Zoekresultaten 51-100 van de 4158 resultaten
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:8 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-14, 24-15, 24-16 en 24-17
- Datum publicatie: 17-04-2025
- Datum uitspraak: 26-03-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:8
Op 16 mei 2022 heeft notaris [C] een verklaring van erfrecht afgegeven. Uit deze verklaring van erfrecht blijkt dat klaagster en haar broer enig erfgenamen zijn en mr. [H] als opvolgend executeur-afwikkelingsbewindvoerder zelfstandig bevoegd is de goederen van de nalatenschap van erflaatster de beheren en daarover te beschikken. Klaagster verwijt de notarissen bij de afwikkeling van de nalatenschap onzorgvuldig handelen en/of nalaten. De kamer verklaart de klachten op alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:7 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-30 en 24-31
- Datum publicatie: 17-04-2025
- Datum uitspraak: 26-03-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:7
Klager verwijt de notarissen dat de verklaring van erfrecht niet is opgesteld conform het testament van erflaatster. Volgens klager zijn hij, zijn broer en de acht neven en nichten van erflaatster erfgenaam en niet slechts legataris. De notarissen hebben een eigen interpretatie aan het testament gegeven. Zij zijn op de stoel van de rechter gaan zitten. De Kamer is van oordeel dat de toegevoegd notaris na het raadplegen van literatuur en deskundigen kon beslissen klager niet als erfgenaam op te nemen in de verklaring van erfrecht en dat de notarissen die verklaring ook niet hoefden aan te passen. De opgemaakte verklaring van erfrecht is niet evident fout. De klacht op dit punt is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:6 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-40
- Datum publicatie: 25-03-2025
- Datum uitspraak: 19-02-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:6
Uit hetgeen in het verzetschrift en ter zitting naar voren is gekomen was klaagster op 9 oktober 2017 aanwezig bij het passeren van de hypotheekakte. Het moet er daarom voor gehouden worden dat klaagster vanaf die datum op de hoogte is geweest van het handelen van de notaris waartegen de klacht zich richt. Dit betekent dat de termijn voor het indienen van een klacht tegen dit handelen in principe is geëindigd op 9 oktober 2020. Anders dan klaagster stelt, kan dus niet begin mei 2021, toen klaagster ermee bekend werd dat er een tweede recht van hypotheek op haar woning was gevestigd, worden aangemerkt als het (eerste) moment waarop klaagster kennis heeft genomen van het gesteld klachtwaardig handelen van de notaris en als aanvang van de termijn van drie jaar. Indien zou moeten worden aangenomen dat de gevolgen van het handelen of nalaten van de notaris pas in mei 2021 voor klaagster redelijkerwijs bekend zijn geworden, dan dient dat moment te worden aangemerkt als aanvang van de aanvullende vervaltermijn van een jaar. In dat geval is de aanvullende vervaltermijn begin mei 2022 verlopen. Nu de klacht op 5 maart 2024 is ingediend, is dit te laat. Omdat de klacht niet-ontvankelijk is, is het verzet ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-39
- Datum publicatie: 25-03-2025
- Datum uitspraak: 19-02-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:5
Klaagster verwijt de notaris dat zij de akte van levering heeft gepasseerd, terwijl partijen het nog niet eens waren over de inhoud van de depotovereenkomst. Voordat de Kamer aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht kan toekomen, moet eerst (ambtshalve) worden beoordeeld of de klacht ontvankelijk is. Een vereniging wordt vertegenwoordigd door haar bestuur. [A] is niet een bestuurder van klaagster. Niet is gesteld of gebleken dat de statuten van klaagster aan andere personen dan bestuurders bevoegdheid tot vertegenwoordiging toekennen. Van een machtiging aan [A] om klaagster te vertegenwoordigen is evenmin gebleken. De klacht is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-21
- Datum publicatie: 25-03-2025
- Datum uitspraak: 19-02-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:4
De notaris heeft laten weten dat zij erflaatster uitgebreid onder vier ogen heeft gesproken op het notariskantoor en de gevolgen van de wijzigingen van het testament met haar heeft doorgenomen. Mevrouw [G] bleef achter in de wachtkamer. De notaris heeft op verschillende manieren vragen aan erflaatster gesteld, waarop door erflaatster consistent werd geantwoord. Ook bleken de wijzigingen overeen te komen met de wijzigingen die erflaatster met haar advocaat had besproken. Daarna is het concept verstuurd naar erflaatster en met haar toestemming naar haar advocaat gestuurd. Hoewel de notaris geen twijfel had over de wilsbekwaamheid heeft zij volledigheidshalve, omdat de afspraak van erflaatster met de neuroloog al gepland stond, gewacht op een verklaring van deze arts. Daarin werd de wilsbekwaamheid bevestigd. Tijdens het passeren bleven [D] en [G] in de wachtkamer achter. Onder vier ogen heeft de notaris nogmaals gecontroleerd of de wijzigingen van het testament conform de wensen van erflaatster waren. Toen dat het geval bleek, heeft de notaris de akte gepasseerd. De Kamer is van oordeel dat niet gebleken is dat de notaris onzorgvuldig is geweest in haar beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflaatster direct voorafgaand aan en ten tijde van het passeren van het testament. De klacht is op alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:3 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-28
- Datum publicatie: 25-03-2025
- Datum uitspraak: 19-02-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:3
Vast staat dat aan deze klachtprocedure dezelfde feiten ten grondslag liggen als aan de eerdere klachtprocedure, waarover in eerste aanleg (beslissing Kamer 17 mei 2023) en tweede aanleg (beslissing Hof 26 maart 2024) al is geoordeeld. Klager heeft onvoldoende begrijpelijk onderbouwd waaruit het klachtwaardig handelen van de notaris bestaat dat nieuw/anders is ten opzichte van het gestelde klachtwaardig handelen van de notaris in de eerste klachtprocedure. De klacht is in zoverre ongegrond en voor het overige niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:26 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-34 en 25-35
