Zoekresultaten 1-50 van de 4933 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-868/AL/MN
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:156
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3225 VZ
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:147
.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:213 Hof van Discipline 's Gravenhage 250254
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 14-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:213
Klacht over advocaat van de wederpartij dat verweerder betaling van declaraties vorderde, terwijl hij een toevoeging had en dat verweerder willens en wetens een onjuist gedateerde overeenkomst in het geding had gebracht. De raad heeft deze klachten gegrond verklaard. Het hof heeft vastgesteld dat er geen toevoeging was en kan niet vaststellen dat verweerder opzettelijk een gepostdateerd exemplaar in het geding heeft gebracht. Vernietiging, ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-396/AL/MN
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:157
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3142 VZ
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:148
.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:214 Hof van Discipline 's Gravenhage 260118
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:214
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voorwaarde voor aanwijzing van een advocaat is – onder meer - dat de advocaat moet worden betaald. Ingeval er een toevoeging wordt verleend moet de eigen bijdrage worden betaald en eventuele bijkomende kosten. De deken heeft erop gewezen dat het budget van klaagster van € 500,- redelijkerwijze onvoldoende is voor een advocaat om klaagster van juridische bijstand te voorzien in het onderliggende geschil. Daarbij heeft de deken in aanmerking genomen dat het geschil door klaagster wordt beschreven als een juridisch complexe zaak met een lange voorgeschiedenis. Zelfs al zou aan een advocaat een beperkte opdracht worden gegeven zoals klaagster voorstelt, dan nog vergt het indienen van processtukken een inhoudelijke voorbereiding van de zaak. Het hof acht het voorstelbaar dat het beperkte budget van klaagster al niet voldoende is om de kosten daarvan te kunnen dekken. Gelet hierop heeft de deken het aanwijzingsverzoek naar het oordeel van het hof wegens een gegronde reden afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:158 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-434/AL/MN
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:158
Voorzittersbeslissing. Betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. De voorzitter heeft begrip voor de behoefte van klager om contact te kunnen hebben met de advocaat van zijn ex-partner om afspraken te kunnen maken over het door hem zo gewenste contact met zijn dochter. Dit gaat echter niet zover dat je daarom een recht hebt op een reactie van die advocaat of dat kunt afdwingen door aan die advocaat een termijn te stellen. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster klager telkens binnen een redelijke termijn op de hoogte gebracht van het standpunt van haar cliënte. Daarbij is ook gemeld dat mediation voor haar cliënte geen optie was. Als partijdige belangenbehartiger van haar cliënte diende verweerster instructies van haar cliënte op te volgen. Dat heeft verweerster gedaan zonder daarbij de grenzen van de haar toekomende vrijheid als advocaat wederpartij te overtreden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2656
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 06-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:149
Klacht tegen een orthopedisch chirurg over een door haar in opdracht van de rechtbank opgemaakt deskundigenrapport. Klager is het niet eens met de manier waarop dit rapport tot stand is gekomen. Hij verwijt de orthopedisch chirurg onder meer dat zij niet met de second opinion-arts in overleg is getreden en dat zij niet onpartijdig was. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:215 Hof van Discipline 's Gravenhage 260134
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:215
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het gaat om twee verzoeken. Klager wil bij de Hoge Raad om herziening vragen. De deken heeft verzocht om toezending van de uitspraak waarvan klager herziening wil vragen. Dat heeft klager niet gedaan. Gelet op de informatieverplichting van de verzoeker, mocht de deken afwijzend beslissen op het aanwijzingsverzoek. Ten aanzien van het tweede verzoek is het hof is van oordeel dat de deken het verzoek van klager op goede gronden heeft afgewezen. Bij het onderzoek naar aanleiding van dit verzoek van klager heeft de deken vastgesteld dat klager reeds wordt bijgestaan door een advocaat. Deze advocaat heeft bevestigd dat hij klager bijstaat en dat hij een procesadvies zal geven inzake het door klager gewenste herzieningsverzoek bij de Hoge Raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:216 Hof van Discipline 's Gravenhage 260130
