Zoekresultaten 1-20 van de 5186 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:73 Hof van Discipline 's Gravenhage 250047
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:73
Klager heeft een klacht over verweerster ingediend, omdat hij verweerster verwijt niets gedaan te hebben in de dossiers die zij van mr. B, zijn voormalige advocaat, had overgenomen. De raad heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze naar het oordeel van de raad niet binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend. Het hof verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover het ziet op handelen van verweerster waarmee klager al in 2017 bekend was, en verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:74 Hof van Discipline 's Gravenhage 240343
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:74
Bekrachtiging. Verweerder was de advocaat van klager in een strafzaak in hoger beroep. Klager heeft een klacht over verweerder ingediend, omdat hij vindt dat verweerder zijn belangen tijdens de strafzaak niet goed heeft behartigd. De raad heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerder op enige wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Weliswaar dient een advocaat de belangen van zijn cliënt, maar hij is daarbij wel ‘dominus litis’. Verweerder heeft toegelicht welke keuzes hij bij de behandeling van de zaak van klager heeft gemaakt en het is de raad niet gebleken dat verweerder in verband daarmee op enige wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld. De klacht is dan ook ongegrond verklaard. Klager is het daar niet mee eens, en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:75 Hof van Discipline 's Gravenhage 250210
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:75
Klacht over de eigen advocaat. Het hof is, op andere gronden dan de raad, van oordeel dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit. Niet is gebleken dat aan de werkzaamheden in verband waarmee hij factureerde een opdracht van klager ten grondslag heeft gelegen. Ook waren de werkzaamheden zinloos omdat hoger beroep niet mogelijk was. Desondanks heeft verweerder volhard in het betaald krijgen van zijn factuur en zelfs getracht deze te verrekenen met een tegenvordering van klager. Voorts heeft verweerder niet-tijdig en met een onterecht voorbehoud voldaan aan de kostenveroordeling van het hof (in een andere zaak). Gelet op het voorgaande is verweerders hoger beroep ongegrond en bekrachtigt het hof de beslissing van de raad, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:76 Hof van Discipline 's Gravenhage 250333
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:76
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Volgens klaagster heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door tijdens een mondelinge behandeling van een kort geding in strijd met de waarheid te zeggen dat hij het oordeel van de bedrijfsarts niet had, terwijl hij voorafgaand aan de mondelinge behandeling zowel via e-mail als via post een citaat daaruit had ontvangen. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft de klacht van klaagster in zoverre gegrond verklaard en heeft aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen tegen de gegrondverklaring. Het beroep slaagt. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover de klachtonderdelen b) en d) daarin gegrond zijn verklaard en verklaart deze klachtonderdelen alsnog ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:45 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3022 Verzet
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:45
Klager heeft een klacht ingediend tegen de specialist ouderengeneeskunde bij wie zijn zus vanaf 2021 tot haar overlijden onder behandeling en in zorg was. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld en daardoor verkeerde medicatie heeft toegediend. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager niet behoort tot de kring van klachtgerechtigden zoals bedoeld in artikel 65 lid 1 van de Wet BIG, zodat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Klager heeft vervolgens verzet ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich volledig aan bij de beslissing van de voorzitter van het Centraal Tuchtcollege en verklaart het verzet van klager ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:77 Hof van Discipline 's Gravenhage 250275D
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:77
Het betreft hier een hoger beroep van de deken tegen de opgelegde maatregel (waarschuwing). Vaststaat dat verweerder de derdengeldenrekening heeft gebruikt voor een ander doel dan het beheer van derdengelden. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. In deze zaak ligt de vraag voor welke maatregel passend en geboden is. Het hof vernietigt de beslissing van de raad ten aanzien van de maatregel en legt verweerder de maatregel van een berisping op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:46 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2804 Verzet
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:46
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een (destijds) AIOS internist-oncoloog.De moeder van klaagster (patiënte) is, in het ziekenhuis waar de arts werkzaam was, behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. Patiënte is overleden. In de nacht dat de patiënte opgenomen werd op de SEH van een ander ziekenhuis heeft de arts aan dat ziekenhuis informatie gegeven over de prognose van de patiënte. Klaagster verwijt de arts dat hij onjuiste informatie heeft verstrekt over de levensverwachting van patiënte, met als gevolg dat de patiënte is overleden, omdat zij geen medische behandeling meer kreeg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klaagster ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:47 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2802 Verzet
