Zoekresultaten 1-50 van de 2523 resultaten
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:27 Kamer voor het notariaat Amsterdam 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38, 761053 / NT 24-49, 761055 / NT 24-50 766941 / NT 25-11 774762 / NT 25-28, 774764 / NT 25-29
- Datum publicatie: 05-03-2026
- Datum uitspraak: 11-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:27
Klaagster verwijt de notarissen dat zij hun zorgplicht hebben verzaakt door geen althans onvoldoende onderzoek te verrichten ten tijde van het passeren van de akte van oprichting van [S] BV. Hierdoor is [S] BV ingeschreven op het voormalige vestigingsadres van [G] BV zonder toestemming van klager. Ten tweede verwijt klaagster de notarissen dat zij zich zeer ernstig hebben misdragen en in georganiseerd verband met hun adviseurs een ondernemersfamilie hebben gefaciliteerd om structureel geld te onttrekken aan vennootschappen. Hiermee hebben zij zich schuldig gemaakt aan het faciliteren van witwassen, in strijd met de bepalingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Financial Intelligence Unit (FIU). De voorzitter heeft het eerste klachtonderdeel van klager als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen nu klaagster ten tijde van het passeren van de onderhavige akte geen (indirect) aandeelhouder van [G] BV meer was. De voorzitter heeft het tweede klachtonderdeel als kennelijk ongegrond afgewezen bij gebreke van een feitelijk substraat.Klaagster is hiertegen in verzet gegaan en de kamer heeft dit verzet gedeeltelijk gegrond verklaard. Naar het oordeel van de kamer heeft klaagster voldoende aangetoond dat zij een belang heeft bij haar klacht. Klaagster heeft er last van ondervonden dat er een besloten vennootschap is opgericht op het adres waar klaagster huurder is en een restaurant exploiteerde. Klaagster is daarom belanghebbende bij de vraag of bij de oprichting van die vennootschap door de notarissen zorgvuldig is gehandeld. De kamer heeft de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond verklaard concluderend dat de kandidaat-notaris onder dit regime (van vóór de aanscherping van 22 april 2025 door de KvK (...)) voldoende onderzoek heeft gedaan. Op het moment van oprichting van [S] B.V., 6 september 2024, was immers ter controle van het vestigingsadres voldoende: een huurovereenkomst, een uittreksel uit het Kadaster of een toestemmingsverklaring van de huurder. Aangezien [V] als bestuurder van klaagster (althans degene waarvan de kandidaat-notaris op dat moment mocht uitgaan dat zij de bestuurder van klaagster was) akkoord was met de vestiging van de nieuwe bv op het vestigingsadres – zij heeft dat immers zelf verzocht tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris – was er een toestemmingsverklaring van de huurder. Op dat moment was dat voldoende. De stelling van klaagster dat de kandidaat-notaris wist of kon weten dat [V] bij het geven van de toestemming op 4 september 2024 geen bestuurder van klaagster meer was, is niet met stukken onderbouwd en vindt ook geen steun in de feiten. Op grond van de bekende feiten staat immers vast dat het [V] is geweest die bij de KvK het vestigingsadres van klaagster per 5 september 2024 heeft gewijzigd (zoals door haar tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris was aangekondigd). Het moet ervoor worden gehouden dat de KvK heeft gecontroleerd of [V] daartoe blijkens de inschrijving in het Handelsregister bevoegd was. Dat het ontslagbesluit toen al was genomen was bij de KvK kennelijk niet bekend dan wel door de KvK niet geregistreerd en had de kandidaat-notaris dus ook niet kunnen weten. De kandidaat-notaris mocht er dus van uitgaan dat [V] bevoegd was om namens de huurder de toestemmingsverklaring te geven en heeft daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De kamer verklaart de klacht tegen de notaris ook ongegrond en overweegt hiertoe als volgt. De kandidaat-notaris heeft het dossier zelfstandig voorbereid, waarna de notaris de akte van oprichting van [S] B.V. heeft gepasseerd op 6 september 2024. Omdat niet de kandidaat-notaris, maar de notaris deze akte van oprichting heeft gepasseerd, is laatstgenoemde verantwoordelijk voor deze ambtshandeling. Echter, omdat de kandidaat-notaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar het vestigingsadres van [S] B.V. en hem derhalve geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij op basis van de informatie die de kandidaat-notaris hem heeft aangereikt de akte heeft gepasseerd.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:5 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/02 en SHE/2026/07
