Zoekresultaten 3601-3650 van de 5250 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2757
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:26
Klacht tegen een psychiater. Klaagster werd al langere tijd behandeld wegens psychiatrische problematiek. Zij is in april 2021 in behandeling gekomen bij een FACT-team. De psychiater is gedurende een aantal maanden de regiebehandelaar van klaagster geweest. Klaagster verwijt de psychiater dat hij haar niet heeft verwezen naar een andere instelling en dat hij ervoor heeft gezorgd dat er vertraging in haar behandeling is ontstaan. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over vertraging in de behandeling gegrond en legt de psychiater een berisping op. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn, zodat de maatregel van berisping komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2811
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:27
Gegrond verzet. Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De moeder van klaagster is in 2020 overleden. Klaagster klaagt over de wijze waarop de specialist ouderengeneeskunde haar moeder heeft behandeld. Daarnaast klaagt zij erover dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de zorg aan haar moeder en dat zij onheus is bejegend. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster deels niet-ontvankelijk, omdat er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat het uitgangspunt dat klaagster met haar klachten de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt niet geldt. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af. Het Centraal Tuchtcollege komt op grond van de behandeling van het verzet tot het oordeel dat voor de beantwoording van de vraag of klaagster met haar klacht over de behandeling van haar moeder de wil van haar moeder vertegenwoordigt het noodzakelijk is om beide partijen hierover te horen. Dit betekent dat de voorzitter van het Centraal Tuchtcollege niet zonder partijen te horen tot het oordeel kon komen dat het beroep van klaagster niet zal leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege. Het verzet is gegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2822
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:28
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster is gedurende acht maanden onder begeleiding geweest van de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij op veel punten tekortgeschoten is in de begeleiding, waarbij hij haar onder andere onterecht heeft doorverwezen en haar privacy heeft geschonden. Daarnaast maakt klaagster de bedrijfsarts verwijten over zijn dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de bedrijfsarts een berisping opgelegd. De bedrijfsarts heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, waarmee de maatregel van berisping komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2869
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:29
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld bij zijn werkgever. De werkgever van klager wisselde anderhalve maand na zijn ziekmelding van arbodienst. De bedrijfsarts is als stafarts werkzaam bij de nieuwe arbodienst en werd verantwoordelijk voor de begeleiding van klager. De begeleiding van klager werd uitgevoerd door twee verschillende inzetbaarheidsdeskundigen die onder taakdelegatie van de bedrijfsarts werkten. Het contact met de werkgever verliep ook via deze inzetbaarheidsdeskundigen. De bedrijfsarts heeft zelf geen contact gehad met klager en de werkgever. Klager verwijt de bedrijfsarts - in meerdere klachtonderdelen - dat zij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij zijn verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Door de operationele begeleiding van de klager volledig over te laten aan de inzetbaarheidsdeskundigen en zelf op afstand te blijven terwijl er sprake was van een kwetsbare medewerker en een werkgever die de adviezen die hij kreeg via de inzetbaarheidsdeskundigen niet opvolgde, is de bedrijfsarts ernstig tekortgeschoten. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de bedrijfsarts een berisping op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:3 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2762 Herstelbeslissing
- Datum publicatie: 07-01-2026
- Datum uitspraak: 07-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:3
De gz-psycholoog was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de gz-psycholoog hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de gz-psycholoog geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de gz-psycholoog zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:30 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2941
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:30
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klager is vanaf juli 2019 tot medio januari 2020 onvrijwillig opgenomen geweest in een verpleeghuis, op een gesloten afdeling voor mensen met dementie in een verpleeghuis. De specialist ouderengeneeskunde was betrokken in haar rol van BOPZ-arts. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde onder meer dat het te lang duurde voordat hij een second opinion kreeg en dat zij hem veel eerder uit het verpleeghuis had moeten ontslaan. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:31 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2740
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:31
