Zoekresultaten 1-50 van de 3000 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:105 Hof van Discipline 's Gravenhage 250376
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:105
Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Het is vaste jurisprudentie van het hof dat bezwaren over (de uitvoering van) het dekenonderzoek en/of de dekenvisie door een klager dienen te worden ingebracht in de procedure bij de raad van discipline die de klacht behandelt waarop het dekenonderzoek en het dekenstandpunt betrekking hebben. Dat is de geëigende route en niet, zoals klaagster heeft gedaan, een klacht indienen over verweerster. Daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:106 Hof van Discipline 's Gravenhage 250311D
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:106
De deken heeft een dekenbezwaar ingediend tegen verweerster. De raad heeft bij tussenbeslissing een vooronderzoek gelast. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond en legt aan verweerster de maatregel van schrapping op. In hoger beroep oordeelt het hof dat de resultaten van het vooronderzoek deels niet als juist kunnen worden aanvaard, omdat deze niet berusten op een deugdelijke grondslag. Een deel van bevindingen van het vooronderzoek zijn slechts summier vastgelegd en een deel in het geheel niet. Van verweerster kan niet worden verlangd bevindingen die summier zijn onderbouwd met bewijs en bevindingen die in het geheel niet zijn vastgelegd te weerleggen. Het hof komt tot het oordeel dat het dossierbeheer en de dossieradministratie van verweerster tekortschieten en dat er tekortkomingen zijn ten aanzien van de waarneming, de naamgeving, de klachtenregeling en de privacyverklaring. Mede gelet op het tuchtrechtelijke verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:92 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-396/AL/GLD
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:92
Raadsbeslissing. Klacht van een onder curatele gestelde. Klacht ingediend door curatoren. De raad verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8997
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 14-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:80
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige, die onrechtmatig – zonder behandelrelatie met patiënten - meerdere keren en gedurende een langere periode patiëntendossiers heeft ingezien. Verpleegkundige erkent onbevoegde inzage. Dat doet niet af aan de ernst van de normschending. Tweede tuchtnorm. Berisping en publicatie.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8894
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 14-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:81
Gegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tegen een verpleegkundige, werkzaam in de GGZ, die een intiem en seksueel grensoverschrijdend contact is aangegaan met een patiënte – met verhoogde kwetsbaarheid. Tijdens de opname van de patiënte en de ambulante behandeling. Verpleegkundige erkent het contact, stelt dat sprake was van een vriendschapsrelatie. Ernstige en langdurige overschrijding van de professionele beroepsuitoefening. Verpleegkundige heeft bewust een grens overschreden. Schorsing voor één jaar, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Tevens gedeeltelijke ontzegging bevoegdheid om als verpleegkundige in de GGZ te werken. Publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:80 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3134
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:80
Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat klaagster het griffierecht niet (op tijd) had betaald. Het Centraal Tuchtcollege heeft vastgesteld dat het griffierecht wel tijdig is voldaan. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst de zaak terug.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:91 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-131/AL/OV
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:91
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:76 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2924
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:76
Klacht tegen een tandarts. Klaagster heeft in de praktijk van de tandarts een brug laten plaatsen. Zij is ontevreden over de brug. Klaagster verwijt de tandarts o.a. dat hij haar niet heeft ingelicht over het feit dat de brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster door de tandarts beter geïnformeerd had moeten worden over de mogelijkheden, maar vooral de onmogelijkheden ten aanzien van de door klaagster gewenste brug. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen. Gelet op de beperkte rol van de tandarts was het niet zijn verantwoordelijkheid om klaagster te informeren.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:77 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2983
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:77