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:5
De voorzitter heeft de klacht van de klaagster buiten behandeling gesteld (SHE/2026/2). Van de voorzitter en de kamer kan in redelijkheid niet worden verlangd dat zij met de in totaal meer dan zestig losse e-mails en een veelvoud aan bijlagen van de klaagster gaan achterhalen wat klaagster met de indiening van deze stukken heeft bedoeld. Ook van de notarissen kan dit niet worden gevraagd. De chaotische wijze waarop de klaagster haar klacht heeft ingediend, maakt het voor de notarissen onmogelijk om deugdelijk verweer te voeren. Daarom heeft de voorzitter het niet nodig gevonden de notarissen in de gelegenheid te stellen om te reageren op de stukken van de klaagster.De klaagster heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dat verzet ongegrond verklaard (SHE/2026/7).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:37 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3054 VZ
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:37
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een huisarts. Klaagster is ontevreden over de zorg van de huisarts. Zij verwijt de huisarts dat hij haar bij twee consultafspraken in de wachtkamer heeft genegeerd en dat hij niet heeft gereageerd toen klaagsterna een afspraak in het ziekenhuis contact zocht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing van die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8296
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:42
Klager verwijt de gz-psycholoog dat hij zonder diens toestemming heeft meegewerkt aan het verstrekken van de door verweerder opgestelde rapportage over klager in een tuchtprocedure. Tevens klaagt klager erover dat verweerder privacygevoelige medische gegevens onbeveiligd heeft verzonden. Niet is komen vast te staan dat de gz-psycholoog toestemming heeft gegeven voor het delen van het rapport of daarvan op de hoogte was. Bij de onbeveiligde verzending van medische gegevens was hij niet betrokken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7655
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:43
Ongegronde klacht tegen plastisch chirurg. Patiënte diende bij de geschillencommissie een klacht in tegen de plastisch chirurg in verband met een door hem uitgevoerde buikwandcorrectie. Tijdens de zitting van de geschillencommissie heeft een onafhankelijke chirurg in het bijzijn van plastisch chirurg, in een aparte ruimte het litteken van patiënte bekeken en opgemeten. Patiënte verwijt de plastisch chirurg dat hij tijdens het onderzoek door de onafhankelijk chirurg, dat grensoverschrijdend was, niet heeft ingegrepen en dat hij een dag na de zitting een e-mail heeft gestuurd met ongepaste inhoud. Het college kan niet vaststellen dat de plastisch chirurg had moeten ingrijpen omdat de wijze van onderzoek door de onafhankelijke chirurg niet kan worden vastgesteld. Het versturen van het e-mailbericht was zeer onhandig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8081
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:44
Kennelijk ongegronde klacht tegen cosmetisch arts. Patiënte klaagt over onjuiste wijze van informeren over gevolgen en complicaties van de liposuctie en over het niet zorgvuldig uitvoeren van de ingreep. Normale, voorzienbare risico’s. Verklevingen. Informed consent correct opgesteld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8736
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:39
Ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat hij haar onheus en onprettig heeft bejegend en dat hij de behandeling voortijdig en onzorgvuldig heeft beëindigd. Het college kan niet vaststellen dat er sprake is geweest van onheuse bejegening. De ontstane dynamiek tussen partijen leverde een voldoende gewichtige reden op om de behandelingsovereenkomst te beëindigen. Mogelijk had de psychotherapeut meer tijd kunnen nemen voor uitleg over de redenen van de beëindiging. Alles in ogenschouw genomen is de wijze waarop de psychotherapeut de behandelingsovereenkomst heeft beëindigd niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Alle klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:27 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-050/DB/OB
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:27
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster haar afspraken niet is nagekomen, onvoldoende heeft gecommuniceerd of haar werkzaamheden op onzorgvuldige wijze heeft beëindigd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8735