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:216
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klaagster heeft, ten tijde van de behandeling van haar aanwijzingsverzoek door de deken, twee advocaten bereid gevonden haar bij te staan. Hierdoor heeft klaagster geen belang bij de behandeling van haar aanwijzingsverzoek en zal haar beklag reeds daarom ongegrond worden verklaard. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat klaagster er zelf voor heeft gekozen om geen gebruik te maken van de diensten van die advocaten. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat met een aanwijzing van een advocaat door de deken niet kan worden bereikt dat de aangewezen advocaat zijn werkzaamheden verplicht op toevoegingsbasis moet verrichten, terwijl de rechtzoekende geen recht heeft op gefinancierde rechtsbijstand.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2948 Verzet
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:150
Verzet tegen een voorzittersbeslissing. Klacht tegen GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog, werkzaam bij een instelling die forensische ambulante zorg, klinische zorg en reclassering verleent, heeft zorg verleend aan klager. Klager bedreigt verweerster langdurig na het beëindigen van de behandelrelatie tussen hen. Aan klager is door de rechtbank een contactverbod opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat tijdens de procedure is gebleken dat klager zijn klacht enkel heeft willen indienen met als doel het opgelegde contactverbod te omzeilen en bedreigingen te kunnen uiten aan het adres van de GZ-psycholoog en dus dat sprake is van misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9414
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 14-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:171
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager verwijt de fysiotherapeut dat hij drie keer door hem is behandeld, zonder dat de fysiotherapeut een medisch dossier heeft bijgehouden. Het bijhouden van een medisch dossier is wettelijk verplicht (artikel 7:454 BW). Dat de behandeling kortstondig was en klager familie was van een medewerker van de praktijk, doet daar niet aan af. De fysiotherapeut erkent ook dat hij dit had moeten doen. Het college is niet bevoegd om een klacht over schadevergoeding te beoordelen. Voor het overige is de klacht ongegrond. Geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:217 Hof van Discipline 's Gravenhage 260034
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:217
Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Het verzoek van klaagster ziet het aanwijzen van een advocaat die haar belangen in de procedure betreffende het verlenen van een zorgmachtiging in de volle breedte behartigt. Klaagster is van mening dat de rechtbank onbevoegd was om nog enige beschikking te wijzen en zij vindt daarom dat de beschikking van 18 december 2025 onbevoegd is genomen. Voor het aanvechten van die beschikking heeft klaagster om een advocaat verzocht. Het hof is, overeenkomstig het standpunt van de deken, van oordeel dat klaagster met het instellen van cassatie niet kon bereiken wat zij wilde, namelijk de vernietiging van de beslissing van de rechtbank Den Haag van 18 december 2025. Dit betekent dat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos was geworden. De deken heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat toewijzing van een (stam)advocaat niet zal leiden tot een samenwerking waarin klaagster vertrouwen in heeft. Gelet op de voorgeschiedenis, waarin reeds meermalen -zowel door de deken als door de rechtbank- een advocaat is aangewezen, onderschrijft het hof dit standpunt van de deken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-639/AL/OV
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:154
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9415
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 14-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:172
Kennelijk ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. De fysiotherapeut is praktijkeigenaar. Klager is drie keer behandeld door een collega-fysiotherapeut binnen de praktijk, zonder dat hiervan een medisch dossier is opgesteld. Het is de fysiotherapeut niet persoonlijk tuchtrechtelijk aan te rekenen dat geen dossier is bijgehouden. De casus en het belang van zorgvuldige dossiervoering is uitgebreid binnen de praktijk besproken, zodat situaties als deze in de toekomst worden voorkomen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:218 Hof van Discipline 's Gravenhage 260068V
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:218
