Zoekresultaten 1-20 van de 4517 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:36 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/443594 KL RK 24-161

    Klager verwijt de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van klager ten tijde van het passeren van de koopovereenkomst en dat sprake is van een verdachte of ongebruikelijke transactie waarvan de notaris melding had moeten maken bij de bevoegde autoriteiten. De kamer is van oordeel dat de notaris geen aanleiding had om aan de geestelijke gesteldheid van klager te twijfelen. Tijdens het bezoek aan de notaris van klager is niet gebleken van een beperkt verstandelijk vermogen waardoor klager zijn wil onvoldoende kon bepalen. Verder is de kamer van oordeel dat de gevoerde communicatie (onder andere via de e-mail) met klager voor de notaris geen aanleiding had hoeven zijn om aan de geestelijke gesteldheid van klager te twijfelen. De kamer is ook van oordeel dat de notaris een onderbouwde verklaring voor de lagere koopsom heeft gegeven en gezien zijn beperkte opdracht heeft de notaris naar het oordeel van de kamer niet onzorgvuldig gehandeld. Nog los van het feit dat dit een eigenstandige beoordeling en plicht van de notaris is, die klager in beginsel niet regardeert, bestond er gezien het voorgaande, waarbij verder niets aanvullends is gesteld of gebleken, ook geen verplichting om melding te maken van een verdachte of ongebruikelijke transactie in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:37 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/448817 / KL RK 25-40

    De notariële kernwaarde als zorgvuldigheid en in het verlengde daarvan de voorlichtingsplicht, zijn door de notaris geschonden. De notaris heeft een voorlichtingsplicht en de verplichting om te verifiëren of dat wat in de akte staat, overeenstemt met de wil van de partijen en dat zij daarvan de gevolgen overzien. In dit geval heeft de notaris zich laten leiden door de haast van partijen, in plaats van zich te vergewissen van de daadwerkelijke wil van partijen en ze te behoeden voor het nemen van overhaaste beslissingen. De notaris heeft na de eerste bespreking een conceptakte voor de volgende bespreking opgesteld zonder dat hij daartoe met partijen de afspraak had gemaakt. Hij heeft deze conceptakte niet aan partijen voorafgaand aan de bespreking toegestuurd of op andere wijze een schriftelijke toelichting gegeven. Voorts heeft de notaris geen deugdelijke verslaglegging van besprekingen bijgehouden. Klager verwijt de notaris dan ook dat hij zijn informatieplicht heeft geschonden en geen deugdelijke verslaglegging van de besprekingen heeft bijgehouden. De kamer oordeelt de klacht gegrond en legt aan de notaris een berisping op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:38 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451325 / KL RK 25-72

    Klager stelt dat in de nalatenschap van zijn overleden moeder onjuiste berekeningen door de oud-notaris zijn gehanteerd, hetgeen heeft geleid tot een onjuiste fiscale aangifte. Klager verzoekt de kamer dat het blooteigendom door het notariskantoor opnieuw gewaardeerd zal worden. De voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat gedragingen van de oud-notaris niet de notaris persoonlijk toegerekend kunnen worden. De kamer verenigt zich met het oordeel van de voorzitter. In deze verzetprocedure zijn verder geen feiten of omstandigheden door klager naar voren gebracht die tot een ander oordeel leiden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:259 Hof van Discipline 's Gravenhage 240280 en 240281

    Verschoningsrecht. Kernwaarden onafhankelijkheid, integriteit en betamelijkheid. Bestuursorgaan als cliënt en Wet open overheid.De oorsprong van de klachten ligt in het strafrechtelijk onderzoek Castor waarin het Openbaar Ministerie via een (heimelijke) strafrechtelijke vordering de beschikking kreeg over e-mailberichten waarvan later is komen vast te staan dat deze onder het verschoningsrecht vielen van de advocaat die de verdachten bijstond. Het hof is van oordeel dat verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid heeft geschonden doordat verweerder zomaar op de juridische opvatting van zijn cliënt heeft gevaren dat de e-mails niet onder het verschoningsrecht zouden vallen. Door kennis te nemen van de e-mails en deze voor het advies te gebruiken heeft verweerder zijn eigen verantwoordelijkheid om het verschoningsrecht van een andere advocaat te respecteren niet genomen en daarmee ook de kernwaarden integriteit en betamelijkheid geschonden. Het hof rekent het handelen van verweerder hem, gelet op het fundamentele en essentiële karakter van het verschoningsrecht in de rechtsstaat, zwaar aan. Verweerder heeft met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Rekening houdend met het betoonde inzicht van verweerder en gelet op alle omstandigheden van dit geval heeft het hof aan verweerder de maatregel van een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:11 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/09