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 12-11-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:26
Klager verwijt de notaris en de kandidaat-notaris dat de notarieel medewerker onbevoegde personen heeft benaderd in verband met de levering van een appartement. Dit, terwijl uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat klager de enige bestuurder van de VvE was. De notarieel medewerker had contact met klager moeten opnemen. De kamer is alles overziend van oordeel dat het notariskantoor, zoals door de notaris ook is erkend, in deze anders had dienen te handelen. De vraag is echter of dit zo verwijtbaar is dat het klachtwaardig is. De kamer is van oordeel dat deze drempel niet is gehaald. De fout is gering en niet is gebleken dat klager of de VvE hiervan op enigerlei wijze schade heeft ondervonden. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen de schuldbewuste houding van de notaris en de direct genomen, en reeds in de praktijk gebrachte, maatregelen om vergelijkbare fouten in de toekomst te voorkomen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:25 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-12
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 12-11-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:25
Klager verwijt de notaris - kort gezegd - dat hij weigerde om de veilingopbrengst te verdelen terwijl niets hieraan in de weg stond en dat hij onvoldoende deugdelijk daarover heeft gecommuniceerd. De kamer oordeelt als volgt. Het wettelijk kader duidelijk is. Er waren twee mogelijkheden om de veilingopbrengst te verdelen. De ene mogelijkheid was dat, als alle schuldeisers het met elkaar eens waren, de verdeling werd vastgelegd in een verdelingsovereenkomst. De andere mogelijkheid was de gerechtelijke rangregeling. Omdat was gebleken dat niet alle schuldeisers overeenstemming hadden bereikt over de (wijze van) verdeling, was het sluiten van een verdelingsovereenkomst niet mogelijk en kon er dus ook geen uitkering plaatsvinden op grond van een verdelingsovereenkomst. Een gerechtelijke rangregeling bleef over als de enige optie. De notaris kon volstaan met het informeren van klager hierover en hoefde, anders dan klager stelt, geen gerechtelijke rangregeling te initiëren. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:24 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-29, 25-30, 25-50 en 25-51
- Datum publicatie: 11-11-2025
- Datum uitspraak: 15-10-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:24
Klager heeft de klacht ingediend namens een aantal kerkgenootschappen, twee stichtingen en zichzelf. De kandidaat-notaris heeft als waarnemer van de notaris een verklaring van erfrecht opgesteld. De notaris is in het boedelregister ingeschreven als betrokken notaris.Bij de beoordeling van de klachten geldt dat klager stelt te handelen namens een kerkgenootschap als bedoeld in art. 2:2 van het Burgerlijk Wetboek. Klager treedt niet op als schuldeiser of namens een schuldeiser, maar als/namens een erfgenaam. Hij heeft erkend dat erflaatster geen testament heeft gemaakt. Sprake zou zijn van een intern erfgenaamschap. De klacht is op alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:23 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-19
- Datum publicatie: 11-11-2025
- Datum uitspraak: 15-10-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:23
Klaagster verwijt de toegevoegd notaris dat hij niet (tijdig) heeft gecommuniceerd over het eindigen van zijn hoedanigheid van executeur. De toegevoegd notaris is overgegaan tot verdeling van de nalatenschap, zonder de erfgenamen daarbij te informeren over de (restant)vordering van klaagster. Verder verwijt klaagster de toegevoegd notaris dat hij niet voldaan heeft aan de verplichting tot betaling van een bedrag van € 1.325,- aan overeengekomen schadevergoeding.De kamer is van oordeel dat de toegevoegd notaris zonder dat eerst vereffening van de boedel had plaatsgevonden niet mocht overgaan tot verdeling. Hij was immers op de hoogte van een geschil met een schuldeiser van de boedel over het bestaan en de hoogte van haar beweerde vordering. Dit klachtonderdeel is gegrond met oplegging van de maatregel van berisping. Voor het overige is de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:22 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-27 en 25-28
- Datum publicatie: 11-11-2025
- Datum uitspraak: 15-10-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:22
De VvE had bezwaar tegen de levering van het appartementsrecht, omdat de (voormalig) eigenaar haar verantwoordelijkheid voor realisatie en kwaliteit van de gemeenschappelijke gedeelten van het appartementsgebouw ontliep. Daardoor kan de VvE niet voor elkaar krijgen dat het appartementsgebouw voldoet aan vergunnings- en bouwvoorschriften en verzekerd is bij brand, terwijl zij wel verantwoordelijk is voor gemeenschappelijke gedeelten. Dergelijke problemen tussen een VvE en appartementseigenaren enerzijds en verkopend/voormalig appartementseigenaren anderzijds ontslaan een notaris echter niet van de verplichting ministerie te verlenen wanneer koper en verkoper van een appartementsrecht levering wensen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:21 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-23
- Datum publicatie: 11-11-2025
- Datum uitspraak: 17-09-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:21
De notaris heeft onderzocht en mocht op grond van dat onderzoek aannemen dat het besluit van de algemene ledenvergadering van de VvE om het B-gebied te kopen rechtsgeldig was genomen, namelijk in het kader van het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de eigenaars en met een versterkte meerderheid. De notaris was daarmee gehouden de door de VvE verlangde werkzaamheden uit te voeren. Dat klaagster het niet met de koop eens was maakt dat niet anders. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:20 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-60
