Zoekresultaten 21-30 van de 48312 resultaten

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2014:1 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0114

    Op het bedrijf zijn 3 maal geen of te weinig bloedmonsters onderzocht op vesiculaire varkensziekte (SVD) en ziekte van Aujeszky (ZvA), in de perioden 2 en 3 van 2012 en in periode 1 van 2013. Betrokkene heeft overzichten van het afnemen van bloed in 2012 laten zien; deze hadden echter betrekking op periode 1 van 2012, waar het in casu periode 2 en 3 van 2012 betreft. Het verweer wordt verworpen. Tevens werd aangegeven dat men vertrouwde op de herinneringsbrieven van Verin. Het Tuchtgerecht stelt vast dat de ter zitting getoonde herinneringen niet de onderzoeken naar ZvA en SVD betroffen, maar Salmonella- onderzoeken, en overweegt verder dat van een ondernemer die een groot aantal varkenslocaties in exploitatie heeft, zoals in casu het geval is, verwacht mag worden dat hij een uiterst zorgvuldige administratie voert en extra inspanningen pleegt om een adequaat overzicht te bewaren. Er wordt een deels voorwaardelijke geldboete opgelegd.

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2013:9 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0813

    Vier keer als B-bedrijf aan meer dan zes D-bedrijven varkens afvoeren binnen een periode van zes weken, tussen 10 december 2012 en 4 februari 2013. Het verweer betreft de uitbreiding van het bedrijf waardoor de varkenshandelaar in de knel was gekomen met de afzet van de biggen. De waarschuwingen op de transportdocumenten heeft men niet gezien. Er wordt een geldboete opgelegd, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2013:8 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0713

    Het als B-bedrijf aan meer dan zes D-bedrijven varkens afvoeren binnen een periode van zes weken (eind 2012). In het schriftelijke verweer is aangevoerd dat 3 RVL’s door handelaren zijn aangevraagd en betrokkene noch iemand anders in de organisatie de waarschuwingen heeft opgemerkt. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de verordening op het bedrijf, ook al zijn onderdelen van de bedrijfsvoering uitbesteed aan anderen. Het verweer wordt verworpen. Aan betrokkene wordt een geldboete opgelegd. Het Tuchtgerecht heeft waardering voor de maatregelen die betrokkene hebben genomen om herhaling in de toekomst te voorkomen maar houdt tevens rekening met het feit dat aan betrokkene eind 2010, een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd in verband met niet-geoorloofde varkensleveringen. Gelet op deze eerdere overtreding had betrokkene op de hoogte moeten zijn en de regels moeten kennen. Daarom legt het Tuchtgerecht een geheel onvoorwaardelijke boete op.

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2013:7 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0613

    Het als B-bedrijf ongeoorloofd afvoeren van varkens naar een ander B-bedrijf, op 29 november 2011 en op 11 december 2012. Er wordt een geldboete opgelegd.

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2013:6 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0413+0513

    Gecombineerde uitspraak zaak TPVV 04/2013 en TPVV 05/2013. Op twee locaties zijn geen of te weinig bloedmonsters onderzocht op vesiculaire varkensziekte en ziekte van Aujeszky, in periodes 1 en 2 van 2012. In eerdere uitspraken bepaalde het Tuchtgerecht dat de Verordening zich weliswaar richt op de UBN-houder, maar dat ook de feitelijke houder ofwel de exploitant onder het bereik van een verordening kan vallen. In het onderhavige geval is het de betrokkene die aangeeft een varkenshouderijbedrijf uit te oefenen op bedrijven die op naam van een ander als UBN geregistreerd staan. Daarom zal uitsluitend de zaak tegen de exploitant, inhoudelijk door het Tuchtgerecht worden behandeld. De UBN-houders blijven onder alle omstandigheden ook verantwoordelijk voor de juiste naleving van de Verordeningen ZvA en SVD. Het Tuchtgerecht komt echter gelet op het bovenstaande niet toe aan het opleggen van een maatregel. De exportbelangen voor de Nederlandse varkenshouderij en de daarvan afgeleide belangen voor de binnenlandse markt zijn dermate groot dat correcte naleving van de monitoringsplicht plaats dient te vinden. Op basis van voormelde overwegingen komt het Tuchtgerecht in beginsel tot een hoge standaard boete van € 1.000 per geconstateerde overtreding. Er wordt een geldboete opgelegd, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2013:5 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0313

    Geen of te weinig bloedmonsters laten onderzoeken op vesiculaire varkensziekte en ziekte van Aujeszky, in periode 3 van 2011 en in de periode 1 van 2012. Betrokkene (en ook diens dierenarts) heeft aangegeven dat de omissie is veroorzaakt ten tijde van de wisseling van dierenarts. Het Tuchtgerecht stelt vast dat de UBN-houder altijd verantwoordelijk blijft voor het goed naleven van de regels op zijn bedrijf. Er wordt een geldboete opgelegd.