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:40
Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was in therapie bij een collega van de psychotherapeut. Bij een gesprek dat plaatsvond toen de collega de behandeling met klaagster wilde beëindigen, was de psychotherapeut als toehoorder aanwezig. Klaagster verwijt de psychotherapeut (onder meer) dat zij het handelen van haar collega niet ter discussie heeft gesteld. Eerste en tweede tuchtnorm zijn hier niet van toepassing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8561
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:41
Klacht tegen GZ-psycholoog deels kennelijk-niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klager was in behandeling bij een GGZ-instelling waarvan de GZ-psycholoog bestuurder was. Klager verwijt de GZ-psycholoog dat hij a) zich onjuist heeft opgesteld in zijn rol als bestuurder, b) heeft nagelaten om instructies en adviezen richting de zorgverleners te geven en c) zich schuldig heeft gemaakt aan declaratiefraude, oplichting en valsheid in geschrifte. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen a) en b): deze klachtonderdelen hebben betrekking op de organisatie van zorg en de samenhang met individuele gezondheidszorg ontbreekt. Voor het overige is de klacht ongegrond. Niet gebleken is van declaratiefraude, oplichting of valsheid in geschrifte.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8562
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:42
Kennelijk ongegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog was als regiebehandelaar bij de behandeling van klager betrokken. De feitelijke uitvoering werd door een masterpsycholoog gedaan. Klager verwijt de GZ-psycholoog onder meer onjuiste dossiervoering, het toepassen van een onjuiste behandelmethode, onterechte en onzorgvuldige beëindiging van de behandeling en onvoldoende regievoering. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:40 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:40
Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. Van enige belangenverstrengeling bij verweerster is de voorzitter niet gebleken. Verweerster lijkt zich juist steeds voor klager te hebben ingespannen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:41 Raad van Discipline Amsterdam 25-673/A/A/D
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:41
Dekenbezwaar dat samenhangt met klacht 25-669. Verweerster heeft vrijwel niets gedaan voor haar cliënt, die daarover een klacht heeft ingediend bij de deken. Tijdens het onderzoek van de deken reageert verweerster eerst traag en daarna niet meer. Net als de deken ziet de raad in het gedrag van verweerster een zorgwekkend patroon. De raad legt aan verweerster een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken op. Als bijzondere voorwaarde legt de raad aan verweerster de verplichting op om zich gedurende zes maanden te houden aan de aanwijzingen van de deken aangaande haar praktijkvoering.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:68 Hof van Discipline 's Gravenhage 250363
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:68
Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Klager heeft zijn klacht over mr. H ingetrokken en zijn klacht over mr. O is reeds ter verdere behandeling naar de raad toegestuurd. De Advocatenwet voorziet niet in de mogelijkheid voor verweerster in haar hoedanigheid van deken – en evenmin voor het hof – om een ingetrokken klacht alsnog tegelijk met een andere klacht (waarin reeds een dekenonderzoek heeft plaatsgevonden) door te sturen naar de raad voor verdere behandeling. Klager kan, als hij dat wil, opnieuw een klacht indienen over mr. H bij verweerster die deze dan zal onderzoeken waarna klager ook die klacht, na voldoening van het griffierecht, ter verdere behandeling naar de raad van discipline kan laten doorsturen. Reeds daarom is er ook geen sprake van strijd met de artikelen 6 en 13 EVRM zoals klager stelt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:42 Raad van Discipline Amsterdam 25-669/A/A
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:42
Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft klager in een familiezaak in de steek gelaten. Zij nam zijn zaak in behandeling, werd vervolgens ziek, maar informeerde haar cliënt niet. Als gevolg hiervan is geen verweer gevoerd in een rechtbankprocedure. De klacht is gegrond, maar de raad legt geen maatregel op. Dat gebeurt in het met deze zaak samenhangende dekenbezwaar (25-673).
