Zoekresultaten 1-50 van de 4461 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:2 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/675525 / DW RK 19/613
- Datum publicatie: 27-11-2020
- Datum uitspraak: 02-01-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:2
De gerechtsdeurwaarder heeft zijn reactie op een op 11 februari 2019 door klager ingediende klacht naar een verkeerd adres gestuurd. Het verzet is gegrond. Gelet op de door de gerechtsdeurwaarder aangeboden excuses, acht de kamer de gemaakte fout onvoldoende om tuchrechtelijk verwijtbaar handelen vast te kunnen stellen. De aanvankelijke klacht wordt daarom ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:17 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-881/DB/LI
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 01-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:17
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Omdat niet is gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden verklaart de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-855/DB/LI
- Datum publicatie: 01-02-2024
- Datum uitspraak: 01-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:18
Voorzittersbeslissing. Uit hetgeen klaagster op het door haar ingevulde klachtformulier naar voren heeft gebracht is de voorzitter niet gebleken dat de klacht betrekking heeft op het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van advocaat. De voorzitter heeft voorts in de overgelegde stukken geen aanknopingspunten gevonden voor de bevoegdheid van de tuchtrechter. Voor het advocaten tuchtrecht is ter zake hetgeen klaagster aan de orde wil stellen geen rol weggelegd. Raad kennelijk onbevoegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1873
- Datum publicatie: 05-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:27
Klacht tegen huisarts. Klager is in 2016 op consult geweest in de praktijk van de huisarts. Toen is geconcludeerd dat sprake was keelpijn en hoesten bij een viraal effect. Enkele maanden later is bij klager in het ziekenhuis een anaplastisch schildkliercarcinoom vastgesteld. Klager verwijt de huisarts – onder meer – dat onder zijn verantwoordelijkheid onvoldoende onderzoek is gedaan en een verkeerde diagnose is gesteld, dat hij onvoldoende supervisie heeft uitgeoefend ten opzichte van zijn coassistenten, heeft nagelaten (via zijn coassistenten) aan te geven dat klager bij het blijven bestaan van klachten binnen tien dagen moest terugkomen en dat hij klager ten onrechte niet heeft doorverwezen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege roept de coassistent die klager gezien heeft als getuige op. Het beroep van klager wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1882
- Datum publicatie: 05-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:28
Klacht tegen een huisarts. Klager is de vader van een meisje van tien jaar oud (hierna: de dochter). Samen met zijn ex-vrouw (hierna: de moeder) heeft hij het ouderlijk gezag over haar. Er is geen ouderschapsplan. Er is sprake van complexe echtscheidingsproblematiek. De dochter staat sinds 2014 ingeschreven bij de praktijk die de huisarts voert, samen met de beklaagde huisarts in de zaak met kenmerk C2023/1883. De klacht van klager komt er in de kern op neer dat hij door de beide huisartsen onvoldoende wordt geïnformeerd. Ook wordt hij onvoldoende in de gelegenheid gesteld mee te beslissen over medische behandelingen van de dochter. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdelen a. (gedeeltelijk) en d gegrond, legt aan de huisarts de maatregel van waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt zowel het beroep van klager als het incidenteel beroep van de huisarts tegen deze beslissing en bepaalt dat deze beslissing zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5367
- Datum publicatie: 05-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:9
Klacht tegen een arts werkzaam bij het consultatiebureau ingediend door ouders. Klagers zijn niet tevreden met het consult van hun zoontje bij het consultatiebureau. Zij verwijten de arts onder meer dat zij nalatig en onprofessioneel heeft gehandeld, en zij een onterechte en onjuiste doorverwijzing naar de kinderarts en melding bij Veilig Thuis heeft gedaan. Na het consult heeft de arts tijdens een telefoongesprek met de ouders haar zorgen om het kind onnodig uitvergroot. Daardoor is een vertrouwensbreuk ontstaan tussen de arts en de ouders. De arts heeft na overleg een melding gedaan bij Veilig Thuis. Het college is van oordeel dat de arts vanwege de vertrouwensbreuk met de ouders had moeten beseffen dat zij niet meer de aangewezen persoon was om bij deze casus betrokken te blijven. Voorts dient de arts als professional