Zoekresultaten 1-50 van de 3728 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8423

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De minderjarige zoon van klaagster is doorverwezen naar de tandarts. Klaagster verwijt de tandarts dat hij een behandeltraject heeft voorbereid zonder haar toestemming als gezaghebbende ouder en haar daarbij niet heeft geïnformeerd. Daarnaast klaagt zij over een onterechte melding bij Veilig Thuis, onjuiste gegevens in het dossier en over grensoverschrijdend en discriminerend gedrag. Het college oordeelt dat de tandarts, gelet op de aard van de voorgenomen behandeling en zijn wetenschap van gezamenlijke gezagsuitoefening en een conflictueuze scheidingssituatie, klaagster in een eerder stadium actief moeten informeren en haar toestemming had moeten verkrijgen alvorens het behandeltraject in gang te zetten. In het contact met Veilig Thuis heeft de tandarts onvoldoende zorgvuldig gehandeld door het overleg niet anoniem te voeren. De overige klachtonderdelen zin ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8743

    Klacht van de IGJ tegen een anesthesioloog-intensivist. De IGJ verwijt de anesthesioloog dat hij in strijd met de Geneesmiddelenwet enoximon in de thuissituatie heeft voorgeschreven terwijl het daar niet voor is geregistreerd. Ook heeft de anesthesioloog volgens de IGJ daarbij de zorgvuldigheidseisen niet in acht genomen door niet (vooraf) te overleggen met de huisarts van de patiënte en haar onvoldoende te monitoren tijdens het gebruik van het middel. Het college komt tot het oordeel dat de anesthesioloog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht gegrond is. Het college legt de anesthesioloog de maatregel van doorhaling in het BIG-register met onmiddellijke ingang op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:53 Raad van Discipline Amsterdam 25-496/A/NH

    Verzet ongegrond; er hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8907

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een MKA-chirurg. De MKA-chirurg wilde de door klager gewenste behandeling (het plaatsen van implantaten in de bovenkaak) niet uitvoeren. Klager verwijt de MKA-chirurg dat hij geweigerd heeft om zorg te verlenen zonder medische onderbouwing, dat hij geen alternatieve behandelopties heeft besproken en klager niet heeft doorverwezen. Het college kan de beslissing van de MKA-chirurg goed volgen, de gewenste behandeling was niet geïndiceerd. De klacht over doorverwijzing is niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:54 Raad van Discipline Amsterdam 25-736/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat ongegrond. Dat de werkzaamheden van verweerder onder de maat zijn geweest, is de raad niet gebleken. Evenmin heeft de raad kunnen vaststellen dat verweerder zich onvoldoende partijdig heeft opgesteld voor klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8908

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een MKA-chirurg. Klager heeft bij de kliniek waar de MKA-chirurg werkzaam is een klacht ingediend. De MKA-chirurg was aanwezig bij een gesprek over de klacht. Klager verwijt de MKA-chirurg dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de klachtafhandeling en dat zij hem geen verwijzing heeft gegeven naar een andere zorginstelling. Klager is wel ontvankelijk in de klacht, maar alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:55 Raad van Discipline Amsterdam 25-788/A/NH

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht van één van drie verdachten in een strafzaak over de dienstverlening van verweerder in de piketfase. Gelet op de beperkte kennis waarover verweerder in de piketfase beschikte en de grote tijdsdruk waaronder hij moest handelen, kon verweerder in redelijkheid tot het oordeel komen dat geen sprake was van een tegenstrijdig belang, noch van een voorzienbaar risico daarop (geen schending gedragsregel 15). In de omstandigheden van dit geval, waarbij verweerder kortstondig in het weekend piketbijstand heeft verleend, niet over contactgegevens van klaagster beschikte en waarbij hij zijn bijstand na het weekend meteen overdroeg aan een andere advocaat, valt het in tuchtrechtelijke zin evenmin aan te rekenen dat verweerder niet schriftelijk heeft bevestigd dat hij zijn bijstand aan de medeverdachten met klaagster heeft besproken (geen schending gedragsregel 16 lid 1).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8433

