Zoekresultaten 4361-4380 van de 6621 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/447724 / KL RK 25-20

    De notaris had op basis van de feiten en omstandigheden gerede twijfel moeten hebben aan de wilsbekwaamheid van betrokkene. Zij had zorgvuldiger moeten omgaan met het verzoek tot het doorvoeren van een ingrijpende wijziging van het pas vier maanden oude levenstestament van betrokkene. Dit heeft zij niet gedaan, de kamer acht de maatregel van berisping passend.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/439464 KL RK 24-100 C/05/439466 KL RK 24-101

    De klacht heeft betrekking op de afwikkeling van de nalatenschap van erflater door de kandidaat-notaris en notaris. Klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat 1) zij meerdere fouten heeft gemaakt bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflater 2) dat de notaris en kandidaat-notaris ernstig tekort zijn geschoten in hun communicatie met klaagster en de zoon. 3) de notarissen niet de benodigde zorgvuldigheid hebben betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater.De kamer oordeelt dat klaagster een redelijk belang heeft bij klachtonderdelen 1) en 3), aangezien klaagster versterferfgenaam, legitimaris en legataris is en zij recht heeft op uitkering van haar legitieme portie en belang heeft bij een correcte berekening van de nalatenschap. Voor wat betreft klachtonderdeel 2) stelt de kamer vast dat de kandidaat-notaris als beheersexecuteur uitsluitend gehouden is rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen. De zoon is de enig erfgenaam en klaagster beschikt niet over een volmacht van de zoon om namens hem een klacht in te dienen. De kamer verklaart klaagster daarom niet-ontvankelijk bij klachtonderdeel 2), behoudens voor zover hierin aan de orde wordt gesteld dat de notaris heeft toegezegd om (dossier)onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van erflater. Van een notaris mag worden verwacht dat hij kennis neemt van de inhoud van de aan hem gerichte correspondentie en daar zo nodig deugdelijk en tijdig op reageert. De kamer is van oordeel dat de notaris de vraag van klaagster niet inhoudelijk onbeantwoord had mogen laten. De notaris heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klaagster en zijn zorgplicht onvoldoende in acht genomen. Gelet op het voorgaande zal de kamer dit klachtonderdeel gegrond verklaren.De kamer concludeert dat niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat er ten tijde van de bezoeken van de kandidaat-notaris sprake was van wilsonbekwaamheid bij erflater en oordeelt dat de kandidaat-notaris zorgvuldig heeft gehandeld door de wilsbekwaamheid van erflater te beoordelen op basis van haar eigen waarnemingen. De kamer verklaart klachtonderdeel 3) ongegrond.De notaris heeft ter zitting aangevoerd dat hij op kantoor de nodige noodzakelijke maatregelen heeft getroffen om de geconstateerde knelpunten aan te pakken.Gezien deze inspanningen en de genomen stappen acht de kamer het niet nodig om een verdere maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7918

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts zijn medische beroepsgeheim te hebben geschonden door in een telefoongesprek met de werkgever zonder toestemming van klaagster medische gegevens te bespreken. Het college overweegt dat niet kan worden vastgesteld dat het beroepsgeheim is geschonden. Het is niet vast te stellen wat de bedrijfsarts precies in het gesprek tegen de werkgever heeft gezegd en hoe de werkgever de woorden van de bedrijfsarts heeft geïnterpreteerd en ingekleurd in een e-mail hierover. Wel staat vast dat in deze e-mail geen medische diagnose wordt genoemd. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8140

    De verpleegkundige werkte op een zorgboerderij waar hij tevens vennoot was. De IGJ kreeg een melding van de politie wegens grensoverschrijdend gedrag en geweld jegens cliënten door de verpleegkundige. Naar aanleiding daarvan heeft de IGJ onderzoek gedaan. Daarna heeft de IGJ een klacht tegen de verpleegkundige ingediend wegens overschrijding van de professionele grenzen door meermaals fysiek en verbaal geweld te gebruiken in de zorgrelatie jegens meerdere cliënten. De verpleegkundige heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. Het college:- verklaart de klacht gegrond; - beveelt de doorhaling van de inschrijving van de verpleegkundige in het register dan wel ontzegt de verpleegkundige, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het register, het recht om weer in dit register te worden ingeschreven; - legt daarnaast een algeheel verbod op tot het beroepsmatig handelen op het gebied van de individuele gezondheidszorg en bepaalt dat dit verbod onmiddellijk van kracht wordt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8143