zorgvuldigheid te betrachten bij de communicatie jegens ouders, omdat dit anders de vertrouwensrelatie kan schaden. Uit het dossier en ter zitting is gebleken dat er al langer reële, maar niet acute zorgen over het kind en zijn ontwikkeling (afbuigende groei) waren. Dat maakt dat er langer gewacht had kunnen worden in deze situatie. Door deze ruimte niet te benutten en de melding te doen, is de situatie verder geëscaleerd. Overigens overweegt het college dat de melding zelf niet onterecht was gelet op de zorgen. Het college merkt daarbij op dat sprake van een relatief onervaren arts en dat het enige tijd heeft geduurd voordat vervanging gevonden was. De arts ziet in dat zij is tekortgeschoten en heeft hieruit lering getrokken. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de arts een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1883
- Datum publicatie: 05-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:29
Klacht tegen een huisarts. Klager is de vader van een meisje van tien jaar oud (hierna: de dochter). Samen met zijn ex-vrouw (hierna: de moeder) heeft hij het ouderlijk gezag over haar. Er is geen ouderschapsplan. Er is sprake van complexe echtscheidingsproblematiek. De dochter staat sinds 2014 ingeschreven bij de praktijk die de huisarts voert, samen met de beklaagde huisarts in de zaak met kenmerk C2023/1882. De klacht van klager komt er in de kern op neer dat hij door de beide huisartsen onvoldoende wordt geïnformeerd. Ook wordt hij onvoldoende in de gelegenheid gesteld mee te beslissen over medische behandelingen van de dochter. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdelen a. (gedeeltelijk) en d gegrond, legt aan de huisarts de maatregel van waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt zowel het beroep van klager als het incidenteel beroep van de huisarts tegen deze beslissing en bepaalt dat deze beslissing zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:30 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2016
- Datum publicatie: 05-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:30
Klacht tegen een huisarts. Klaagster was jarenlang patiënt van de huisarts. Sinds 2015 hadden zij – na het overlijden van de echtgenoot van klaagster – ook een persoonlijke, vriendschappelijke relatie met elkaar. In de zomer van 2022 heeft een inbraak plaatsgevonden in de woning van de huisarts. Vanwege zijn vermoeden dat de dochter van klaagster de inbraak had gepleegd, heeft de huisarts de vriendschap met klaagster verbroken. Klaagster verwijt de huisarts dat hij a) het medisch beroepsgeheim heeft overtreden, b) de overeenkomst tot zorgverlening onjuist eenzijdig heeft opgezegd en c) na beëindiging van de zorgverlening (ten onrechte) nog vergoedingen heeft gedeclareerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat is komen vast te staan dat de huisarts zijn beroepsgeheim heeft geschonden, verklaart klachtonderdeel a gegrond en legt de huisarts een berisping op. Klachtonderdeel b wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen klachtonderdeel c is ingetrokken door klaagster. De beslissing wordt gepubliceerd in de Staatscourant en ter publicatie aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6036
- Datum publicatie: 08-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:11
Klager werd verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en heeft daarom 17 dagen vastgezeten (deels in volledige beperkingen) in een cellencomplex. Klager verwijt verweerder met name dat hij, op het moment dat hij betrokken was als arts in het cellencomplex, geen tweedelijnshulpverlening heeft ingeschakeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:15 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-314/AL/NN
- Datum publicatie: 08-02-2024
- Datum uitspraak: 07-02-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:15
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6709
- Datum publicatie: 08-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:12
Voorzittersbeslissing: klacht tegen arts maatschappij en gezondheid kennelijk ongegrond. De arts heeft een uitnodigingsbrief voor een coronaprik ondertekend als medisch programmamanager. De arts is daarmee niet verantwoordelijk voor de keuze van het aangeboden vaccin.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6020
- Datum publicatie: 08-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:10
Klager werd verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en heeft daarom 17 dagen vastgezeten (deels in volledige beperkingen) in een cellencomplex. Klager verwijt verweerster met name dat zij, op het moment dat zij betrokken was als arts in het cellencomplex, geen tweedelijnshulpverlening heeft ingeschakeld.