Klacht tegen een arts, in hoedanigheid van medisch adviseur. De arts is gepensioneerd internist. Hij heeft in opdracht van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster een medisch advies uitgebracht over de haalbaarheid van een aansprakelijkstelling van een neurochirurg, die bij klaagster een operatie aan de nek/hals had uitgevoerd vanwege een vernauwing van een nekwervel. Klaagster had na deze operatie een algehele verlamming van de ledematen opgelopen. Klaagster heeft vier klachten geuit over de medisch adviseur. Een van de klachten luidt dat de medisch adviseur in strijd met de GBL heeft gehandeld door als niet praktiserend internist een oordeel te geven over het handelen van de neurochirurg die de operatie bij klaagster heeft verricht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster deels niet-ontvankelijk, omdat klaagster niet voor alle klachtonderdelen beroepsgronden formuleert. Het beroep ten aanzien van de totstandkoming van het medisch advies verklaart het Centraal Tuchtcollege gegrond. Het medisch advies is niet zorgvuldig tot stand gekomen. Aan de arts wordt geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:32 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2752
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:32
Klacht tegen een chirurg, over een besnijdenis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. De chirurg heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat het in eerste aanleg gegrond verklaarde klachtonderdeel in beroep alsnog ongegrond wordt verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van de arts.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2852
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:33
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is moeder van twee kinderen. Klaagster en de vader van de kinderen zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. De huisarts van de vader (verweerster) heeft schriftelijke informatie verstrekt die door de vader in de echtscheidingsprocedure is ingediend. Ook heeft de huisarts in het kader van een raadsonderzoek informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming. Klaagster verwijt de huisarts dat zij: a) haar beroepsgeheim op meerdere vlakken heeft geschonden door het verstrekken van informatie over klaagster; b) de vader en zijn broer heeft aangezet tot het doen van een valse anonieme melding bij Veilig Thuis; c) zich onprofessioneel heeft uitgelaten in haar rapportages door haar eigen emoties en gedragingen te benoemen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen a) en c) gegrond, klachtonderdeel b) ongegrond en legt de huisarts de maatregel op van berisping. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts, dat uitsluitend ziet op de zwaarte van de opgelegde maatregel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2751
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:34
Klager klaagt tegen de chirurg die bij hem een besnijdenis heeft uitgevoerd. Klager stelt dat er geen sprake is geweest van informed consent, dat de chirurg de operatie opzettelijk verkeerd heeft uitgevoerd, dat de chirurg grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond en dat de chirurg heeft gelogen over eerdere prestaties. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat de in eerste aanleg ongegrond verklaarde klachtonderdelen in beroep alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:35 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2946 Voorzittersbeslissing
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:35
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een gz-psycholoog. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht omdat niet duidelijk is geworden wie de aangeklaagde persoon is en of de persoon waarover geklaagd wordt BIG-geregistreerd is. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het klaagschrift en voldoende informatie bevat om de gegevens van de GZ-psycholoog op te vragen. De zaak is terugverwezen naar het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:36 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2616 Verzet
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 15-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:36
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een huisarts. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat het handelen van de huisarts ten opzichte van klager niet valt onder één van de tuchtnormen. Ten aanzien van het handelen van de huisarts als zorgondernemer en het handelen ten aanzien van patiënten is klager geen rechtstreeks belanghebbende is. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:37 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3054 VZ
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:37
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een huisarts. Klaagster is ontevreden over de zorg van de huisarts. Zij verwijt de huisarts dat hij haar bij twee consultafspraken in de wachtkamer heeft genegeerd en dat hij niet heeft gereageerd toen klaagsterna een afspraak in het ziekenhuis contact zocht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing van die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2722
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:38
Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een auto-ongeval. De bedrijfsarts heeft de verzuimbegeleiding van klager op zich genomen. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij de re-integratie van klager niet (goed) heeft begeleid, geen eigen onderzoek heeft gedaan, medische gegevens van klager met zijn werkgever heeft besproken terwijl zij daarvoor geen toestemming had gekregen, niets heeft gedaan met de bevindingen van de psycholoog van klager en de dreiging van de werkgever met een loonstop en onterecht een arbeidsconflict als oorzaak van de arbeidsongeschiktheid heeft aangemerkt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt daarom het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2980
