raad van Discipline Amsterdam 25-790/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk niet-ontvankelijk. Van het bewust onjuist informeren van de rechters is niet gebleken. Geen schending gedragsregel 8. Verder geldt dat het toezicht op de naleving van de Wwft bij de deken berust. Aan klager komt geen klachtrecht toe ter zake van de gestelde schending van die wet- en regelgeving.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:67 Raad van Discipline Amsterdam 25-804/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij is in beide klachtonderdelen ongegrond. Dat er een tijdsverloop van slechts 11 minuten zat tussen eerst de opzegging van de bemiddeling door de heer AK, en het hierna door verweerder zenden van de sommatiebrief aan klagers, wekt (inderdaad) sterk de indruk dat de heer AK al eerder met verweerder had gesproken. Dit kan zo zijn, maar dit maakt naar het oordeel van de raad niet dat verweerder om die reden een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Er bestond voor verweerder geen reden waardoor het hem was verboden om de heer AK als advocaat bij te staan. De door klagers in dit verband aangehaalde mediationovereenkomst is niet overgelegd en het bestaan van deze overeenkomst wordt door verweerder met klem betwist, en klager 1 heeft ter zitting erkend dat deze er niet is, zodat van een schending van deze overeenkomst in ieder geval geen sprake kan zijn. Van het bestaan van een misverstand over de hoedanigheid waarin verweerder optrad, en het daarmee schenden van het bepaalde in gedragsregel 9, is evenmin sprake.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:94 Hof van Discipline 's Gravenhage 250315

    Klager klaagt over de informatievoorziening door zijn eigen advocaat. De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. De raad heeft verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft en legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.Klager klaagt over de informatievoorziening door zijn eigen advocaat. De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. De raad heeft verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft en legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:74 Raad van Discipline Amsterdam 25-783/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft een ernstige beroepsfout gemaakt door het laten verstrijken van de termijnen voor het indienen van een conclusie van antwoord in twee procedures van klaagster. Verweerster was bovendien onbereikbaar voor klaagster en heeft noch de termijnen voor het indienen van de conclusies van antwoord en het feit dat deze termijnen waren verstreken, noch de door de rechtbank bepaalde data van mondelinge behandelingen, aan klaagster gecommuniceerd. De raad rekent verweerster dit alles zwaar aan, maar heeft bij het bepalen van de hoogte van de maatregel wel rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden in het leven van verweerster en het feit dat zij niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld. Ook is in aanmerking genomen dat verweerster zelf heeft ingezien dat zij niet langer als advocaat kon functioneren en haar verantwoordelijkheid heeft genomen door zich begin 2025 uit te schrijven als advocaat. Alles in aanmerking genomen is een berisping in dit geval passend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:68 Raad van Discipline Amsterdam 25-742/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht is deels gegrond voor wat betreft het verwijt dat verweerder onbevoegd en zonder toestemming of instructie van klager heeft gesproken met een journalist. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. Hierin weegt de raad de -op zichzelf begrijpelijke- belangenafweging van verweerder mee waarin hij heeft geprobeerd om in het belang van zijn cliënt te handelen en de schade te proberen te beperken. Daarnaast weegt de raad mee dat niet is gebleken dat verweerder op enige wijze vertrouwelijke informatie met de journalist zou hebben gedeeld, als ook dat verweerder verder geen tuchtrechtelijk verleden kent.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:95 Hof van Discipline 's Gravenhage 250214

    Klacht tegen eigen advocaat over dienstverlening en ontijdige onttrekking ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:75 Raad van Discipline Amsterdam 25-530/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:69 Raad van Discipline Amsterdam 25-537/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil is ongegrond. Door verweerder is gemotiveerd aangevoerd dat hij met het instellen van het hoger beroep slechts gebruik heeft gemaakt van de bestaande processuele mogelijkheden. Het instellen van hoger beroep was in het voordeel van zijn cliënt nu hiermee de door de rechtbank vastgestelde alimentatieverplichting kon worden uitgesteld. Daarbij zag het hoger beroep op meerdere onderdelen en bestonden er ook voor klaagster afdoende mogelijkheden om in de tussentijd een onderhoudsbijdrage aan te vragen. Er bestond gelet op het voorgaande een gerechtvaardigd belang voor de cliënt van verweerder om hoger beroep in te stellen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder is geen sprake.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:96 Hof van Discipline 's Gravenhage 250207