-
ECLI:NL:TACAKN:2024:4 Accountantskamer Zwolle 23/11 Wtra AK
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TACAKN:2024:4
Betrokkene heeft de jaarrekeningen gecontroleerd van acht onderwijsstichtingen en van een ondersteunende stichting, en deze van een goedkeurende controleverklaring voorzien. Volgens klaagster heeft betrokkene de wijze waarop door (het bestuur van) de onderwijsstichtingen en de ondersteunende stichting met rijksbekostiging is omgegaan onvoldoende beoordeeld. Zij heeft niet beoordeeld in hoeverre er sprake was van risico’s op een afwijking van materieel belang als gevolg van fraude, belangenstrengeling of niet-naleving van wet- en regelgeving. De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond en legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:38 Hof van Discipline 's Gravenhage 230380
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 08-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:38
Verzoek tot verwijzing van een klacht tegen de deken en een medewerker van het ordebureau afgewezen. De medewerker is geen advocaat, zodat de deken geen bevoegdheid heeft om onderzoek te doen naar de klacht. De klacht tegen de deken is in feite gericht tegen een beslissing in een andere klachtzaak die bovendien ter beoordeling voorligt aan de appelinstantie. Het recht om een klacht tegen de deken in te stellen is daarvoor niet bedoeld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:32 Hof van Discipline 's Gravenhage 230314
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:32
Art. 13. Termijnoverschrijding indienen beklag verschoonbaar. De deken heeft abusievelijk een onjuist postadres vermeld in haar beslissing, waardoor niet kan worden vastgesteld of klager tijdig beklag heeft gedaan. Het gebruik van een onjuist postadres kan klager niet worden tegengeworpen. Dat de brief is gericht aan de deken en niet het hof, doet hier niets aan af. Beklag ongegrond. Klager heeft voor dezelfde zaak opnieuw verzocht om aanwijzing van een advocaat. Daarbij zijn door klager geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een andere beoordeling leiden dan die van het hof in de beslissing van 23 mei 2016 (ECLI:NL:TAHVD:2016:91). Het hof komt met de deken tot de conclusie dat het beklag ongegrond moet worden verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:39 Hof van Discipline 's Gravenhage 230150
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:39
Verweerder is ingeschakeld voor een gezamenlijke adviesaanvraag van klager en de cliënt van verweerder. Verweerder heeft erop gewezen dat hij voor zijn cliënt optreedt en dat het belang van zijn cliënt in geval van eventueel conflicterende belangen voorrang zal krijgen. Verweerder heeft deze boodschap verschillende malen en ook schriftelijk herhaald. Verweerder heeft niet geschreven dat hij een gezamenlijk advies zou uitbrengen. Verweerder heeft volgens het hof aan klager voldoende duidelijk gemaakt dat hij voor zijn cliënt optrad en daarnaast was ten tijde van de gezamenlijke advies aanvraag geen sprake van a priori tegenstrijdige belangen. Verweerder heeft bij klager niet de indruk gewekt dat hij ook de belangenbehartiger van klager was. Het hof vernietigt de door de raad gegrond verklaarde klacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:34 Hof van Discipline 's Gravenhage 230298
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:34
Beklag tegen beslissing Deken ongegrond verklaard. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen, is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem bijstand te verlenen. Niet in geschil is dat klager geen advocaat heeft gevonden om rechtsbijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het al dan niet aanwijzen van een advocaat. Daarbij voorziet art. 13 Advw. er niet in om een advocaat aan te wijzen die in alle opzichten aan de wensen van klager zal gaan voldoen (vergelijk HvD 8 december 2000, 3199 en 14 mei 2018, 180005). Het feit dat in dit geval een aangewezen advocaat niet bereid is om de door klager gewenste procedures te starten of processtrategie te volgen, als gevolg waarvan de opdracht al dan niet door klager wordt beëindigd, komt dan ook voor rekening van klager. Er lijkt sprake te zijn van een patroon. Beëindiging van de opdracht door toedoen van klager betekent dan ook klager geen recht aan art. 13 Advw kan ontlenen op aanwijzing van (weer) een andere advocaat. Deken heeft het verzoek tot aanwijzing van een advocaat op goede gronden afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:35 Hof van Discipline 's Gravenhage 230292
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:35
Beklag op grond van artikel 13 Advw ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:36 Hof van Discipline 's Gravenhage 230008
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:36
Ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor krediet na echtscheiding. Bekrachtiging ongegrondverklaring door raad van klacht over dienstverlening van en communicatie met eigen advocaat.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:19 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-792/DB/LI