Verzet tegen voorzittersbelissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Verweerster heeft er terecht op gewezen dat klaagster in haar verzetschrift expliciet toegeeft dat, en waarom, het haar bedoeling is om met haar klacht tegen verweerster dier dekenvisie aan de orde te stellen. Wat in verzet naar voren is gebracht, is daarmee een herhaling van wat klaagster aan haar klacht tegen verweerster ten grondslag heeft gelegd en daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-775/AL/OV
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:155
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3141 VZ
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:146
.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-397/DH/DH
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:150
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiegeschil. Niet blijkt dat verweerder de telefoon en laptop in bezit heeft gekregen. Ook wat betreft de door verweerder ingediende stukken blijkt niet van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:151 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-339/DH/RO
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:151
Voorzittersbeslissing. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht omdat zij geen belang heeft bij de klacht.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-048/DB/ZWB
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:83
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop. Voor zover de klacht wel ontvankelijk is getuigt de bijstand zoals geschetst, niet van een kwaliteit van dienstverlening die onder de maat blijft van wat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht. De klacht, voor zover ontvankelijk, is dan ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:152 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-834/DH/DH
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:152
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder is een zitting vergeten, waardoor hij te laat arriveerde en de zaak niet met klaagster heeft kunnen voorbespreken voorafgaand aan de zitting. Klaagster had eerder juist om een voorbespreking gevraagd. Dat laatste is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:146 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-565/DH/DH/D
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:146
Verzoek artikel 60ab en 60b van de Advocatenwet. Verweerder heeft er blijk van gegeven zijn praktijk al een langere periode niet behoorlijk uit te (kunnen) oefenen. Zo hebben zijn cliënten en kantoorgenoten langdurig geen contact met hem kunnen leggen en is hij meermaals niet op zittingen verschenen. Afspraken met de deken over de gesignaleerde praktijkvoering hebben niet geleid tot verbetering. Toewijzing verzoek artikel 60b van de Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-684/DB/LI 26-031/DB/LI 26-230/DB/LI
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:84
Raadsbeslissing. Gevoegde behandeling van klachten. De raad heeft in de klachtzaken 26-031/DB/LI en 26-230/DB/LI meerdere wezenlijke tekortkomingen in de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder vastgesteld. In de zaak 25-684/DB/LI heeft verweerder in zijn brief van 28 maart 2025 onjuiste stellingen geponeerd. Met het handelen van verweerder is het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De onderhavige klachtzaak staat bovendien niet op zichzelf. Verweerder is reeds meerdere malen tuchtrechtelijk veroordeeld. Verweerder heeft zijn kerntaak als rechtsbijstandsverlener ernstig veronachtzaamd. Zowel bij gelegenheid van het onderzoek naar de klacht door de deken als in de procedure bij de raad heeft verweerder er echter onvoldoende blijk van gegeven inzicht te hebben in het kwalijke van zijn handelen. In de zaak 26-031/DB/LI heeft verweerder klager, de deken en de raad in strijd met de waarheid bericht dat hij reeds een dagvaarding aan klagers wederpartij had doen uitbrengen. In de zaak 26-230/DB/LI heeft verweerder de herhaalde verzoeken van de deken om te dupliceren onbeantwoord gelaten. Verweerder heeft meerdere malen om aanhouding van de door de raad bepaalde mondelinge behandeling gevraagd en gekregen, maar is uiteindelijk zonder opgaaf van redenen niet ter zitting van de raad verschenen. Blijkbaar ziet verweerder de ernst van de situatie niet in. De raad heeft ook, gezien de opstelling van verweerder, grote zorgen over een goede belangenbehartiging van toekomstige cliënten van verweerder. De raad is van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerder de praktijk als advocaat nog langer uitoefent. Gelet op alle feiten en omstandigheden is de raad van oordeel dat de maatregel van schrapping van het tableau de enige passende maatregel voor verweerder is.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:153 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-384/DH/RO