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:39
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De moeder van klaagster (patiënte) was onder behandeling bij de huisarts. Patiënte was bekend met onder andere diabetes en een hoge bloeddruk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende adequaat heeft gereageerd op de klachten van patiënte en haar onvoldoende zorg heeft verleend, waardoor zij uiteindelijk een hersenbloeding heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden en verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:4 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2763 Herstelbeslissing
- Datum publicatie: 07-01-2026
- Datum uitspraak: 07-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:4
De psychotherapeut was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de psychotherapeut hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de psychotherapeut geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de psychotherapeut zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:40 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2817
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:40
Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij, ondanks verzoeken van klager en ondanks duidelijke signalen omtrent zorgen over de veiligheid van klagers kind en van andere kinderen, geen melding heeft gedaan bij Veilig Thuis. Klager verwijt de huisarts verder dat hij – door in zijn verweer tegen de klacht van klager gebruik te maken van het medisch dossier van klager – de privacy van klager ernstig heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:41 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2838
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:41
Klacht tegen een huisarts. Klager is [gezaghebbende] de vader van een dochter, over wie hij het ouderlijk gezag heeft. Met het oog op een ondertoezichtstellingsprocedure bij de rechtbank heeft de huisarts (niet de eigen huisarts van moeder of dochter) in opdracht van moeder, zonder toestemming van klager, de dochter onderzocht en een schriftelijke verklaring afgelegd. Klager verwijt de huisarts dat zij: 1. zijn dochter heeft onderzocht/behandeld zonder zijn toestemming als [gezaghebbende] ouder [met gezag]; 2. ongefundeerde en belastende uitlatingen heeft gedaan over klager en zijn dochter die haar competentiegebied overstijgen. Deze uitlatingen zijn in strijd met gegronde bevindingen van de bevoegde rechtbank en in strijd met de bevindingen van de door deze rechtbank aangestelde psycholoog-deskundige en de Raad voor de Kinderbescherming; 3. klager als [gezaghebbende] ouder geen informatie heeft gegeven over het onderzoek/behandeling van zijn dochter en over de mogelijkheden tot het indienen van een klacht over haar werkwijze. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen gegrond en legt de huisarts een gedeeltelijke ontzegging op van de bevoegdheid om haar beroep uit te oefenen, in die zin dat het verweerster niet is toegestaan om in de hoedanigheid van huisarts of arts schriftelijk en/of mondeling verklaringen of rapportages over personen af te geven, onder welke naam en van welke aard ook en ongeacht met welk doel, en bepaalt dat de maatregel onmiddellijk van kracht wordt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:42 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2879
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:42
Klacht tegen een KNO-arts. Klager verwijt de KNO-arts dat hij verwijtbaar heeft gehandeld, omdat hij bij het uitvoeren van het oortoilet bij het linkeroor van klager dit linkeroor heeft ‘stukgezogen’. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:43 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2936 en C2025/2978
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:43
Klaagster heeft een onderzoek ondergaan bij de psychiater naar een mogelijke autismespectrumstoornis. De psychiater heeft na twee gesprekken geconcludeerd dat bij klaagster geen sprake is van ASS, maar hooguit van een communicatiestoornis. De klacht van klaagster gaat over de bejegening en over de wijze van onderzoek. Daarnaast is klaagster van mening dat de psychiater een verkeerde diagnose heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een deel gegrond verklaard en de psychiater daarvoor de maatregel van berisping opgelegd. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal de klacht op twee extra onderdelen gegrond verklaren en bepalen dat kan worden volstaan met handhaven van de maatregel van berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:44 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2972
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:44
Ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft klaagster gesproken en geconcludeerd dat er bij klaagster sprake was van een manisch toestandsbeeld vermoedelijk in het kader van een bipolaire 1 stoornis, waarvoor hij medicatie heeft voorgeschreven. Klaagster verwijt de psychiater dat hij zijn conclusie op een verkeerde basis heeft getrokken en ze is het niet eens met (de dosering van) de voorgeschreven medicatie. De psychiater stelt dat hij zijn conclusie op goede gronden heeft gebaseerd en dat de medicatie bedoeld was ter voorkoming van een crisisopname. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klaagster verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:45 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3022 Verzet
