Zoekresultaten 1361-1370 van de 7139 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2145
- Datum publicatie: 15-05-2024
- Datum uitspraak: 15-05-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:94
Klacht tegen een GZ-psycholoog (tevens psychotherapeut en in die hoedanigheid verweerster in zaak C2023/1951). Verweerster was samen met een andere psychotherapeut/GZ-psycholoog bestuurder en aandeelhouder van een expertisecentrum GGZ. Er is bij de IGJ gemeld dat de medebestuurster een persoonlijke relatie was aangegaan met een cliënt, zijnde klager. Verweerster heeft stukken uit het dossier van klager aan een onderzoekscommissie en daarna aan de IGJ zelf verstrekt. Klager heeft om vernietiging van zijn dossier verzocht, maar dat verzoek wees verweerster af. Klager meent dat verweerster zonder zijn toestemming kennis heeft genomen van zijn dossier, ten onrechte stukken heeft verstrekt aan de onderzoekscommissie en de IGJ en zijn dossier had moeten vernietigen na zijn verzoek daartoe. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de inzage van verweerster in klagers dossier rechtmatig en ook proportioneel is geweest en er een reden was om af te zien van vernietiging van het dossier van klager, omdat verweerster een aanmerkelijk belang heeft bij het bewaren van klagers gegevens. Ten aanzien van het verstrekken van de stukken heeft het Regionaal Tuchtcollege geoordeeld dat dit noodzakelijk was voor de beoordeling van de melding bij eerst de onderzoekscommissie en daarna bij de IGJ. Nu verweerster ook alleen de relevante delen heeft verstrekt, is het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat het verstrekken van de genoemde stukken proportioneel was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Klager is in beroep gekomen van deze beslissing. Verweerster is van mening dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn beroep omdat klager alleen beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege met zaaknummer A2022/4612. Die uitspraak ziet op verweerster in de hoedanigheid van psychotherapeut. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat op basis van de inhoud van het pro-forma beroepschrift en het aanvullend beroepschrift voldoende duidelijk is dat klager de bedoeling had om tegen beide beslissingen van het Regionaal Tuchtcollege beroep in te stellen. De hoedanigheden van verweerster als GZ-psycholoog/psychotherapeut voor een buitenstaander als klager moeilijk te onderscheiden. Het noemen van slechts één zaaknummer wordt dan ook als een vergissing beschouwd. Het Centraal Tuchtcollege is net als het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat de klacht van klager ontvankelijk maar ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2151
- Datum publicatie: 15-05-2024
- Datum uitspraak: 15-05-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:95
Klacht tegen een ANIOS werkzaam in een geriatrisch revalidatiecentrum. Klaagster werd in 2017 opgenomen in een geriatrisch revalidatiecentrum waar de arts als ANIOS werkzaam is. Uit onvrede over haar behandeling heeft klaagster het revalidatiecentrum na vijf dagen verlaten. Klaagster verwijt de arts onder andere dat zij de medicatie en fysiotherapie die zij nodig had niet heeft gekregen en dat zij is mishandeld in plaats van behandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep tegen die beslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:87 Raad van Discipline Amsterdam 23-913/A/A
- Datum publicatie: 16-05-2024
- Datum uitspraak: 06-05-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:87
Raadsbeslissing; klacht over de advocaat van de wederpartij deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk. Geen sprake van een schending van gedragsregel 15, want er heeft tussen klager en verweerder geen advocaat-cliënt relatie bestaan. Evenmin kan worden vastgesteld dat verweerder getuigen zou hebben beïnvloed of zich niet onafhankelijk heeft opgesteld. Van het handelen in strijd met de gedragsregels 2 en 22 is daarom evenmin sprake. Ook is niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt, daarom is ook geen sprake van het handelen in strijd met gedragsregel 8. Of en op welke wijze de genoemde financiële constructies toelaatbaar waren, is een kwestie tussen verweerder en zijn cliënt. Klager staat daarbuiten. Daarom is klager ten aanzien van dat klachtonderdeel niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:130 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-065/AL/NN
- Datum publicatie: 16-05-2024
- Datum uitspraak: 13-05-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:130
Raadsbeslissing. De klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een precaire familiezaak is ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:136 Hof van Discipline 's Gravenhage 230241, 230242 en 230247
- Datum publicatie: 16-05-2024
- Datum uitspraak: 06-05-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:136