- Datum publicatie: 16-03-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:47
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een internist. De moeder van klaagster (patiënte) is behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. Patiënte is overleden. Klaagster verwijt de internist dat zij patiënte en klaagster heeft afgesnauwd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klaagster ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8423
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:50
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De minderjarige zoon van klaagster is doorverwezen naar de tandarts. Klaagster verwijt de tandarts dat hij een behandeltraject heeft voorbereid zonder haar toestemming als gezaghebbende ouder en haar daarbij niet heeft geïnformeerd. Daarnaast klaagt zij over een onterechte melding bij Veilig Thuis, onjuiste gegevens in het dossier en over grensoverschrijdend en discriminerend gedrag. Het college oordeelt dat de tandarts, gelet op de aard van de voorgenomen behandeling en zijn wetenschap van gezamenlijke gezagsuitoefening en een conflictueuze scheidingssituatie, klaagster in een eerder stadium actief moeten informeren en haar toestemming had moeten verkrijgen alvorens het behandeltraject in gang te zetten. In het contact met Veilig Thuis heeft de tandarts onvoldoende zorgvuldig gehandeld door het overleg niet anoniem te voeren. De overige klachtonderdelen zin ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8743
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 12-03-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:41
Klacht van de IGJ tegen een anesthesioloog-intensivist. De IGJ verwijt de anesthesioloog dat hij in strijd met de Geneesmiddelenwet enoximon in de thuissituatie heeft voorgeschreven terwijl het daar niet voor is geregistreerd. Ook heeft de anesthesioloog volgens de IGJ daarbij de zorgvuldigheidseisen niet in acht genomen door niet (vooraf) te overleggen met de huisarts van de patiënte en haar onvoldoende te monitoren tijdens het gebruik van het middel. Het college komt tot het oordeel dat de anesthesioloog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht gegrond is. Het college legt de anesthesioloog de maatregel van doorhaling in het BIG-register met onmiddellijke ingang op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:53 Raad van Discipline Amsterdam 25-496/A/NH
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:53
Verzet ongegrond; er hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8907
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:51
Kennelijk ongegronde klacht tegen een MKA-chirurg. De MKA-chirurg wilde de door klager gewenste behandeling (het plaatsen van implantaten in de bovenkaak) niet uitvoeren. Klager verwijt de MKA-chirurg dat hij geweigerd heeft om zorg te verlenen zonder medische onderbouwing, dat hij geen alternatieve behandelopties heeft besproken en klager niet heeft doorverwezen. Het college kan de beslissing van de MKA-chirurg goed volgen, de gewenste behandeling was niet geïndiceerd. De klacht over doorverwijzing is niet onderbouwd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:54 Raad van Discipline Amsterdam 25-736/A/A
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:54
Raadsbeslissing; klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat ongegrond. Dat de werkzaamheden van verweerder onder de maat zijn geweest, is de raad niet gebleken. Evenmin heeft de raad kunnen vaststellen dat verweerder zich onvoldoende partijdig heeft opgesteld voor klager.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8908
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:52
Kennelijk ongegronde klacht tegen een MKA-chirurg. Klager heeft bij de kliniek waar de MKA-chirurg werkzaam is een klacht ingediend. De MKA-chirurg was aanwezig bij een gesprek over de klacht. Klager verwijt de MKA-chirurg dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de klachtafhandeling en dat zij hem geen verwijzing heeft gegeven naar een andere zorginstelling. Klager is wel ontvankelijk in de klacht, maar alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:55 Raad van Discipline Amsterdam 25-788/A/NH
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:55
Raadsbeslissing; ongegronde klacht van één van drie verdachten in een strafzaak over de dienstverlening van verweerder in de piketfase. Gelet op de beperkte kennis waarover verweerder in de piketfase beschikte en de grote tijdsdruk waaronder hij moest handelen, kon verweerder in redelijkheid tot het oordeel komen dat geen sprake was van een tegenstrijdig belang, noch van een voorzienbaar risico daarop (geen schending gedragsregel 15). In de omstandigheden van dit geval, waarbij verweerder kortstondig in het weekend piketbijstand heeft verleend, niet over contactgegevens van klaagster beschikte en waarbij hij zijn bijstand na het weekend meteen overdroeg aan een andere advocaat, valt het in tuchtrechtelijke zin evenmin aan te rekenen dat verweerder niet schriftelijk heeft bevestigd dat hij zijn bijstand aan de medeverdachten met klaagster heeft besproken (geen schending gedragsregel 16 lid 1).