- Datum publicatie: 11-11-2025
- Datum uitspraak: 17-09-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:20
Klaagster verwijt de notaris dat hij tijdens een bespreking in aanwezigheid van de kopers de verdeling van de verkoopopbrengst tussen klaagster en de man aan de orde heeft gesteld. Voldoende staat vast dat de notaris tijdens de passeerafspraak in bijzijn van de kopers heeft opgemerkt dat er sprake was van “een issue met de afrekening”. Onenigheid tussen de verkopers onderling regardeerde de kopers niet en was ook niet op enige wijze van belang voor de transactie tussen kopers en verkopers. Door zijn opmerking daarover heeft de notaris zijn geheimhoudingsplicht geschonden. De klacht is gegrond zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-22 en 24-23
- Datum publicatie: 25-03-2025
- Datum uitspraak: 19-02-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:2
Klager verwijt de notarissen dat zij hebben nagelaten [A] voor, op of kort na 9 april 2021 te melden dat [I] (blijkbaar) een opdracht tot inschrijving van de koopovereenkomsten in de openbare registers heeft gegeven. De Kamer is van oordeel dat de notarissen daar niet toe gehouden waren. De in artikel 7:3 BW opgenomen Vormerkung strekt uitsluitend tot bescherming van de koper en betreft, zoals de notarissen terecht hebben gesteld, een eenzijdig recht van de koper. Zowel dit klachtonderdeel als de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:19 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-9
- Datum publicatie: 11-11-2025
- Datum uitspraak: 17-09-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:19
Klaagster verwijt de notaris dat hij het testament van erflater niet had mogen passeren. Hij is daarbij tekort geschoten in zijn onderzoeksplicht c.q. zorgplicht door na te laten op zorgvuldige wijze de wilsbekwaamheid van erflater te beoordelen, alsmede te beoordelen of sprake was van vrije wilsvorming.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-8
- Datum publicatie: 15-09-2025
- Datum uitspraak: 09-07-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:18
Klager verwijt de notaris nalatig handelen. De notaris heeft vooraf de betaling toegezegd, hij heeft vervolgens bij het passeren gebruik gemaakt van de royementsvolmacht waarvoor betaling uitdrukkelijk als voorwaarde was gesteld, maar heeft gedurende al meer dan drie maanden niet uitbetaald en ook niet gereageerd op de brieven, e-mails en terugbelverzoeken van klager. Vast staat dat klager een directe aanspraak had op uitbetaling door de notaris van het bedrag aan de deurwaarder en dat de notaris dit zonder grond niet tijdig heeft betaald. Door dit nalaten en het niet adequaat reageren op brieven, e-mails en terugbelverzoeken van klager, heeft de notaris onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klager. Hij heeft niet de zorgvuldigheid betracht die van een notaris verwacht mag worden. De klacht is gegrond. In eerdere klachten zijn aan de notaris reeds de maatregelen van schorsing opgelegd voor respectievelijk één week, vier weken en één maand (in 2014, 2015 en 2019). De laatst opgelegde schorsing is weliswaar zes jaar geleden, maar de kamer constateert dat ook aan de eerdere klachtprocedures, het stelselmatig niet reageren ten grondslag lag. Er is dus sprake van een patroon van niet reageren. Het vertrouwen in het notariaat is hierdoor geschaad. De kamer legt de notaris de maatregel van schorsing voor de duur van zes weken op.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-44 en 24-54
- Datum publicatie: 15-09-2025
- Datum uitspraak: 09-07-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:17
[A] heeft achteraf vernomen dat de door haar gehouden aandelen in zowel [G] als in [F] aan [B] zijn geleverd door twee akten van levering die door de notaris zijn gepasseerd. [A] was hiervan niet op de hoogte. Verder wordt de notaris verweten dat er zonder dat klaagster daarvan in kennis is gesteld een nieuwe gewijzigde koopoptie tot stand is gekomen waarin ten aanzien van het kantoorpand is bepaald dat klaagster aan vader en moeder een voorkeursrecht c.q. koopoptie verleent met betrekking tot het pand. Beide klachten zijn gegrond verklaard en aan de notaris is de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-46
- Datum publicatie: 30-06-2025
- Datum uitspraak: 16-06-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:16
Klagers verwijten de notaris het volgende: de notaris had de executoriale verkoop dienen op te schorten in afwachting van de uitkomst van de lopende procedures, de notaris handelde als verlengstuk van de gemeente, de notaris heeft gehandeld in strijd met de verplichting zo hoog mogelijke opbrengst te verwezenlijken, de notaris had hypotheekhouder in gelegenheid moeten stellen het executietraject over te nemen, informatieplicht en eindafrekening. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-16
- Datum publicatie: 30-06-2025
- Datum uitspraak: 11-06-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:15
Klager stelt dat hij de Lotto Jackpot heeft gewonnen en hij verwijt de notaris dat hij de prijs van klager niet heeft vastgesteld. Bij de trekking dient de notaris het proces te bewaken en te controleren of er geen onregelmatigheden plaatsvinden. Dat heeft de notaris gedaan. De notaris heeft verder voldaan aan de uit het deelnemersreglement voortvloeiende verplichting om vast te stellen op welke voorspellingen één of meer prijzen zijn gevallen. Het behoort niet tot de taak van de notaris om vast te stellen welk individu de juiste voorspelling heeft gedaan. De notaris heeft derhalve aan zijn verplichtingen voldaan. Ook voor het overige ziet de kamer geen reden om de klacht gegrond te verklaren. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-55
- Datum publicatie: 30-06-2025
- Datum uitspraak: 11-06-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:14