Klacht tegen een psychiater. De klacht gaat over een door de psychiater opgesteld keuringsrapport rijgeschiktheid van klager, waarin werd geconcludeerd dat klager niet rijgeschikt was. Klager was het daar niet mee eens en liet een onafhankelijke herkeuring doen, daaruit kwam naar voren dat er geen beperkingen waren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de psychiater in het rapport op onvoldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen heeft gezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. De psychiater heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid, niet alleen bij het afnemen van het onderzoek maar ook bij het opstellen van de rapportage. Gelet op de opstelling van de psychiater in de aan de tuchtprocedure voorafgaande correspondentie tussen hem en klager en ook in de procedure voor het Regionaal Tuchtcollege heeft de psychiater weinig zelfinzicht en -reflectie getoond. Het Regionaal Tuchtcollege acht een berisping daarom passend en geboden. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de psychiater.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8343
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:79
Voorzittersbeslissing. Klager kennelijk niet-ontvankelijk in klacht. Klager klaagt over een onbekend gebleven zorgverlener die feedback gaf op het pro Justitia rapport. Instelling heeft geweigerd om de naam van de zorgverlener te verstrekken, ondanks formele verzoeken van klager en zijn daartegen ingestelde beroep. Processuele verantwoordelijkheid klager de naam van de zorgverlener te verstekken. Aannemelijke onmogelijkheid voor klager. Klager heeft concrete en bruikbare aanknopingspunten klager aangedragen. Dan beperkte inspanningsverplichting (secretaris) tuchtcollege om te proberen de naam te achterhalen. Belangenafweging als instelling de naam alleen wil verstrekken als die naam niet met klager wordt gedeeld. Zeer uitzonderlijke gevallen besluit voorzitter dat de naam alleen voor tuchtcollege bekend wordt. Mogelijkheid om klacht – zonder bekendheid met en vermelding van naam zorgverlener – in behandeling nemen en uitspraak te doen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:102 Hof van Discipline 's Gravenhage 250429
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:102
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft volgens het hof terecht overwogen dat het verzoek van klager onvoldoende is onderbouwd en geen redelijke kans van slagen heeft.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:78 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2937
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:78
Klacht tegen arts in opleiding tot psychiater. Klaagster werd in januari 2024 gezien door de arts voor een intake op de polikliniek Psychiatrie. In het kader van de opleiding heeft de arts, werkzaam onder supervisie, zelfstandig de intake gedaan. De bevindingen van de intake werden, na overleg met de supervisor en collega’s, met klaagster besproken. Klaagster verwijt de arts het stellen van een onjuiste diagnose, schending van de informatieplicht, een onzorgvuldige dossiervorming, het schenden van het beroepsgeheim en een gebrekkige voorlichting over verdere behandelmogelijkheden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:103 Hof van Discipline 's Gravenhage 250423
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:103
Beklag artikel 13 ongegrond. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor de procedure die klaagster wil voeren bijstand van een advocaat niet noodzakelijk is. Dit omdat het een bestuursrechtelijke procedure betreft, waarvoor geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:79 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3074
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:79
Klaagster is eind 2024 tweemaal op consult geweest bij de tandarts. Over beide consulten is klaagster ontevreden. Zij vindt dat ze beide keren lang in de wachtkamer heeft moeten wachten, dat zij onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen en dat de behandeling tijdens het tweede consult (behandeling van cariës) niet zorgvuldig is uitgevoerd. Ook heeft klaagster geen reactie gekregen op de klacht die zij bij de tandartspraktijk heeft ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. In beroep gaat het alleen over het verwijt dat de behandeling van cariës niet zorgvuldig is uitgevoerd. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:104 Hof van Discipline 's Gravenhage 250413
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:104
Klaagster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) waarbij het verzet van klaagster tegen een voorzittersbeslissing ongegrond is verklaard. Tegen een dergelijke beslissing staat geen hoger beroep open. Hetgeen klaagster bij het hof heeft aangevoerd levert naar vaste jurisprudentie van het hof geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Klaagster kan dan ook niet in hoger beroep worden ontvangen. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2025/8671
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:76
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot huisarts. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat hij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9111
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:77