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2013:4 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0213

    Het nalaten van bloedmonstername ten behoeve van onderzoek naar vesiculaire varkensziekte en de Ziekte van Aujeszky, in drie perioden. Er wordt een geldboete opgelegd. Uit het berechtingsrapport blijkt dat betrokkene in december 2012 extra bloedmonsters zou nemen om de achterstand weg te werken. Het Tuchtgerecht tekent aan dat het nemen van extra bloedmonsters in een bepaalde periode geen toegevoegde waarde heeft als het gaat om het monitoren van de gezondheidsstatus van een koppel dieren naar genoemde ziekten. Een dergelijke, wellicht goed bedoelde, ‘inhaalslag’ kan feitelijk niet gebruikt worden om het niet-nemen van bloedmonsters in een voorafgaande periode te compenseren. Vanuit veterinair oogpunt is dergelijk handelen zinloos. Het Productschap heeft ter zitting aangegeven dat in de beginfase van de handhaving inderdaad een inhaalmogelijkheid geboden is, maar dat het belangrijk is – zo zal het Productschap ook naar de sector communiceren – dat de monsters in de periode zelf genomen worden.

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2013:3 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0113

    Het drie maal als B-bedrijf leveren aan een ander dan het F-bedrijf waarmee het bedrijf een vaste relatie heeft. Door varkens aan- of af te voeren in strijd met de voorschriften van de verordening is risico van verspreiding van besmettelijke dierziekten vergroot. Daarmee is een gevaar voor de hele varkenssector in Nederland ontstaan. Ter zitting is aangevoerd dat betrokkene een statuswijziging heeft aangevraagd of heeft willen aanvragen bij het Productschap. Het Tuchtgerecht verwerpt het verweer omdat ten tijde van de aanvraag de overtredingen al hadden plaatsgevonden. Tevens is aangevoerd dat er een probleem was met een bedrijf waar vervangende stalruimte werd gehuurd en dat in de zogenaamde "stopregeling" viel. Daardoor had betrokkene geen afzetmogelijkheid meer. Het Tuchtgerecht concludeert ook hier dat het verweer geen doel treft. Immers, dat bedrijf moest stoppen rond de jaarwisseling van 2012/2013 en de eerste overtreding door betrokkene dateert van september 2012. Het Tuchtgerecht is van oordeel dat de ondernemer te laat in actie is gekomen en heeft nagelaten passende maatregelen te treffen. Zo had er tijdig contact kunnen worden opgenomen met het PVV voor een eventuele ontheffing D-F uitbreiding. Aan betrokkene is in 2011 ook al een geldboete is opgelegd in verband met ongeoorloofde varkensleveringen. Er wordt een geldboete opgelegd alsmede tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke boete uit 2011.

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2013:24 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV2413

    Op het bedrijf zijn geen of te weinig bloedmonsters onderzocht op vesiculaire varkensziekte en ziekte van Aujeszky, in de perioden 2 en 3 van 2012 en in periode 1 van 2013. In eerdere uitspraken bepaalde het Tuchtgerecht al, dat de Verordeningen zich weliswaar richten op de UBN-houder, maar dat ook de feitelijke houder ofwel de exploitant onder het bereik van een verordening kan vallen. In het onderhavige geval is het [bedrijfsnaam 2] B.V. die aangeeft een varkenshouderijbedrijf uit te oefenen op het bedrijf dat op naam van [bedrijfsnaam 1] V.O.F. geregistreerd is. Daarom zal uitsluitend de zaak tegen de exploitant, inhoudelijk door het Tuchtgerecht kunnen worden behandeld. Betrokkene 2 heeft aangegeven dat op het bedrijf wordt gewerkt volgens het “all-in-all-out” systeem en daardoor de bloedmonstername net niet iedere vier maanden plaats vindt. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de invulling van de bedrijfsvoering voor rekening komt van de ondernemer en dat deze te allen tijde verantwoordelijk is voor het goed kennen en naleven van de regels op zijn bedrijf. Het verweer wordt verworpen. De UBN-houder, [bedrijfsnaam 1] V.O.F., blijft onder alle omstandigheden ook verantwoordelijk voor de juiste naleving van de Verordening SVD en van de Verordening ZvA. Het Tuchtgerecht komt echter gelet op het bovenstaande niet toe aan het opleggen van een tuchtrechtelijke maatregel.

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2013:23 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV2313

    Geen of onvoldoende bloedmonsters genomen en onderzocht ter controle op SVD en ZvA, in 2 perioden van 2012 en in 2 perioden in 2013. Betrokkene heeft als verweer aangevoerd dat dit UBN niet in het automatische systeem van Van Rooi Meat bleek voor te komen. Het Tuchtgerecht gaat ervan uit dat er – zoals betrokkene tevens heeft aangevoerd – geen opzet in het spel was, maar oordeelt dat desondanks de UBN-houder verantwoordelijk is voor het goed naleven van de regels op zijn bedrijf. Er wordt een geldboete opgelegd, deels voorwaardelijk.