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 08-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:19
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat in een strafzaak. Verweerder heeft voldoende toegelicht dat hij geen bewijsverweer hoefde te voeren, omdat klager zijn daden had bekend. Niet gebleken dat verweerder te laat of niet verscheen op de afspraken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2024:3 Accountantskamer Zwolle 23/1457 Wtra AK
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TACAKN:2024:3
Ongegronde klacht. Klager en betrokkene waren tot halverwege de jaren tachtig collega’s bij hetzelfde accountantskantoor en betrokkene is daarna tot eind 2001/begin 2002 als adviseur betrokken geweest bij vennootschappen van klager. In 2020 is één van deze vennootschappen en nog een andere vennootschap van klager failliet verklaard. De curator heeft betrokkene verzocht om haar te assisteren bij het rechtmatigheidsonderzoek. Betrokkene heeft in dat kader twee rapporten van feitelijke bevindingen uitgebracht. Volgens klager heeft betrokkene ten onrechte niet onderkend dat zijn objectiviteit werd bedreigd, heeft hij onvoldoende zorgvuldigheid betracht ten opzichte van klager als beoogd gebruiker en heeft hij de voorschriften van Standaard 4400N niet in acht genomen. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene vóór en ná aanvaarding van de opdracht heeft kunnen concluderen dat er geen sprake was van een bedreiging voor het zich houden aan het fundamentele beginsel van objectiviteit. Ook hoefde betrokkene de specifieke werkzaamheden en uitgangspunten van de opdracht niet met klager af te stemmen, omdat klager ten tijde van de aanvaarding van de opdracht geen beoogd gebruiker van de rapporten was. Klager heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de rapporten onjuistheden bevatten.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:37 Hof van Discipline 's Gravenhage 220228
- Datum publicatie: 09-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:37
Klacht over optreden van eigen advocaat in appelprocedure is door de raad grotendeels ongegrond verklaard. Alleen het klachtonderdeel, dat betrekking had op het te laat toesturen van de concept Memorie van Grieven en het ongewijzigd indienen van die memorie, is gegrond verklaard met waarschuwing. Het hoger beroep van klager tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen faalt. Ambtshalve verhoogt het hof de aan verweerder opgelegde maatregel tot een berisping, zulks zonder proceskostenveroordeling in hoger beroep, omdat verweerder in de uitspraak van de raad had berust.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:23 Raad van Discipline Amsterdam 23-907/A/A
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:23
Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem beginsel. klager heeft voor de tweede keer een klacht ingediend over verweerder. Beide klachten hebben betrekking op hetzelfde voortslepende feitencomplex, namelijk het langdurige (echtscheidings)geschil dat speelt tussen klager en de ex-echtgenote en waarin verweerder de ex-echtgenote als advocaat bijstand verleent. De eerste klacht over verweerder is bij (inmiddels onherroepelijke) beslissing kennelijk ongegrond verklaard. En hoewel de huidige klacht in een iets andere vorm is gegoten en van een latere datum is, komt het verwijt aan verweerders adres (in essentie) op hetzelfde neer. Het ne bis in idem (weergegeven onder r.o. 4.1), dat dient ter bescherming van advocaten tegen herhaalde klachten over in de kern hetzelfde feitencomplex, brengt naar het oordeel van de voorzitter ook in dit geval mee dat klager niet een tweede maal kan klagen over hetzelfde feitencomplex. Dat onderhavige klacht van een latere periode is dan de eerdere klacht, maakt dit niet anders. De doelen van het tuchtrecht zijn het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de advocatuur en bescherming tegen onzorgvuldig handelen van advocaten. Het tuchtrecht is er niet om onbeperkt ruimte te geven aan klagers om hun onvrede over advocaten telkens opnieuw, in iets andere vorm, maar met op hoofdlijnen dezelfde klachten, aan de orde te stellen. Van uitzonderlijke omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden is de voorzitter niet gebleken. Dat betekent dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-059/DB/LI
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:20
