Zoekresultaten 1-10 van de 23089 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:210 Hof van Discipline 's Gravenhage 260229
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:210
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet de geëigende weg om onvrede te uiten over de behandeling van een aanwijzingsverzoek door de deken op grond van artikel 13 Advocatenwet omdat het hof niet kan interveniëren in de behandeling daarvan door de deken. Om dezelfde reden kan niet bij het hof worden geklaagd over procedurele beslissingen die de deken in die behandelfase neemt. Klager zal de beslissing van de deken op zijn aanwijzingsverzoek dienen af te wachten. Klager kan – bij afwijzing van zijn verzoek om aanwijzing van een advocaat – beklag instellen bij het hof van discipline op grond van artikel 13 lid 3 Advocatenwet. In het beklagschrift kan klager uiteenzetten waarom de deken volgens klager onjuist heeft gehandeld en wat er – in de ogen van klager – niet juist is aan de door de deken genomen procedurele beslissingen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:211 Hof van Discipline 's Gravenhage 260230
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 09-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:211
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om beslissingen van procedurele aard van de deken in het kader van een op artikel 13 Advocatenwet gestoeld aanwijzingsverzoek ter discussie te stellen. Klager kan zijn aanwijzingsverzoek – zoals ook door de deken is aangegeven – opnieuw indienen bij de deken van de orde van Advocaten Noord-Nederland. Klager heeft zijn klacht over de deken, behoudens het voorgaande, niet nader onderbouwd. Hierdoor is het voor de deken niet duidelijk waartegen zij zich dient te verweren.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:212 Hof van Discipline 's Gravenhage 260233bis
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 09-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:212
Vervallenverklaring van een op 2 juli 2026 door de plaatsvervangend voorzitter van het hof genomen afwijzende beslissing tot verwijzing omdat die beslissing is gebaseerd op een onjuiste lezing van het verzoek tot verwijzing (ECLI:NL:TAHVD:2026:197). Het verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46aa lid 5 Advocatenwet wordt alsnog toegewezen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-450/DB/ZWB
- Datum publicatie: 07-07-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:82
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:209 Hof van Discipline 's Gravenhage 240360
- Datum publicatie: 07-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:209
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Het hof is niet gebleken dat verweerster een ondermaatse verdediging heeft gevoerd, dan wel anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld jegens klaagster. Bij de beëindiging van haar werkzaamheden voor klaagster heeft verweerster in lijn gehandeld met gedragsregel 14. Het hof bekrachtigt de raadsbeslissing waarin de klacht van klaagster ongegrond is verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:207 Hof van Discipline 's Gravenhage 250430
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:207
In deze zaak heeft klager een klacht ingediend over verweerder die in opdracht van de advocaat van klager een cassatieadvies heeft verstrekt. Het hof beslist dat tussen klager en verweerder geen materieelrechtelijke advocaat-cliënt relatie bestaat. Klager heeft daarom geen eigen, rechtstreeks belang bij zijn klacht over verweerder, omdat alle klachtonderdelen betrekking hebben op de werkzaamheden van verweerder voor de advocaat van klager. Het hof verklaart in hoger beroep alle klachtonderdelen alsnog niet-ontvankelijk en vernietigt de raadsbeslissing in zoverre.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:208 Hof van Discipline 's Gravenhage 250349
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:208
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad van discipline in het ressort Amsterdam waarin de klachten van klager ongegrond zijn verklaard. Verweerder heeft geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn optreden als advocaat van (mede) de commissarissen van de vennootschappen. Ook is niet gebleken dat verweerder hierover op enig moment onwaarheden zou hebben verkondigd. Van een schending door verweerder van de gedragsregels 8 en 9 is daarom geen sprake. Dat er tussen partijen verschil van inzicht bestond of klager (volgens verweerder) in strijd handelde met gedragsregel 25 betekent niet dat verweerder daarmee gedragsregel 24 schond, dan wel op andere wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:152 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-090/AL/GLD
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:152
Raadsbeslissing. Klacht tegen een advocaat over het nemen van - in de ogen van klager - disproportionele incassomaatregelen tegen een oud-client. De raad is van oordeel dat de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:204 Hof van Discipline 's Gravenhage 260078
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:204
Beklag artikel 13 Advocatenwet niet-ontvankelijk. Tegen een beslissing tot toewijzing van een advocaat kan geen beklag worden ingediend. De voorziening van artikel 13 Advocatenwet is geen absolute waarborg voor daadwerkelijke toegang tot de rechter. Van de toegewezen advocaat kan niet gevergd worden dat hij een procedure opstart zonder zekerheid dat het verschuldigde griffierecht door de klager aan hem wordt voldaan.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:148 Raad van Discipline Amsterdam 26-444/A/NH 26-446/A/NH/D
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:148
Raadsbeslissing. Artikel 60b Advocatenwet en dekenbezwaar. De financiële problemen van verweerder laten zich op dit moment niet verenigen met het voeren van een behoorlijke advocatenpraktijk. Verweerder wordt voor onbepaalde tijd geschorst in de uitoefening van zijn praktijk. De schorsing gaat in na één maand. Dit biedt verweerder de gelegenheid om orde op zaken te stellen en concrete stappen te zetten om zo een verzoek tot opheffing van de schorsing voor te bereiden. Ook biedt de periode van een maand verweerder de gelegenheid zijn cliënten te informeren en lopende zaken af te ronden of over te dragen. De beslissing op het dekenbezwaar wordt aangehouden.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 2309
- Volgende pagina zoekresultaten