    Verwijt aan advocaat van de wederpartij dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten. De raad heeft de klacht gegrond verklaard met waarschuwing opgelegd. Het hof volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel. Verweerder heeft de onjuistheid gecorrigeerd (het ging om belaging en niet om mishandeling) en de vermelding had een functioneel karakter.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:63 Raad van Discipline Amsterdam 25-767/A/A 25-769/A/A

    Raadsbeslissing; over en weer ingediende klachten met betrekking tot handelen van verweerders als oud-collega's in een geschil over beëindigingsafspraken en de financiële afwikkeling van een aansluitingsovereenkomst. Het gaat om een geschil van civielrechtelijke aard dat zo nodig ter beoordeling aan de civiele rechter dient te worden voorgelegd. De tuchtrechter gaat niet over dergelijke geschillen, tenzij kan worden vastgesteld dat verweerders met hun handelen het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. Daarvan is de raad niet gebleken. De klachten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:76 Raad van Discipline Amsterdam 26-112/A/A

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder als partijdig advocaat in opdracht van zijn cliënte de procedure starten zoals hij heeft gedaan. Dat sprake is van een schijnprocedure is niet vast te stellen. Verweerder mocht afgaan op de van zijn cliënt verkregen informatie zonder nader onderzoek. Deels kennelijk ongegrond, deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een eigen belang.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:70 Raad van Discipline Amsterdam 26-104/A/DH

    Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht heeft net als de vorige klacht betrekking op hetzelfde feitencomplex: de door klager gewenste bijstand van verweerster. Niet gebleken is dat klager zijn verwijten niet eerder al in de vorige klachtprocedure naar voren had kunnen brengen. Gelet hierop staan de beginselen van een behoorlijk tuchtprocesrecht aan een inhoudelijke beoordeling van deze klacht in de weg.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:97 Hof van Discipline 's Gravenhage 250191

    Klager heeft een klacht ingediend tegen zijn eigen advocaat in een familiekwestie over de kwaliteit van de geleverde bijstand. De raad van discipline heeft deze klacht ongegrond verklaard en nieuwe klachten buiten beschouwing gelaten. Het Hof van Discipline bekrachtigt de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:64 Raad van Discipline Amsterdam 26-113/A/A

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. Klacht is deels niet-ontvankelijk wegens te laat klagen, deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen belang heeft, voor het overige kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van de voorzitter is niet vast te stellen dat verweerder nodeloos en niet doelmatig heeft geprocedeerd. Verweerder mocht afgaan op de door zijn cliënte verstrekte informatie zonder nader onderzoek. Geen (wets)regel verplichtte verweerder om aan de gemachtigde van klager de contactgegevens van zijn cliënte te verstrekken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:71 Raad van Discipline Amsterdam 26-095/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een strafzaak. Niet gebleken is dat verweerder onvoldoende moeite of tijd in de zaak van klager heeft willen steken of anderszins tekortgeschoten is in zijn dienstverlening aan klager. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:98 Hof van Discipline 's Gravenhage 250188

    Wederzijds appel. Klager verwijt zijn advocaat dat hij de belangen van klager in meerdere opzichten niet correct heeft behartigd, waarmee hij alle kernwaarden van artikel 10a Advocatenwet heeft geschonden. De raad heeft één klachtonderdeel deels gegrond verklaard (met berisping), namelijk voor zover verweerder klager niet heeft geïnformeerd dat het budget van de rechtsbijstandsverzekeraar was overschreden. Het hof vernietigt dit deel van de beslissing, omdat de raad bij de beoordeling buiten de klacht is getreden. Voor het overige volgt bekrachtiging, waarmee de klacht in alle onderdelen ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:65 Raad van Discipline Amsterdam 26-134/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. De voorzitter is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerster feiten heeft gesteld waarvan zij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, noch dat verweerster zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:92 Hof van Discipline 's Gravenhage 260068