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts is in opleiding tot verzekeringsarts en heeft klager gezien voor een Ziektewet-beoordeling verdiencapaciteit. Klager voelde zich door de arts en diens vragen en opmerkingen onder druk gezet om zijn werk te hervatten terwijl hij zich daartoe niet in staat acht. Het college is van oordeel dat de door de arts gestelde vragen niet ongepast en ongebruikelijk zijn bij een verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Het vragen naar de mogelijkheden voor werkhervatting vormt juist een essentieel onderdeel van een dergelijke beoordeling. Dat de arts ongeoorloofde druk heeft uitgeoefend, is niet gebleken. Dat klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7816

    Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld met spanningsklachten. Dat de bedrijfsarts heeft vastgesteld dat een verstoorde arbeidsrelatie de oorzaak was van de spanningsklachten acht het college navolgbaar, evenals het advies om via mediation het arbeidsconflict met de werkgever proberen op te lossen. Op het moment dat klager echter per e-mail liet weten dat hij weer terug aan het werk was in zijn eigen functie en de spanningsklachten weer opliepen mocht van de bedrijfsarts een interventie verwacht worden (zoals een advies tot het verrichten van werk in een andere functie). Dat de bedrijfsarts dit heeft nagelaten acht het college tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:72 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/748711 DW RK 24/141 MK/SM

    Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder heeft ruim buiten de redelijk termijn gereageerd op de klacht van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:199 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8163

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft op 13 januari 2025 contact opgenomen met de huisarts nadat hij sinds een dag last had van pijnaanvallen in de buik, en heeft gezegd dat hij dacht aan galsteenaanvallen. De huisarts heeft klager onderzocht en een expectatief beleid gevoerd. De volgende dag is klager naar de SEH geweest en bleek sprake te zijn van een galblaas- en alvleesklierontsteking. Klager verwijt de huisarts dat hij hem niet direct voor bloedonderzoek heeft doorverwezen, geen vangnetadvies heeft gegeven en geen nazorg heeft verleend.Wat betreft het consult en het vangnetadvies overweegt het college het volgende. Uit het lichamelijk onderzoek kwam naar voren dat klager op dat moment geen koorts had en geen verhoogde ontstekingswaardes (CRP). Klager braakte niet en had een soepele buik. De huisarts heeft onder die omstandigheden op goede gronden kunnen besluiten om een expectatief beleid te voeren. Er was ten tijde van het consult geen aanleiding om klager door te sturen voor verder onderzoek of verdere behandeling. Voorts stelt het college vast, uitgaande van het medisch dossier, dat er wel diclofenac is voorgeschreven en dat er door de huisarts een vangnetadvies is gegeven. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:73 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/749886 DW RK 24/172 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder heeft verzuimd klager eerder op de hoogte te brengen van de vordering. De gerechtsdeurwaarder had immers al twee maanden eerder de opdracht tot incasseren gekregen. De gerechtsdeurwaarder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Er bestaat voor de gerechtsdeurwaarder geen verplichting om een debiteur binnen een bepaalde termijn op de hoogte te brengen van de ontvangst van een opdracht ter incasso.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:144 Hof van Discipline 's Gravenhage 240225

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Beroep ingesteld door verweerder. Het hof oordeelt dat verweerder in meerdere processtukken een onjuiste en onvolledige voorstelling van de feiten heeft gepresenteerd door belangrijke andere informatie uit hetzelfde dossier buiten beschouwing te laten bij het onderbouwen van zijn standpunt. Voorts heeft verweerder nagelaten om klager tijdig te informeren over zijn plannen om een procedure aanhangig te maken. Verweerder heeft daarmee de belangen van klager onnodig en onevenredig geschaad. Het hof is het in zoverre eens met de beslissing van de raad en acht de maatregel van een berisping eveneens passend en geboden. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat het verweerder niet valt aan te rekenen dat hij geen verder onderzoek naar de feiten heeft verricht (door zijn voorganger te raadplegen) en geen wederhoor heeft toegepast. Het hof vernietigt in zoverre de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7916

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, hierna patiënte, was in april 2022 opgenomen in het ziekenhuis vanwege ondervoeding door slikproblemen en aldaar is een neusmaagsonde geplaatst. Patiënte kreeg als thuismedicatie macrogol voorgeschreven. Na ontslag bleef patiënte last houden van de sonde en ondervond zij meerdere klachten, zoals misselijkheid, braken en het uitspugen van de sonde. In mei 2023 kreeg patiënte een nieuwe sonde.Klager vindt – kort gezegd – dat de huisarts in de zorg omtrent de voorgeschreven medicatie, de sonde(voeding) en de klachten van patiënte te kort is geschoten. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:74 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/754126 DW RK 24/261 MK /SM

