Zoekresultaten 1871-1880 van de 6166 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-896/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een vastgoed/omgevingsrechtelijke procedure. Klacht over de aanwezigheid van beveiligingscamera’s in de spreekruimte ongegrond. Verweerder mocht verder een afwijkend standpunt innemen namens zijn cliënten, dat ook niet evident onpleitbaar is. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig kwetsend heeft uitgelaten over klaagster of jegens haar ondoelmatig heeft gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:17 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-449/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure gegrond. Verweerder heeft bij de belangenbehartiging in een familierechtelijke procedure onvoldoende gewaakt voor het voorkomen van polarisatie. Zo heeft verweerder ernstige, weinig tot niet onderbouwde, beschuldigingen gedaan aan het adres van klager en heeft hij een onvoldoende actieve houding aangenomen waardoor opnieuw spanning en frustratie is ontstaan bij de ex-partners. Verweerder heeft vervolgens een wrakingsverzoek gedaan waarvan het hem op voorhand duidelijk had moeten zijn dat dit te laat was ingediend. Daarmee heeft hij ondoelmatig gehandeld jegens de wederpartij, maar ook richting de rechtbank. Onvoorwaardelijke schorsing van 4 weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-004/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Diverse procedurele bezwaren van klager verworpen. Verweerster heeft een brief verstuurd aan de wederpartij van klager, terwijl daarin inhoudelijke wijzigingen waren opgenomen ten opzichte van het eerder verstuurde concept die niet (kenbaar) nader met klager waren besproken. Ook heeft zij voor onduidelijkheid gezorgd over de financiële kant van de zaak. Gelet op de relatief geringe ernst van de verweten gedragingen en het feit dat verweerster niet eerder met het tuchtrecht in aanraking is gekomen, acht de raad alleen een waarschuwing op zijn plaats.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-029/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft namens de moeder een verweerschrift tevnes zelfstandig verzoekschrift kunnen indienen, waarin werd verzocht om klager te ontslaan als bewindvoerder en mentor onder verwijzing naar medische aandoeningen bij klager. Dat klager al om zijn eigen ontslag had gevraagd, laat onverlet dat verweerder namens de moeder eenzelfde verzoek mocht doen voorzien van een eigen motivering. De uitlatingen zijn gedaan namens de moeder en niet op eigen titel en zijn onderbouwd met (medische) stukken. Datzelfde geldt voor het uitgesproken vermoeden van de moeder over onregelmatigheden rondom het uitschrijven van medicatie op haar naam. Verweerder kon ook naar voren brengen dat klaagster PGB-gelden onterecht dan wel onrechtmatig heeft ontvangen, omdat zij geen zorg zou hebben verleend. Dat is civielrechtelijk onderbouwd; het strafrecht is buiten beschouwing gelaten. Het betoog was dienstig aan het standpunt van de moeder dat klaagster ongeschikt was als bewindvoerder en/of mentor. Beide klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:172 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-059/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht van een VvE-lid over de advocaat van de VvE. Verweerder was gemachtigd om namens het bestuur op te treden. Of het bestuur zelf gemachtigd was door de ALV, is een interne aangelegenheid. De getroffen schikking is aan de ALV voorgelegd, zodat niet valt in te zien welk tuchtrechtelijk verwijt daarvan aan verweerder valt te maken. Datzelfde geldt wat betreft de nietigverklaring van de schikking. De schikking is getroffen door het bestuur. Verweerder heeft ten aanzien daarvan geen evident onpleitbaar standpunt ingenomen. Niet gebleken dat verweerder (bewust) verkeerde of onjuiste informatie aan de ALV heeft verstrekt over de kansen en risico’s. Verweerder heeft geen rekening hoeven houden met de minderheidsbelangen binnen de VvE, maar kon ervan uitgaan dat het bestuur handelde naar de belangen van de meerderheid van de VvE. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-488/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-387/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft klager er terecht op gewezen dat schadeposten door hem onderbouwd moeten worden. Vervolgens heeft verweerster zich ingespannen voor het treffen van een vaststellingsovereenkomst en heeft zij bezwaar gemaakt tegen een geheimhoudingsbeding. Als klager niet wenste in te stemmen met de vaststellingsovereenkomst, dan had hij dat kenbaar kunnen maken. Dat verweerster geen dagvaarding namens klager wenste in te dienen als de vaststellingsovereenkomst niet zou worden gesloten, is evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerster was er gelet op gedragsregel 14 lid 2 toe gehouden om de belangenbehartiging neer te leggen als er een vertrouwensbreuk is ontstaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-393/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding driejaarstermijn. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, omdat verweerder niet betrokken was bij de zaak van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-408/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in hoedanigheid van gedaagde partij in een procedure. Verweerder heeft een toelichting gegeven dat geen evident onpleitbaar standpunt is. Evenmin heeft verweerder het vertrouwen in de advocatuur geschaad door bezwaar te maken tegen het inbrengen van stukken na afloop van de zitting. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-444/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft zijn klacht pas voor het eerst na afronding van de onderzoeksfase bij de deken (zeer) uitvoerig gemotiveerd. De voorzitter acht het in strijd met de goede procesorde om een dergelijke uitbreiding van de klacht in dit stadium nog toe te staan en laat deze aanvullende reactie daarom buiten beschouwing. De klacht is kennelijk ongegrond. Verweerder is niet de patroon van de advocaat-stagiaire. Ook verder is niet gebleken dat hij als procesadvocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.