Toewijzing 60ab-verzoek. Schending van aan een gedetineerde cliënt opgelegde beperkingen. De raad is met de deken van oordeel dat uit de overgelegde stukken, waaronder de melding van de plv. hoofdofficier van justitie en het door de politie opgestelde proces-verbaal, en het ter zitting verhandelde voldoende blijkt dat sprake is van een ernstig vermoeden van een handelen door verweerder waardoor enig door artikel 46 beschermd belang ernstig is geschaad of dreigt te worden geschaad. Ondanks een eerdere tuchtrechtelijke veroordeling en langdurige schorsing wegens het handelen in strijd met aan een gedetineerde cliënt opgelegde beperkingen, heeft verweerder zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan handelen in strijd met aan een gedetineerde cliënt opgelegde beperkingen. Gezien het recidiverende karakter van verweerders misdragingen, in samenhang bezien met verweerders houding ter zitting, die geen blijk gaf van inzicht in de klachtwaardigheid van zijn handelen, bestaat een reële dreiging van nieuwe misdragingen. Er is naar het oordeel van de raad op grond van het voorgaande sprake van een dusdanig spoedeisend belang dat enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang schorsing met onmiddellijke ingang vergt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:24 Raad van Discipline Amsterdam 23-869/A/NH
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:24
Voorzittersbeslissing; klacht over het handelen van verweerster in haar hoedanigheid van deken is kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:26 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-886/DH/DH
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 07-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:26
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Het rechtszekerheidsbeginsel verzet zich ertegen dat met een klacht die eerder is ingetrokken, voor de tweede maal een klachtprocedure wordt gestart.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:25 Raad van Discipline Amsterdam 23-871/A/A
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:25
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Niet gebleken is dat verweerder zijn derdengeldrekening voor oneigenlijke doeleinden heeft gebruikt.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:27 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-867/DH/DH
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 07-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:27
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Geen sprake van onzorgvuldig cassatieadvies. Verweerder niet gehouden cassatie in te stellen na negatief cassatieadvies. Geen sprake van onzorgvuldige facturering.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:40 Hof van Discipline 's Gravenhage 230019
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:40
Klacht over een kantoorgenoot van de eigen advocaat. Het hof bekrachtigd het oordeel van de raad. Klager heeft bij verweerder zijn ongenoegen geuit over het optreden van zijn advocaat. Verweerder had daarop sneller kunnen reageren, maar heeft met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. De klacht is daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:28 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-860/DH/DH
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 07-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:28
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Negatief cassatieadvies betekent niet dat verweerder klachtwaardig heeft gehandeld. Verweerder heeft ook binnen een redelijke termijn aan de opdracht van klager voldaan. Verweerder was niet gehouden om namens klager bij de Hoge Raad uitstel te vragen voor het instellen van cassatie, omdat zijn werkzaamheden voor klager met het uitbrengen van het cassatieadvies reeds waren beëindigd. Het enkele feit dat verweerder in zijn communicatie met klager de achternaam van klager een paar keer onjuist heeft gespeld, is niet tuchtrechtrechtelijk verwijtbaar en kan niet tot de conclusie leiden dat verweerder klager kleinerend of respectloos heeft behandeld. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:41 Hof van Discipline 's Gravenhage 220343
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:41
Klager niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep ziet op de (deels) gegrond verklaarde klachtonderdelen. Voor het overige: bevestiging beslissing raad ten aanzien van de ongegrond verklaarde klachtonderdelen, te weten (i) de klacht over de kwaliteit van de dienstverlening voor zover die ziet op de keuze om een bodemprocedure te voeren tegen de verzekeraar. Deze was immers niet bij voorbaat kansloos. (ii) De klacht dat verweerder onvoldoende deskundig of bekwaam zou zijn om letselschadezaken te behandelen. Dit kan op basis van één dossier niet worden vastgesteld. (iii) De klacht dat verweerder geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door hem gemaakte fouten. Verweerder niet tuchtrechtelijk gehouden aansprakelijkheid te erkennen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:29 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-492/DH/DH
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:29