    Afwijzing van verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht van klaagster heeft betrekking op het dekenaal onderzoek dat verweerster heeft uitgevoerd in een nieuwe (derde) klacht die klaagster over mr. V heeft ingediend. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie op een klacht over een andere advocaat ter discussie te stellen. Klaagster kan de klacht over mr. V, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klaagster naar voren brengen op welke punten de visie van verweerster (in haar hoedanigheid van deken) volgens klaagster niet deugt en dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerster. Daarom zal de voorzitter de klacht over verweerster niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:93 Hof van Discipline 's Gravenhage 260072

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Een klacht tegen een deken is geen middel om de wijze waarop die deken - een nog lopend - onderzoek verricht naar een klacht over een advocaat ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-745/AL/OV

    Raadbeslissing. Klacht van een toegevoegd notaris, de notaris onder wiens verantwoordelijkheid zij viel en het notariskantoor waarvoor zij werkte. Een advocaat mag de geheimhoudingsplicht van een notaris niet doorbreken in een civiele procedure door een stuk in te brengen waarin is vermeld wat ten overstaan van een notaris is besproken. In een civiele procedure geldt niet als algemene regel dat de rechter op onrechtmatig verkregen bewijs geen acht mag slaan. Dit betekent niet dat deze regel een advocaat de absolute vrijheid geeft om alle informatie waarover zijn cliënt kan beschikking in een procedure over te leggen. Het algemene maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk tot een professioneel verschoningsgerechtigde, zoals de notaris, moet kunnen wenden zonder de vrees dat de informatie die in deze bijzondere vertrouwensrelatie wordt uitgewisseld, bij anderen terechtkomt dient te prevaleren boven het belang van de waarheidsvinding in het civiele recht en de kernwaarde partijdigheid. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:84 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-798/AL/MN

    Raadbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Er is sprake van een optelsom van verwijten die raken aan de kernwaarde kwaliteit. Verweerder heeft zijn cliënte op meerdere momenten niet naar behoren bijgestaan door wisselende standpunten in te nemen, stelselmatig niet te reageren, geen actie te ondernemen en te proberen de schuld op anderen af te schuiven. Klacht in beide onderdelen gegrond. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:80 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-465/AL/MN

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:81 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-644/AL/MN

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-718/AL/GLD

    Raadbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Gedragsregel 27 is geschonden. De aan de rechter overgelegde correspondentie bevat schikkingsonderhandelingen over bijkomende zaken die niet rechtstreeks zien op het conflict waarover de aan de rechter voorgelegde zaak gaat, maar die wel de perceptie van de rechter kunnen beïnvloeden. Indien verweerder niet wilde volstaan met citeren uit de correspondentie, had hij ofwel de betreffende passages moeten weglakken ofwel de advocaat van de wederpartij om toestemming moeten vragen. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:86 Hof van Discipline 's Gravenhage 250411 250412

    Hoger beroep na beslissing op verzet. Het hof constateert op basis van de beroepsgronden dat het klager in feite gaat om een inhoudelijke herbeoordeling van de tuchtklachten. Dat is echter niet mogelijk vanwege het appelverbod. Dat volgens klager sprake is van een onjuiste beoordeling van tuchtklachten levert geen schending op van fundamentele rechtsbeginselen en ook los daarvan heeft het hof geen schending daarvan vastgesteld. Het hof concludeert dan ook dat het appelverbod niet kan worden doorbroken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:87 Hof van Discipline 's Gravenhage 250417

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Bij de beslissing op een verzoek om aanwijzing van een advocaat toetst de deken aan de voorwaarden op grond van artikel 13 Advw. Het geschil waarvoor klager om aanwijzing van een advocaat verzoekt, komt in de kern neer op een huurrechtgeschil. Huurgeschillen kunnen worden aangebracht bij de kantonrechter. Daarvoor is geen bijstand van een advocaat vereist. De deken heeft het verzoek om aanwijzing terecht afgewezen.