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:45
Klager heeft een klacht ingediend tegen de specialist ouderengeneeskunde bij wie zijn zus vanaf 2021 tot haar overlijden onder behandeling en in zorg was. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld en daardoor verkeerde medicatie heeft toegediend. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager niet behoort tot de kring van klachtgerechtigden zoals bedoeld in artikel 65 lid 1 van de Wet BIG, zodat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Klager heeft vervolgens verzet ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich volledig aan bij de beslissing van de voorzitter van het Centraal Tuchtcollege en verklaart het verzet van klager ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:46 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2804 Verzet
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:46
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een (destijds) AIOS internist-oncoloog.De moeder van klaagster (patiënte) is, in het ziekenhuis waar de arts werkzaam was, behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. Patiënte is overleden. In de nacht dat de patiënte opgenomen werd op de SEH van een ander ziekenhuis heeft de arts aan dat ziekenhuis informatie gegeven over de prognose van de patiënte. Klaagster verwijt de arts dat hij onjuiste informatie heeft verstrekt over de levensverwachting van patiënte, met als gevolg dat de patiënte is overleden, omdat zij geen medische behandeling meer kreeg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klaagster ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:47 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2802 Verzet
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:47
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een internist. De moeder van klaagster (patiënte) is behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. Patiënte is overleden. Klaagster verwijt de internist dat zij patiënte en klaagster heeft afgesnauwd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klaagster ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:48 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2848 Verzet
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:48
Klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft in 2022 een lipofilling-behandeling bij klaagster uitgevoerd. Deze behandeling bestond uit het op verschillende plaatsen in het gelaat en op de handruggen aanbrengen van lichaamseigen vet. Klaagster is ontevreden over de behandeling en ongelukkig met het resultaat. Zij verwijt de plastisch chirurg onder meer dat hij meer behandelingen heeft voorgesteld en uitgevoerd dan waarvoor zij oorspronkelijk kwam en dat hij deze behandelingen heeft uitgevoerd zonder instemming van de psycholoog. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat klachtonderdeel a gegrond is, omdat het in de gegeven omstandigheden onzorgvuldig was om aan klaagster bij het eerste consult meer behandelingen voor te stellen dan waarvoor zij bij de plastisch chirurg kwam. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt op dit onderdeel vernietigd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:49 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3132 VZ
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 26-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:49
Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat de klacht zich richt tegen een zorgverlener die niet staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:5 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2692
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:5
Ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster is vanaf het voorjaar van 2010 meermalen op grond van de Wet Bopz in verband met psychotische problematiek in een ggz-instelling opgenomen geweest. In de perioden dat zij niet was opgenomen werd zij begeleid door het FACT-team. De psychiater maakte tot het voorjaar van 2018 deel uit van dit team. Eerder was hij ook vaste waarnemer in de klinische setting. Klaagster is van mening dat de psychiater haar onzorgvuldig heeft behandeld met langdurige schade tot gevolg. Ook was er volgens klaagster sprake van ongepast gedrag door de psychiater. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster wegens verjaring deels kennelijk niet‑ontvankelijk verklaard in haar klacht en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:50 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2836
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:50
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is wegens pensionering van haar vaste huisarts per 1 juli 2022 ingeschreven als patiënt bij de huisartsenpraktijk van de huisarts die het patiëntenbestand overnam. Klaagster was het daar niet mee eens vanwege de grotere afstand van de praktijk tot haar woning. Het bleek niet mogelijk te zijn om klaagster aan een andere huisarts over te dragen. Klaagster had in 2023 en 2024 meerdere malen contact met de huisartsenpraktijk voor verschillende hulpvragen. Zij is niet tevreden met de zorg die zij heeft ontvangen. Zo zou de huisarts onder andere haar zorgplicht niet zijn nagekomen, onzorgvuldig beleid voeren, slechte service verlenen en medicatie hebben geweigerd. Het regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:51 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2839
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:51