    Voorzittersbeslissing. Klager is niet-ontvankelijk omdat hij niet klachtgerechtigd is. De voorzitter ziet niet in dat er sprake is van een geschaad belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Klager niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:56 Raad van Discipline Amsterdam 25-688/A/A

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door onduidelijkheid te laten bestaan over de hoedanigheid waarin hij optrad (schending gedragsregel 9), door derden te betrekken in e-mailcorrespondentie waar zij geen betrokkenheid bij hebben en door zich tot tweemaal toe tot de rechtbank te wenden zonder gelijktijdige toezending van die berichten aan de advocaat van klagers (schending gedragsregel 21 lid 1). Gelet op de ernst en aard van dit handelen en gezien de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is een waarschuwing passend.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:71 Hof van Discipline 's Gravenhage 250213

    Bekrachtiging. Klacht niet-ontvankelijk. Verweerster heeft de ex-echtgenote van klager bijgestaan in de echtscheidingsprocedure tussen klager en zijn ex-echtgenote. Klager kan zich niet vinden in de manier waarop verweerster de echtscheidingszaak heeft behandeld, omdat zij volgens klager niet bereid was om tot een minnelijke oplossing te komen. Daarover heeft klager een klacht ingediend (klachtonderdeel a). De klacht houdt verder in dat declaraties van verweerster voor de door haar verleende rechtsbijstand vanuit één of meerdere B.V.’s zijn betaald. De raad heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard. De raad heeft overwogen dat klachtonderdeel a niet binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend, en dat klager door klachtonderdeel b, voor zover de klacht al juist zou zijn, niet rechtstreeks in zijn belang is getroffen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:51 Raad van Discipline Amsterdam 26-065/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in nalatenschapskwestie. Verweerder heeft in het verzoekschrift in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen de standpunten van zijn cliënten naar voren gebracht. De voorzitter begrijpt dat klager zich door de inhoud van het verzoekschrift en de daarin gedane uitlatingen over zijn persoon beledigd voelt, maar is van oordeel dat van onnodig grievende uitlatingen geen sprake is geweest. De uitlatingen zijn gedaan in de context van een verzoekschriftprocedure over de schorsing dan wel het ontslag van klager als executeur-testamentair van de nalatenschap van de moeder van partijen. In dat kader stond het verweerder vrij om de standpunten van zijn cliënten te formuleren zoals hij dat heeft gedaan op grond van de informatie die hij voor dat doel van zijn cliënten heeft gekregen. Klager kan tegen de gebruikte informatie en de daarop gebaseerde standpunten van zijn broer en zus verweer voeren in de verzoekschriftprocedure en het is uiteindelijk aan de civiele rechter om daarover te oordelen. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:72 Hof van Discipline 's Gravenhage 250178

    Bekrachtiging. Waarschuwing. Verweerder is de advocaat van klagers wederpartij in een civiele kwestie. Daarin gaat het - kort gezegd - om de vraag of de donorovereenkomst die klager en zijn wederpartij hebben gesloten op een rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen. Op een bepaald moment heeft verweerder klager in die kwestie gedagvaard. Verweerder heeft de zaak uiteindelijk niet voor de rechter gebracht. Klager vindt dat verweerder door hem te dagvaarden, en vanwege de inhoud van de dagvaarding en de gang van zaken daarna, tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht bestaat uit vijf onderdelen. De Raad van Discipline heeft de klacht op één onderdeel, ten aanzien van het rauwelijks dagvaarden van klager door verweerder, gegrond verklaard. De andere vier klachtonderdelen heeft de raad ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:52 Raad van Discipline Amsterdam 25-519/A/A

    Tussenbeslissing; verzet gegrond; zaak wordt voor nader onderzoek terugverwezen naar de deken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8625

    Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klager verbleef in de PI en bezocht een paar keer de tandarts. Hij verwijt de tandarts, samengevat, ernstige en aanhoudende nalatigheid in de tandheelkundige zorg. Verzoeken om hulp zouden zijn afgewezen met als argument dat klager deze zorg buiten de PI moest organiseren. Het college is van oordeel dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8812