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft zijn cliënt niet gewaarschuwd om een vonnis niet te executeren vanwege de gesloten vaststellingsovereenkomst, maar heeft klager zelfs gefeliciteerd met het positieve resultaat. Klager heeft hierdoor de indruk gekregen dat hij het vonnis mocht executeren, waardoor een kort geding tegen hem is gestart om dit te voorkomen. Ook heeft verweerder op de koop toegenomen dat bijzondere persoonsgegevens van klager bij derden terecht zouden komen. Verweerder heeft onvoldoende duidelijke financiële afspraken gemaakt met klager. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:42 Hof van Discipline 's Gravenhage 220336
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:42
Beslissing raad deels vernietigd. Gewraakte uitlatingen niet onnodig grievend. verweerder heeft met zijn uitlatingen aandacht willen vragen voor mogelijke problematiek die bij moeder speelt. Naar het oordeel van het hof heeft verweerder daarbij wel de nodige terughoudendheid in zijn bewoordingen betoond. Beslissing raad voor het overige bekrachtigd, nu verweerder zonder medeweten en toestemming van klaagster met de minderjarige zoon van klaagster heeft gesproken. Dit valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:30 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-641/DH/RO/D
- Datum publicatie: 12-02-2024
- Datum uitspraak: 12-02-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:30
Verzoek art. 8e Advocatenwet toegewezen. Verweerder oefent al sinds 2020 niet meer duurzaam en stelselmatig het beroep van advocaat uit. De raad schrapt verweerder van het tableau op grond van artikel 8e Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:32 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1990
- Datum publicatie: 13-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:32
Klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft in het kader van de aanvraag van een zorgmachtiging, een medische verklaring opgesteld met betrekking tot klager. Klager verwijt de psychiater dat zij een onjuiste (‘bewust een valselijke’) medische verklaring over hem heeft afgegeven. Volgens klager is bijna elke zin in de medische verklaring onjuist. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/6747
- Datum publicatie: 13-02-2024
- Datum uitspraak: 13-02-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:29
Klagers (een BIG geregistreerde tandarts (1) en zijn patiënt (2) zijn kennelijk niet ontvankelijk in hun klacht tegen een mondhygiëniste. Er is sprake van een conflict tussen twee gebruikers van het hetzelfde pand. De gebruikers zijn allebei zorgverlener. Het verwijt van de tandarts aan het adres van de mondhygiëniste is dat zij de gemeenschappelijke thermostaat op 20 graden Celsius heeft gezet of laten staan. Bij de tandarts die aan de zuidkant van het pand praktiseert wordt het dan ongeveer 35 graden Celsius. Klagers zijn van mening dat het uitvoeren van een chirurgische ingreep bij deze temperaturen niet verantwoord is gelet op de negatieve invloed die dit heeft op de prestaties van de tandarts, het welzijn en de gezondheid van de patiënt (2) en mogelijk het slagen van de ingreep. De voorzitter is van oordeel dat het tuchtrecht voor de gezondheidszorg niet bedoeld is om de onderhavige problematiek tussen partijen op te lossen. Klagers zijn kennelijk niet ontvankelijk in hun klacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:31 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1989
- Datum publicatie: 13-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:31
Klacht tegen een psychiater. Klager was onder behandeling bij het FACT-team van een GGZ-instelling. De psychiater was als zorgverantwoordelijke bij de behandeling van klager betrokken. In het kader van de aanvraag voor een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) heeft de psychiater een zorgplan opgesteld. Klager is van mening dat dit zorgplan feitelijke onjuistheden en onjuiste bevindingen bevat en dat de diagnose onvoldoende is onderbouwd. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1981
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 14-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:39
Klacht tegen een arts. Klager is van opvatting dat de arts geen goede diagnose heeft gesteld en fouten heeft gemaakt, met grote negatieve gevolgen voor klagers gezondheid en zijn persoonlijke omstandigheden. Meer in het bijzonder verwijt hij de arts dat hij ten onrechte heeft geweigerd de Benutbare Mogelijkheden Lijst (BML) aan te passen, en de afgegeven second opinion heeft genegeerd. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat het aanvullend onderzoek - in aanvulling op het onderzoek twee dagen eerder - voldoende basis vormt voor het besluit om geen nadere of aangepaste BML op te stellen, en voor de conclusie dat er benutbare mogelijkheden zijn. Dat de arts daarna en daarnaast nog verder (medische) informatie had moeten opvragen, is door klager wel gesteld maar onvoldoende onderbouwd en ook overigens niet aannemelijk geworden. Alsdan is er geen sprake van een ondeugdelijke analyse en conclusie. Het college overweegt verder dat de bevindingen in de second opinion niet heeft genegeerd maar serieus heeft genomen, kan zich er deels in vinden, en heeft de conclusies grotendeels gevolgd. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht in alle onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2272