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:153
Voorzittersbeslissing. Klacht over een curator deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels kennelijk ongegrond wegens gebrek aan concretisering.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:147 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-380/DH/RO
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:147
Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een familierechtelijke aangelegenheid. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat het niet aan de raad is te oordelen over de hoogte van de door de advocaat in rekening gebrachte bedragen. Klacht over de kwaliteit van bijstand in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:153 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-323/AL/NN/D
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:153
Dekenbezwaar. Verweerder heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. De raad is van oordeel dat verweerder op ernstige wijze is tekortgeschoten als advocaat. Niet alleen in zijn taakopvatting als advocaat, die juist kritisch en proactief moet zijn in het belang van de cliënten, maar ook omdat sprake is van juist zeer kwetsbare en ook vaak niet-mondige cliënten in de Wvggz- en Wzd-zaken die verweerder doet. De deken heeft tijdens de zitting van de raad verklaard dat verweerder nog tientallen gelijksoortige zaken heeft liggen. Of verweerder voldoende met zijn cliënten bespreekt en hun belangen op juiste wijze behartigt, valt niet te controleren omdat verweerder niets schriftelijk vastlegt. Uit de stukken is de raad gebleken dat de deken met verweerder heeft gesproken over de mogelijkheid om zich op korte termijn als advocaat uit te schrijven gezien zijn pensioengerechtigde leeftijd. Als andere optie is door de deken coaching onder voorwaarden aan verweerder voorgesteld. Verweerder lijkt niet voor verbetering open te staan maar zich vast te klampen aan de situatie waarin hij nu zit. Hij heeft immers niet gereageerd op de door de deken voorgestelde opties. Verweerder is ook niet op de zitting van de raad verschenen. Het komt de raad voor dat verweerder ook voor zichzelf niet lijkt op te kunnen komen. Dit alles baart de raad ernstige zorgen. Onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:154 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-383/DH/RO
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:154
Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van een piketadvocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:148 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-416/DH/DH
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:148
Voorzittersbeslissing. Klacht over de klachtenfunctionaris. Van onzorgvuldig of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:149 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-410/DH/DH 26-411/DH/DH
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:149
Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de slachtofferadvocaat. Klagers en verweerder hebbe gecorrespondeerd over de schade en het opstellen van een vordering, maar klagers hebben er zelf voor gekozen toch geen vordering benadeelde partij op te (laten) stellen. Daar kan verweerder geen verwijt van worden gemaakt. Verweerder heeft zich vervolgens niet direct onttrokken bij het OM, maar daar hebben klagers geen nadeel van ondervonden. Van de late ontvangst van de sepotbrieven kan verweerder eveneens geen verwijt worden gemaakt. Alle klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:149 Raad van Discipline Amsterdam 26-531/A/A
- Datum publicatie: 13-07-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:149
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de raad; toewijzing verzoek om wijziging van de eerder op grond van artikel 60ab lid 1 Advocatenwet opgelegde voorlopige voorziening. Verzoeker heeft duidelijk gemaakt dat de opgelegde voorziening zeer belastend voor hem is en grote gevolgen heeft voor zijn praktijkuitoefening. De raad ziet hierin aanleiding om de opgelegde voorziening te versoepelen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:66 Accountantskamer Zwolle 25/1879 Wtra AK
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:66
Betrokkene was penningmeester van een stichting. Na zijn defungeren is de administratie van de stichting onderzocht. Daarbij is gebleken dat betrokkene ten laste van de stichting allerlei betalingen heeft gedaan die niet in verband staan met het doel van de stichting en waarvoor hij ook geen toestemming van het bestuur had. Het gaat onder meer om betalingen voor privé-uitgaven. De klacht is gegrond. Betrokkene wordt de maatregel van doorhaling voor de duur van vijf jaar opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8905