    Klager beklaagt zich over de (hoogte van de) beslagvrije voet en de naar aanleiding daarvan ten onrechte teveel ingehouden gelden die niet worden terugbetaald door de gerechtsdeurwaarder. De hoogte van de beslagvrije voet staat niet ter beoordeling van de kamer. Voor zover er sprake van een terugbetalingsverplichting is en hoe ver terug deze moet reiken is afhankelijk van (i) relevantie informatie die het verzoek ondersteund én (ii) het moment waarop deze relevante informatie wordt aangeleverd na de vaststelling van de beslagvrije voet. Aangezien gebleken noch gesteld is dat klager onder toezending van relevantie informatie (gemotiveerd) bezwaar heeft gemaakt tegen de vastgestelde beslagvrije voet dan wel verzoek heeft gedaan tot herberekening, kan niet worden vastgesteld dat de gerechtsdeurwaarder op dit punt tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:145 Hof van Discipline 's Gravenhage 250046

    Klacht tegen advocaat in privé. Verweerder is in zijn opstelling naar klaagster in vervolg op haar aansprakelijkstelling niet duidelijk en consistent geweest. Hij heeft zich tegelijkertijd en afwisselend gepresenteerd als buurman, die wilde praten en als advocaat, die formeel en juridisch op de aansprakelijkstelling zou reageren. Daardoor heeft hij niet voldaan aan de eis dat de advocaat er duidelijk over moet zijn in welke hoedanigheid hij optreedt (gedragsregel 9). Bekrachtiging beslissing raad: gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7819

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij in 2024 in een één op één gesprek met klagers zoon, die toen 12 jaar oud was, de dosering van de medicatie methylfenidaat heeft verhoogd zonder overleg met klager die co-ouder is, en met gevolgen voor de geestelijke gezondheid van de zoon.Het college twijfelt er niet aan dat de huisarts de verandering van de dosering van de medicatie heeft besproken met klagers zoon in bijzijn van klagers ex-partner, en dat dit niet is gebeurd in een één op één gesprek met klagers zoon. Wat het niet inlichten van klager betreft, overweegt het college dat de huisarts niet apart instemming van beide ouders hoefde te vragen bij de geringe verhoging van de dosis van een medicijn dat al enige tijd werd gebruikt. De huisarts mocht ervan uitgaan dat de ouders elkaar hierover zouden inlichten. Dat zou anders zijn als de huisarts had geweten dat de relatie tussen klager en zijn ex-partner sterk verstoord was, maar die informatie had de huisarts niet. Bovendien had klagers zoon bij de huisarts laten weten dat hij liever afstand bewaarde tot klager. Omdat klagers zoon toen al 12 jaar oud was heeft de huisarts dat terecht zwaar laten meewegen. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:75 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/754486 DW RK 24/266 MK/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Het uitgangspunt in geval van een onderbewindstelling is dat gecorrespondeerd wordt met de bewindvoerder, omdat onderbewindgestelden om verschillende redenen tijdelijk of duurzaam niet in staat zijn ten volle hun vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Door het exploot rechtstreeks aan de cliënt van klaagster te betekenen hebben de gerechtsdeurwaarders onzorgvuldig gehandeld en kan hen een tuchtrechtelijk laakbaar verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:71 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762274 / DW RK 25/5 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich onder meer over de tenuitvoerlegging van een titel. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:198 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7761

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. De internist sloot dit uit met een PET-scan en concludeerde tot een anemie van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit en geen regie te hebben gevoerd. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:162 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-201/DH/RO/D

    Dekenbezwaar. Eindbeslissing na tussenbeslissing. Kantoororganisatie die langdurig niet heeft voldaan aan de basisverplichtingen die gelden voor de advocatuur. Aanwijzingen van de deken worden niet tot nauwelijks opgevolgd. De deken uit terechte zorgen over het dossierbeheer van verweerster. Verweerster lijkt het belang van goede waarneming ten behoeve van cliënten niet in te zien. Fundamenteel gebrek aan inzicht in de verantwoordelijkheden en verplichtingen van advocaten. Schrapping.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7355

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Patiënt bij wie na verloop van tijd de diagnose ‘creeping eruption’ is gesteld, verwijt huisarts het stellen van een verkeerde diagnose, het voorschrijven van verkeerde medicatie, onvoldoende deskundigheid en onvoldoende begrip. Werkdiagnose en aanpassing werkdiagnose. Passende medicatie bij de gemelde klachten. Medisch dossier biedt geen aanknopingspunten voor de verwijten van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-221/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft meerdere malen in strijd gehandeld met de aan haar opgelegde schorsing. Geen sprake van berichten op persoonlijke titel of handelingen die niet vallen onder de praktijkuitoefening. Schrapping.