    Klacht tegen een verpleegkundig specialist kennelijk ongegrond. Klager werd verwezen naar de specialistische GGZ vanwege een hoge dosering medicatie bij ADHD en een verslavingsverleden. De verpleegkundig specialist werd vanaf april 2025 zijn regiebehandelaar en besloot, samen met de betrokken psychiater, de medicatie af te bouwen. Klager verwijt de verpleegkundig specialist, samengevat, het onvoldoende voeren van regie en onverantwoord en zonder overleg afbouwen van de medicatie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundig specialist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8813

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager werd verwezen naar de specialistische GGZ vanwege een hoge dosering medicatie bij ADHD en een verslavingsverleden. De psychiater werd betrokken bij het voorschrijven van zijn medicatie en besloot, samen met de betrokken verpleegkundig specialist, de medicatie af te bouwen. Klager verwijt de psychiater, samengevat, het onverantwoord afbouwen van de medicatie zonder overleg met klager, het fouten maken in correspondentie en negeren van het recht op een second opinion. Het college is van oordeel dat de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8291 en Z2025/8292

    Ongegronde klacht tegen een psychiater/psychotherapeut. Klager was vanwege een depressieve stoornis onder behandeling bij de organisatie waar verweerder werkte. Verweerder was bij de behandeling betrokken. Klager verwijt verweerder onder meer dat niet werd ingegrepen bij tekenen van suïcidaliteit, gemaakte afspraken niet werden nagekomen en dat de begeleiding tijdens het ECT-traject onvoldoende was.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8293

    Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog over de behandeling van klager. Klager was vanwege een depressieve stoornis onder behandeling bij de organisatie waar verweerder werkte. Verweerder was als regiebehandelaar bij de behandeling betrokken. Klager verwijt verweerder onder meer dat niet werd ingegrepen bij tekenen van suïcidaliteit, gemaakte afspraken niet werden nagekomen en dat de begeleiding tijdens het ECT-traject onvoldoende was.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8205

    Kennelijk ongegronde klacht tegen longarts. Geen sprake van het stellen van een diagnose zonder enig onderzoek en het college heeft niet kunnen vaststellen dat de longarts zich onprofessioneel heeft gedragen tegen de patiënt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:42 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2879

    Klacht tegen een KNO-arts. Klager verwijt de KNO-arts dat hij verwijtbaar heeft gehandeld, omdat hij bij het uitvoeren van het oortoilet bij het linkeroor van klager dit linkeroor heeft ‘stukgezogen’. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8944

    Kennelijk ongegronde klacht tegen KNO-arts. Klager verwijt de arts dat zij hem heeft gediscrimineerd door hem zorg te onthouden omdat klager rookt. Ook zou zij een ongepaste opmerking hebben gemaakt. In- en uitwendige scheefstand en gezwollen slijmvliezen. Medicatie vanwege gezwollen slijmvliezen. Behandelplan primair gericht op verhelpen van de neusblokkade, met een inwendige neuscorrectie als mogelijke oplossing. Belang van stoppen met roken besproken, gelet op de mogelijkheid van complicaties. Beleid navolgbaar en in overeenstemming met de geldende richtlijnen. Ongepaste opmerking kan niet worden vastgesteld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:43 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2936 en C2025/2978

    Klaagster heeft een onderzoek ondergaan bij de psychiater naar een mogelijke autismespectrumstoornis. De psychiater heeft na twee gesprekken geconcludeerd dat bij klaagster geen sprake is van ASS, maar hooguit van een communicatiestoornis. De klacht van klaagster gaat over de bejegening en over de wijze van onderzoek. Daarnaast is klaagster van mening dat de psychiater een verkeerde diagnose heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een deel gegrond verklaard en de psychiater daarvoor de maatregel van berisping opgelegd. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal de klacht op twee extra onderdelen gegrond verklaren en bepalen dat kan worden volstaan met handhaven van de maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8097

    Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte. voorheen bekend als de ziekte van Wegener. Klaagster verwijt de internist dat zij geen regie heeft genomen, dat zij de diagnose GPA eerder had moeten stellen en dus ook eerder met de behandeling had moeten starten. De klacht is ongegrond. Het beleid was tijdens klaagsters eerste opname volgens de richtlijnen en er was geen aanleiding om van de richtlijnen af te wijken. Bij de tweede opname was er wellicht aanleiding om eerder met de behandeling te starten, maar bestond nog steeds geen duidelijkheid over de diagnose. De vertraging van enkele dagen in de aanvang van de behandeling door nog eens met een expertisecentrum te overleggen, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De internist was slechts één van de vele artsen die bij klaagster aan het bed zijn geweest. Zij bepaalde niet het beleid. Het lag niet op haar weg om (eenzijdig) een diagnose te stellen en/of om een - met reden - uitgestelde behandeling te starten.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:44 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2972

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft klaagster gesproken en geconcludeerd dat er bij klaagster sprake was van een manisch toestandsbeeld vermoedelijk in het kader van een bipolaire 1 stoornis, waarvoor hij medicatie heeft voorgeschreven. Klaagster verwijt de psychiater dat hij zijn conclusie op een verkeerde basis heeft getrokken en ze is het niet eens met (de dosering van) de voorgeschreven medicatie. De psychiater stelt dat hij zijn conclusie op goede gronden heeft gebaseerd en dat de medicatie bedoeld was ter voorkoming van een crisisopname. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klaagster verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2722

    Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een auto-ongeval. De bedrijfsarts heeft de verzuimbegeleiding van klager op zich genomen. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij de re-integratie van klager niet (goed) heeft begeleid, geen eigen onderzoek heeft gedaan, medische gegevens van klager met zijn werkgever heeft besproken terwijl zij daarvoor geen toestemming had gekregen, niets heeft gedaan met de bevindingen van de psycholoog van klager en de dreiging van de werkgever met een loonstop en onterecht een arbeidsconflict als oorzaak van de arbeidsongeschiktheid heeft aangemerkt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt daarom het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2980

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De moeder van klaagster (patiënte) was onder behandeling bij de huisarts. Patiënte was bekend met onder andere diabetes en een hoge bloeddruk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende adequaat heeft gereageerd op de klachten van patiënte en haar onvoldoende zorg heeft verleend, waardoor zij uiteindelijk een hersenbloeding heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden en verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8098

    Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte, voorheen bekend als de ziekte van Wegener. Klaagster verwijt de internist dat zij geen regie heeft genomen, dat zij de diagnose GPA eerder had moeten stellen en dus ook eerder met de behandeling had moeten starten. De klacht is ongegrond. Het beleid was tijdens klaagsters eerste opname volgens de richtlijnen en er was geen aanleiding om van de richtlijnen af te wijken. Bij de tweede opname was er wellicht aanleiding om eerder met de behandeling te starten, maar bestond nog steeds geen duidelijkheid over de diagnose. De vertraging van enkele dagen in de aanvang van de behandeling door nog eens met een expertisecentrum te overleggen, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8094

    Kennelijk ongegronde klacht tegen radioloog. Klager verwijt de radioloog zonder toestemming zijn medisch dossier te hebben ingezien terwijl verweerder geen enkele rol had in de behandeling van klager. Het college oordeelt dat de radioloog op medisch-inhoudelijke gronden betrokken was bij de behandeling van klager en in dat kader het medisch dossier mocht raadplegen, de radioloog niet wist dat klager bij de klachtenfunctionaris had aangegeven dat hij niet wilde dat de radioloog zijn dossier zou inzien en de radioloog zich niet had gerealiseerd dat door hem te beoordelen thoraxfoto van degene was met wie hij een zakelijk geschil heeft.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:40 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2817

    Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij, ondanks verzoeken van klager en ondanks duidelijke signalen omtrent zorgen over de veiligheid van klagers kind en van andere kinderen, geen melding heeft gedaan bij Veilig Thuis. Klager verwijt de huisarts verder dat hij – door in zijn verweer tegen de klacht van klager gebruik te maken van het medisch dossier van klager – de privacy van klager ernstig heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8099

    Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte. voorheen bekend als de ziekte van Wegener. De nefroloog (internist, gespecialiseerd in nierziektes) heeft desgevraagd enkele malen advies gegeven aan behandelaars. Klaagster verwijt de nefroloog dat hij geen regie heeft genomen en nooit heeft gecontroleerd of zijn adviezen zijn opgevolgd. De klacht is ongegrond. De nefroloog was niet een van de behandelaars van klaagster. Een arts aan wie om advies wordt gevraagd door een collega, heeft slechts een adviserende taak. Hij stelt geen diagnose en hoeft niet na te gaan of zijn advies al dan niet door de behandelaars wordt opgevolgd. Het is aan de behandelaars om te beslissen wat zij met het verkregen advies doen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8222

    Kennelijk ongegronde klacht tegen longarts. Niet gebleken dat de longarts heeft medegedeeld dat klaagster zou komen te overlijden en afscheid moest nemen van haar kinderen. Niet toedienen ivermectine voor COVID-19 was conform richtlijnen. Geen sprake van niet serieuze of niet adequate bejegening door de longarts.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:41 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2838

    Klacht tegen een huisarts. Klager is [gezaghebbende] de vader van een dochter, over wie hij het ouderlijk gezag heeft. Met het oog op een ondertoezichtstellingsprocedure bij de rechtbank heeft de huisarts (niet de eigen huisarts van moeder of dochter) in opdracht van moeder, zonder toestemming van klager, de dochter onderzocht en een schriftelijke verklaring afgelegd. Klager verwijt de huisarts dat zij: 1. zijn dochter heeft onderzocht/behandeld zonder zijn toestemming als [gezaghebbende] ouder [met gezag]; 2. ongefundeerde en belastende uitlatingen heeft gedaan over klager en zijn dochter die haar competentiegebied overstijgen. Deze uitlatingen zijn in strijd met gegronde bevindingen van de bevoegde rechtbank en in strijd met de bevindingen van de door deze rechtbank aangestelde psycholoog-deskundige en de Raad voor de Kinderbescherming; 3. klager als [gezaghebbende] ouder geen informatie heeft gegeven over het onderzoek/behandeling van zijn dochter en over de mogelijkheden tot het indienen van een klacht over haar werkwijze. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen gegrond en legt de huisarts een gedeeltelijke ontzegging op van de bevoegdheid om haar beroep uit te oefenen, in die zin dat het verweerster niet is toegestaan om in de hoedanigheid van huisarts of arts schriftelijk en/of mondeling verklaringen of rapportages over personen af te geven, onder welke naam en van welke aard ook en ongeacht met welk doel, en bepaalt dat de maatregel onmiddellijk van kracht wordt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-592/AL/OV

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:32 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-842/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken van overtreding van de gedragsregels 15, 9 en 25. In zoverre ongegrond. Wel heeft verweerster onjuistheden gepresenteerd tijdens het bemiddelingsgesprek bij de deken. In zoverre gegrond. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit in de zin van artikel 10a Advocatenwet. De raad rekent verweerster dit handelen in strijd met de kernwaarde integriteit zwaar aan. Gelet op de aard van het gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijt acht de raad een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:69 Hof van Discipline 's Gravenhage 240381 240382

    Deze zaak betreft het handelen van een advocaat van gefailleerden. Het hoger beroep richt zich tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen a), e) en f). Klagers - curatoren - verwijten verweerder het medeplegen van witwassen, het niet voldoen aan de op hem rustende onderzoeks- en vergewisplicht in de zin van artikelen 7.1 en 7.3 Voda en handelen in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet neergelegde kernwaarde integriteit door het meewerken aan heling, bedrieglijke bankbreuk en/of valsheid in geschrift, althans het faciliteren van het onttrekken van gelden aan de faillissementsboedel. De raad van discipline heeft alle klachtonderdelen (a) tot en met f)) ongegrond verklaard. Het hof sluit zich bij dat oordeel van de raad aan en bekrachtigt het oordeel van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:33 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-069/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over handelen in strijd met meldingsplicht op grond van Wwft kennelijk-niet ontvankelijk omdat uit de overgelegde stukken op geen enkele wijze is gebleken dat klager door het vermeend handelen van verweerder direct in zijn belang is getroffen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-797/AL/GLD