    Beroep van een diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen een dierenarts. De klacht heeft betrekking op de kat van appellante, die door de dierenarts is geëuthanaseerd. In eerste aanleg heeft appellante de dierenarts onder meer verweten de euthanasie zonder haar toestemming en op onjuiste wijze te hebben uitgevoerd. De klacht is door het Veterinair Tuchtcollege deels gegrond verklaard en daarvoor is aan de dierenarts een waarschuwing opgelegd. De klacht is ongegrond verklaard wat betreft het zonder toestemming uitvoeren van de euthanasie. Tegen dit gedeelte van de uitspraak richt het beroep van appellante zich.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:223 Raad van Discipline Amsterdam 25-719/A/A

    Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft onbetwist aangevoerd dat zij alle producties (waaronder ook de herschreven tijdlijn) eerst nog ter goedkeuring aan haar cliënt M heeft overgelegd. Hierop heeft zij schriftelijk akkoord van cliënt M ontvangen. Vervolgens zijn de producties door verweerster bij het Hof ingediend. Dat verweerster ervan op de hoogte was, of kon zijn, dat klaagster de auteur was van deze tijdlijn, wordt door verweerster gemotiveerd betwist en dit is de voorzitter ook overigens niet gebleken. De naam van klaagster wordt niet als auteur van de tijdlijn vermeld en er bestond voor verweerster ook verder geen aanleiding om dit te kunnen vermoeden. Nu niet klaagster, maar M de cliënt van verweerster was en M ook zijn goedkeuring heeft gegeven voor indiening van de aangepaste tijdlijn, kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Verweerster heeft er verder nog op gewezen dat zij er pas tijdens de mondelinge behandeling bij het Hof kennis van kreeg dat klaagster het niet eens was met de wijzigingen in haar verklaring omdat het Hof haar liet weten dat klaagster zich daarover rechtstreeks per brief tot het Hof had gewend. Onder die omstandigheden kan het verweerster ook niet (tuchtrechtelijk) verweten worden dat zij geen nadere pogingen heeft gedaan om, toen haar duidelijk werd dat klaagster zich niet in de wijzigingen kon vonden, een oplossing daarvoor te vinden. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7903

    Klaagster is tweemaal door verweerster (psychiater) gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8552

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klaagster werd door de afdeling bemoeizorg verwezen naar het FACT-team. De psychiater was regiebehandelaar van klaagster. Klaagster verwijt de psychiater, samengevat, dat zij een onjuiste medische rapportage heeft opgesteld, een diagnose heeft gesteld die klaagster niet heeft on dat zij onheus bejegend is. Het college is van oordeel dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:258 Hof van Discipline 's Gravenhage 250415

    Niet-verwijzing klacht over deken. Klager klaagt over de volledig uitblijvende behandeling van zijn klacht over wijlen mr. S. Klager stelt dat zijn (daaruit volgende) schade het directe gevolg is van het ontbreken van toezicht, het structureel niet behandelen van de klachten van klager door verweerster en het afschermen van een advocaat die aantoonbaar tegen zijn belangen heeft gehandeld. Uit de bij de klacht bijgevoegde bijlage kan het hof niet afleiden dat verweerster de klacht(en) van klager over wijlen mr. S. niet in behandeling wenst te nemen. Het hof kan hieruit slechts afleiden dat verweerster weigert informatie te verstrekken over de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van wijlen mr. S. In zoverre is de klacht over (het niet behandelen van de klacht over wijlen mr. S door) verweerster door het hof niet te verifiëren en is er in zoverre geen grond tot verwijzing voor onderzoek naar een andere deken. Het hof is niet bevoegd verweerster te bevelen informatie te verstrekken. Het hof is evenmin bevoegd te oordelen over door verweerster al dan niet veroorzaakte schade. Verweerster is ook geen partij in een eventuele door klager jegens (de verzekeraar van) mr. S te beginnen procedure tot verhaal van zijn schade.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8551

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster stond ingeschreven bij de huisartsenpraktijk van verweerder. Op haar verzoek werd zij uitgeschreven uit deze praktijk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat verweerder heeft geweigerd haar medisch dossier te verstrekken en dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de uitschrijving uit de praktijk. Het college is van oordeel dat de huisarts geen persoonlijk, tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7994