De klacht is ingediend door een bewindvoerder. Voor zover de bewindvoerder klaagt over handelingen of nalaten jegens de onderbewindgestelde gaat zij daarmee buiten haar bevoegdheden als bewindvoerder en is zij in dat klachtonderdeel niet-ontvankelijk. Voor zover de klacht ziet op het niet tijdig reageren op een schrijven van de gemachtigde heeft de kamer de klacht ongegrond verklaard. Niet is gebleken dat er niet binnen een redelijke termijn werd gereageerd. Het verzoek tot verstrekken van de stukken werd gedaan en twee maanden later werd de klacht, op dat punt welhaast rauwelijks, ingediend.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-59
- Datum publicatie: 26-06-2025
- Datum uitspraak: 14-05-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:13
Klager verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door belangenverstrengeling, onterechte kosten, weigering akte te passeren, onvoldoende onderzoek en escrow regeling. Om te voorkomen dat de rechtshandeling achteraf kon worden vernietigd, diende de notaris zich ervan te vergewissen dat klagers echtgenote toestemming verleende voor de levering. De notaris mocht daarbij niet enkel en alleen afgaan op de verklaring van klager en ook niet op hetgeen in de koopovereenkomst was opgenomen, want die was niet getekend door de echtgenote van klager. Verder hadden kopers aangegeven dat zij niet met die hoofdelijke aansprakelijkheid geconfronteerd wilden worden. Onder die omstandigheden was het in depot plaatsen van het door klager betwiste bedrag geen mogelijke oplossing. De klacht is op alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:12 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-58
- Datum publicatie: 26-06-2025
- Datum uitspraak: 14-05-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:12
De notaris heeft zonder toestemming gecommuniceerd met belangrijke stakeholders, ondanks expliciete instructies dat alle communicatie vooraf diende te worden goedgekeurd door klager. Dit heeft geleid tot ernstige verstoringen van de bedrijfsvoering en geschaad vertrouwen bij aandeelhouders en investeerder. Verder betwist klager de facturen.De klacht is deels niet-ontvankelijk, omdat de kamer niet de bevoegdheid heeft om facturen te annuleren, opdracht te geven aan de notaris, fiscaal onderzoek te verrichten of schadevergoeding toe te kennen. Voor het overige is de klacht ongegrond, omdat het de kamer niet duidelijk is geworden welk handelen en/of nalaten klager de notaris precies verwijt. Voor zover het handelen en/of nalaten ziet op het contact met een vertegenwoordiger van de aandeelhouders heeft de notaris zorgvuldig gehandeld. De vertegenwoordiger was een van de aandeelhouders en partij bij de akte van uitgifte. Klager was bekend met de conceptakte waarin stond de vertegenwoordiger een van de partijen was. Ook had hij ermee ingestemd dat de notaris contact met haar zou opnemen.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:11 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-61
- Datum publicatie: 13-05-2025
- Datum uitspraak: 16-04-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:11
De toegevoegd notaris heeft zich er op voldoende zorgvuldige wijze van vergewist dat de wijziging van het testament erflaatsters daadwerkelijke wens was en dat zij de gevolgen van deze wijziging kon overzien. Nu de toegevoegd notaris, bekend met de diagnose fronto-temporale dementie, na haar uitgebreide besprekingen geen twijfel had over de wilsbekwaamheid, hoefde zij het Stappenplan niet te volgen en was nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflaatster niet nodig. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-18
- Datum publicatie: 13-05-2025
- Datum uitspraak: 16-04-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:10
Klager is zelf notaris. Hij verwijt de notaris dat hij de ministerieplicht ontwijkt door een extreem hoog tarief te offreren voor een legalisatie. Hierdoor kon klager niet verder met zijn dossier. Klager heeft zijn klacht hoofdzakelijk onderbouwd met het verwijzen naar het algemeen belang. Het algemeen belang is niet een redelijk belang als bedoeld in artikel 99 Wna, ook niet voor een ambtgenoot aan de hand van een concrete casus. De stelling van klager dat hij niet verder kon met zijn dossier omdat zijn cliënte de handtekening niet liet legaliseren, geeft evenmin een redelijk belang. Die gedraging van zijn cliënte, die zo is gebleken ter zitting ook bij andere notarissen in haar omgeving terecht kon, kan de notaris niet worden verweten. De klacht is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-19 en 24-50
- Datum publicatie: 25-03-2025
- Datum uitspraak: 19-02-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:1
Klaagster verwijt de notaris dat de woning tegen een te lage verkoopprijs en met een te korte verkooptijd is verkocht en zonder te controleren of de man de werkzaamheden aan de woning had verricht om de woning in goede staat te krijgen. Verder verwijt klaagster de notaris dat hij bij de overdracht van de woning heeft nagelaten om te controleren of aan alle hypotheekvoorwaarden was voldaan, inclusief het hebben van een Cardiff polis. De klacht is op alle onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:9 Kamer voor het notariaat Den Haag 23-32
- Datum publicatie: 01-07-2024
- Datum uitspraak: 12-06-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:9
Door klager is eerder onderzoek gedaan bij de notaris naar de naleving van poortwachtersverplichtingen. Nu opnieuw poortwachtersschendingen zijn geconstateerd, meent klager dat de notaris tuchtrechtelijk verantwoording dient af te leggen bij de Kamer. Een notaris moet als poortwachter voorkomen dat hij transacties faciliteert die mogelijk verband houden met fraude, witwassen en het financieren van terrorisme. Door in dit dossier niet te voldoen aan de poortwachtersrol van de notaris heeft de notaris de kernwaarden van het notariaat (zorgvuldigheidsplicht, onderzoeksplicht en meldingsplicht) geschaad. Klacht deels ongegrond en voor het overige gegrond. De notaris krijgt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:8 Kamer voor het notariaat Den Haag 23-46
- Datum publicatie: 01-07-2024
- Datum uitspraak: 12-06-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:8