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:168
Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater onjuiste diagnosestelling, een onterechte aanvraag voor een LFPZ‑status en ernstige overtredingen zoals valsheid in geschrifte, smaad, laster, psychische mishandeling en schending van EVRM‑rechten. Het college vindt hiervoor geen enkele aanwijzing. De psychiater was niet betrokken bij de diagnosestelling, en voor zover hij betrokken was bij de LFPZ‑aanvraag, blijkt daaruit geen tuchtrechtelijk verwijt. Het college concludeert dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:60 Accountantskamer Zwolle 26/1463 Wtra AK
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:60
Voorzittersbelissing inzake klacht tegen accountant die optrad als financieel adviseur voor klaagster en haar ex-man. De accountant zou onjuist hebben gehandeld bij de afwikkeling van de echtscheiding en een verkeerd waarderingsrapport hebben opgesteld van het bedrijf. Door klaagster is een grote hoeveelheid stukken ingediend maar daar niet naar verwezen in de klacht. Het is niet aan de Accountantskamer om zelfstandig in de bijlagen op zoek te gaan naar wat wel en niet dienstig zou kunnen zijn voor de klacht. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/65
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:20
De ouders van de klaagster hebben hun (levens)testamenten gewijzigd. De kandidaat-notaris heeft deze (levens)testamenten gepasseerd. De klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat hij:1) onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de wilsbekwaamheid en onafhankelijke wilsvorming van de ouders;2) haar niet wil uitleggen op welke manier hij de wilsbekwaamheid van de ouders heeft beoordeeld. Volgens de klaagster beroept de kandidaat-notaris zich daarbij ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht.De kamer heeft klachtonderdeel 1 ongegrond verklaard en klachtonderdeel 2 gegrond. De kandidaat-notaris heeft de vragen van de klaagster over de gang van zaken rondom de totstandkoming van de (levens)testamenten van de ouders en over de wijze waarop hij zich een oordeel heeft gevormd over de wilsbekwaamheid van de ouders, niet beantwoord. Daarmee heeft de kandidaat-notaris de klaagster, die een redelijk belang heeft bij de beantwoording van die vragen, gedwongen deze klacht in te dienen om hem tot spreken te bewegen. Aan de kandidaat-notaris wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9739
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:169
Voorzittersbeslissing. Klaagschrift voldoet niet aan de eisen. Ook naar aanleiding van de door de secretaris gestelde vragen heeft klaagster onvoldoende duidelijkheid gegeven. Het is aan klaagster om te stellen en toe te lichten over welk concreet handelen of nalaten van verweerder zij een klacht heeft. Voor verweerder moet het voldoende duidelijk zijn waar de klacht over gaat, zodat hij daarop kan reageren. Dit is ook telefonisch aan klaagster toegelicht. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:61 Accountantskamer Zwolle 26/1590 Wtra AK
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:61
Voorzittersbeslissing inzake klacht tegen accountant die financieel manager is. Verwijt dat hij bedrijven heeft opgezet om activa van klagers te verduisteren en over te hevelen naar een andere vennootschap is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:62 Accountantskamer Zwolle 26/403 Wtra AK
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:62
Ongegronde klacht; mondelinge uitspraak. Betrokkene heeft in opdracht van een gemeente een feitenonderzoek verricht (persoonsgericht onderzoek). Betrokkene heeft geen aanleiding hoeven zien om klager in de gelegenheid te stellen voor wederhoor, omdat hij niet het object van onderzoek was. De persoonsgegevens waren in een eerdere versie van het Memorandum ontoereikend zwartgelakt. Toen betrokkene daarmee werd geconfronteerd, heeft hij alles in het werk gezet om te voorkomen dat deze versie verder verspreid zou worden. Geen strijd met vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9647
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:170
Voorzittersbeslissing. De GZ-psycholoog heeft de vader van klager in behandeling gehad. Bij één van de consulten is klager aanwezig geweest. Verder heeft klager een e-mail naar de GZ-psycholoog gestuurd met vragen, waar de GZ-psycholoog niet op gereageerd heeft. Klager maakt de GZ-psycholoog meerdere verwijten, zowel betreffende de behandeling als met betrekking tot uitlatingen die de GZ-psycholoog over klager zou hebben gedaan en over het niet reageren op zijn e-mail. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen die zien op de behandeling. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:63 Accountantskamer Zwolle 25/3421 Wtra AK