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:26 Kamer voor het notariaat Amsterdam 764270 / NT 25-4 770749 / NT 25/19 774743 / NT 25-27
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 11-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:26
Klacht over (met name) weigering van de notaris om inhoudelijk te reageren op vragen van klager over een akte (waar deze geen partij bij was). Daarnaast ziet de klacht op het uitblijven van een reactie van (het kantoor van) de notaris op de door klager intern ingediende klacht. De voorzitter heeft de klacht (t.a.v. dit klachtonderdeel) terstond afgewezen omdat deze naar zijn oordeel kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht was. De kamer heeft het verzet tegen de voorzittersbeslissing vervolgens (deels) gegrond verklaard. De kamer acht de weigering van de notaris om inhoudelijk te reageren op klagers’ vragen over de betreffende akte niet tuchtrechtelijk verwijtbaar; klager was immers geen partij bij deze akte. De notaris heeft derhalve een terecht beroep gedaan op zijn geheimhoudingsplicht. Dat de notaris in het geheel niet heeft gereageerd op klagers’ e-mails noch de pogingen van klager om telefonisch contact te krijgen met de notaris, acht de kamer in dit geval evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Hierbij is van belang dat dit alles zich afspeelde binnen een korte tijdspanne (...). Artikel 2 van de Verordening Klachten- en geschillenregeling schrijft voor dat een notaris zorgdraagt voor een kantoorklachtenregeling. De kamer acht het geheel uitblijven van een reactie op de intern ingediende klacht onbegrijpelijk en in strijd met voornoemd artikel 2, omdat deze handelwijze het functioneren van een kantoorklachtenregeling belemmert. Het had op de weg van de notaris gelegen om ten minste een schriftelijke of telefonische reactie aan klager te sturen naar aanleiding van zijn klacht. Nu hij dit niet heeft gedaan, is dit klachtonderdeel gegrond. De kamer is van oordeel dat de notaris de zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden door na te laten enige reactie te geven op de intern ingediende klacht. De kamer acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:43 Raad van Discipline Amsterdam 25-686/A/A
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:43
Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klager 2 en de ondernemingen van klager 1 bijgestaan in een geschil met een gemeenschappelijke schuldeiser. Klager 1, die in persoon klaagt, is in de klacht niet-ontvankelijk om dat hij niet belanghebbend is. De klachten van klager 2 zijn ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerder met zijn bijstand aan de ondernemingen en klager 2 tegenstrijdige belangen heeft gediend. Het is de raad ook niet gebleken dat verweerder excessief of anderszins onbetamelijk heeft gedeclareerd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-079/AL/MN
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:55
voorzittersbeslissing. De klacht van klager is te laat ingediend. Nu van een verschoonbare termijnoverschrijding niet is gebleken, wordt klager niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:44 Raad van Discipline Amsterdam 25-661/A/A
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:44
Klacht tegen een advocaat in andere hoedanigheid. Klaagster is eigenaar van een zelfbouwkavel. Verweerder is voorzitter van de dorpsraad van klaagsters woonplaats. Verweerder heeft de gemeente, namens de dorpsraad, verzocht om handhavend op te treden omdat de woning volgens de dorpsraad niet voldeed aan de vergunning. De raad is van oordeel dat klaagster in haar klacht ontvankelijk is. Weliswaar trad verweerder niet op als advocaat van de dorpsraad, maar voor zijn werkzaamheden als voorzitter van de dorpsraad maakte hij wel gebruik van zijn zakelijke e-mailadres. Hij verrichtte bovendien juridische werkzaamheden. De raad is daarom van oordeel dat het tuchtrecht van toepassing is. De klachten van klaagster (rauwelijks procederen, ongepaste uitlatingen, onduidelijkheid over hoedanigheid van advocaat) zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:28 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755711 DW RK 24/305 MK/SM
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 20-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:28
Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft klaagster niet concreet geïnformeerd wat specifiek van haar verwacht werd en dat zij dwangsommen zou verbeuren als zij dat niet zou doen. Voorst heeft de gerechtsdeurwaarder conclusies getrokken uit een omstandigheid die zich heeft voorgedaan en daarmee niet alleen meer verklaard dat nodig was, maar ook heeft het er mede toe geleid dat de opdrachtgeefster verbeurde dwangsommen heeft proberen in te vorderen bij klaagster.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:56 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-538/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:56
De raad verklaart een klacht tegen de eigen advocaat ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-582/AL/MN
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:57
De raad verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:67 Hof van Discipline 's Gravenhage 250360
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:67
Verzet ongegrond. Het hof ziet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. De voorzitter heeft overwogen dat het indienen van een klacht niet de geëigende wijze is om een weigering van verweerder om een advocaat aan te wijzen aan de orde te stellen en dat de klacht verder geen (andere) omschrijving bevat van enig handelen of nalaten van verweerder. Klaagster heeft in het verzet geen gronden aangevoerd die zien op de toetsingsmaatstaf of de feiten die aan de beslissing van 6 november 2025 ten grondslag liggen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8529
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:38
Kennelijk ongegronde klacht tegen een KNO-arts. Klager is geopereerd vanwege een uitzaaiing van een glomustumor. Bij deze operatie zijn twee zenuwen doorgenomen. Sinds de operatie heeft klager slikpassageklachten. Klager verwijt de KNO-arts onder andere dat hij de operatie onzorgvuldig heeft uitgevoerd en dat hij klager voorafgaande aan de operatie onvoldoende heeft geïnformeerd. Het college oordeelt dat de KNO-arts niet onzorgvuldig heeft gehandeld door de zenuwen bij de operatie door te nemen. Ook hoefde hij het risico op de klachten die klager heeft niet te bespreken, omdat deze klachten niet onder de in redelijkheid te verwachten risico’s van deze ingreep vielen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:10 Accountantskamer Zwolle 25/1557 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:10
Betrokkene heeft in een notitie een opstelling gemaakt van de elementen die partijen hebben gebruikt om te komen tot een koopsom van de aandelen. Betrokkene heeft erkend dat in die opstelling een fout is gemaakt doordat in de jaarrekening een belastinglatentie was gevormd en betrokkene in zijn berekening is uitgegaan van het eigen vermogen in de jaarrekening en ten behoeve van de berekening opnieuw een belastinglatentie heeft bepaald zonder rekening te houden met de in de jaarrekening al gevormde latentie. Dat verwijt is dan ook terecht gemaakt. De Accountantskamer geeft betrokkene een waarschuwing, omdat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Klaagster vindt ook dat betrokkene de zoons had moeten adviseren een eigen adviseur in de arm te nemen, maar dat verwijt is volgens de Accountantskamer onterecht.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 772538 / NT 25-22
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:25
In de kern komt de klacht erop neer dat de notaris structureel onvoldoende zorgvuldig met en over klager heeft gecommuniceerd in een situatie waar juist zorgvuldige communicatie was geboden: zijn moeder, erflaatster, had hem onterfd en ook in haar testament bepaald dat hij niet bij de begrafenis aanwezig mocht zijn.De kamer acht de klacht gegrond en overweegt daartoe als volgt. Tot uitgangspunt strekt dat de notaris moest opereren in een voor klager in emotioneel opzicht gevoelige context. Daarin heeft de notaris (te) weinig geduld voor klager weten op te brengen en een onnodig grievende toonzetting jegens klager gebezigd. Vast staat dat de notaris niet meer op de e-mails van klager (...) heeft gereageerd. Op enige manier reageren had van zorgvuldigheid getuigd, zeker waar klager zich duidelijk gegriefd voelde door de aantijging dat hij de zoon van de echtgenoot op een bepaalde wijze zou hebben bejegend. Op de e-mails van klager van (...) heeft de notaris wél gereageerd, maar niet inhoudelijk. Dat de notaris naar eigen zeggen toen niet begreep waar het verzoek van klager over ging valt gelet op het tijdsverloop te begrijpen, maar neemt niet weg dat de notaris de moeite had kunnen nemen het dossier op te vragen om daarachter te komen of om contact op te nemen met klager.(...) Dit alles in onderling verband en samenhang bezien leidt tot de conclusie dat de notaris heeft gehandeld op een wijze die niet bij een professionele beroepsbeoefenaar zoals, in dit geval, een notaris past. Het – summiere – verweer van de notaris en de behandeling van de zaak ter zitting hebben geen ander licht op de zaak geworpen. De kamer is van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht de klacht daarom gegrond. (...) Door te handelen als hiervoor omschreven heeft de notaris een zorgvuldigheidsnorm geschonden. Daarom acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:11 Accountantskamer Zwolle 25/2055 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:11