Klager verwijt de notaris dat zij onvoldoende voortvarend en actief te werk is gegaan in de afwikkeling van een simpele erfenis (erflaatster is in 2020 overleden). Klacht deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:7 Kamer voor het notariaat Den Haag 23-40, 23-41 en 23-42
- Datum publicatie: 29-05-2024
- Datum uitspraak: 15-05-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:7
In artikel 43 lid 4 Wna staat dat een akte door ieder der verschijnende personen onmiddellijk na voorlezing wordt ondertekend. Pas daarna tekent de notaris de akte. Op grond van artikel 43 lid 6 Wna mist de akte authenticiteit indien aan dit voorschrift niet wordt voldaan. Verder is in artikel 40 lid 3 Wna bepaald dat als in een akte het tijdstip van passeren opgenomen moet worden, de notaris dat tijdstip opneemt voordat hij de akte ondertekent. De kandidaat-notaris heeft in strijd gehandeld met beide wetsartikelen. Vast staat dat de passeerafspraak na 15.50 uur begon. Ter zitting heeft de kandidaat-notaris verklaard dat zij, zonder aanwezigheid van de gemachtigde van de ex-echtgenote, na klager de akte van verdeling heeft ondertekend. Pas nadat klager was vertrokken, heeft de gemachtigde de akte van verdeling getekend en is er door deze gemachtigde het (bovendien onjuiste) tijdstip van passeren, namelijk 15.50 uur, in de akte gezet. Hierdoor mist de akte mogelijkerwijs authenticiteit. De Kamer acht de klacht in zoverre gegrond en legt de kandidaat-notaris een waarschuwing op. Voor het overige is de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:21 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-20
- Datum publicatie: 06-01-2025
- Datum uitspraak: 18-12-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:21
De erfgenamen hebben eind april 2021 een VSO gesloten waarin is opgenomen dat uiterlijk binnen twee maanden de verdelingsakte waarbij de woning aan klaagster wordt toebedeeld wordt gepasseerd. In de vaststellingsovereenkomst kan geen volmacht aan enige notaris tot het verlijden van de akte worden gelezen. Ook kan die volmacht niet uit de bedoeling van partijen de woning binnen twee maanden toe te delen of anderszins uit de bewoordingen van de overeenkomst worden afgeleid, zoals de notaris met zijn beroep op een impliciete volmacht heeft betoogd. Zelfs als dat anders was, dan was tussen het moment van het sluiten van de VSO in 2021 en de door de notaris gepasseerde akte in 2023 ruim twee jaar verstreken. De notaris had dan op zijn minst nader onderzoek moeten doen of klaagster nog steeds achter de levering van de woning stond.De privatieve bevoegdheid van de afwikkelingsbewindvoerder, waarop de notaris wijst, leidt niet tot een ander oordeel over de volmacht. Die bevoegdheid om – kort gezegd – namens de boedel te handelen ziet op het leveren/toedelen, niet op het geleverd/toegedeeld krijgen. Klaagster was niet enkel bij de akte betrokken als een van de erfgenamen aan de leverende kant, maar ook als partij aan de ontvangende kant. In die hoedanigheid had zij met de levering/toedeling moeten instemmen. Dit klachtonderdeel is gegrond.Klaagster verwijt de notaris verder dat hij haar niet heeft geïnformeerd over de levering van de woning noch de inhoud van de akte en dat hij haar geen afschrift heeft verstrekt. Vast staat dat de notaris op de hoogte was van de VSO uit 2021 en van de afspraken die de erfgenamen onderling hadden gemaakt over de verdeling van de nalatenschappen van erflater en erflaatster. Klaagster had recht op een concept van de akte. Dat had ze niet enkel als degene die als zelfstandige partij de woning kreeg toegedeeld, maar ook als een van erfgenamen die door de afwikkelingsbewindvoerder werd vertegenwoordigd. Hoewel de bevoegdheid te leveren aan die bewindvoerder toekwam en in zoverre verzoeksters instemming niet nodig was, is dergelijke informatie voor een erfgenaam van belang om daar desnoods op een andere wijze tegen op te kunnen komen. Aangezien klaagster niet op de hoogte was van het passeren van de akte en de overgang van de eigendom van de woning op haar was het van belang dat zij zo snel mogelijk daarvan op de hoogte werd gesteld. Gelet daarop en zeker nu de notaris de complexiteit van de afwikkeling van deze nalatenschap kende, had hij het verstrekken van het afschrift niet aan de executeur mogen overlaten. Dit klachtonderdeel is gegrond.De klacht over de vermelding van de partijen in de akte is ook gegrond. De notaris heeft miskend dat de executeur-afwikkelingsbewindvoerder niet alleen namens zichzelf handelde, maar in onderhavig geval ook namens klaagster en haar andere broer. Alle partijen hadden, wat er ook zij van de bevoegdheid om zonder hun instemming te handelen, als deelgenoot in de akte moeten worden opgenomen.De Kamer heeft de notaris de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:20 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-25 en 24-26
- Datum publicatie: 06-01-2025
- Datum uitspraak: 18-12-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:20
Klager verwijt notaris [B] dat hij de akte van verdeling heeft medeondertekend. Vast staat dat notaris [A] de akte van verdeling heeft gepasseerd als toegevoegd notaris in het protocol van notaris [B]. Op het afschrift van de akte staat daarom de stempel van notaris [B]. Noch uit de klacht noch uit de stukken blijkt van enige concrete bemoeienis van notaris [B] met dit dossier. Nu de klacht jegens notaris [B] feitelijke grondslag mist en niet met redenen is omkleed is die niet-ontvankelijk.Klager verwijt notaris [A] dat hij de akte van verdeling niet had mogen passeren, omdat de berekeningen niet klopten. De waarde van de woning zou door schade aan de woning veranderd zijn. Klager stelt daardoor benadeeld te zijn en heeft dat op allerlei manieren geduid, ook als fraude. Het verweer van notaris [B] leidt tot geen ander oordeel dat klager, na uitleg en ruggenspraak, door het tekenen van de akte met de inhoud daarvan heeft ingestemd. Hij heeft kwijting en decharge verleend. Niet valt in te zien op welke wijze de notaris klachtwaardig zou hebben gehandeld bij of door het passeren van de akte. Dat het niet tekenen van de akte negatieve gevolgen zou hebben, maakt niet dat in juridische zin van dreigen sprake is. Juist de uitleg van de gevolgen onderstreept de uitgebreidheid van de Belehrung en de zorgvuldigheid van de notaris. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:19 Kamer voor het notariaat Den Haag 23-26 en 23-27
