Zoekresultaten 11-20 van de 4603 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:110 Hof van Discipline 's Gravenhage 250177

    Verweerder heeft in verschillende civiele procedures opgetreden als advocaat van de wederpartij van klaagster. De raad heeft een deel van de klachten over verweerders handelen in die procedures niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de klachten te laat zijn ingediend, dan wel omdat klaagster daarbij geen belang heeft. De overige klachten zijn door de raad ongegrond verklaard. Klaagster is het met die beslissing niet eens en heeft hoger beroep ingesteld. In hoger beroep gaat het alleen nog om de klachten die klaagster ook aan de raad heeft voorgelegd, en kunnen geen nieuwe klachten worden aangevoerd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:95 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-515/AL/OV

    Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:111 Hof van Discipline 's Gravenhage 250300

    Het betreft een klacht tegen de (voormalig) eigen advocaat over het optreden in een eerdere tuchtklachtzaak van klager tegen verweerder, alsmede het volgens klager door verweerder per post versturen van een voor hem bestemde brief aan de wederpartij. De klacht is door de Raad bij voorzittersbeslissing gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk verklaard gelet op de vervaltermijn. Het verzet van klager is deels gegrond verklaard, vanwege het door de voorzitter toepassen van een onjuiste maatstaf. De maatstaf die de voorzitter bij de beoordeling had moeten toepassen is niet het ne bis in idem-beginsel, maar de behoorlijke tuchtprocesorde. Dat beginsel brengt met zich mee dat een opvolgende klacht zodanig verweven kan zijn met een eerdere klacht, dat het van de klager redelijkerwijs verlangd had mogen worden dat hij die klacht al in de eerste procedure had ingediend. De klachten in deze opvolgende procedures zien, hoewel anders geformuleerd, beide op de wijze waarop verweerder zich als advocaat van klager heeft onttrokken aan de behandeling van de zaak van klager. De brieven waarover in deze procedure wordt geklaagd dateren ook van vóór het moment waarop de eerdere klacht werd ingediend door klager tegen verweerder. De raad heeft geoordeeld dat de beginselen van een behoorlijk procesorde daarom aan een inhoudelijke beoordeling van deze klachtonderdelen in de weg staan en heeft deze klachtonderdelen daarom niet-ontvankelijk verklaard. Voor het overige heeft de raad het verzet ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:80 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-439/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de communicatie in een zaak tegen het UWV. Verweerder is op meerdere momenten tekortgeschoten in zijn communicatie met klaagster. Hij heeft haar pas twee dagen voor de zitting op de hoogte gesteld van de zitting en heeft onfatsoenlijk gereageerd op haar terechte vragen naar de uitspraak. Verweerder heeft zijn excuses aangeboden. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:74 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-500/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft escalerend gehandeld door in zijn eerste brief aan klager direct te dreigen met het openbaren van klagers ‘dubbelleven’ en het betrekken van zijn nieuwe partner in een procedure. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:81 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3182

    .

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:81 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-483/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:75 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-570/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:107 Hof van Discipline 's Gravenhage 250310

    Klager heeft een klacht ingediend tegen verweerster als advocaat van zijn wederpartij in een familierechtelijke procedure. De klacht ziet erop dat verweerster als advocaat werkzaamheden heeft verricht terwijl zij geschorst was. In deze procedure is ten eerste de vraag aan de orde of klager ontvankelijk is in zijn klacht, meer in het bijzonder of hij daarbij een eigen belang heeft. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend. Het hof bekrachtigt vervolgens het oordeel van de raad, waarbij de klacht van klager gegrond is verklaard en aan verweerster, gelet op de aard en ernst van het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen en op haar omvangrijke tuchtrechtelijk verleden, de maatregel van schrapping van het tableau is opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:82 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-576/DH/DH 25-577/DH/DH

    Verzet ongegrond.