Zoekresultaten 51-100 van de 3210 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:15 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-766/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij is deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:43 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/437774 / KL RK 24-84

    verzet tegen een voorzittersbeslissing waarin de klacht niet ontvankelijk is verklaard vanwege overschrijding van de driejaarstermijn. Artikel 99 lid 21 Wna. Verzet ongegrond. De kamer oordeelt - onder verbetering van gronden - dat in de voorzittersbeslissing terecht is geoordeeld dat de driejaarstermijn is overschreden. De andere verzetsgrond over het niet ontvangen van alle processtukken door klager is afgewikkeld doordat klager inzicht heeft gekregen in het klachtdossier. Volgt bekrachtiging van de voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:7 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773666 / DW RK 25/278 BB/WdJ

    Klager beklaagt zich over de hoogte van de beslagvrije voet, het niet nader toelichten van verbeurde dwangsommen en het ontvangen van nieuwe exploten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:13 Hof van Discipline 's Gravenhage 250083

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Het hoger beroep van klaagsters richt zich tegen het ongegrond verklaarde klachtonderdeel (schending gedragsregels 12 en 13). Het hof verklaart het hoger beroep van klaagsters ongegrond en bekrachtigt de beslissing van de raad. Het tuchtrecht en het civiele recht zijn verschillende rechtsgebieden waarbij de tuchtrechter in de regel geen oordeel geeft over een civielrechtelijk geschil. De tuchtrechter concentreert zich in het advocatentuchtrecht primair op het handelen van de advocaat in zijn beroepsuitoefening met het oog op het belang van een gezonde advocatuur in het Nederlandse rechtsbestel, terwijl de civiele rechter zich concentreert op de juridische (verbintenisrechtelijke of goederenrechtelijke) twistpunten (HvD 21 april 2023 ECLI:NL:TAHVD:2023:85).

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:8 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773354 / DW RK 25/262 BB/WdJ

    Beslissing op verzet gegrond verklaard en maatregel van berisping opgelegd. Er is executoriaal beslag gelegd op de koopsom van een onroerende zaak die de notaris onder zich hield, voor alimentatietermijnen die op dat moment nog niet opeisbaar waren. Verder is ten onrechte aan de notaris verzocht om het gehele door het beslag getroffen beslag aan de gerechtsdeurwaarders af te dragen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:14 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2948 VZ

    .

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:14 Hof van Discipline 's Gravenhage 240344

    Klacht over advocaat in hoedanigheid van executeur. Toepasselijke maatstaf. Uit het onderzoek in hoger beroep volgt volgens het hof dat verweerder zich consequent, zowel telefonisch als schriftelijk, als executeur heeft gepresenteerd, niet alleen in zijn communicatie met klaagster, maar ook in zijn brief aan de Geschillencommissie. Klacht ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:9 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/764969 / DW RK 25/51 BB/WdJ

    Beslissing op verzet. Klager betwist dat hij huurachterstand heeft. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2992 VZ

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2993

    .

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:10 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/772075 / DW RK 25/235 BB/WdJ

    Beslissing op verzet. De klacht gaat over het incasseren van een onbetaalde parkeerboete in België. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8233

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Klaagster verwijt de dermatoloog dat zij niet goed geholpen is bij de behandeling van een schimmelnagel (onychomycose). Het college stelt vast dat sprake is geweest van een behandeling volgens gebruikelijke wijze, met daarvoor geschikte medicatie. Dat klaagster te maken heeft gekregen met bijwerkingen is vervelend, maar kan de dermatoloog niet worden verweten. Na het optreden van de bijwerkingen is de behandeling vroegtijdig gestopt. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8463

    Klacht tegen een dermatoloog. Klager verwijt de dermatoloog dat zij zonder het bespreken van alternatieven een spoedige excisie heeft geadviseerd voor een papel in zijn gezicht, wat achteraf onnodig bleek en heeft geleid tot een blijvend litteken. Het college is van oordeel dat de dermatoloog zonder goede reden is afgeweken van de richtlijn basaalcelcarcinoom van de NVDV. Aanvullend diagnostisch onderzoek was geïndiceerd en de dermatoloog heeft haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de informatievoorziening aan klager miskend. Het college vindt het zorgwekkend dat de dermatoloog ter zitting blijk heeft gegeven dat zij nog altijd van oordeel is dat haar handelwijze de enige en juiste weg was, in plaats van de handelwijze die de richtlijn voorschrijft. Het college legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8700