- Datum publicatie: 28-11-2024
- Datum uitspraak: 20-11-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:19
Klager stelt dat de akte van levering van de woning van 27 augustus 2020 nietig is, omdat de executeur niet beschikkingsbevoegd was om de woning te leveren. Verder wordt de notarissen verweten dat zij onzorgvuldig hebben gehandeld door mee te werken aan een snelle verkoop en levering van de woning, dat de broers gelden hebben onttrokken aan de ervenrekening ter zake van de transactie van het bedrijfspand en dat de notaris bij de snelle verkoop van de woning onvoldoende kritisch en onafhankelijk is geweest. De klacht tegen beide notarissen wordt op alle klachtonderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-32
- Datum publicatie: 28-11-2024
- Datum uitspraak: 20-11-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:18
Ter zitting is gebleken dat klager de klacht heeft ingediend om er achter te komen of de notaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar de wilsbekwaamheid van vader. De notaris heeft terecht aangevoerd dat zij geen informatie kan verstrekken over een eventueel opgesteld testament en de totstandkoming daarvan, omdat klagers vader in leven is. De Kamer acht dit verweer steekhoudend. Het ambtsgeheim van de notaris geldt voor alle vertrouwelijke informatie die zij in haar beroepsuitoefening heeft ontvangen. Het ambtsgeheim strekt zich uit over de gehele dienstverlening van de notaris en de reikwijdte ervan is niet afhankelijk van de vraag of in het kader van deze dienstverlening een notariële akte tot stand komt. Mocht vader een nieuw testament hebben opgemaakt bij een andere notaris, dan kan ook die informatie pas vrijkomen na vaders overlijden. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 23-36
- Datum publicatie: 23-10-2024
- Datum uitspraak: 16-10-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:17
Klager verwijt de notaris dat het testament met daarin de tweetrapsmaking niet door moeder kan zijn gewild en dat klager niet serieus wordt genomen. Beide klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-03
- Datum publicatie: 23-10-2024
- Datum uitspraak: 16-10-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:16
Vast staat dat de notaris zelf geen werkzaamheden heeft verricht in het dossier dat ziet op de afwikkeling van de nalatenschap van erflater. Pas als opvolger van het protocol van de oud-notaris is de notaris bekend geraakt met deze nalatenschapskwestie. In zijn verweerschrift en opnieuw ter zitting heeft de notaris uiteengezet wat zijn rol als protocolopvolger inhoudt en hoe hij hier uitvoering aan heeft gegeven. De klacht is dan ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 23-34 en 24-12
- Datum publicatie: 23-10-2024
- Datum uitspraak: 16-10-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:15
De notaris wordt verweten dat hij zijn toezeggingen niet nakomt en dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door als notaris de voorwaarde van het intrekken van de tuchtprocedure te stellen aan het betalen van een geldbedrag aan klager ter oplossing van een tussen hen ontstaan geschil. De Kamer volstaat met het opleggen van de maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-05, 24-06, 24-07 en 24-08
- Datum publicatie: 24-09-2024
- Datum uitspraak: 18-09-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:14
Klager verwijt de (kandidaat-)notarissen en de toegevoegd notaris partijdig handelen. De notarissen hebben aangevoerd dat klager geen belang heeft bij de levering, omdat de erven zich tijdens de procedure niet op het standpunt hebben gesteld dat zij het appartement wilden behouden voor eigen bewoning. Er was alleen discussie over de koopprijs. De Kamer verklaart klager ontvankelijk. De klacht tegen notaris [C] is tijdens de zitting ingetrokken. De klachten tegen de toevoegd-notaris, de notaris en de kandidaat-notaris zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:12 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-13
- Datum publicatie: 29-08-2024
- Datum uitspraak: 17-07-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:12
De toegevoegd notaris heeft in strijd gehandeld met artikel 17 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna) en artikel 18 lid 1, 2 en 3 van de Verordening beroeps-en gedragsregels (Vbg) door in de brief van 4 januari 2023 niet te melden wat zijn rol was in welke nalatenschap.De klachtonderdelen samen, voor zover gegrond, rechtvaardigen naar het oordeel van de Kamer een maatregel. De toegevoegd notaris heeft namelijk onvoldoende kenbaar gemaakt in welke hoedanigheid hij handelde en heeft bovendien onvoldoende rekening gehouden met de positie van klaagster als schuldeiser van de nalatenschap. Daarmee heeft hij nagelaten om te voldoen aan een van de kernwaarden van het notariaat. De Kamer acht het opleggen van de maatregel van berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:11 Kamer voor het notariaat Den Haag 23-43
- Datum publicatie: 29-08-2024
- Datum uitspraak: 15-07-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:11
Klager verwijt de notaris dat hij geen testament heeft opgesteld voor erflater. Het is de Kamer niet gebleken dat erflater de notaris opdracht heeft gegeven voor het opstellen van een testament. Het enkele sms-contact tussen erflater en de notaris is onvoldoende om een dergelijke opdrachtverlening aan te nemen.In beginsel is de kwaliteit en snelheid van de dienstverlening een kwestie tussen de klant en de notaris. Klager was in dit geval niet de klant en in zoverre regardeert hem de snelheid van dienstverlening niet. Evenmin is gesteld of is er een begin van aannemelijkheid dat de opdracht- of dienstverlening door de notaris opzettelijk en dusdanig is gehinderd of getraineerd dat de facto van ministerieweigering sprake was.De notaris heeft aangevoerd dat hij erflater meerdere malen telefonisch heeft gesproken en hem erop heeft gewezen dat er een bespreking diende plaats te vinden, omdat het opstellen van een testament op afstand (op basis van sms-berichten en telefoongesprekken) niet mogelijk is, helemaal omdat de notaris bekend was met de twee niet-erkende dochters. Die aanpak is, juist gelet op mogelijke gevolgen die een ondoordachte making na het overlijden kan hebben, een zorgvuldige geweest. De klacht is op alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2024:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-37
