Zoekresultaten 1-20 van de 4210 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:143 Hof van Discipline 's Gravenhage 240046H
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:143
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk. De beslissing waar verzoekster zich op heeft beroepen (ECLI:NL:TAHVD:2022:141) betrof een beklag tegen een weigering van een deken om een advocaat toe te wijzen. Voor die procedures op grond van artikel 13 Advocatenwet, waarin de positie van een klager wezenlijk anders is dan in een klachtprocedure, heeft het hof een uitzondering gemaakt. Nu het hier echter een klachtprocedure betreft tegen een andere advocaat doet de uitzondering die het hof heeft gemaakt zich niet voor.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:91 Raad van Discipline Amsterdam 25-693/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:91
Raadsbeslissing; ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8565
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:104
Klaagster verwijt de klinisch psycholoog dat zij ten onrechte is behandeld voor een persoonlijkheidsstoornis zonder dat een diagnose is gesteld en zonder haar toestemming. De klinisch psycholoog is op basis van een zorgvuldige afweging tot de diagnose gekomen en heeft het diffuse karakter van de problematiek van klaagster in acht genomen. Geen sprake van een onjuiste declaratie. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:144 Hof van Discipline 's Gravenhage 250334
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:144
Voorvragen over de ontvankelijkheid en omvang van het hoger beroep. Appelverbod. Verder geldt op grond van artikel 57 lid 4 Advocatenwet dat het hof onderzoek doet op grondslag van de beslissing van de raad. Dat betekent dat de klacht niet kan worden uitgebreid in hoger beroep. Hoger beroep ontvankelijk ten aanzien van één van de in totaal vijf klachtonderdelen. Verweerder was de wederpartij van klager in een procedure met betrekking tot de onderbewindstelling van een cliënte van klager. Verweerder was de advocaat van de bewindvoerder /mentor. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat klager zijn cliënte (financieel) heeft benadeeld en is in dat verband een procedure bij de Geschillencommissie Advocatuur gestart. Klagers verwijten verweerder dat hij in die procedure standpunten heeft aangevoerd waarvan hij wist, of behoorde te weten, dat deze onjuist zijn, dan wel zaken heeft weggelaten of onjuist heeft weergegeven. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Klagers zijn het met die beslissing niet eens en zijn in hoger beroep gekomen. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:92 Raad van Discipline Amsterdam 25-904/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:92
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerster onvoldoende voortvarend zou hebben opgetreden, of dat sprake is geweest van een verkeerde uitleg aan klager of een ontbrekend inzicht van verweerster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8417
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105
Ongegronde klachten tegen een internist-oncoloog en een chirurg. Beide klachten zijn ingediend door de patiënt; de zoon van klager. De patiënt had uitgezaaide galwegkanker in de lever. Na het overlijden van de patiënt heeft klager (de vader) de klacht doorgezet. De patiënt werd behandeld door de internist en geopereerd door de chirurg. Over deze behandelingen/operaties was de patiënt erg ontevreden. De patiënt heeft de internist en chirurg een groot aantal verwijten gemaakt, waaronder medische nalatigheid, schending informed consent en onvoldoende communicatie. De artsen hebben verweer gevoerd. Klachten ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:145 Hof van Discipline 's Gravenhage 250269
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:145
Verweerster was de advocaat van de wederpartij van klaagster in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerster heeft namens haar cliënt de rechtsgeldigheid betwist van een aantal in de arbeidsovereenkomst van haar cliënt opgenomen bedingen. Daarnaast heeft verweerster uitleg gegeven over waarom haar cliënt na zijn uitdiensttreding bij klaagster gebruik is blijven maken van het handelsgegevenssysteem van klaagster. Daarbij heeft verweerster zich volgens klaagster onnodig grievend over klaagster uitgelaten (klachtonderdeel a) en onjuiste informatie aan de rechter verstrekt (klachtonderdeel b). De Raad van Discipline in het ressort Den Haag heeft beide klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klaagster is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. Het Hof van Discipline bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:93 Raad van Discipline Amsterdam 26-032/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:93