Ongegronde klacht. Klaagster is er niet in geslaagd om de verwijten duidelijk en aannemelijk te maken. Zij heeft de verwijten niet duidelijk omschreven met feitelijke details, zoals wanneer een bepaalde vraag is gesteld (waarop geen reactie is gekomen) of welke facturen klaagster niet kon uploaden in een bepaald systeem. Zij heeft dat ook niet gedaan bij gelegenheid van een tweede schriftelijke ronde (repliek). De verwijten zijn evenmin onderbouwd met documenten die de stellingen van klaagster zouden kunnen aantonen. Ook weerlegt zij het verweer van betrokkene nauwelijks, anders dan door te stellen dat het verweer onjuist is. De Accountantskamer kan in zo’n geval, als een ‘gesprek tussen partijen niet gevoerd wordt’, niet anders dan oordelen dat de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:63 Hof van Discipline 's Gravenhage 250381
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:63
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken waarin de bijstand door een advocaat verplicht is gesteld. Die situatie doet zich hier niet voor. De deken is, anders dan zij heeft aangevoerd, wel bevoegd een advocaat aan te wijzen, maar zij kan in een dergelijk geval een aanwijzing van een advocaat achterwege laten. Indien klager een procedure verkiest boven aanvaarding van de aangeboden woning kan klager die procedure zonder bijstand van een advocaat starten omdat procesvertegenwoordiging in huurgeschillen bij de kantonrechter niet verplicht is. Klager kan in die procedure ook (zo klager dat wil) hulp of bijstand van een niet-advocaat vragen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:26 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769353 / DW RK 25/165 MK/RH
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:26
Een gerechtsdeurwaarder kan als incassodienst betaling van een vordering van zijn opdrachtgever proberen te verkrijgen als onderdeel van een zogenaamd minnelijk traject. Maar als hij daarbij ook zijn eigen kosten vordert is het zaak helder te zijn in welke hoedanigheid hij dan handelt. Dat is in dit geval niet gebeurd.Klager klaagt terecht over de aan hem verstuurde e-mail. Dit betreft een standaard mail die niet aansluit op de daaraan voorafgaande berichten van klager. De verwijzing naar Nederlandse staatsburgers, juridische soevereiniteit en een aansprakelijkstelling is in deze context ongepast en tuchtrechtelijk laakbaar. Het valt de gerechtsdeurwaarder aan te rekenen dat een helder verwoorde klacht niet als zodanig is herkend maar pas na een rappel. Dat is tuchtrechtelijk laakbaar, omdat er geen misverstand over kon bestaan dat met de brief (ook) een klacht was ingediend. De verwijzing naar de Elektriciteitswet terwijl even verderop wordt vastgesteld dat het om een aansluiting voor gas gaat, betreft een slordigheid en is niet tuchtrechtelijk laakbaar. Wel wordt de maatregel van berisping opgelegd vanwege combinatie van verschillende gegronde klachten.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:64 Hof van Discipline 's Gravenhage 250389
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:64
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft om aanwijzing van een advocaat gevraagd in een fiscale procedure. Het belastingrecht wordt beschouwd als een gespecialiseerd onderdeel van het bestuursrecht en in het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. Uit de stukken in het dossier leidt het hof af dat klager tijdig een uitgebreid beroepschrift heeft kunnen indienen. De door klager aangehaalde uitspraken van het hof zien op andere situaties dan die van klager, waarbij het hof voorts opmerkt dat de door klager aangehaalde citaten niet in deze uitspraken te vinden zijn. De omstandigheid dat klager geen machtiging heeft toegestuurd is blijkens de beslissing van 12 november 2025 voor de deken niet redengevend geweest om het aanwijzingsverzoek af te wijzen. De de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de toetsing door de deken van een aanwijzingsverzoek ex artikel 13 Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:27 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773697 / DW RK 25/282 MK/RH