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:63
De NBA heeft na een reguliere toetsing in 2021 in 2024 een hertoetsing van het accountantskantoor van betrokkene uitgevoerd. De NBA stelt dat bij de hertoetsing diverse tekortkomingen zijn geconstateerd in de opzet en werking van het kwaliteitssysteem, op zowel stelsel- als dossierniveau. Betrokkene erkent dit maar wijst onder andere op haar moeilijke persoonlijke omstandigheden en de maatregelen die zij inmiddels heeft getroffen om de kwaliteit te verbeteren. De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond. Betrokkene krijgt de maatregel opgelegd van tijdelijke doorhaling voor de duur van één jaar.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:210 Hof van Discipline 's Gravenhage 260229
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:210
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet de geëigende weg om onvrede te uiten over de behandeling van een aanwijzingsverzoek door de deken op grond van artikel 13 Advocatenwet omdat het hof niet kan interveniëren in de behandeling daarvan door de deken. Om dezelfde reden kan niet bij het hof worden geklaagd over procedurele beslissingen die de deken in die behandelfase neemt. Klager zal de beslissing van de deken op zijn aanwijzingsverzoek dienen af te wachten. Klager kan – bij afwijzing van zijn verzoek om aanwijzing van een advocaat – beklag instellen bij het hof van discipline op grond van artikel 13 lid 3 Advocatenwet. In het beklagschrift kan klager uiteenzetten waarom de deken volgens klager onjuist heeft gehandeld en wat er – in de ogen van klager – niet juist is aan de door de deken genomen procedurele beslissingen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8313
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:165
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft in het kader van een strafrechtelijke vervolging van klager een Pro Justitia onderzoek uitgevoerd. Een paar jaar later heeft de toenmalig directeur van de psychiatrische observatiekliniek waar klager toen verbleef, tijdens een procedure bij het tuchtcollege in Zwolle onderdelen van het medisch dossier van klager overgelegd. Klager verwijt de psychiater dat zij toestemming heeft gegeven om de informatie uit het medisch dossier te verstrekken, dat zij hiertegen onvoldoende is opgetreden en dat zij onvoldoende waarborg heeft geboden voor de vertrouwelijkheid en veiligheid van het medisch dossier. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:64 Accountantskamer Zwolle 25/2485 Wtra AK
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:64
Klager had via zijn persoonlijke holding een joint venture met een partner. Nadat klager te kennen had gegeven de joint venture te willen beëindigen, is met de partner een geschil ontstaan over de financiële afwikkeling daarvan. Betrokkene was de accountant van klagers, de partner en hun persoonlijke vennootschappen, alsmede van de joint venture. Betrokkene heeft op verzoek van de partner een brief met daarin een voorstel opgesteld en zij heeft dit voorstel daarna in een tweede brief tegenover klagers verdedigd. Klagers verwijten betrokkene kort gezegd dat zij niet objectief is geweest, dat zij geen hoor en wederhoor heeft toegepast, dat zij heeft gedreigd met extra kosten als de joint venture zou overstappen naar een andere accountant en dat zij zonder toestemming vertrouwelijke informatie uit een gesprek met klager heeft gedeeld met de partner. De klacht is grotendeels gegrond en betrokkene wordt de maatregel opgelegd van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:211 Hof van Discipline 's Gravenhage 260230
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 09-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:211
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om beslissingen van procedurele aard van de deken in het kader van een op artikel 13 Advocatenwet gestoeld aanwijzingsverzoek ter discussie te stellen. Klager kan zijn aanwijzingsverzoek – zoals ook door de deken is aangegeven – opnieuw indienen bij de deken van de orde van Advocaten Noord-Nederland. Klager heeft zijn klacht over de deken, behoudens het voorgaande, niet nader onderbouwd. Hierdoor is het voor de deken niet duidelijk waartegen zij zich dient te verweren.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8845
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:166
Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster vindt dat de psychiater haar rondom de crisismaatregel niet heeft onderzocht of gehoord, dat zonder medische grondslag tijdelijk verplichte zorg is toegepast, dat de verslaglegging daarvan onvolledig en onjuist is, dat de professionele standaard en zorgvuldigheidsplicht zijn geschonden en dat onjuiste en tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd over de medicatie. Het college is van oordeel dat de psychiater voldoende zorgvuldig heeft gehandeld, ook gelet op zijn relatief beperkte rol bij de casus van klaagster.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:65 Accountantskamer Zwolle 25/2136 Wtra AK
