Zoekresultaten 3711-3720 van de 5439 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7547

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster ontvangt zorg van het GGZ team van de instelling. Verweerster was onderdeel van dit team (tegen haar collega en teamlid is ook een klacht ingediend, geregistreerd onder zaaknummer A2024/7546) en de eerste contactpersoon voor klaagster. Klaagster verwijt haar dat zij heeft gelogen over de medische situatie van klaagster bij de rechtszaak om de zorgmachtiging en dat zij aandringt op het verhuizen naar een HAT-woning op het terrein van de instelling en het innemen van medicatie. Niet kan worden vastgesteld dat de verpleegkundige onwaarheden over klaagster heeft vermeld en de door klaagster gestelde onwaarheden zijn niet onderbouwd. Daarnaast is het college van oordeel dat het handelen van de verpleegkundige erop was gericht passende zorg te verlenen en verdere escalatie te voorkomen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7455

    Ongegronde klacht van ouders van patiëntje tegen verweerster, tandarts, over de behandeling van patiëntje met angstklachten. Klagers verwijten verweerster onzorgvuldige behandeling van de fistel bij de beschadigde tand, weigeren sedatie bij het trekken van beschadigde melktanden, onjuist advies, niets geven tegen de ontsteking, onvoldoende personele bezetting en geen goede achtervang bij de vakantiesluiting van de praktijk. Volgens klagers werd eerst na meerdere verzoeken van klagers patiëntje aan een andere praktijk overgedragen. Volgens klagers heeft verweerster geen verantwoordelijkheid genomen, niet direct met klagers gecommuniceerd en niet gereflecteerd op eigen handelen. Het college oordeelt dat verweerster geen onnodige risico’s heeft genomen en heeft vastgehouden aan een zorgvuldige medische afweging ondanks de druk om met Dormicum te behandelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7957

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Voor het college is het invoelbaar dat het voor klager traumatisch is geweest dat de verpleegkundige (met haar collega’s, geregistreerd onder zaaknummers A2024/7955 en -7956) tegen klagers wil in zijn huis is geweest. Het college oordeelt echter dat het gezien de zorgen die waren geuit, begrijpelijk is dat er (door de psychiater, geregistreerd onder A2024/7958) een huisbezoek door de crisisdienst is aangevraagd. Vervolgens valt het de verpleegkundige niet te verwijten dat klager niet op de hoogte was van dit huisbezoek. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige voldoende de-escalerend heeft opgetreden en dat zij voldoende de zorg in acht heeft genomen die van een goed hulpverlener wordt verwacht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:120 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-226/DB/OB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:155 Hof van Discipline 's Gravenhage 250001

    De zaak betreft een klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klager bijgestaan in een huurgeschil. Dit geschil, dat heeft geleid tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, vormt de aanleiding voor deze klacht. Volgens klager was de bijstand van verweerder niet toereikend, heeft verweerder klagers goede naam geschonden en heeft verweerder niet voldaan aan zijn zorgplicht jegens klager. Het hof sluit zich aan bij de beslissing van de raad. In aanvulling hierop merkt het hof op dat het feit dat de raad verweerder in de gelegenheid heeft gesteld om na de zitting een stuk in te dienen dat nog niet in het dossier zat, geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de raad niet correct heeft gehandeld. Van belang is dat uit het proces-verbaal van de raad blijkt dat klager in de gelegenheid is gesteld om op dat stuk te reageren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:137 Raad van Discipline Amsterdam 25-071/A/A

    Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaat wederpartij. De wijze waarop verweerster de (potentiële) getuige van klaagster heeft benaderd, kan niet anders worden geïnterpreteerd dan als een poging tot ongeoorloofde beïnvloeding van een (potentiële) getuige. Daarmee heeft verweerster in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit, zoals (onder meer) uitgewerkt in gedragsregel 22. Verweerster heeft daarmee schade toegebracht aan het vertrouwen in de advocatuur. Een berisping is in deze situatie passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:121 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-786/DB/OB

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:156 Hof van Discipline 's Gravenhage 240304

    De raad heeft geoordeeld dat er niet aan de in gedragsregel 25 lid 2 genoemde voorwaarden is voldaan, zodat het verweerder niet vrijstond om de client van klager rechtstreeks aan te schrijven. Door dit wel te doen heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De raad heeft verweerder een waarschuwing opgelegd. Het hof bekrachtigt deze beslissing. In dit geval is gedragsregel 25 geschonden doordat verweerder de wederpartij rechtstreeks heeft benaderd, terwijl hij wist dat deze een advocaat had, en verweerder zich daarbij niet beperkte tot een aanzeggingen tot rechtsgevolg.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:138 Raad van Discipline Amsterdam 25-072/A/A 25-073/A/A

    Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben de wijze waarop hun kantoorgenoot, een (potentiële) getuige heeft benaderd in de procedure waarin zij als procesadvocaten optreden voor de wederpartij niet als onbehoorlijk aangemerkt, maar dit gedrag juist verdedigd. Met deze houding hebben verweerders laten zien onvoldoende gewicht toe kennen aan het belang van gedragsregel 22, die beoogt de onafhankelijkheid van getuigen te waarborgen en ongeoorloofde beïnvloeding te voorkomen. Een waarschuwing met kostenveroordeling is passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:157 Hof van Discipline 's Gravenhage 240276

    Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Hij verwijt verweerster dat zij in strijd met op een zitting gemaakte afspraken heeft gehandeld. Het hof overweegt dat het verweerster niet is aan te rekenen dat zij in opdracht van haar cliënte diens gewijzigde standpunt ten opzichte van de op de zitting gemaakte afspraken heeft verwoord in een e-mail aan de advocaat van klager. Verweerster was zelf geen partij bij de gemaakte afspraak en het stond verweerster als belangenbehartiger van haar cliënte niet vrij om tegen de instructie van haar cliënte in te handelen. De klacht is ongegrond verklaard door de raad. Het hof bekrachtigt deze beslissing.