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:27
De gerechtsdeurwaarder heeft wetsartikel geciteerd dat niet bestaat en bovendien deze fout niet direct hersteld na hier op te zijn gewezen. Dit past de gerechtsdeurwaarder niet en daar kan hem een tuchtrechtelijk verwijt van gemaakt worden. Er is te laat gereageerd op de klacht: volgens de website en de ontvangstbevestiging van de gerechtsdeurwaarder volgt een reactie binnen veertien dagen; in dit geval is de termijn twintig dagen geweest en heeft klager een rappel moeten sturen. Dat is tuchtrechtelijk laakbaar. Maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:65 Hof van Discipline 's Gravenhage 250386
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:65
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Uit het dossier blijkt dat klaagster bijstand van een advocaat wenst in een bestuursrechtelijke procedure. In het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. Reeds om die reden is het beklag van klaagster tegen de afwijzingsbeslissing van de deken ongegrond. Voorts heeft klaagster reeds zelf bezwaar ingediend tegen het besluit. De deken heeft haar afwijzende beslissing op juiste gronden genomen en klaagster erop gewezen dat zij zich door iemand anders dan een advocaat kan laten bijstaan alsook met het Juridisch Loket contact kan opnemen. Hetgeen klaagster verder heeft aangevoerd, geeft het hof geen aanleiding anders te oordelen dan de deken heeft gedaan.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:66 Hof van Discipline 's Gravenhage 250398
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:66
Beklag artikel 13 ongegrond. De deken heeft op goede gronden geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen nadat hij eerder een advocaat had aangewezen. Dat klaagster het kennelijk niet eens is met de wijze waarop de aangewezen advocaat de zaak aanpakt is geen reden voor aanwijzing van een nieuwe advocaat. De deken heeft in dit verband terecht naar eerdere uitspraken van het hof van discipline verwezen zoals HvD 14 februari 2011, ECLI:N:TAHVD:2011:YA1409, HvD 10 juli 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:142. Artikel 13 Advocatenwet voorziet er niet in dat een advocaat in alle opzichten aan de wensen van een client dient te voldoen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8773
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:37
Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager is de IGJ. De fysiotherapeut heeft zich schuldig gemaakt aan het betasten van intieme delen van een cliënt die hij op dat moment behandelde. De wijze waarop de fysiotherapeut de kwetsbare en van hem afhankelijke cliënt heeft behandeld is onaanvaardbaar. Meer in het bijzonder verwijt het college de fysiotherapeut dat hij, ondanks dat hij gedurende zijn loopbaan meerdere meldingen heeft gekregen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, zijn gedrag niet heeft gebeterd. Het college beveelt de doorhaling van de inschrijving van de fysiotherapeut in het BIG-register.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:23 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771020 / DW RK 25/202 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:23
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:36 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2616 Verzet
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 15-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:36
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een huisarts. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat het handelen van de huisarts ten opzichte van klager niet valt onder één van de tuchtnormen. Ten aanzien van het handelen van de huisarts als zorgondernemer en het handelen ten aanzien van patiënten is klager geen rechtstreeks belanghebbende is. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:29 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/80
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:29
Kat. Dierenarts wordt verweten dat zij ten onrechte heeft geadviseerd een bloedonderzoek uit te voeren bij een stervende kat en dat zij is doorgegaan met het uitvoeren van dit onderzoek in weerwil van protest daartegen. [Klacht is ongegrond.]