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:65
Deels gegronde klacht; berisping. Betrokkene heeft geen vergelijkende cijfers opgenomen in de door hem samengestelde jaarrekening, terwijl hij wel de beschikking had over een aangifte Vennootschapsbelasting. Ook deze cijfers kunnen, onder voorwaarden en mogelijk na nadere bewerking, het inzicht van de gebruiker vergroten. Betrokkene had ze dan ook niet zonder meer achterwege mogen laten, zoals hij zelf ook heeft ingezien. Verder treft betrokkene het verwijt dat hij onvoldoende actief is opgetreden toen hem bekend werd dat financiële informatie, afkomstig van een medewerker van zijn kantoor, in een gerechtelijke procedure is gebruikt als accountantsverklaring.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:212 Hof van Discipline 's Gravenhage 260233bis
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 09-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:212
Vervallenverklaring van een op 2 juli 2026 door de plaatsvervangend voorzitter van het hof genomen afwijzende beslissing tot verwijzing omdat die beslissing is gebaseerd op een onjuiste lezing van het verzoek tot verwijzing (ECLI:NL:TAHVD:2026:197). Het verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46aa lid 5 Advocatenwet wordt alsnog toegewezen.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/33
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:19
Klacht van fiscalist/executeur over de afwikkeling van de beëindiging van haar samenwerking met de notaris, waarover zij een geschil hebben. De civiele rechter heeft de notaris veroordeeld om mee te werken aan het accountantsonderzoek dat in hun samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd, maar de notaris weigert (volledige) medewerking met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht. Het ontvankelijkheidsverweer dat de klacht geen (voldoende) verband houdt met de notariële hoedanigheid wordt verworpen omdat de geheimhoudingsplicht per definitie verband houdt met de hoedanigheid van notaris. In verband met de afgeleide geheimhoudingsplicht van een accountant oordeelt de kamer dat de notaris zich ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht heeft beroepen. Van een notaris mag worden verwacht dat hij zich bewust is van de omvang van zijn geheimhoudingsplicht. De kamer rekent het de notaris aan dat hij voorafgaand aan de samenwerking met de klaagster een afspraak heeft gemaakt over de accountantscontrole en dat hij zich na de verbreking van de samenwerking bij nader inzien alsnog jarenlang op zijn geheimhoudingsplicht heeft beroepen zonder vervolgens (aantoonbaar) te verifiëren of dit terecht was en/of zich voldoende in te spannen om naar mogelijkheden te zoeken om op een andere wijze invulling te geven aan de gemaakte afspraak. Door de in de beslissing omschreven gang van zaken en met name het herhaaldelijk niet nakomen van gedane toezeggingen, heeft de notaris het vertrouwen geschaad dat de klaagster in hem als notaris had. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8847
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:167
Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster vindt dat de psychiater haar rondom de crisismaatregel niet heeft onderzocht of gehoord, dat zonder medische grondslag tijdelijk verplichte zorg is toegepast, dat de verslaglegging daarvan onvolledig en onjuist is, dat de professionele standaard en zorgvuldigheidsplicht zijn geschonden en dat onjuiste en tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd over de medicatie. Het college is van oordeel dat de psychiater klaagster voldoende heeft gehoord, aangezien zijn enkele rol het beoordelen van de separeerindicatie was. De andere verwijten treffen geen doel omdat de psychiater geen verdere betrokkenheid had bij de casus van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8592
- Datum publicatie: 08-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:120
Gegronde klacht tegen kinderarts. Inspectie verwijt de kinderarts dat de dossiervoering, samenwerking en communicatie niet conform de professionele standaard was. Ontslag na disfunctioneren. Tekortschieten in dossierplicht ex artikel 7:454 BW. Niet voldoen aan algemene competenties van de medisch specialist. Goede zorgverlening aan patiënten niet of onvoldoende gewaarborgd. Ernstige risico’s voor de patiëntveiligheid en voor de patiëntenzorg. Niet toetsbaar opgesteld. Schorsing voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 99
- Volgende pagina zoekresultaten