    Herstelbeslissing van 16 januari 2026 van de beslissing van 6 januari 2026.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8285

    Klacht tegen tandarts kennelijk ongegrond. Klager is door de tandarts op consult gezien in verband met een recent afgebroken voortand. Klager verwijt de tandarts dat weigering van zorgverlening tijdens dit consult en het niet op de juiste wijze doorverwijzen naar een andere tandarts.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:2 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-895/DH/DH/D

    Verzoek 60ab en 60b Advocatenwet. De raad is van oordeel dat in beginsel sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 60ab Advocatenwet. De raad acht het momenteel niet verantwoord om (veelal kwetsbare) rechtszoekenden (nog verder) bloot te stellen aan de wijze waarop verweerder zijn praktijk voert. De raad stelt echter ook vast dat een schorsing met onmiddellijke ingang op grond van artikel 60ab, eerste lid, Advocatenwet niet kan samengaan met het treffen van een voorlopige voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening. De raad acht het treffen van een voorziening ook aangewezen. Gelet daarop is de raad van oordeel dat het primaire verzoek van de deken niet voor toewijzing in aanmerking komt en dat de raad kiest voor toewijzing van het subsidiaire verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet, dat wél de mogelijkheid biedt om een schorsing te laten samengaan met het treffen van een voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening. De raad wijst daarom het subsidiaire verzoek van de deken (op grond van artikel 60ab Advocatenwet) toe en schorst verweerder voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk. De raad treft daarnaast een voorziening: verweerder moet een coachingstraject doorlopen om zijn praktijk op orde en de bijstand aan cliënten op het vereiste niveau te krijgen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:3 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-755/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat, waaronder over het niet indienen van stukken en het niet inschakelen van een (geschikte) tolk. Klaagster heeft haar klachten niet (met stukken onderbouwd) en verweerder heeft de klachten gemotiveerd betwist. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8042

    Deels gegronde klacht tegen arts. Geen maatregel. Vader van overleden patiënte verwijt de arts dat de arts zonder supervisor de schouw heeft verricht en dat sprake is van een onverklaarbare onzorgvuldigheid in het schouwverslag. De arts, die in opleiding tot forensisch arts was, meende dat een andere arts, die bij de schouw aanwezig was, als zijn supervisor optrad. Vaststaat dat dit niet het geval was. In zoverre gegrond. Onjuiste vermelding van de lichaamstemperatuur is een evidente schrijffout. Het meten van de omgevingstemperatuur is in een forensische setting niet gebruikelijk en levert, gezien de vele factoren die van invloed zijn, geen relevante informatie op. Het geschatte tijdstip van overlijden is aannemelijk. Geen opmerkingen op het schouwrapport als zodanig.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:4 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-770/DH/DH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding en voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerster heeft bij haar juridische aanpak van de zaak en de wijze waarop zij hierover namens haar cliënten met klager en zijn advocaat heeft gecommuniceerd de grenzen van het betamelijke niet overschreden.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8044

    Ongegronde klacht tegen huisarts in PI. Vader van overleden patiënte verwijt de huisarts het voorschrijven van gevaarlijke combinaties van medicijnen, het voorschrijven van morfine terwijl patiënte morfineverslaafd was en het doen van onvoldoende onderzoek naar oedeem. Zeer complexe medische situatie van patiënte. Ondraaglijke lijdensdruk. Alternatieve behandelmethoden waren uitgeput. Geen absolute contra-indicaties. Voorschrijven medicatie is te billijken. Het volgen van het reeds ingezette beleid voor oedeemvorming, was niet onjuist.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:5 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-807/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiegeschil. Niet gebleken dat verweerster zich onjuist of onnodig grievend heeft uitgelaten. Een assistent van verweersters kantoor heeft per abuis een e-mail aan klager gestuurd. Dit is niet de bedoeling, maar er is niet direct sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerster mocht verder afgaan op de tussen partijen gemaakte afspraken zoals die zijn opgenomen in het proces-verbaal van de zitting. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8046