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat niet duidelijk was wie de regiebehandelaar was. Het was beter geweest als de wijziging van het regiebehandelaarschap niet alleen telefonisch maar ook schriftelijk aan klaagster was medegedeeld. Achterwege blijven van de schriftelijke mededeling is echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8245
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:78
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klager verwijt de psychotherapeut onder meer dat zij als regiebehandelaar een brief heeft ondertekend waarin ten onrechte is vermeld dat sprake was van ‘wederkerige mishandeling’, met als gevolg dat klager daarvan nadeel ondervond in gerechtelijke procedures. Dit klachtonderdeel is gegrond. Door het begrip ‘anamnestische’ weg te laten, lijkt sprake te zijn van een vaststaand feit. Dat laatste staat echter niet vast en blijkt echter nergens uit. In de overige klachtonderdelen is klager niet-ontvankelijk. Het college legt een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:101 Hof van Discipline 's Gravenhage 250238
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:101
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager heeft als bungaloweigenaar en voorzitter van de belangenvereniging van bungaloweigenaren een klacht ingediend tegen de advocaat van de v.o.f. die het bungalowpark exploiteert. Voor zover in hoger beroep van belang ziet deze klacht erop dat verweerster onvoldoende zorg ervoor heeft gedragen dat geen misverstand bestond over de hoedanigheid waarin zij handelde en dat zij tijdens een bespreking met de belangenvereniging niet duidelijk heeft gemaakt dat zij advocaat was. Verder verwijt klager verweerster dat zij onbetamelijk heeft gehandeld door klager onder druk te zetten met dreigementen, waaronder het in rekening brengen van kosten aan klager als hij e-mails aan een bepaald e-mailadres zou blijven sturen. Het hof oordeelt in dit hoger beroep dat de klachten van klager gegrond zijn. De tuchtrechtelijke verwijtbare gedragingen in combinatie met de wijze waarop verweerster in de onderhavige klachtprocedure heeft gereageerd, rechtvaardigen de zware maatregel van schrapping van het tableau die de raad heeft opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8315
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:72
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8316
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:73
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/47
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:8
Klagers gingen ervan uit dat zij een hypotheekrecht hadden ter verzekering van het verhaal van hun vordering uit hoofde van een geldlening. Veel later blijkt dat de (concept)hypotheekakte die zij hadden ontvangen, niet is gepasseerd. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn en verder ongegrond. Kamer doet voor het eerst een aanbeveling (voor de praktijk): “Als een (toegevoegd of kandidaat-) notaris de opdracht krijgt een akte op te stellen, verdient het in zijn algemeenheid aanbeveling om de betrokken partijen te informeren als hij/zij aan die opdracht verder geen vervolg geeft. Daarbij is het raadzaam om deze partijen ook te informeren over de reden van het sluiten van het dossier, bijvoorbeeld omdat een partij niet heeft gereageerd op het concept van de akte of omdat een partij niet alle benodigde informatie of documenten voor de akte heeft aangeleverd. Dan weten de betrokken partijen waar zij aan toe zijn.”
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8317
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:74
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8670
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:75
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot psychiater. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat zij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:100 Hof van Discipline 's Gravenhage 260070
- Datum publicatie: 09-04-2026
- Datum uitspraak: 19-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:100
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een aanwijzingsbeslissing van een deken ter discussie te stellen. Hetgeen verweerster heeft geschreven aan klager over de wijze waarop een advocaat wordt aangewezen en de werkwijze van de aangewezen advocaat is bovendien juist. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat alsook dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren (Hof van Discipline 26 januari 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:24).
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:48 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-630/DB/OB
- Datum publicatie: 09-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:48
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:49 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-857/DB/LI
- Datum publicatie: 09-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:49
herstelbeslissing
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8186
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 08-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:66
Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over de keuze van verweerder een sigmoïdoscopie uit te voeren en dat hij op 12 en 26 januari 2024 zijn informatieplicht heeft geschonden. Geen schending informatieplicht. Verweerder is voorafgaand aan het verrichten van de sigmoïdoscopie op 12 januari 2024 nagegaan of deze in het geval van klaagster was geïndiceerd. Hij heeft bovendien de voorgeschreven time out-procedure, waarvan het hebben verkregen van informed consent onderdeel is, zorgvuldig en correct doorlopen. Op 26 januari 2024 heeft verweerder klaagster geïnformeerd over het risico van een stoma als bij de ingreep sprake blijkt te zijn van een perforatie. Ook de assistent chirurgie heeft dit risico met klaagster besproken. Klaagster heeft bovendien zelf, tijdens het mondelinge vooronderzoek, erkend dat haar voorafgaand aan de operatie is gezegd dat zij na de operatie wakker kon worden met een stoma. Ook is er voorafgaand aan de operatie bij klaagster een stomastip op haar buik gezet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:90 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-796/AL/MN
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:90
Klacht over de advocaat van de wederpartij van klager in een huurgeschil. Naar het oordeel van de raad stond het verweerder vrij om op verzoek van zijn cliënt, de huurder, een melding bij de gemeente over klager, de verhuurder, te doen terwijl de procedure bij de kantonrechter nog liep. Van een premature melding was in die zin dan ook geen sprake. Vast staat dat de gemeente op grond van de Wet goed verhuurderschap aan klager een waarschuwing heeft opgelegd. Of dat op grond van alleen de melding van verweerder is gebeurd of op grond van meerdere meldingen over klager, is de raad niet duidelijk geworden. In elk geval is van een ongefundeerde melding door verweerder niet gebleken. Evenmin is de raad gebleken dat verweerder opzettelijk onjuiste feiten of onnodig grievende uitlatingen over klager in zijn stukken heeft gedaan. Verweerder heeft klager niet rauwelijks gedagvaard, nu klager daarvoor was gewaarschuwd. Ook overigens zijn de klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8187
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 08-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:67
Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over ontslag uit ziekenhuis, het niet-meedelen van een onderzoeksuitslag en over informed consent rondom sigmoïdoscopie. Ontslag uit ziekenhuis navolgbaar. Het ging medisch gezien beter met klaagster. Klaagster gaf verweerster en andere zorgverleners ook meermaals aan naar huis te willen. Dat de toestand van klaagster na het ontslag verslechterde en zelfs tot een heropname van klaagster heeft geleid, maakt niet dat verweerster klaagster niet had mogen ontslaan. Verweerster heeft klaagster telefonisch gesproken en haar de uitslag van het onderzoek meegedeeld. De physician assistant, die de sigmoïdoscopie geïndiceerd heeft geacht en aangevraagd, is in beginsel zelf verantwoordelijk voor het informeren van klaagster over de risico’s daarvan en voor het verkrijgen van informed consent. Dat is niet de verantwoordelijkheid van verweerster.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7866
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 08-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:68
Ongegrond klacht over MDL-arts. Klaagster klaagt over onheuse bejegening tijdens een telefoongesprek waarin de MDL-arts de uitslag van een coloscopie aan klaagster meedeelde, over de kwaliteit van de aan klaagster verleende zorg en over de verwarrende communicatie van en namens verweerder. Klaagster heeft aangegeven verweerder niet meer te willen spreken. Ook klaagt klaagster over de brief van verweerder aan de huisarts van klaagster en dat de MDL-arts niet heeft geleerd van een bij zijn polikliniek ingediende klacht.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:86 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-119/AL/MN
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:86
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij het partijdig optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtsvaardigde belangen van klager als wederpartij. Verweerster handelde daarbij in opdracht van haar cliënte en mocht aan reacties van klager termijnen verbinden. Dat verweerster daarna procedures nodeloos is gestart, is niet gebleken. Verweerster mocht afgaan op de van haar cliënte verkregen informatie. Dat haar cliënte niet voor overleg open stond, kan verweerster tuchtrechtelijk niet worden aangerekend. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:47 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-049/DB/OB
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:47
