Zoekresultaten 21-40 van de 23450 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:228 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-573/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft erkend dat hij onjuiste informatie heeft verstrekt, maar heeft zich voldoende ingespannen om dat recht te zetten. Verweerder heeft een gespreksverslag opgesteld door zijn cliënt niet gepresenteerd alsof dit door de omgangsbegeleider is opgesteld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-549/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel heeft verweerder de belangen van klager op zorgvuldige partijdige wijze behartigd en ook goed met klager gecommuniceerd. Uit de stukken is niet gebleken dat de bijstand door verweerder aan klager ondermaats is geweest. Vast staat dat klager concept processtukken heeft ontvangen en stukken aan verweerder heeft gestuurd. Het was de keuze van verweerder om te bepalen welke relevante opmerkingen en stukken in de procedure werden gebruikt. Dat klager op enig moment bezwaar heeft gemaakt tegen het gebruik van zijn medische informatie, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken zodat verweerder erop mocht vertrouwen dat hij de medische stukken van klager met diens instemming in het geding mocht brengen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:197 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-664/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:235 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-599/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft bij de deken 13 klachten ingediend over verweerster (de advocaat van zijn ex-partner), waarvan klager er twee aan de tuchtrechter heeft voorgelegd. Deze klachten zijn kennelijk ongegrond en kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Deze nieuwe klacht is eveneens kennelijk niet-ontvankelijk vanwege strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:229 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-591/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de advocaat in een internationale echtscheidingskwestie kennelijk ongegrond. Niet is vast te stellen dat verweerster ondeskundig verweer heeft gevoerd. Ook is niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen rondom het verzoek om een tolk. Verweerster heeft voldoende voortvarend gehandeld in het melding maken van de aansprakelijkstelling bij haar verzekeraar.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:223 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-558/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij onder valse voorwendselen een uittreksel uit de BRP van de gemeente heeft verkregen. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van de informatie van zijn cliënte. Van het onder valse voorwendselen opvragen van een uittreksel uit de BRP is dan ook niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:198 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-756/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:236 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-610/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil binnen een VVE. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege verwevenheid met eerder door klager ingediende klacht. Van klager kon redelijkerwijs verlangd worden dat hij de klacht tegelijk met de eerste klacht had ingediend. De beginselen van een behoorlijke procesorde staat in de weg aan een inhoudelijke behandeling van dit deel van klacht. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerder mocht zich bij zijn uitlatingen baseren op de informatie die hij van het bestuur van de VVE kreeg.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:230 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-740/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verwijt is dat de advocaat een toezegging tot (gedeeltelijke) creditering niet nakomt. De voorzitter kan niet vaststellen dat verweerder een onvoorwaardelijke toezegging heeft gedaan. Verweerder heeft in 2025 aangeboden de helft van het bedrag te crediteren, onder de voorwaarde van finale kwijting, maar klaagster is niet akkoord gegaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:224 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-561/DH/DH

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure kennelijk ongegrond wegens gebrek aan onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:237 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-636/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civiele procedure. Het stond verweerder vrij om namens zijn cliënt een ontvankelijkheidsverweer (exceptio plurium consortium) te voeren. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:231 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-644/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een arbeidszaak. De klacht ziet er met name op dat klager niet goed is geïnformeerd, dat hij het niet goed heeft begrepen en dat hij geen toestemming heeft gegeven voor de (ter zitting bereikte) schikking. De voorzitter is niet gebleken dat klager ten tijde van de zitting niet goed is geïnformeerd of niet met de schikking heeft ingestemd. Verweerder heeft wel aanspraak gemaakt op het loon in de tussenliggende periode. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:225 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-705/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-643/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een kort geding. De klacht ziet op verweerders stellingname in de (concept) kort geding dagvaarding. De (grotendeels) feitelijke discussie is ter beoordeling aan de civiele rechter. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verschaft. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:321 Hof van Discipline 's Gravenhage 260204