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels gegrond. Verweerder heeft onvoldoende voortvarend opgetreden in zijn bijstand aan klager. Ook heeft verweerder klager niet goed op de hoogte gehouden van de stand van zaken en alle ontwikkelingen in de procedure van klager. Verweerder heeft klager nauwelijks meegenomen in de correspondentie met onder meer de wederpartij en de rechtbank, waardoor klager bijvoorbeeld niet op de hoogte was van de datum van een rolzitting en hij ook over veel overige informatie niet beschikte. Klager heeft bij verweerder meermaals en herhaaldelijk aangedrongen op het verstrekken van informatie en het verkrijgen van duidelijkheid over de voortgang van zijn zaak, maar verweerder gaf hier niet of nauwelijks gehoor aan. Verweerder heeft hiermee niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van hem in de gegeven omstandigheden kon en mocht worden verwacht. Dit valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, acht de raad de oplegging van een berisping passend.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8418
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:106
Ongegronde klachten tegen een internist-oncoloog en een chirurg. Beide klachten zijn ingediend door de patiënt; de zoon van klager. De patiënt had uitgezaaide galwegkanker in de lever. Na het overlijden van de patiënt heeft klager (de vader) de klacht doorgezet. De patiënt werd behandeld door de internist en geopereerd door de chirurg. Over deze behandelingen/operaties was de patiënt erg ontevreden. De patiënt heeft de internist en chirurg een groot aantal verwijten gemaakt, waaronder medische nalatigheid, schending informed consent en onvoldoende communicatie. De artsen hebben verweer gevoerd. Klachten ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:94 Raad van Discipline Amsterdam 25-707/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:94
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerder steken zou hebben laten vallen bij het aanbrengen van de procedure voor een Nederlandse rechter of dat hij op dit punt op enige andere wijze onzorgvuldig heeft gehandeld. Dat verweerder niet in overeenstemming heeft gehandeld met hetgeen er tussen klaagster en hem was afgesproken, is de raad evenmin gebleken. Het verwijt dat verweerder er zorg voor had moeten dragen om de auto aan klaagster ter beschikking te stellen, mist naar het oordeel van de raad feitelijke grondslag.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:95 Raad van Discipline Amsterdam 25-763/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:95
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak is deels gegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door haar declaraties aan de gezamenlijke onderneming te sturen. Klaagster dreigde hierdoor (aanvankelijk) mee te betalen aan de advocaatkosten van verweerster in een procedure die tegen klaagster zelf werd gevoerd. Alles overziend acht de raad de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9098
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:102
Gegronde klacht van de IGJ tegen een klinisch psycholoog. Een patiënte van verweerster heeft voorafgaand aan de behandelsessie psilocybinehoudende truffels gebruikt. Verweerster heeft daarmee ingestemd en de behandelsessies door laten gaan in de wetenschap van dat voorafgaande gebruik. Het staat vast dat verweerster deze behandeling heeft gefaciliteerd en heeft geïncorporeerd de behandeling. Hiermee heeft verweerster de beroepsnorm overschreden. Ook heeft zij hierover geen collegiaal overleg gevoerd en is zij tekortgeschoten in de dossierplicht. Verweerster heeft voorts als coach een tweedaagse retreat met psilocybine aangeboden. Dit heeft een dusdanige verwevenheid met haar BIG-registratie, valt onder de tweede tuchtnorm, en is in strijd met deze norm. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden, proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9099
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:103