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een langdurig erfrechtelijk geschil. Na een deels uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is verkoop van een onroerende zaak uit de nalatenschap bevolen met benoeming van een rentmeester voor de verkoop en zo nodig machtiging tot verkoop op basis van dat vonnis bij uitblijven toestemming van de cliënt van verweerder. Die cliënt heeft hoger beroep ingesteld. Verweerder heeft daarna de rentmeester schriftelijk gewezen op de gevolgen van de verkoop tegen de kennelijke wil van zijn cliënt. De rentmeester heeft daarna de verkoop opgeschort totdat partijen overeenstemming hadden bereikt. Naar het oordeel van de raad stond het verweerder vrij om als partijdige belangenbehartiger zijn brieven aan de rentmeester te sturen. De advocaat van klager kon daarop reageren, en heeft dat ook gedaan. Van een dreigende toonzetting is geen sprake geweest. Dat is zo ook niet door de rentmeester opgevat. De beslissing van de rentmeester kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:70 Hof van Discipline 's Gravenhage 250021 250022 250023 250024

    Deze zaak betreft een klacht over twee advocaten die rechtsbijstand hebben verleend, de advocaat-klachtfunctionaris en een advocaat-bestuurder van een advocatenkantoor. Klagers verwijten verweerders onvoldoende zorgvuldigheid en/of onvoldoende deskundigheid te hebben betracht in de wijze waarop zij twee zaken van klagers hebben behandeld. De Raad van Discipline heeft klagers 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9 niet-ontvankelijk verklaard voor zover de klacht is gericht op het geschil met de familie A. De raad heeft de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het hof sluit zich aan bij dat oordeel van de raad. De klacht is ook in hoger beroep op alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:34 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-070/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over handelen in strijd met meldingsplicht op grond van Wwft kennelijk-niet ontvankelijk omdat uit de overgelegde stukken op geen enkele wijze is gebleken dat klager door het vermeend handelen van verweerder direct in zijn belang is getroffen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-887/AL/MN

    voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager. Niet is gebleken van grievende uitlatingen, schending vertrouwelijkheid of onvoldoende professionele distantie van verweerder. Deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8295

    Ongegronde klacht tegen een reumatoloog. Klaagster is circa 5 maanden onder behandeling geweest van de reumatoloog. Klaagster verwijt de reumatoloog onder meer dat zij te lang en in een te hoge dosering Prednisolon heeft voorgeschreven. Het college stelt vast dat bij klaagster sprake was van een ernstige aandoening waarvoor snelle en adequate onderdrukking van ziekteactiviteit noodzakelijk was. Het voorschrijven van hoge doseringen Prednisolon was hierbij gebruikelijk en medisch geïndiceerd. Uit het dossier blijkt dat de reumatoloog de ziekteactiviteit van klaagster structureel heeft gemonitord en het beleid telkens heeft aangepast aan het beloop van de aandoening. Dat achteraf is geoordeeld dat eerder of sneller afbouwen mogelijk was geweest, maakt niet dat de reumatoloog ten tijde van haar handelen buiten de grenzen van een redelijk bekwame en redelijk handelende reumatoloog is getreden. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:62 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-081/AL/NN

    voorzittersbeslissing. Klacht over bestuurder van een kantoor. Verweerster was op de achtergrond op de hoogte van de weigering van een kantoorgenoot om wegens betalingsachterstand van klagers op grond van het kantoorbeleid op enig moment haar opdracht neer te leggen. Ook was verweerster als bestuurder op de hoogte van de gang van zaken bij de klachtenfunctionaris. Verweerster heeft naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gehandeld richting klagers. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8397