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 13-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:33
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een tandarts. De voorzitter van het RTG heeft geoordeeld dat het handelen en nalaten van de tandarts, waarover in deze procedure wordt geklaagd, al is beoordeeld in een eerdere procedure. De voorzitter van het RTG heeft de klacht daarom kennelijk niet ontvankelijk verklaard.Naar het oordeel van de voorzitter van het CTG heeft de voorzitter van het RTG terecht het standpunt ingenomen dat er sprake is van de ‘ne bis in idem’ situatie en de klacht terecht niet ontvankelijk verklaard. Het beroep leidt daarom niet tot een andere beslissing dan die van het RTG en op die grond verwerpt de voorzitter van het CTG het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2024:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5281
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 08-02-2024
- ECLI:NL:TGZRSHE:2024:7
Klacht dat huisarts haar beroepsgeheim heeft geschonden, onjuiste en ongefundeerde informatie aan de raad voor de kinderbescherming heeft gegeven en klaagster daarvan niet op de hoogte heeft gesteld. KNMG-richtlijn omgaan met medische gegevens. Ondertekening informantenformulier voor raadsonderzoek. Informatie over thuissituatie, gezondheid, gedrag of de schoolprestaties van dochter klaagster. Geen toestemming om beroepsgeheim jegens klaagster te doorbreken. Artikel 1:240 BW. Eigen verantwoordelijkheid en afweging zorgverlener. Zorgvuldigheidseisen. Grove inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van klaagster. Ongefundeerde informatie. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:40 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1982
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 14-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:40
Klacht tegen een bedrijfsarts die handelde als supervisor. Klager is van opvatting dat de bedrijfsarts heeft toegelaten dat geen goede diagnose is gesteld en er fouten zijn gemaakt, met grote negatieve gevolgen voor klagers gezondheid en zijn persoonlijke omstandigheden. Meer in het bijzonder verwijt hij de bedrijfsarts dat hij onvoldoende onafhankelijk toezicht heeft gehouden op het werk van de artsen (die onder zijn supervisie stonden), en hun werkzaamheden ten onrechte niet heeft gecorrigeerd. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht in alle onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1865
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 14-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:34
Klacht tegen een dermatoloog. Klaagster was doorverwezen naar het ziekenhuis waar de dermatoloog werkzaam is voor een laserbehandeling van littekens op haar wang. Er hebben verschillende behandelingen plaatsgevonden, waaronder een resurfacing behandeling. Klaagster verwijt de dermatoloog dat er tijdens de resurfacing behandeling iets mis is gegaan, waardoor zich een litteken heeft ontwikkeld op haar wang en dat klaagster op de spoedeisende hulp naar huis is gestuurd met zalf. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de beide klachtonderdelen feitelijke grondslag missen. De dermatoloog heeft de resurfacing behandeling niet verricht en was hier ook verder niet bij betrokken. De dermatoloog heeft verklaard klaagster nooit gesproken en/of gezien te hebben tijdens zijn diensten op de spoedeisende hulp. Het Regionaal Tuchtcollege ziet geen reden om aan de verklaring van de dermatoloog te twijfelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:35 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1875
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 14-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:35
Klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster is tijdens een revalidatietraject door de fysiotherapeut behandeld. Zij verwijt de fysiotherapeut onder meer het maken van ongepaste opmerkingen, het doen van ongewenste aanrakingen en het onzorgvuldig afhandelen van het evaluatiegesprek aan het einde van de behandelperiode. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:36 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1916
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 14-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:36
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij a) geen juiste voorstelling van zaken heeft gegeven in zijn terugkoppeling van het spreekuur, b) informatievoorziening en correspondentie aan klager en zijn werkgever niet gelijktijdig naar deze partijen heeft gestuurd, en c) een passieve houding heeft aangenomen en een onduidelijk advies heeft verstrekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:37 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1917