Gegronde klacht van de IGJ tegen een psychotherapeut. Een patiënte van verweerster heeft voorafgaand aan de behandelsessie psilocybinehoudende truffels gebruikt. Verweerster heeft daarmee ingestemd en de behandelsessies door laten gaan in de wetenschap van dat voorafgaande gebruik. Het staat vast dat verweerster deze behandeling heeft gefaciliteerd en heeft geïncorporeerd de behandeling. Hiermee heeft verweerster de beroepsnorm overschreden. Ook heeft zij hierover geen collegiaal overleg gevoerd en is zij tekortgeschoten in de dossierplicht. Verweerster heeft voorts als coach een tweedaagse retreat met psilocybine aangeboden. Dit heeft een dusdanige verwevenheid met haar BIG-registratie, valt onder de tweede tuchtnorm, en is in strijd met deze norm. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden, proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 776618 / NT 25-34
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 21-04-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:3
Klacht 1. De kamer is van oordeel dat de notaris tijdens de bespreking van 5 maart weliswaar heeft geprobeerd klaagster en haar moeder correct voor te lichten, maar dat de notaris niet adequaat is omgegaan met de – naar het oordeel van de kamer – duidelijk hoorbare verwarring bij klaagster. (...) Het had in de gegeven omstandigheden eerder op de weg van de notaris gelegen om klaagster en haar moeder na de bespreking schriftelijk te berichten over hetgeen besproken was en de nog door de moeder van klaagster te ondernemen stappen samen te vatten. Dit geldt vooral waar klaagster, die ook aan de notaris had duidelijk gemaakt ernstig autistisch te zijn, de notaris kort na de bespreking duidelijk heeft gemaakt een en ander niet te begrijpen en hem heeft gevraagd uit te leggen hoe de schenking van de resterende € 4.000 gerealiseerd moest worden. Dat de notaris dit heeft nagelaten, is in strijd met de op hem rustende zorgplicht en valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Dat er uit de bespreking geen opdracht is voortgevloeid en dat de notaris geen kosten in rekening heeft gebracht, zoals door de notaris ter zitting aangevoerd, doet hier niet aan af. (...) De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook gegrond verklaren. Maatregel: berisping. Klacht 2. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij geen opdracht heeft gekregen voor de notariële boedelafwikkeling. De kamer heeft geen reden hieraan te twijfelen en klaagster heeft ook niet onderbouwd dat zij de notaris hiervoor wel opdracht heeft gegeven. Dat de notaris de boedelafwikkeling niet op zich heeft genomen, is hem daarom niet tuchtrechtelijk te verwijten. De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren. Klacht 3. Uit de door de notaris afgegeven verklaring van erfrecht blijkt dat klaagster en haar twee broers gedrieën gezamenlijk bevoegd zijn om de goederen die behoren tot de nalatenschap van moeder te beheren en daarover te beschikken. (...) Wat zich precies bij de bank heeft afgespeeld en om welke handtekening het ging waardoor klaagster haar broers ‘vrij spel’ zou geven, is de kamer niet duidelijk geworden. Desgevraagd heeft klaagster niet kunnen uitleggen waarvoor zij destijds haar handtekening moest zetten. Nu de inhoud van de verklaring van erfrecht geen onderwerp is van de klacht en het de kamer niet is gebleken dat de notaris klaagster hierover onjuist heeft geïnformeerd, zal de kamer ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:140 Hof van Discipline 's Gravenhage 250283
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:140
Het hof onderschrijft het oordeel van de raad dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld doordat hij in een familierechterlijk geschil onjuiste en schadelijke informatie over klager heeft verspreid. Verweerder heeft in de door hem ingediende processtukken in de procedure tussen zijn cliënte en klager over een omgangsregeling diverse zeer negatieve uitlatingen en beschuldigingen over klager gedaan, onder meer over het drugsgebruik van klager. Het hof is van oordeel dat verweerder, op basis van (een gebrek aan) de informatie die verweerder op het moment van deze uitlatingen had, niet deze sterk negatieve uitspraken en beschuldigingen aan het adres van klager had mogen doen. Verweerder heeft hiermee de belangen van klager in het familierechtelijk geschil onnodig geschaad. .