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen huisarts in PI. Waarschuwing. Vader van overleden patiënte verwijt de huisarts een gebrekkige algemene analyse en diagnose van de gezondheidsklachten van patiënte. Klacht gegrond ten aanzien schildklierproblemen, gewichtstoename, oedeemvorming en de controle op de combinatie de gebruikte medicijnen. Ongegrond ten aanzien van de rugpijn. Zeer complexe medische situatie van patiënte. Ondraaglijke lijdensdruk. Alternatieve behandelmethoden waren uitgeput.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:6 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-753/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van het feit dat zij geen gerechtelijke procedure tegen ZK heeft opgestart. In de onderhavige zaak heeft verweerster klager meerdere malen verzocht om haar te voorzien van bewijsstukken en heeft zij hem er meerdere malen op gewezen dat zonder een deugdelijke onderbouwing voorzien van bewijsstukken geen gerechtelijke procedure aanhangig kon worden gemaakt. Verweerster heeft onweersproken gesteld dat klager haar desondanks niet van de benodigde stukken heeft voorzien en uit de overgelegde stukken is dit ook niet gebleken. Het verwijt dat verweerster het dossier en de toevoeging in de strafzaak niet heeft overgedragen aan de opvolgend advocaat mist feitelijke grondslag. In beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8643

    De inspectie draagt een fysiotherapeut voor aan het college met het verzoek hem in het BIG-register door te halen. Hij heeft herhaaldelijk opioïden gestolen uit medicatievoorraden van werkgevers en bij patiënten thuis, deze middelen zelf gebruikt en onder invloed zorg verleend. Dit leidde tot meerdere meldingen, inspectieonderzoeken en strafrechtelijke veroordelingen. Uit psychiatrisch onderzoek blijkt dat hij lijdt aan een ernstige opioïdenverslaving en persoonlijkheidsproblematiek, met een aanzienlijk risico op terugval, vooral bij toegang tot medicatie. De fysiotherapeut erkent zijn handelen, voert geen verweer en is het eens met de voorgestelde maatregel. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut ongeschikt is zijn beroep uit te oefenen wegens middelenmisbruik. Daarom wordt zijn BIG-registratie doorgehaald en wordt hij geschorst totdat deze beslissing onherroepelijk is.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8642

    De inspectie klaagt over een fysiotherapeut die herhaaldelijk opioïden (zoals oxycodon en fentanyl) gestolen heeft bij werkgevers en patiënten en onder invloed daarvan zorg heeft verleend. De fysiotherapeut heeft deze feiten erkend en geen verweer gevoerd. Het college acht de klacht gegrond. De fysiotherapeut heeft zowel de eerste als de tweede tuchtnorm van de Wet BIG geschonden. Zijn handelen heeft de patiëntveiligheid in gevaar bracht en het vertrouwen in de zorg ernstig geschaad. Er is sprake van een langdurige verslavingsproblematiek met een hoog risico op terugval. Gezien de ernst, de kans op herhaling en het risico voor patiënten, legt het college de zwaarste maatregel op te weten doorhaling uit het BIG-register en tevens een onmiddellijk ingaand algemeen beroepsverbod in de individuele gezondheidszorg.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:1 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-892/DH/RO/D

    Verzoek 60b toegewezen: schorsing en voorziening (waarnemer). Uit de weergegeven feiten en verweerster verklaringen en antwoorden op gestelde vragen ter zitting blijkt de raad dat het contact van verweerster zodanig (ernstig) verstoord is dat zij op dit moment niet in staat kan worden geacht haar praktijk behoorlijk uit te oefenen, ook gelet op het feit dat verweerster als Wvggz-advocaat bijzonder kwetsbare cliënten bijstaat.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8194

    Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:13 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-506/AL/NN

    Verzetbeslissing. Het verzet van klager is door de raad ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8636

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft meerdere verzoeken tot een zorgmachtiging met betrekking tot klager geïnitieerd. Klager verwijt verweerder onder meer geen of onjuiste diagnoses te hebben gesteld en onjuiste behandelingen te hebben toegepast. Het college oordeelt dat de psychiater inzichtelijk en deugdelijk heeft onderbouwd op grond waarvan de diagnose passend is. De verleende zorgmachtigingen legitimeerden de op hem toegepaste verplichte zorg. De aan klager verstrekte medicatie zijn ook passend bij de behandeling van de psychiatrische klachten van klager. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:9 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-639/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:10 Hof van Discipline 's Gravenhage 240335H