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klager niet-ontvankelijk. Nu de datum waarop de gewenste rechtsbijstand is verstreken, heeft klager geen belang meer bij de behandeling van zijn beklag. Het hof komt om die reden tot de slotsom dat klager niet kan worden ontvangen in zijn beklag. Dit betekent dat de beklaggronden van klager geen verdere bespreking behoeven. Eerdere behandeling van het beklag van klager was om organisatorische redenen niet mogelijk. Echter ook dan was de beslissing van het hof gekomen na de datum waarop de door klager gewenste rechtsbijstand aan de orde was waardoor de uitkomst hetzelfde zou zijn geweest. Het hof merkt ten overvloede op dat de deken het aanwijzingsverzoek van klager wel te lichtvaardig heeft afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:115 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-330/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld bij het uitvoeren van de aan haar verstrekte opdracht. Zij heeft geprobeerd de betalingsachterstand van de kinderalimentatie buiten het geschil te houden, maar heeft er terecht op gewezen daar niet omheen te kunnen als de wederpartij daarin niet meegaat. Verweerster heeft haar werkzaamheden niet op onzorgvuldige wijze neergelegd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:318 Hof van Discipline 's Gravenhage 260179

    Beklag artikel 13 lid 3 Advocatenwet ongegrond. De aanwijzingsbevoegdheid van de deken is een vangnetvoorziening, die pas in werking treedt als de rechtzoekende eerst zelf (aantoonbare) initiatieven heeft genomen om een advocaat te vinden. Een gegronde reden tot afwijzing kan daarom zijn dat de verzoeker niet kan aantonen dat hij voldoende inspanningen heeft verricht om zelf een advocaat te vinden. Dit betekent dat de deken mocht verzoeken om toezending van de afwijzingsberichten van de zes door klager benaderde advocaten. Daarmee heeft de deken volgens het hof de inspanningsverplichting van klager om zelf een advocaat te vinden niet verkeerd uitgelegd. Onder verwijzing naar de uitspraak van het hof van 1 mei 2026 (ECLI:NL:TAHVD:2026:132) overweegt het hof verder dat het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut is, maar aan verschillende beperkingen mag worden onderworpen. Ook in dit geval komt de beslissing van de deken niet in strijd met artikel 6 EVRM omdat, ook wanneer rechtsbijstand noodzakelijk is om het recht op toegang tot de rechter effectief te doen zijn, de aanspraak daarop niet onbegrensd is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:112 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-413/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder onttrekt zich stelselmatig aan het toezicht door de deken. Ook zijn er grote zorgen rondom de financiële continuïteit van zijn kantoor en heeft verweerder niet voldaan aan zijn verplichtingen uit de Voda. Schrapping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:319 Hof van Discipline 's Gravenhage 260167V

    Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de verwijzingsverzoeken van klager van diens klachten over verweerders 1 t/m 3 te komen dan die van de voorzitter. De klachten van klager over verweerders 1 en 2 hebben betrekking op het klachtonderzoek van verweerder 2 naar de klacht van klager over verweerder 1. Klager had na afronding van het onderzoek en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over verweerster 1 ter beslissing aan de raad van discipline kunnen voorleggen. In die procedure had klager ook al zijn bezwaren mee kunnen nemen over de wijze waarop het klachtonderzoek is uitgevoerd door verweerder 2, de duur van het klachtonderzoek en de door verweerder 2 genomen procedurele beslissingen. Verweerster 3 is geen advocaat zodat het advocatentuchtrecht op haar niet van toepassing is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:113 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-500/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civielrechtelijk geschil. Verweerder heeft niet integer gehandeld met zijn derdengeldenrekening, door de gelden in depot vrij te geven aan zijn cliënten, terwijl niet vaststond dat zij de rechthebbenden waren. Ook heeft hij daarmee in strijd gehandeld met ter zitting gemaakte schikkingsafspraken. Schending kernwaarde (financiële) integriteit. Voorwaardelijke schorsing van 6 weken.