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8433
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:53
Voorzittersbeslissing. Klager is niet-ontvankelijk omdat hij niet klachtgerechtigd is. De voorzitter ziet niet in dat er sprake is van een geschaad belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Klager niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:56 Raad van Discipline Amsterdam 25-688/A/A
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:56
Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door onduidelijkheid te laten bestaan over de hoedanigheid waarin hij optrad (schending gedragsregel 9), door derden te betrekken in e-mailcorrespondentie waar zij geen betrokkenheid bij hebben en door zich tot tweemaal toe tot de rechtbank te wenden zonder gelijktijdige toezending van die berichten aan de advocaat van klagers (schending gedragsregel 21 lid 1). Gelet op de ernst en aard van dit handelen en gezien de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is een waarschuwing passend.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:71 Hof van Discipline 's Gravenhage 250213
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:71
Bekrachtiging. Klacht niet-ontvankelijk. Verweerster heeft de ex-echtgenote van klager bijgestaan in de echtscheidingsprocedure tussen klager en zijn ex-echtgenote. Klager kan zich niet vinden in de manier waarop verweerster de echtscheidingszaak heeft behandeld, omdat zij volgens klager niet bereid was om tot een minnelijke oplossing te komen. Daarover heeft klager een klacht ingediend (klachtonderdeel a). De klacht houdt verder in dat declaraties van verweerster voor de door haar verleende rechtsbijstand vanuit één of meerdere B.V.’s zijn betaald. De raad heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard. De raad heeft overwogen dat klachtonderdeel a niet binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend, en dat klager door klachtonderdeel b, voor zover de klacht al juist zou zijn, niet rechtstreeks in zijn belang is getroffen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:51 Raad van Discipline Amsterdam 26-065/A/A
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:51
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in nalatenschapskwestie. Verweerder heeft in het verzoekschrift in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen de standpunten van zijn cliënten naar voren gebracht. De voorzitter begrijpt dat klager zich door de inhoud van het verzoekschrift en de daarin gedane uitlatingen over zijn persoon beledigd voelt, maar is van oordeel dat van onnodig grievende uitlatingen geen sprake is geweest. De uitlatingen zijn gedaan in de context van een verzoekschriftprocedure over de schorsing dan wel het ontslag van klager als executeur-testamentair van de nalatenschap van de moeder van partijen. In dat kader stond het verweerder vrij om de standpunten van zijn cliënten te formuleren zoals hij dat heeft gedaan op grond van de informatie die hij voor dat doel van zijn cliënten heeft gekregen. Klager kan tegen de gebruikte informatie en de daarop gebaseerde standpunten van zijn broer en zus verweer voeren in de verzoekschriftprocedure en het is uiteindelijk aan de civiele rechter om daarover te oordelen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:72 Hof van Discipline 's Gravenhage 250178
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:72
Bekrachtiging. Waarschuwing. Verweerder is de advocaat van klagers wederpartij in een civiele kwestie. Daarin gaat het - kort gezegd - om de vraag of de donorovereenkomst die klager en zijn wederpartij hebben gesloten op een rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen. Op een bepaald moment heeft verweerder klager in die kwestie gedagvaard. Verweerder heeft de zaak uiteindelijk niet voor de rechter gebracht. Klager vindt dat verweerder door hem te dagvaarden, en vanwege de inhoud van de dagvaarding en de gang van zaken daarna, tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht bestaat uit vijf onderdelen. De Raad van Discipline heeft de klacht op één onderdeel, ten aanzien van het rauwelijks dagvaarden van klager door verweerder, gegrond verklaard. De andere vier klachtonderdelen heeft de raad ongegrond verklaard.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 260
- Volgende pagina zoekresultaten