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een physician assistant (PA). Klaagster verwijt de PA dat zij onvoldoende zorg heeft verleend en dat zij, na klaagsters uitschrijving uit de huisartsenpraktijk waar de PA werkzaam is, het medisch dossier niet tijdig aan de nieuwe huisarts heeft overgedragen. Het college oordeelt dat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor het verwijt dat zij onvoldoende zorg heeft verleend. De PA heeft juist veel inspanning geleverd in de behandeling, terwijl klaagster hier slechts deels op reageerde. De overdracht van het medisch dossier aan de nieuwe huisarts was een administratieve handeling waarbij de PA niet betrokken was en ook niet betrokken hoefde te zijn.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:63 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-106/AL/GLD

    voorzittersbeslissing. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht over verweerder omdat hij te laat heeft geklaagd. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is de voorzitter niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-484/AL/NN/D

    Verweerster heeft in drie zaken samengewerkt met een voormalige advocaten. Deze voormalige advocaat is vóór deze samenwerking door de Raad van Discipline van het tableau geschrapt en hij was ten tijde van deze samenwerking daarom geen advocaat meer. Desondanks heeft de voormalige advocaat deze zaken behandeld en dat gebeurde niet onder de verantwoordelijkheid van verweerster. Zij heeft in die zaken feitelijk slechts gefungeerd als doorgeefluik. Verweerster heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden onafhankelijkheid, deskundigheid en integriteit. De raad rekent dit verweerster zwaar aan. Bij de oplegging van de maatregel houdt de raad verder sterk rekening met het tuchtrechtelijke verleden van verweerster. De raad heeft haar tweemaal een voorwaardelijke schorsing opgelegd. Eén van die veroordelingen zag - net als de onderhavige zaak - mede op een samenwerking die ertoe heeft geleid dat zij niet volledig onafhankelijk is geweest en de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid en integriteit in gevaar heeft gebracht. Verder neemt de raad in aanmerking dat verweerster het verwijtbare van haar handelen niet inziet. Tijdens het onderzoek van de deken, in het door haar ingediende verweerschrift (waarin alle verwijzingen naar jurisprudentie onjuist of niet relevant zijn) en op de zitting van de raad heeft zij volhard in haar stelling dat zij op een correcte wijze heeft gehandeld. De raad is - rekening houdend met alle feiten en omstandigheden - van oordeel dat alleen kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke schorsing. De raad zal verweerster een schorsing opleggen voor de duur van twaalf weken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:47 Raad van Discipline Amsterdam 25-757/A/A 25-758/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. De raad stelt verder vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom niet-ontvankelijk. Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:31 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-452/DB/LI

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:48 Raad van Discipline Amsterdam 26-033/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht is (kennelijk) niet-ontvankelijk. Er is sprake van misbruik van recht en van een schending van het ne bis in idem-beginsel. Deze klacht ziet (wederom) op het handelen van verweerder in het geschil tussen klager en F. Daarnaast is (ook) sprake van een overschrijding van de termijn zoals genoemd in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/01

    De klager heeft meerdere klachten ingediend over het handelen van de notaris als privépersoon. Daarbij heeft de klager zich grievend en respectloos uitgelaten over de notaris. Voorzittersbeslissing: klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht. Van de notaris kan in redelijkheid niet langer worden gevraagd dat hij zich blijft verweren tegen dit soort “processtukken”. Mogelijke volgende klachten die voortvloeien uit of samenhangen met de bestaande privégeschillen en processtukken waarin de klager zich grievend en respectloos uitlaat over de notaris zal de kamer niet meer in behandeling nemen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:49 Raad van Discipline Amsterdam 25-903/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de belangen van klager behartigd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Verweerder heeft klager adequaat geïnformeerd over hoe klagers zaak ervoor stond en welk verweer het beste kon worden gevoerd om ontruiming te voorkomen. Dat verweerder klager niet in al zijn wensen en eisen heeft gevolgd, leidt niet tot de conclusie dat verweerder is tekortgeschoten in zijn dienstverlening. Aan verweerder komt als dominus litis immers de vrijheid toe de zaak te behandelen zoals hem dat juist voorkomt.