- Datum publicatie: 17-07-2024
- Datum uitspraak: 17-07-2024
- ECLI:NL:TNORDHA:2024:10
Bekrachtiging van ordemaatregel. De voorzitter van de kamer heeft op grond van artikel 27 lid 1 Wna aan de notaris de ordemaatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt opgelegd voor onbepaalde tijd. Omdat de lichamelijke situatie waarin de notaris verkeerd niet wezenlijk veranderd is, heeft de kamer de beslissing tot schorsing van de notaris bekrachtigd.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:9 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/435140 / KL RK 24-52
- Datum publicatie: 22-04-2025
- Datum uitspraak: 19-02-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:9
Klaagster verwijt de notaris dat hij in zijn hoedanigheid als executeur-testamentair de nalatenschap niet voortvarend en correct heeft afgewikkeld. De Kamer is het daarmee niet eens. De notaris is druk geweest met het achterhalen van gegevens en uiteindelijk heeft een juridische procedure ertoe geleid dat een minnelijke regeling tot stand kwam. Het heeft er ook de schijn van dat het juist klaagster is geweest die veel discussie heeft opgeworpen. Dat staat haar uiteraard vrij, maar dan kan vervolgens niet de notaris verweten worden dat hij onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/434449 KL RK 24-45 C/05/434454 KL RK 24-46 C/05/434455 KL RK 24-47
- Datum publicatie: 10-03-2025
- Datum uitspraak: 19-02-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:8
Klager is notaris en houdt kantoor in een maatschap samen met de aangeklaagde notarissen. Hij schetst in zijn klacht een beeld van de interne twisten die zich in de maatschap afspelen. Die twisten hebben te maken met het ontvlechten van het kantoor en duiden op sterk getroubleerde onderlinge verhoudingen. Klager maakt de notarissen verwijten, maar volstaat met een summiere opsomming die een fragmentarische indruk maakt. Feitelijke onderbouwing door klager ontbreekt. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in een aantal klachtonderdelen en de overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:7 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/434223 KL RK 24-41
- Datum publicatie: 10-03-2025
- Datum uitspraak: 12-02-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:7
Klagers verwijten de notaris dat hij weigert om, ondanks verzoek daartoe (jaarlijks), rekening en verantwoording af te leggen over de door hem in depot gehouden gelden. De kamer is van oordeel dat de notaris in dit geval, vooral nu klagers daarom (meermaals) hebben verzocht, een volledig mutatieoverzicht van het verloop van de door hem in depot gehouden gelden, inclusief vermelding van (negatieve) rente en overige (bank)kosten, aan klagers had moeten toesturen. Door dit niet te doen en een weigerachtige houding aan te nemen heeft de notaris niet gehandeld zoals een zorgvuldig notaris betaamt.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:6 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/ 436010 KL RK 24-61
- Datum publicatie: 06-03-2025
- Datum uitspraak: 10-02-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:6
Klagers verwijten de notaris dat hij 1) de vertrouwelijkheid van zijn gesprek met één van de klagers heeft geschonden door de inhoud te delen met erflater, waardoor de relatie van klagers met erflater is verslechterd 2) een testament heeft opgesteld waarvan de inhoud niet overeenkomt met de wil van erflater 3) geen antwoorden geeft op vragen van klagers over de totstandkoming van zijn advies 4) niet wil antwoorden op de vraag of hij met erflater onder vier ogen heeft gesproken 5) niet antwoord op de door klagers aan hem gestelde vragen 6) bij de afwikkeling van de nalatenschap niet heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend notaris mag worden verwacht en niet adequaat heeft gehandeld en niets gedaan om het conflict tussen de erfgenamen op te lossen. Klachtonderdelen 1, 2 en 3 ongegrond en klachtonderdelen 4, 5 en 6 gegrond. Maatregel: waarschuwing.De notaris had ervoor moeten kiezen om erflater onder vier ogen te spreken en extra stappen moeten nemen om te onderzoeken of erflater zijn wil onafhankelijk kon bepalen en deze in vrijheid kon uiten. Door de bedoelde stappen na te laten heeft de notaris onvoldoende gewaarborgd dat de testamenten van erflater wat inhoud en gevolgen betreft overeenstemden met zijn wil. De notaris heeft niet adequaat gereageerd op de door klagers gestelde vragen. Voor zover hier vragen bij zaten die hij niet kon beantwoorden wegens zijn geheimhoudingsplicht, had het op zijn weg gelegen dit aan klagers uit te leggen in plaats van zich te hullen in stilzwijgen. Dat de notaris hoopte dat de erfgenamen na de uitspraak van de kantonrechter nader tot elkaar zouden komen, is geen geldige reden voor het uitblijven van een reactie. De persoonlijke en zakelijke tegenslagen die de notaris in het afgelopen jaar heeft ervaren, zijn dat evenmin.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/439684 / KL RK 24-104
- Datum publicatie: 22-04-2025
- Datum uitspraak: 04-02-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:5