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een radioloog. Klager is de weduwnaar van klaagster in eerste aanleg (hierna: patiënte). Patiënte is in januari 2022 in verband met een zwelling in de rechterborst en pijnklachten door haar huisarts verwezen naar de afdeling radiologie van het ziekenhuis waar de radioloog werkt. Na verergering van de klachten en groei en toename van de zwellingen is zij nogmaals naar de afdeling radiologie en later naar de mammapoli chirurgie doorverwezen. Zij stond onder behandeling van een physician assistant en er zijn meerdere echo-onderzoeken uitgevoerd en drainages verricht door verschillende radiologen. Vanaf het eerste consult in het ziekenhuis is gedurende acht maanden uitgegaan van lactatieadenomen/galactocèles. Uiteindelijk bleek patiënte een zeldzame vorm van een (agressieve) borstkanker te hebben en is zij aan de gevolgen daarvan overleden. De radioloog wordt onder meer verweten dat hij onvoldoende onderzoek heeft verricht en geen volledige diagnose heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een gedeelte gegrond verklaard en aan de radioloog daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:52 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2846
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:52
De radioloog heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam van 7 mei 2025 waarin aan hem een berisping is opgelegd met daarbij de bepaling dat deze maatregel, zodra de beslissing onherroepelijk is geworden, op grond van artikel 48 lid 11 Wet BIG zal worden aangetekend in het BIG-register en aldus openbaar zal worden gemaakt. Het beroep is beperkt tot de openbare publicatie van de maatregel. Het Centraal Tuchtcollege zal het beroep van de radioloog gegrond verklaren en de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege op dat punt vernietigen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:53 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2847
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:53
Klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster is begin 2022 vanwege pijn en een zwelling in de rechterborst verwezen naar de afdeling radiologie van een ziekenhuis. Na verergering van de klachten is zij nogmaals naar de afdeling radiologie en later naar de mammapoli chirurgie verwezen. Er zijn meerdere echo-onderzoeken uitgevoerd en herhaaldelijk drainages verricht. Steeds werd uitgegaan van galactocèles. Klaagster is door de chirurg doorverwezen naar de plastisch chirurg ter verwijdering van deze galactocèles. Uiteindelijk bleek zij een zeldzame vorm van een agressieve borstkanker te hebben. Zij is in 2025 overleden. De plastisch chirurg wordt onder meer verweten dat in de differentiaaldiagnose ‘mammacarcinoom’ had moeten worden vermeld en dat hij de operatie onjuist heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart deze klachtonderdelen gegrond en legt de plastisch chirurg een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing voor zover daarbij de bedoelde klachtonderdelen gegrond zijn verklaard en aan de plastisch chirurg een waarschuwing is opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2871
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:54
Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager bij E.. Per 21 juni 2023 heeft klager zich ziekgemeld. De bedrijfsarts i.o, werkzaam bij F., heeft klager in zijn ziekteverzuimperiode begeleid. Klager verwijt de bedrijfsarts i.o, in meerdere klachtonderdelen, dat zij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing. Het incidenteel beroep van de bedrijfsarts i.o. slaagt, in die zin dat het Centraal Tuchtcollege klager alsnog niet-ontvankelijk verklaart in klachtonderdeel j (het niet melden van PTSS als beroepsziekte).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2872
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:55
Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager. Per 21 juni 2023 heeft klager zich ziekgemeld. De bedrijfsarts is de supervisor van de arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde (hierna: bedrijfsarts i.o.), die klager in zijn ziekteverzuimperiode heeft begeleid. Klager stelt dat de bedrijfsarts heeft toegelaten dat de bedrijfsarts i.o. niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Meer in het bijzonder verwijt klager de bedrijfsarts dat hij als supervisor zijn verantwoordelijkheden niet heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:56 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2832
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:56
Ongegronde klacht tegen een chirurg. De chirurg heeft bij klaagster een buikwandoperatie gedaan in verband met een littekenbreuk. Klaagster is van mening dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de ingreep en dat zij de chirurg geen toestemming heeft gegeven om haar te opereren, in ieder geval niet om de eerste incisie te zetten. Daarnaast is klaagster ontevreden over de uitvoering en het resultaat van de operatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klaagster verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:57 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2833
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:57
Klager en verweerder zijn tandarts in dezelfde plaats. De verhoudingen tussen beide tandartsen zijn al jaren ernstig verstoord. Klager verwijt verweerder 1) ernstig oncollegiaal gedrag en 2) het niet verstrekken van medische dossiers van naar klager overgestapte patiënten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 2 gegrond verklaard en bepaald dat aan verweerder geen maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep voor zover dit betrekking heeft op het gegrond verklaarde klachtonderdeel en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:58 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2841