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:141 Hof van Discipline 's Gravenhage 250274
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:141
Verweerder heeft de opdracht tot het bijstaan van klager in een cassatieprocedure aanvaard. In de opdrachtbevestiging die aan klager is gestuurd, zijn de argumenten die de gemachtigde van klager naar voren gebracht wilde zien, niet opgenomen. Verweerder heeft vervolgens zonder overleg met klager of zijn gemachtigde een cassatieschriftuur ingediend bij de Hoge Raad. Ook daarin zijn de door gemachtigde van klager voorgestane argumenten niet opgenomen. Verweerder heeft verklaard dat hij dit telefonisch met klager heeft afgestemd, echter een schriftelijke bevestiging hiervan ontbreekt. Het hof is van oordeel dat het van essentieel belang is dat een advocaat belangrijke afspraken met de client schriftelijk vastlegt. In de -zeer korte- opdrachtbevestiging staan geen afspraken over de aanpak van de zaak. Indien verweerder de argumenten die klager, bij monde van zijn gemachtigde, niet aan de Hoge Raad had willen voorleggen, dan past dat enerzijds bij de vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt, maar geldt anderzijds dat verweerder daarover bij aanvaarding van de opdracht of nadien duidelijk had moeten zijn. Verweerder heeft op geen enkel moment, tijdens de aanvaarding van de opdracht noch daarna toen hij er achter kwam dat hij de argumenten die gemachtigde van klager niet wilde gebruiken, gecommuniceerd dat hij niet bereid was om deze argumenten in rechte naar voren te brengen. Verweerder heeft evenmin gevraagd of klager dan nog wel wilde dat hij in de cassatieprocedure voor hem zou optreden. Als verweerder telefonisch met klager heeft besproken dat hij de argumenten van de gemachtigde van klager niet zou opnemen, dan had verweerder dit schriftelijk moeten vastleggen. Dat heeft verweerder niet gedaan. Het verwijt van klager dat verweerder zijn werkzaamheden heeft verricht zónder acht te slaan op de specifieke wensen van klager, wordt versterkt doordat verweerder de cassatieschriftuur heeft ingediend zonder het concept aan klager voor te leggen. Als hij dat had gedaan, dan had klager -of zijn gemachtigde- gezien dat daarin niet stond wat de gemachtigde namens klager had gevraagd. Het argument van verweerder dat hij dominus litis is, maakt niet dat hij zonder meer zonder overleg met zijn client mag handelen. Als verweerder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid als advocaat bepaalde argumenten niet naar voren had willen brengen, dan had hij dit moeten communiceren en in het meest verstrekkende geval de opdracht terug moeten geven. Verweerder heeft niet juist gehandeld door de opdracht aan te nemen en vervolgens -zonder communicatie met de client- zijn eigen gang te gaan bij de uitvoering van die opdracht. Hij heeft hierbij de wensen die namens zijn waren geuit genegeerd. Dat is een taakopvatting die niet bij de advocatuur past. Gezien de aard en de ernst van de in hoger beroep gegrond verklaarde klachtonderdelen, ziet het hof aanleiding de maatregel te verzwaren en over te gaan tot de oplegging van een berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:110 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-193/AL/OV
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:110
Voorzittersbeslissing over advocaat van de wederpartij van klaagster in een familierechtelijk geschil. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder afgaan op de van zijn cliënt verkregen informatie zonder nader onderzoek. Van misleiding van de rechter door verweerder is de voorzitter niet gebleken. Alhoewel de verwisseling van de namen van de zoons in het processtuk slordig was, is dat alleen nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:142 Hof van Discipline 's Gravenhage 260112
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 07-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:142
De beslissing van de deken om een klacht over een advocaat al dan niet in behandeling te nemen en daarnaar een onderzoek te verrichten, is een procedurele beslissing van de deken en het klachtrecht is geen middel om een dergelijke beslissing van de deken ter discussie te stellen. In artikel 46e Advocatenwet staat dat wanneer het griffierecht niet binnen de daarvoor gegeven termijn wordt betaald, de deken de klacht niet ter kennis van de raad brengt. Voor wat betreft de heffing van het griffierecht handelt de deken dus in overeenstemming met de Advocatenwet. Het klachtrecht is evenmin een middel om dat ter discussie te stellen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:111 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-199/AL/MN
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:111
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een letselschadeprocedure. Niet gebleken dat belangrijke informatie ontbreekt in het dossier. Verweerster mocht klager adviseren om in te stemmen met een minnelijke regeling, omdat zij weinig kans zag in een procedure. Verweerster heeft het dossier tijdig aan klager verstrekt. Ook mocht zij de potentieel opvolgend advocaat inlichten over de stand van zaken in het dossier. Niet Verweerster heeft tot slot wel degelijk om voorschotten gevraagd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:99 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-893/DH/RO 26-039/DH/RO 25-845/DH/RO/D
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:99
Dekenbezwaar en twee klachtzaken. Verweerder heeft delen van zijn dossier uit een persgevoelige gewelds- en zedenzaak in een openbare prullenbak weggegooid. Het vertrouwen in de advocatuur is ernstig geschaad. Maatregelverweer slaagt niet. Voorwaardelijke schorsing van 2 weken met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject. Toewijzing proceskostenvergoeding aan klaagsters. Eén gezamenlijke proceskostenveroordeling voor kosten van de NOvA en Staat.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 211
- Volgende pagina zoekresultaten