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:24 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/776163 / DW RK 25/369 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:24
Beslissing op verzet. Eerder geklaagd over hetzelfde feitencomplex. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:62 Hof van Discipline 's Gravenhage 260032
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 26-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:62
Klacht over deken wordt niet verwezen. Uit de formulering van de klacht en de onderbouwing blijkt niet op welke concrete gedragingen van verweerster de klacht betrekking heeft. Niet duidelijk is waar verweerster zich tegen zou moeten verweren. De algemene verwijten en het onbehoorlijke taalgebruik maken dat deze klacht naar het oordeel van de voorzitter niet voor verwijzing in aanmerking komt.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:25 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778728 / DW RK 25/470 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:25
Klager heeft eerder geklaagd over hetzelfde feitencomplex. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:30 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/71
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:30
Hond. Dierenarts wordt verweten dat zij het verzoek van klagers om preventief het middel Oxytocine voor te schrijven voor hun hond ten onrechte niet heeft ingewilligd en dat zij klagers verkeerd heeft geadviseerd over de behandeling van hun hond, met als gevolg dat de hond een spoedoperatie heeft moeten ondergaan. [Klacht is ongegrond.]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:31 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/76
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:31
Kat. Dierenarts wordt verweten dat zij nalatig en onzorgvuldig is geweest bij het behandelen van de kat van klaagster, wat heeft geresulteerd in de dood van het dier, waarvoor klaagster de dierenarts verantwoordelijk houdt. [Klacht is ongegrond.]
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:20 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767355 / DW RK 25/124 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:20
De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door een sloopvergoeding voor de gedemonteerde auto van klager te eisen. Klager heeft niet aangetoond dat hij geen sloopvergoeding heeft ontvangen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:32 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/46
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:32
Kat. Dierenarts wordt verweten dat zij de behandeling van de kat van klager onzorgvuldig heeft uitgevoerd, met het overlijden van de kat als gevolg, en dat er fouten in het patiëntendossier van de kat staan. [Klacht is ongegrond.]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:26 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/1 en 2023/2
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:26
Hond. Klacht tegen dierenarts die de hond van klaagster heeft behandeld vanwege herniaklachten met uitval van de achterpoten en de blaas. Deze dierenarts wordt verweten dat zij daarbij foutieve informatie heeft verschaft met betrekking tot het maken van de keuze tussen het uitvoeren van een CT-scan en een MRI-scan. Ook wordt haar verweten dat zij niet heeft geïnformeerd over de risico’s die kleven aan een narcose bij het uitvoeren van een MRI-scan en dat zij een foutieve diagnose heeft gesteld, waardoor de hond nodeloos is geopereerd. [Klacht is ongegrond].Daarnaast klacht tegen specialist veterinaire radiologie, die wordt verweten dat zij MRI-beelden verkeerd heeft beoordeeld. Het college heeft een deskundigenbericht met betrekking tot de MRI/CT-beelden gelast, onder aanhouding van de klachtbehandeling, die later is voortgezet. [Klacht is gegrond, met oplegging van een waarschuwing].
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:21 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767125 / DW RK 25/114 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:21
Klager betwist de vordering en stelt dat de gerechtsdeurwaarder geen transparantie geeft in de kosten, geen inzage geeft in lopende en gesloten dossiers en niet alle betalingen heeft verwerkt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:33 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/78
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:33
Klachtambtenaarzaak. Dierenarts treft het verwijt meerdere keren Euthasol te hebben afgeleverd in strijd met de daarvoor geldende voorwaarden. [Klacht gegrond] Volgt voorwaardelijke schorsing voor één maand met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:27 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/69
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:27
Hond. Dierenarts wordt verweten te veel medicatie te hebben voorgeschreven voor een hond, waardoor de gezondheidstoestand van de hond ernstig is verslechterd. [Klacht ongegrond.]
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:22 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766711 / DW RK 25/106 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:22
De klacht is voor zover die ziet op het uitblijven van verduidelijking van de executiekosten en de communicatie daaromtrent, gegrond. De gerechtsdeurwaarder is de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:34 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/32
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:34
Hond. Dierenarts wordt verweten dat hij naar aanleiding van hetgeen klaagster op verschillende momenten in de avond en nacht over de klachten van haar hond aan hem heeft gemeld, telkens niet adequaat heeft gehandeld en dat de verslaglegging daarvan in het patiëntendossier van de hond onjuistheden en onvolkomenheden bevat. [Klacht is deels gegrond, met oplegging van een waarschuwing.]
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 51
- Volgende pagina zoekresultaten