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:58
Klacht tegen een tandarts. Klaagster is een voormalig patiënt van de tandarts. Zij klaagt onder meer over de gang van zaken bij het verstrekken van haar patiëntendossier, de kwaliteit van de door de tandarts verleende zorg en de dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor wat betreft de dossiervoering en het niet maken van een röntgenfoto voorafgaand aan een wortelkanaalbehandeling gegrond verklaard en bepaald dat aan de tandarts geen maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:59 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2861
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:59
Ongegronde klacht tegen een chirurg. Na een fietsongeluk in 2022 belandde klager in het ziekenhuis met een kniebreuk. Hij is door de chirurg aan zijn knie geopereerd. Na de operatie ging klager voor revalidatie naar een zorgpension. Twee weken later werd klager met spoed in het ziekenhuis opgenomen en werd bij hem trombose in het geopereerde been en in de longen (ruiterembolus), en een herseninfarct vastgesteld. Klager vindt onder andere dat de chirurg onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft getroffen om trombose te voorkomen en hem ten onrechte niet heeft voorgelicht over trombose als mogelijke complicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:6 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2793
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:6
De echtgenoot van klaagster (hierna ook: patiënt) is overleden aan de gevolgen van een aortadissectie. De huisarts heeft de echtgenoot beoordeeld op de huisartsenpost. Dezelfde avond is de echtgenoot overleden. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat zij onvoldoende zorg heeft verleend en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de klachten van patiënt en heeft vastgehouden aan een diagnose zonder medische onderbouwing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de huisarts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:60 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2911
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:60
Klacht tegen een tandarts. Klaagster is ontevreden over de behandeling van de tandarts. Zij maakt de tandarts verschillende verwijten over de behandeling van de loszittende kroon op een implantaat in het gebit van klaagster en over nalatigheden bij het bijhouden van het dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht volledig gegrond en legt aan de tandarts de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b) alsnog ongegrond, verwerpt het beroep voor het overige en verstaat dat de maatregel van waarschuwing gehandhaafd blijft.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:61 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2949
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:61
Herzieningsverzoek. Het Centraal Tuchtcollege heeft de tandarts bij beslissing van 26 mei 2025 met nummer C2024/2411 een voorwaardelijke schorsing opgelegd voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. De tandarts heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat geen naderhand gebleken omstandigheden zijn aangevoerd die naar ernstig vermoeden tot een afwijkende beslissing zouden hebben geleid indien zij tijdig bekend waren geworden en wijst het verzoek tot herziening af.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:62 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2661
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:62
Klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft de GZ-psycholoog in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen gehandeld, door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen en tot een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat uit de rapportage blijkt dat de GZ-psycholoog zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de GZ-psycholoog stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende heeft meegewogen in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft de GZ-psycholoog naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot haar conclusies kunnen komen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:63 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2662
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:63
Klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft de psychiater in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen gehandeld, door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen en tot een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat uit de rapportage blijkt dat de psychiater zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de psychiater stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende heeft meegewogen in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft de psychiater naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot haar conclusies kunnen komen. Dat de onderzoeksresultaten door de psychiater niet meer met klager zijn besproken omdat klager dit weigerde, doet daar niet aan af. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:64 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2868
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:64