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Een advocaat moet de hem opgedragen werkzaamheden met de nodige voortvarendheid voor zijn cliënt te verrichten. Van een behoorlijk handelend advocaat mag voorts worden verwacht dat deze de cliënt naar behoren op de hoogte houdt van de voortgang van de zaak of van zaken die de voortgang belemmeren. Verweerster heeft dit verzaakt. De (advocaat van de) man heeft het verzoek ingediend op 19 februari 2024. Verweerster is in februari 2024 haar rechtsbijstand aangevangen. Verweerster heeft het verweerschrift met zelfstandig tegenverzoek alimentatie vervolgens pas op 12 juli 2024 ingediend, bijna vijf maanden later derhalve. Verweerster had er, zoals zij ter zitting heeft verklaard, naar de mening van de raad niet zonder meer vanuit mogen gaan dat de ingangsdatum van de verplichting tot betaling van alimentatie op een eerder moment zou worden gesteld dan de datum van de indiening van het verzoek tot vaststelling van de alimentatie, te meer nu een ingangsdatum in het verleden enkel in uitzonderingsgevallen door de rechter wordt bepaald. In veel gevallen is de ingangsdatum van de verplichting tot het betalen van alimentatie de datum van indiening van het verzoek tot het betalen van alimentatie. Dat is in casu uiteindelijk ook zo bepaald door de rechtbank. Mede gelet op het feit dat klaagster ter zitting onweersproken heeft gesteld dat zij in haar eentje de kosten van de kinderen droeg, had klaagster, naar verweerster wist of behoorde te weten, belang bij het spoedig indienen van een verzoek tot vaststelling van de (voorlopige) kinderalimentatie. Van feiten en omstandigheden die voldoende rechtvaardiging vormden voor het zo lang uitblijven van indiening van een verzoek tot (voorlopige) vaststelling van de alimentatie is naar het oordeel van de raad niet gebleken. De door verweerster gestelde verplichting om eerst te proberen de kwestie in der minne te regelen kunnen in elk geval niet worden gekwalificeerd als dergelijke feiten en omstandigheden. Ook het feit dat de wederpartij een kort geding procedure aanhangig had gemaakt (en weer had ingetrokken), maakt niet dat het langdurig uitblijven van indiening van een dergelijk verzoek gerechtvaardigd is. Verweerster had naar het oordeel van de raad kortom veel eerder in actie kunnen en moeten komen. Door dit niet te doen heeft verweerster de belangen van klaagster niet naar behoren behartigd. In zoverre gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:87 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-127/AL/GLD
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:87
Voorzittersbeslissing. Klaagster kan over de vermeende belangenverstrengeling tussen de twee cliënten van verweerster niet klagen bij gebrek aan een eigen persoonlijk belang daarbij. Dat verweerster vertrouwelijke informatie van klaagster met een cliënt heeft gedeeld, is betwist en niet met concrete stukken onderbouwd. Deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:88 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-663/AL/GLD/D
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:88
Dekenbezwaar. Verweerder houdt kantoor in Spanje. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in strijd gehandeld met de artikelen 4.3 en 4.4. Voda. De raad kan zonder bewijs van de door verweerder gevolgde kwaliteitstoetsen of behaalde opleidingspunten niet vaststellen dat verweerder aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Dat verweerder hierin een uitzonderingspositie van de (toenmalige) deken heeft gekregen is de raad niet gebleken. Met de door verweerder opgeworpen systeemtechnische bezwaren kan de raad niets. Het is aan verweerder om daarover met de deken in contact te treden, die zich bereid heeft verklaard om mee te denken. Verweerder heeft daarnaast in strijd gehandeld met artikel 46 Advocatenwet in combinatie met gedragsregel 29 door niet onverkort aan de verzoeken van de deken te voldoen. Door dat zonder gerechtvaardigde reden na te laten, heeft verweerder het toezicht van de deken belemmerd. Verweerder heeft niet alleen structureel niet voldaan aan artikel 46 Advocatenwet en de hiervoor genoemde verplichtingen uit de Voda, verweerder heeft ook in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid als genoemd is artikel 10a lid 1 sub c Advocatenwet. Ook door zijn eigen 'bewijsprobleem' op het bordje van de deken te leggen, heeft verweerder zich niet gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Aan de keuze van verweerder om als advocaat in Nederland ingeschreven te willen blijven, welke keuze blijkens de door verweerder ter zitting gegeven toelichting met name door nostalgische overwegingen is ingegeven, zijn verplichtingen verbonden. Verweerder dient te beseffen dat hij niet heeft gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Vanwege de ernst van de gedraging en om te voorkomen dat verweerder opnieuw niet aan zijn verplichtingen voldoet door opleidingspunten te behalen en die te bewijzen, acht de raad het op zijn plaats om de maatregel van een voorwaardelijke schorsing voor de duur van vier weken op te leggen. De raad zal, als stok achter de deur, aan de op te leggen voorwaardelijke schorsing naast de algemene voorwaarden ook een bijzondere voorwaarde verbinden ( binnen vier weken na de uitspraak van de raad alsnog de opgevraagde bewijsstukken over de jaren 2022 tot en met 2024 bij de deken aanleveren).