Verzet. Klagers hebben klachten ingediend tegen verweerder in zijn hoedanigheid van deken in het arrondissement Limburg. Zij hebben de voorzitter van het hof verzocht deze klachten voor onderzoek en afhandeling door te verwijzen naar een andere deken. De voorzitter heeft het verzoek afgewezen omdat sprake zou zijn van misbruik van klachtrecht. Klagers hebben daartegen verzet ingesteld. In deze procedure gaat het om de vraag of klagers in hun verzet ontvankelijk zijn en de voorzitter verwijzing van de klachten heeft kunnen en mogen weigeren. Het hof acht klagers ontvankelijk in hun verzet en oordeelt dat de voorzitter in deze zaken artikel 46c lid 5 Advocatenwet ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten. Het hof verwijst de klachten voor verder onderzoek naar een andere deken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:88 Raad van Discipline Amsterdam 23-914/A/A
- Datum publicatie: 16-05-2024
- Datum uitspraak: 06-05-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:88
Raadsbeslissing; klacht over advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond. Verweerder heeft gehandeld gelet op de hem als advocaat toekomende vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze als hem in overleg met zijn cliënt goeddunkt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:131 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-223/AL/MN
- Datum publicatie: 16-05-2024
- Datum uitspraak: 13-05-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:131
Voorzittersbeslising. Naar het oordeel van de voorzitter is niet komen vast te staan dat verweerder in strijd met enige regelgeving de hem bekende persoonsgegevens van klager als wederpartij, waaronder ook diens privé e-mailadres, heeft verwerkt in zijn dossier als ook in het digitale systeem van zijn kantoor. Niet is gebleken dat die gegevens vertrouwelijk waren of gewist hadden moeten worden. De voorzitter kan verder niet vaststellen dat verweerder die informatie aan een kantoorgenoot beschikbaar heeft gesteld. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:125 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-673/AL/OV
- Datum publicatie: 16-05-2024
- Datum uitspraak: 13-05-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:125
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2024:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5698
- Datum publicatie: 16-05-2024
- Datum uitspraak: 15-05-2024
- ECLI:NL:TGZRSHE:2024:38
Arts. Medisch adviseur. Klachtenbehandelaar individuele medische advisering (IMA) Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Klager had daar geklaagd over zorg in PI. Arts heeft die klacht beoordeeld. Klacht bij RTG: klacht over zorgverleners PI niet correct behandeld en verkeerde beslissing genomen.College: klager is kennelijk niet-ontvankelijk. Handelen valt niet onder eerste tuchtnorm en niet onder tweede tuchtnorm. Klacht gericht tegen arts in hoedanigheid klachtenbehandelaar DJI. Arts heeft handelen andere zorgverleners beoordeeld. Jurisprudentie tuchtcolleges: beoordelen (klachten over) handelen andere zorgverleners in hoedanigheid klachtenbehandelaar, arbiter, lid klachtencommissie of RTE is geen handelen in hoedanigheid arts, heeft onvoldoende weerslag op individuele gezondheidszorg en valt daardoor niet onder het tuchtrecht.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2024:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 739703 / NT 23-33
- Datum publicatie: 16-05-2024
- Datum uitspraak: 11-04-2024
- ECLI:NL:TNORAMS:2024:8
Klacht is ongegrond. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris niet onzorgvuldig gehandeld door de opdracht van de bank om over te gaan tot voorbereiding en uitvoering van executoriale verkoop van het registergoed te aanvaarden, reeds omdat de notaris een ministerieplicht heeft tegenover degene die de diensten van de notaris inroept. Weliswaar is de ministerieplicht niet absoluut en kan de notaris onder omstandigheden een opdracht weigeren, doch daartoe dient zij op grond van feiten en omstandigheden haar weigering te kunnen motiveren. Aanvaarding van de opdracht en uitvoering daarvan neemt niet weg dat de notaris bij de uitvoering van die taak ook de belangen van sommige derden in het oog dient te houden. Terecht heeft de notaris aangevoerd dat klager zijn stelling dat sprake is van subrogatie niet voldoende heeft onderbouwd. Echter, ook al zou sprake zijn van subrogatie, dan betekent dat op zichzelf niet dat het hypotheekrecht van de bank weg is. Daarvoor is doorslaggevend of er nog een gezekerde vordering van de bank bestaat of onder omstandigheden kan ontstaan. Dat heeft klager niet aannemelijk gemaakt en is ook niet gebleken. Dat er sprake zou zijn van onrechtmatig handelen van de bank is tot slot niet voldoende door klager onderbouwd en ook anderszins niet gebleken.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 136
- Pagina: 137
- Pagina: 138
- ...
- Pagina: 714
- Volgende pagina zoekresultaten