    Herzieningsverzoek, niet-ontvankelijk. Artikel 1.3 herzieningsprotocol niet van toepassing. Verzoeker komt geen beroep toe op artikel 6 EVRM. De door verzoeker daarbuiten aangevoerde omstandigheden, wat daar verder ook van zij, en de door verzoeker aangehaalde uitspraken zijn ook geen reden om van het herzieningsprotocol af te wijken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:8 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-638/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerster met opzet een foto in het geding gebracht met de onjuiste mededeling dat klager op die foto staat, als gevolg waarvan klager ten onrechte strafrechtelijk zou zijn veroordeeld en hij zijn kinderen niet meer zou zien. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8195

    Klacht tegen een arts kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van anios (zaalarts) de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8906

    Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige naar aanleiding van een geweldsincident in het ziekenhuis.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:6 Hof van Discipline 's Gravenhage 250335

    Hoger beroep te laat. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:11 Hof van Discipline 's Gravenhage 250372

    Hoger beroep tegen beslissing op verzet. Appelverbod, dat specifiek betrekking heeft op de beslissing op verzet. Daarom gaat dit appelverbod voor de algemene beroepsbepaling van artikel 56 Advocatenwet. Van strijd met het EVRM is geen sprake. Er kan alleen een uitzondering op het appelverbod worden gemaakt als de procedure bij de raad geen eerlijk proces betrof doordat bij de behandeling van het verzet door de raad een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Klager heeft hierop geen beroep gedaan. Ook overigens is het hof niet gebleken dat klager bij de raad geen eerlijk proces heeft gehad. Klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8196

    Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9133

    Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De voorzitter kan niet vaststellen dat de verpleegkundige betrokken was.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:7 Hof van Discipline 's Gravenhage 250068

    Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij bij het leggen van pandhoudersbeslag. Klager verwijt verweerder dat hij artikel 21 Rv heeft geschonden door cruciale informatie weg te laten uit het verzoekschrift ex artikel 496 lid 2 Rv. Het hof oordeelt dat de klacht gegrond is. Het hof ziet echter aanleiding de aan verweerder opgelegde maatregel van schorsing te wijzigen in een berisping. Voor zover verweerder heeft aangevoerd dat de raad buiten de klachtomschrijving is getreden volgt het hof hem niet. De in dit kader door verweerder aangevoerde punten maken onderdeel uit van de motivering van de maatregel. Het staat de tuchtrechter vrij feiten en omstandigheden in aanmerking te nemen die niet ten grondslag liggen aan de gegrondverklaring van een klacht om te komen tot een passende maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:12 Hof van Discipline 's Gravenhage 250341

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De vangnetbepaling van artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld voor situaties waarin sprake is van verplichte zorg. Daarvoor is er de procedure van artikel 1:7 lid 1 Wvggz. Verder moet een aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 lid 1 Advocatenwet worden gedaan bij de deken in het arrondissement waar de zaak moet dienen. Daarnaast heeft klager, ondanks het verzoek daartoe van de deken, geen (relevante) informatie gegeven, of concrete stukken aangeleverd, waaruit blijkt wat voor procedure klager wenst te beginnen, wat de haalbaarheid van die procedure is, of die procedure in Midden-Nederland gevoerd dient te worden en of daarbij de rechtsbijstand van een advocaat verplicht is. Daarmee heeft klager zijn verzoek onvoldoende onderbouwd en kon de deken niet beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet was voldaan, zodat ook dit verzoek door de deken op juiste gronden is afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8197

    Klacht tegen een arts kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van anios (zaalarts) de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:8 Hof van Discipline 's Gravenhage 250320

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om te klagen over de werkwijze van de deken bij het al dan niet in behandeling nemen van een klacht. Klaagster heeft ook geen belang meer bij dit klachtonderdeel nu de klacht door de deken in behandeling is genomen. In zoverre is de klacht ook prematuur, aangezien nu eerst de procedure bij verweerder moet worden doorlopen, voordat klaagster de mogelijkheid heeft dit aan de orde te stellen bij de raad. Het klachtrecht is er ook niet voor bedoeld is om te klagen over de klachtomschrijving. Daar is de procedure bij de raad voor. Bovendien heeft verweerder ook klaagsters bezwaren tegen de klachtomschrijving in het onderzoek naar de klacht heeft betrokken. Gelet daarop is ook deze klacht prematuur en niet bedoeld voor onderhavige klachtprocedure.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:10 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-765/AL/GLD