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:89 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-793/AL/MN
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:89
Verweerster heeft bij aanvang van de opdracht geen toevoeging voor klaagster aangevraagd. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster daarbij onvoldoende zorgvuldig gehandeld (gedragsregel 18). Weliswaar heeft zij de bij aanvang met klaagster gemaakte afspraken in de opdrachtbevestiging vastgelegd, maar verweerster heeft daarin niet, noch in een ander schriftelijk stuk, ook vastgelegd dat klaagster uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van haar eventuele recht op gefinancierde rechtsbijstand en zij ook begreep wat daarvan de gevolgen waren. Daarnaast heeft verweerster zich ontijdig want kort voor een zitting onttrokken (gedragsregel 14 lid 3). Naar het oordeel van de raad had verweerster, ook zonder de (te late) stukken van de wederpartij, naar de zitting bij het gerechtshof moeten gaan om de belangen van haar klaagster te behartigen die daarop ook mocht vertrouwen. Afhankelijk van de uitkomst van die zitting had het verweerster vrijgestaan om zich daarna alsnog aan de zaak van klaagster te onttrekken vanwege de ontstane vertrouwensbreuk. Berisping.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:42 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/749988 / DW RK 24/177 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:42
Er is niet adequaat op e-mailberichten en een telefonisch contact gereageerd. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8219
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54
Klacht tegen een internist kennelijk ongegrond. Klager was vanwege een hiv-infectie onder behandeling bij de internist. De behandelrelatie verslechterde, totdat klager uiteindelijk de toegang tot het ziekenhuis werd ontzegd. Klager verwijt de internist, samengevat, dat zij weigerde medicatie voor te schrijven en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en onvoldoende tijdig heeft doorverwezen. Het college is van oordeel dat de internist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat het in het belang van goede zorgverlening is dat klager zich laat monitoren.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:44 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-590/DB/OB
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:44
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8220
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:55
Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is verpleegkundig expert hiv in het ziekenhuis. Klager heeft al geruime tijd een hiv-infectie en verwijt de verpleegkundige, samengevat, het ten onrechte weigeren van medicatie en bloedonderzoek en het instellen van een toegangsverbod en het doen van melding bij justitie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:75 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2870
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:75
De zoon van klagers is van zijn fiets gevallen, waardoor zijn melkvoortand moest worden getrokken. De tandarts heeft de voortand getrokken. Klagers verwijten de tandarts onder andere dat hij hun zoon onvoldoende verdoofd heeft bij het trekken van de tand, hij klagers en hun zoon niet heeft voorgelicht over de voorgenomen behandeling en dat hij hen onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:45 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-794/DB/ZWB
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:45
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat in hoedanigheid van deken. Vast staat dat klaagster pas na twee maanden na indiening van het aanwijzingsverzoek een inhoudelijke reactie van het Ordebureau heeft ontvangen. Met klaagster is de raad van oordeel dat dit onzorgvuldig is. Echter, er is hier sprake geweest van een onder verweersters verantwoordelijkheid gemaakte menselijke fout, waarvoor excuses zijn aangeboden en vast staat dat alsnog een advocaat is aangewezen. In de zaak waarvoor klaagster rechtsbijstand wenste, is geen (fatale) termijn verlopen. Het feit dat ten gevolge van de onder verweersters verantwoordelijkheid gemaakte fout vertraging is ontstaan in de behandeling van het aanwijzingsverzoek is naar het oordeel van de raad niet zodanig ernstig dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ook voor het overige niet gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:38 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773857 / DW RK 25/287 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:38
Klager beklaagt zich met name over de exploot- en betekeningskosten en het niet reageren om informatie en het niet reageren op zijn betalingsvoorstel. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:85 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-001
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:85
x
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8974
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:56
Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een tandarts. Klacht gaat over het – volgens klager – onjuiste gebruik van declaratiecode H35 (moeizaam trekken tand of kies met behulp van chirurgie) en onwaarheden in het patiëntendossier van klager.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:46 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-556/DB/ZWB
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:46
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:39 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769714 / DW RK 25/171 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:39
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over het gelegde beslag op zijn voertuigen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/52
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:7
Klacht niet-ontvankelijk. Hoewel het begrip “enig redelijk belang” ruim wordt uitgelegd, is de kamer van oordeel dat deze uitleg niet zo ver gaat dat ook een besloten vennootschap, die door besloten vennootschappen van (voormalige) cliënten van de notaris wordt opgericht, zich zou moeten kunnen beklagen over schending van de geheimhoudingsplicht en de zorgvuldigheidsplicht die de notaris ten opzichte van de (middellijke) bestuurders van die vennootschap in acht moest nemen. Het feit dat de besloten vennootschap die de klacht heeft ingediend de rechten en verplichtingen die voor de cliënten van de notaris uit de koopovereenkomst voortvloeiden, heeft overgenomen nadat de notaris haar werkzaamheden had beëindigd maakt dat niet anders.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:40 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774851 / DW RK 25/320 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:40
Beslissing op verzet. Termijnoverschrijding verzet is verschoonbaar. Klager beklaagt zich over de hoogte van de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:41 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/751050 / DW RK 24/204 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:41
Klacht jegens gerechtsdeurwaarder sub 1 ongegrond. Klacht die ziet op het uitblijven van verzoeken van klager om een opgave van de openstaande vordering, gegrond jegens gerechtsdeurwaarder sub 2. Klacht voor het overige ongegrond. De inhoud van de e-mail van 14 mei 2024 vraagt niet persé om een reactie. Gerechtsdeurwaarder sub 2 wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 60
- Volgende pagina zoekresultaten