Zoekresultaten 4271-4280 van de 4445 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:170 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-864/AL/MN
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:170
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8896
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:147
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Klaagster, dochter van patiënt, is kennelijk niet ontvankelijk in haar klacht over de medische behandeling van wijlen patiënt vanwege de bijzondere omstandigheid. Klaagster verwijt de huisarts geen ambulance te hebben opgeroepen bij het consult met patiënt. Patiënt is de volgende dag overleden. Ook wordt de huisarts verweten de kinderen van patiënt niet te hebben gewaarschuwd. Patiënt kwam nooit met klaagster op consult bij de huisarts. College: huisarts heeft eerste contactpersoon en patiënt adequaat geïnformeerd. Verweerster kende klaagster niet ten tijde van het genoemde consult en had geen contactgegevens van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:171 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-245/AL/NN/D
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:171
Dekenbezwaar. De deken heeft een signaal van de rechtbank ontvangen en daarna onderzoek naar verweerder gedaan. Op grond van de stukken en de verklaring van verweerder tijdens de zitting is de raad gebleken dat sprake is geweest van een vooraf bedacht plan dat zijn cliënte met een videobril naar de zitting van de rechtbank zou gaan. Ook staat voor de raad vast dat verweerder tijdens de voorbespreking met zijn cliënte haar heeft voorgesteld om die dag in de rechtbank met een videobril het mogelijke ‘nare gedrag’ van de ex-partner richting zijn cliënte in de publieke ruimte van de rechtbank vast te kunnen leggen om daarna als objectief bewijs te dienen. Voor de raad zijn geen omstandigheden te bedenken dat stiekeme opnames tijdens een zitting door een partij met de wetenschap van een advocaat zijn te rechtvaardigen. De raad acht de rol die verweerder hierin heeft gehad zeer kwalijk en dat handelen betaamt een behoorlijk advocaat niet. In zoverre is het bezwaar gegrond en wordt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing van 2 weken opgelegd. De verdere bezwaren, dat sprake is van een patroon waaruit zou volgen dat verweerder zich onafhankelijk opstelt ten opzichte van zijn cliënten en tekortschiet in de zorg voor zijn cliënten en in zijn wijze van praktijkvoering, zijn, tegenover de betwisting daarvan door verweerder, niet vast te stellen. Stukken die die bezwaren nader zouden kunnen onderbouwen, ontbreken. In zoverre ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9329
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:148
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. De dochter van klagers had KNO-klachten. Klagers verwijten de huisarts onvoldoende dossier te hebben uitgevoerd door de klachten van de dochter en de gevolgen daarvan voor de dochter onvoldoende te noteren en door niet in het medisch dossier van dochter te noteren op welke wijze de huisarts de AIOS superviseerde. Ook verwijten klagers de huisarts een delay in de diagnostiek en in de verwijdering van de keelamandelen door de diagnose tonsillitis te missen. Tenslotte wordt de huisarts verweten de afwikkeling van de aansprakelijkstelling te hebben vertraagd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:267 Hof van Discipline 's Gravenhage 260051
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:267
Deze zaak gaat over een klacht over een advocaat in een strafzaak. De Raad van Discipline heeft op grond van de overgelegde stukken en de ter zitting door en namens klaagster afgelegde verklaring niet kunnen vaststellen dat sprake is van een evident en voorzienbaar (potentieel) tegenstrijdig belang of van de overdracht van vertrouwelijke informatie over klaagster door de kantoorgenoot van verweerder aan verweerder. De klacht is ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad. Het enkele feit dat beide verdachten een eigen aandeel ontkennen is in dit geval onvoldoende om een (potentieel) tegenstrijdig belang te kunnen of moeten aan te nemen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8547
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:149
Kennelijk ongegronde klacht tegen kno-arts in verband met uitgebrachte expertise. Rapportage voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld. De kno-arts heeft de voor het onderzoek bepaalde normaalwaarde niet genegeerd en geen gebruik gemaakt van verkeerde cijfers. De kno-arts heeft op concrete, inzichtelijke en wetenschappelijk onderbouwde wijze beschreven hoe hij tot zijn conclusies is gekomen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:268 Hof van Discipline 's Gravenhage 250428
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:268
Klagers hebben een klacht ingediend over verweerder. Verweerder heeft namens zijn cliënten eerder klachten over klagers ingediend, bij het hof bekend onder de nummers 250437 en 250438. Naar het oordeel van de Raad van Discipline kunnen de in die laatstgenoemde klachten door verweerder gebruikte bewoordingen niet anders worden uitgelegd dan dat hij klagers voor leugenaar uitmaakt. Het had verweerder gesierd als hij zijn fouten meteen na ontdekking en zonder voorbehouden had rechtgezet. Verweerder heeft dat naar het oordeel van de raad onvoldoende oprecht gedaan en heeft een waarschuwing opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline duidt het gedrag van verweerder anders en vernietigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9149
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:150
Kennelijk ongegronde klacht tegen verpleegkundig specialist GGZ. De klacht betreft met name onvoldoende hulp- en zorgverlening rondom incestproblematiek regiebehandelaar. Klager heeft de behandelingen gehad die de instelling hem kon bieden. Geen zorg aan klager onthouden als gevolg van het bereiken van een zorgplafond. Vertrek van verweerster en opvolgend regiebehandelaar is besproken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2991
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:168
Klager is na verwijzing in psychiatrische behandeling geweest van 2000 tot 2018. Klager heeft op 21 mei 2025 een klacht tegen de huisarts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege. Klager verwijt de huisarts dat hij naar een psychiater is verwezen zonder daarbij een concrete hulpvraag in de verwijsbrief te formuleren, dat de huisarts in de jaren daarna verlengingen van de verwijzing heeft afgegeven en dat de huisarts niet heeft gereageerd of gehandeld op verslagen van de psychiater. Deze klachten gaan over de periode 2000 tot en met 2013. Daarnaast verwijt klager de huisarts meer in het algemeen een nalatigheid gedurende de 18-jarige psychiatrische behandeling van klager, door gedurende deze behandeling zich niet op de hoogte te laten stellen van het verloop van de behandeling en deze te beoordelen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht, deels vanwege verjaring en deels omdat de klacht onvoldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege volgt het Regionaal Tuchtcollege in het oordeel over de verjaring. Voor het overige verklaart het Centraal Tuchtcollege klager wél ontvankelijk in de klacht, omdat de klacht naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege voldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht in zoverre ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3051
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:169
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had pijn- en zwellingsklachten aan zijn rechterscheenbeen, hij vermoedde dat dit kwam door een breuk in zijn scheenbeen en hij wilde dat de huisarts hem naar een orthopeed zou verwijzen. Klager is ontevreden over de behandeling van zijn klachten door de huisarts en de beslissing om hem zonder lichamelijk onderzoek te verrichten te verwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Klager zegt dat de huisarts de breuk in zijn scheenbeen niet heeft opgemerkt en dat later bij een MRI-scan in een ziekenhuis in Litouwen alsnog een breek in zijn scheenbeen is vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 427
- Pagina: 428
- Pagina: 429
- ...
- Pagina: 445
- Volgende pagina zoekresultaten