Klager heeft zich in 2014 ziekgemeld bij zijn werkgever. Hij was op dat moment opgenomen op een gesloten psychiatrische afdeling. Klager heeft twee weken doorgebracht op de gesloten afdeling en daarna bijna vier maanden op de open afdeling. De bedrijfsarts was werkzaam bij de arbodienst van de werkgever en werd verantwoordelijk voor de begeleiding van klager. Klager verwijt hem dat hij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, maar geen maatregel opgelegd. Klager heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt dat beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:65 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2875
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:65
Klacht tegen een huisarts. Patiënte heeft een psychiatrische aandoening en verblijft sinds 2000 in een instelling voor beschermd en begeleid wonen. De huisarts is de vaste huisarts voor bewoners van de instelling. Zij bezoekt de instelling eens per twee weken en daarnaast indien nodig. De huisarts wordt verweten dat zij bij patiënte een heupfractuur over het hoofd heeft gezien, zij ten onrechte uitging van een psychische oorzaak van de klachten van patiënte en dat zij patiënte en haar mentor dagenlang niet serieus heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog deels gegrond, verwerpt het beroep voor het overige en legt op de maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:66 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2975
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:66
Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld toen klager zich via doorverwijzing van de huisarts bij de dermatoloog meldde met klachten waarvan klager zei dat die dezelfde waren als twintig jaar terug, toen bij klager lepra was vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de dermatoloog de maatregel van berisping opgelegd. Klager is het niet eens met die beslissing en heeft beroep ingesteld. Hij is van mening dat aan de dermatoloog een zwaardere maatregel dan een berisping moet worden opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep, gelet op het bepaalde in artikel 73, eerste lid onder a, van de Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:67 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2976
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:67
Klager verwijt de arts dat zij niet de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld en zich bovendien neerbuigend en discriminerend heeft uitgelaten onder meer in de brief aan de huisarts van klager.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt ook dat de klacht ongegrond is, en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2977
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:68
Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. Dit werd na onderzoek door de internist uitgesloten, maar hij concludeerde tot een anemie van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit en geen regie te hebben gevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:69 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3020
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:69
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is door de instelling waar hij verbleef ten behoeve van psychodiagnostiek en mogelijke behandeling/advisering verwezen naar de organisatie waar degz-psycholoog werkt. De gz-psycholoog werd regiebehandelaar. Klager is onderzocht en er is een onderzoeksverslag gemaakt (medeondertekend door de gz-psycholoog als supervisor). Klager verwijt de gz-psycholoog dat (1) er onwaarheden en beledigingen in het onderzoeksverslag staan, (2) niks is overgenomen van wat klager heeft gezegd, maar dat alleen is geluisterd naar medewerkers van de instelling, (3) geen rekening is gehouden met de situatie waarin klager zat (zoals ernstige jeuk, waarin klager niet serieus werd genomen) en (4) er diverse stoornissen in het onderzoeksverslag staan die er niet zijn. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:7 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2814
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:7
De echtgenoot van klaagster (hierna ook: patiënt) is overleden aan de gevolgen van een aortadissectie. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de klachten van patiënt en heeft vastgehouden aan een diagnose zonder medische onderbouwing. Ook verwijt klaagster de huisarts dat hij na het overlijden van haar echtgenoot geen calamiteitenmelding heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. In beroep gaat het alleen nog over het verwijt dat de huisarts geen calamiteitenmelding heeft gedaan. Het Centraal Tuchtcollege verklaart die klacht alsnog gegrond, maar legt de huisarts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:70 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3021
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:70
Klacht tegen een psychiater. Klager woonde in een woonvoorziening. Klager was daarnaast onder behandeling bij een instelling voor forensische en intensieve zorg en begeleiding De psychiater was als psychiater/regiebehandelaar betrokken bij klager. In de periode dat de psychiater bij klager betrokken was is er een zorgmachtiging aangevraagd en verkregen. Klager verwijt de psychiater dat zij er bij haar handelen ten onrechte van uitging dat het gedrag van klager het gevolg is van de diagnoses die in de stukken worden genoemd. Dit is volgens klager niet terecht omdat zijn handelen wordt veroorzaakt door het onrecht dat hem door de woonvoorziening en instelling is aangedaan. Dit wordt ten onrechte terzijde geschoven en klager wordt ten onrechte beschouwd als een gevaar voor de maatschappij zodat ten onrechte een zorgmachtiging is aangevraagd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.