    Klager heeft een aanvraag gedaan op grond van de Wet studiefinanciering 2000. Deze aanvraag is afgewezen. Klager heeft hiertegen geprocedeerd. De Centrale Raad van Beroep heeft DUO opgedragen een medisch adviseur over de zaak van klager te laten oordelen. Verweerder heeft als medisch adviseur op verzoek van DUO medische rapportages uitgebracht. Klager beklaagt zich over deze rapportages. Het college is van oordeel is dat de rapportages voldoen aan de daaraan te stellen eisen en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7588

    Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen verpleegkundig specialist. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose, het voorschrijven van verkeerde medicatie en het opstellen van foutieve rapportages. Geen reden om de reeds gestelde diagnose aan te passen. Toegediende medicatie was passend bij het ziektebeeld. Rapportage voldoet aan de richtlijnen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-488/DH/DH

    Verzetbeslissing. In zijn verzetschrift heeft klager geen verzetgronden aangevoerd die de raad aanleiding geven om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Verzet ongegrond. Voor zover klager in zijn verzetschrift een nieuwe klacht over verweerder heeft ingediend, is het verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:171 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-740/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat die is aangewezen op grond van artikel 13 Advocatenwet. Verweerder hoefde enkel te beoordelen of klagers tegenvorderingen voldoende kansen hadden. De memo waarin verweerder de tegenvorderingen heeft beoordeeld is niet kwalitatief ondermaats. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:294 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7860

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een kinderarts-neonatoloog. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet.Klaagster verwijt de kinderarts-neonatoloog dat zij in de periode tussen 31 januari tot en met 4 februari 2020 onvoldoende maatregelen heeft genomen om de bacteriële infectie te voorkomen, zowel in haar rol als behandelaar als van hoofd van de afdeling waar de dochter van klaagster was opgenomen. Daarnaast verwijt klaagster de kinderarts-neonatoloog dat zij op basis van de klinische signalen eerder had moeten ingrijpen bij haar dochter.Het college is van oordeel dat de op de afdeling gehanteerde maatregelen ter voorkoming van infecties conform de medisch-professionele standaard zijn.Wat betreft het eerder moeten ingrijpen, oordeelt het college dat de signalen die klaagster als ‘red flags’ heeft geduid, gebruikelijk waren voor premature baby’s. Deze signalen kwamen voort uit de prematuriteit van de baby en deze waren in de vorm en mate waarin zij optraden, in de periode tot aan 4 februari 2020 geen reden tot intensivering of verandering van de zorg.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:251 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-658/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken. Niet kan worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een onpartijdige en onzorgvuldige klachtbehandeling. Verweerster kon ervoor kiezen geen inhoudelijk oordeel (visie) te geven. Zij heeft dat later alsnog gedaan. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:245 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-654/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een VvE-kwestie. Klacht deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet, deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan een eigen, rechtstreeks betrokken belang en voor het overige kennelijk ongegrond. Niet gebleken van onder meer opzettelijke intimidatie, het nemen van onnodige juridische stappen, onnodig kwetsende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7593

    Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen verpleegkundig specialist. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het voorschrijven van verkeerde medicatie. Geen reden om de reeds gestelde diagnose aan te passen. Toegediende medicatie was passend bij het ziektebeeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-318/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over het zonder toestemming en/of opdracht voor klager optreden. Verweerster heeft mede namens klager een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter, zonder daartoe strekkende opdracht van klager en zonder klager daarin te kennen. Klager is er pas veel later – ruim twee jaar later – achter gekomen dat er mede namens hem een procedure is gevoerd, terwijl hij in de veronderstelling was dat die procedure niet was gevoerd en de huurovereenkomst daarom inmiddels voor onbepaalde tijd was. Verweerster heeft daarmee onzorgvuldig en tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:295 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7861

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een kinderarts-neonatoloog. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet.Klaagster verwijt de kinderarts-neonatoloog dat zij ten onrechte heeft besloten haar dochter over te plaatsen naar een ander ziekenhuis en dat zij ten onrechte een palliatief beleid heeft ingezet.Het college constateert dat de kinderarts-neonatoloog niet betrokken is geweest bij de besluitvorming of de uitvoering van de overplaatsing.Het college acht de beslissing op 3 maart 2020 om over te gaan tot een palliatief beleid gezien de gezondheidssituatie van de dochter van klaagster op dat moment zeer goed navolgbaar en is van oordeel dat deze beslissing ook zorgvuldig is genomen.