    voorzittersbeslissing over eigen advocaat. Uit de stukken volgt dat klager met de financiële afspraken voor het optreden door verweerster in een schadestaatprocedure heeft ingestemd waarna verweerster op betalende basis voor klager aan de slag is gegaan. Uit de opdrachtbevestiging volgt ook dat door verweerster is onderzocht dat klager niet voor de kosten voor rechtsbijstand was verzekerd en klager niet voor gefinancierde rechtshulp in aanmerking kwam. Dat klager in een andere kwestie een toevoeging heeft gekregen, maakt nog niet dat verweerster die kon gebruiken. Dat heeft zij ook niet gedaan. Voor zover verweten wordt dat alsnog een toevoeging had kunnen worden aangevraagd door verweerster, staat vast dat het kantoor van verweerster klager meermaals heeft laten weten geen zaken op basis van gefinancierde rechtsbijstand te doen. Dat staat een advocaat vrij. Van het onder druk zetten van klager om te betalen, is de voorzitter evenmin gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8192

    Klacht tegen een anesthesioloog kennelijk ongegrond. Verweerder heeft in zijn hoedanigheid van anesthesioloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerder voorafgaand aan het overlijden van patiënte.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:9 Hof van Discipline 's Gravenhage 250062

    Klaagsters hebben een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij in een procedure bij de Ondernemingskamer. In hoger beroep is niet in geschil dat verweerder meerdere brieven naar de Ondernemingskamer heeft gestuurd, zonder daarvan een afschrift te sturen aan de wederpartij en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerder is echter van mening dat de klacht over dit handelen niet-ontvankelijk is, omdat sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel. Verder voert verweerder in hoger beroep aan dat, als de klacht al ontvankelijk is, aan hem een te zware maatregel is opgelegd. Het hof oordeelt dat niet sprake is van ne bis in idem. Met betrekking tot de maatregel staat feitelijk vast dat verweerder met opzet de naar de Ondernemingskamer gestuurde brieven niet aan de wederpartij heeft gestuurd om deze op achterstand te zetten. Het hof acht deze opzet verzwarend voor de maatregel. De maatregel wordt bevestigd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:11 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-775/AL/OV

    voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerster afgaan op de van haar cliënte/ werkgever van klager verkregen informatie over - onder meer - het feit dat klager al zou beschikken over de opnieuw bij haar opgevraagde documenten en informatie. Bij haar optreden heeft verweerster naar het oordeel van de voorzitter ook ruim voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klager die geen juridische bijstand had. Dat verweerster informatieblokkades heeft opgeworpen, klager heeft genegeerd of afgewimpeld, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Dat klager dit anders heeft ervaren en het niet eens was met de in zijn ogen patroonmatige onbalans in het hele traject, is vervelend voor hem, maar dat alleen is onvoldoende om verweerster daarvan tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8666

    Klager verwijt de psychiater dat hij meerdere malen opgenomen is geweest zonder psychische diagnose. Ook verwijt klager de psychiater dat hij op onjuiste gronden een zorgmachtiging heeft aangevraagd, dat hij een valse verklaring heeft afgelegd en dat hij een telefonisch gesprek heeft afgekapt. Klager is in de klacht over de onterechte opname niet ontvankelijk omdat dit klachtonderdeel onvoldoende concreet is. De overige klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond omdat het niet kan worden vastgesteld of omdat de psychiater niet betrokken was bij het handelen waarover geklaagd wordt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8664

    Klacht tegen een psychiater deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klager verwijt de psychiater dat hij meerdere malen is opgenomen zonder psychische diagnose en dat zijn klachten over de dwangmedicatie zijn weggewimpeld. Klager is in de klacht over de onterechte opname niet ontvankelijk omdat dit klachtonderdeel onvoldoende concreet is. De overige klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond. Uit het dossier bleek dat er voldoende aandacht was voor de klachten die klager ervoer door de medicatie.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8193

    Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:12 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-477/AL/MN

    Klacht over advocaat wederpartij. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder zonder nader onderzoek afgaan op de van zijn cliënte ontvangen feitelijke informatie en als partijdige belangenbehartiger stellingen innemen zoals gedaan. Of verweerder bevoegd was om namens het nieuwe bestuur van klaagster op te treden in geschillen tegen het oude bestuur is een juridische vraag waarover tussen partijen procedures zijn gevoerd. Ongegrond.