De notaris heeft onzorgvuldig gehandeld door het voeren van een onzorgvuldige organisatie, niet reageren contactverzoeken van klagers en het niet onverwijld rechtzetten van administratieve slordigheden. Deze klachtonderdelen worden gegrond verklaard. Het al dan niet tonen van weinig tekenen van zelfreflectie valt niet onder de reikwijdte van het notarieel tuchtrecht. Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard. Het verwijt dat sprake zou zijn van loyaal declaratiegedrag door de notaris is niet onderbouwd. Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard. Aan de notaris wordt een waarschuwing opgelegd wegens het niet betrachten van de nodige zorgvuldigheid die van een notaris wordt verwacht, noch het voldoen aan zijn zorgplicht jegens klagers.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:43 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/437774 / KL RK 24-84
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:43
verzet tegen een voorzittersbeslissing waarin de klacht niet ontvankelijk is verklaard vanwege overschrijding van de driejaarstermijn. Artikel 99 lid 21 Wna. Verzet ongegrond. De kamer oordeelt - onder verbetering van gronden - dat in de voorzittersbeslissing terecht is geoordeeld dat de driejaarstermijn is overschreden. De andere verzetsgrond over het niet ontvangen van alle processtukken door klager is afgewikkeld doordat klager inzicht heeft gekregen in het klachtdossier. Volgt bekrachtiging van de voorzittersbeslissing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:42 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449370 / KL RK 25-45
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:42
Klager is belanghebbende, ondanks dat niet uit stukken blijkt dat hij erfgenaam is twijfelt de kamer daar niet aan en gaat zij hier vanuit.Klachtonderdeel I is feitelijk onjuist en dus ongegrond.Klachtonderdeel II notaris had geen reden te twijfelen aan handelingsbevoegdheid vader van klager, immers is hij in zijn hoedanigheid van (indirect) bestuurder altijd bevoegd gebleven om de verkopende vennootschap te vertegenwoordigen. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:41 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/445564 / KL RK 24-181
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 12-12-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:41
klacht over afwikkeling van een nalatenschap door de notaris. Erfgenamen (waaronder klaagster) hebben de notaris een volledige en onherroepelijke boedelvolmacht gegeven. Daarmee mocht de notaris naar eigen inzicht afwikkelen. Niettemin heeft de notaris klaagster wel hierbij betrokken. De notaris heeft niet de uitbetaling van het erfdeel afhankelijk gesteld van de goedkeuring van klaagster op de rekening en verantwoording van de notaris. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:40 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/446965 KL RK 25-14
- Datum publicatie: 01-01-2026
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:40
Klacht is niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/439426 KL RK 24-99
- Datum publicatie: 06-03-2025
- Datum uitspraak: 23-01-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:4
BFT verwijt de notaris dat hij in strijd heeft gehandeld met de zorgvuldigheidsplicht (artikel 17 Wna) en opschorting- en weigeringsplicht (artikel 21 lid 2 Wna) omdat: 1) de notaris een verklaring heeft afgegeven zonder nader onderzoek te doen en waarvan hij wist of kon weten dat deze in strijd was met de waarheid; 2) de notaris onvoldoende stappen heeft genomen om de dienst te weigeren of zijn dienst op te schorten totdat het dossier volledig was onderzocht.De kamer stelt vast dat de notaris de klachten niet heeft weersproken en erkent dat hij onvoldoende zorgvuldig is geweest. Het is onbegrijpelijk dat de notaris een verklaring van een derde heeft ondertekend – ook al was dit een professionele belastingadviseur – zonder voldoende onderzoek te doen of te overleggen met een collega. De notaris wist van de discussie met de belastingdienst en had zich kritisch moeten afvragen waarom hij deze verklaring ondertekende en of dit binnen de grenzen van zijn rol en verantwoordelijkheid viel. Volgaris/jurist moeten realiseren dat wat in de verklaring stond niet in overeenstemming was met de juridische werkelijkheid. Hij wist, althans hij had moeten weten, dat door het printen van de verklaring op vignetpapier, het gebruik van de ambtstempel en het voluit schrijven van de datum, de verklaring een formele uitstraling kreeg en zou worden gebruikt als notariële verklens de notaris gaf de verklaring de intentie van partijen weer, maar hij had zich als notaring bij de belastingdienst.Klacht gegrond. Schorsing voor de duur van 26 weken.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:39 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/445566 KL RK 24-182 C/05/445568 KL RK 24-184 C/05/445573 KL RK 24-186
- Datum publicatie: 01-01-2026
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:39
Novitaris-arrest In een ABCD transactie heeft klaagster (B) geklaagd over de wijze waarop de (oud-)notarissen zijn omgegaan met de betaling van de verschuldigde geldbedragen aan pandhouders/beleggers. Klaagster meent dat de (oud-)notarissen tot betaling over moesten gaan zodra er betaald was door A.De kamer heeft geoordeeld dat klaagster een belang heeft bij haar klacht, nu zij gehouden is de kosten koper te dragen op het moment dat het tot betaling van de beleggers komt.Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht tegen de oud-notaris, omdat haar klacht tegen hem te laat is ingediend. De uitzonderingstermijn is niet van toepassing.Het gevestigde pandrecht ten behoeve van de beleggers, is ondeelbaar. Bovendien was niet duidelijk wie van de beleggers gerechtigd was tot een gestort geldbedrag op de derdengeldenrekening van het notariskantoor. De notarissen mochten besluiten hun ministerie op te schorten om nader onderzoek te verrichten, dan wel om te wachten tot het volledige geldbedrag ten behoeve van alle beleggers was voldaan. De kamer oordeelt dat de notarissen in de rechten en belangen van derden een gegronde reden mochten zien om hun dienst te weigeren dan wel op te schorten.Ten aanzien van de klacht over de gevorderde kosten door de notarissen, oordeelt de kamer dat deze onvoldoende is onderbouwd en dat de door de notarissen geschetste gang van zaken redelijk voorkomt.