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 14-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:37
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij a) geen juiste voorstelling van zaken heeft gegeven in zijn terugkoppeling van het spreekuur, b) informatievoorziening en correspondentie aan klager en zijn werkgever niet gelijktijdig naar deze partijen heeft gestuurd, en c) een passieve houding heeft aangenomen en een onduidelijk advies heeft verstrekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:43 Hof van Discipline 's Gravenhage 220301
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:43
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster verwijt verweerster dat zij aan de rechtbank mededeling heeft gedaan over (de inhoud van) schikkingsonderhandelingen en dat zij daarbij het standpunt van klaagster onjuist heeft weergegeven. Het hof is met de raad van oordeel dat de gegrondheid van de klachten niet kan worden vastgesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar verbetert de gronden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1918
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 14-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:38
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt de bedrijfsarts kort samengevat dat hij a) zijn beroepsgeheim heeft geschonden dan wel zich partijdig heeft opgesteld, b) valsheid in geschrifte heeft gepleegd dan wel heeft gezorgd voor onjuiste en onwaarachtige verslaglegging, c) een passieve houding heeft aangenomen en heeft tegengewerkt, en d) heeft gezorgd voor onvolledige en niet gelijktijdige informatievoorziening en correspondentie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a en b gegrond verklaard, de klachtonderdelen c en d ongegrond verklaard, en aan de bedrijfsarts de maatregel van berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2024:6 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/726891 / DW RK 22/467 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 14-02-2024
- Datum uitspraak: 13-02-2024
- ECLI:NL:TGDKG:2024:6
Klaagster heeft niet het verschuldigde bedrag conform de bijsluiter in het dagvaardingsexploot betaald, maar alleen de hoofdsom. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door beslag op de bankrekening van klaagster te leggen. Vervolgens heeft klaagster niet binnen de gegunde termijn de restbetaling verricht. Met de aankondiging dat de executiemaatregelen zullen worden voortgezet kan de gerechtsdeurwaarder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:45 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1931
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 14-02-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:45
Klacht tegen verpleegkundige. Klager verblijft in een forensisch psychiatrische instelling, waar de verpleegkundige werkzaam was. Klager gebruikt medicatie waaronder paracetamol. De paracetamol staat vermeld op de wekelijkse medicatielijst met de aantekening: “zo nodig 4 maal per dag 2 tabletten (=1000 mg)”. Bij gebruik van meer dan 10 tabletten in twee weken tijd; contact opnemen met medische dienst. Niet in EIGEN BEHEER, oraal”. De verpleegkundige heeft medio 2022 aan een collega van de medische dienst gemeld dat het paracetamolgebruik van klager de norm van maximaal tien tabletten in twee weken ruim overschreed. Daarop heeft de arts kennelijk het gebruik van paracetamol door klager vastgezet op vier vaste momenten van de dag. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij achter zijn rug om bij de arts van de medische dienst heeft geregeld dat klager niet langer paracetamol krijgt als hij daarom vraagt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:44 Hof van Discipline 's Gravenhage 220273 220274
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 05-02-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:44
Vernietiging beslissing raad. Klacht tegen advocaten in hoedanigheid van (mede)bestuurders van een advocatenkantoor. Het stond verweerders vrij om met werknemer een relatiebeding overeen te komen. Hof komt tot de conclusie dat verweerder bij hun handelen als de bestuurders van het advocatenkantoor, het vertrouwen in de advocaat niet hebben geschaad. Het hof weegt mee dat (i) verweerder 1 (in grote lijnen) bekend was met de zaak en de aangewezen advocaat was om de zaak over te nemen toen de werknemer zijn vertrek aankondigde. (ii) De beëindiging van de dienstverlening door de werknemer aan klager was niet ontijdig. Klager is hierdoor ook niet in zijn belangen geschaad. (iii) Verweerders hebben niet onvoorwaardelijk en onredelijk vastgehouden aan het beding. (iv) De belangen van klager is voldoende door verweerders behartigd. Zij hebben zijn belangen niet uit het oog verloren en steeds hun dienstverlening aangeboden en meegewerkt aan een spoedige overdracht van het dossier. Klacht ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 90
- Volgende pagina zoekresultaten