We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 47321-47340 van de 47613 resultaten

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0138 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3611

    In het derde kwartaal van 2010 is nagelaten bloedmonsters te laten nemen van het pluimvee om deze bloedmonsters vervolgens te laten onderzoeken op de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire Influenza. Betrokkene heeft aangevoerd dat er – op één week na – in de periode van de controle geen vrije uitloop was. Hij hield het pluimvee binnen, omdat zijn bedrijf in de buurt van een besmet bedrijf lag. De Verordening richt zich in artikel 3 lid 2 tot bedrijven die geregistreerd staan als bedrijf met vrije uitloop. Dit bedrijfstype heeft een verhoogde frequentie voor het AI-onderzoek, namelijk vier keer per jaar. Op bedrijven zonder vrije uitloop kan worden volstaan met één keer AI-onderzoek per jaar. In dit geval heeft, zij het voor een zeer korte periode van één week, vrije uitloop bij het bedrijf van betrokkene plaatsgevonden. Het risico van een AI-besmetting was dus aanwezig. Het Tuchtgerecht komt tot de vaststelling dat er sprake is van overtreding van de verordening. Het Tuchtgerecht legt voor de twee overtredingen één gezamenlijke geldboete op, deels voorwaardelijk. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete houdt het Tuchtgerecht ook rekening met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van zeer kleine omvang.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0139 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3711

    In het derde kwartaal van 2010 is geen onderzoek uitgevoerd op de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza. Van die periode is geen laboratoriumuitslag ontvangen. De formulieren voor AI-bloedonderzoek gaan in dit geval niet via betrokkene naar de dierenarts. Maar ondanks het feit dat ze buiten het zicht van betrokkene blijven, blijft hij verantwoordelijk. Betrokkene voert in zijn verklaring aan dat het AI-bloedonderzoek in het derde kwartaal van 2010 mogelijk door de sloop en nieuwbouw van een stal erbij ingeschoten is. Verbouwwerkzaamheden op een pluimveebedrijf brengen extra drukte met zich mee, maar mogen niet ten koste gaan van de kernactiviteiten, het verzorgen van pluimvee. Het Tuchtgerecht heeft de wel indruk dat het om een incident gaat. Betrokkene heeft naar aanleiding van het berechtingsrapport een planbord opgesteld waarop alle verplichte onderzoeken staan aangegeven, om zo extra alert te kunnen zijn. Het Tuchtgerecht legt voor de twee overtredingen één gezamenlijke geldboete op (deels voorwaardelijk). Daarbij houdt het tevens rekening met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van wat grotere omvang dan gemiddeld en met het feit dat het om het eerste jaar van handhaving van dit voorschrift gaat.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0140 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3811

    In het eerste, derde en vierde kwartaal van 2010 nagelaten bloedonderzoek te doen op antistoffen tegen Aviaire influenza. Betrokkenen voeren aan in de veronderstelling te zijn geweest dat het AI-bloedonderzoek maar één keer per jaar hoefde te worden uitgevoerd, bij de afvoer van het pluimvee. Het betreft een bedrijf met vrije uitloop; daar moet het bloedonderzoek, gezien het verhoogde besmettingsgevaar bij buiten lopend pluimvee, een keer per kwartaal worden uitgevoerd. In 2010 is het AI-bloedonderzoek in totaal drie keer nagelaten op het bedrijf van betrokkenen. Op 1 december 2010 heeft het PPE daarover een waarschuwingsbrief aan betrokkenen gestuurd. Desondanks is ook in het vierde kwartaal van 2010 het AI-bloedonderzoek nagelaten. Dat rekent het Tuchtgerecht betrokkenen extra aan, omdat zij naar aanleiding van deze brief in december 2010 alsnog een AI-onderzoek hadden kunnen laten uitvoeren, maar dit niet hebben gedaan. Het Tuchtgerecht legt een geldboete op.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0141 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3911

    Het twee keer nalaten van bloedonderzoek op antistoffen tegen Aviaire influenza (in het eerste en het derde kwartaal van 2010). De overtredingen zijn mede het gevolg geweest van onvoldoende expertise bij de door betrokkene ingeschakelde dierenartsen. Aldus begane overtredingen, mede door toedoen van derden, komen toch voor rekening van betrokkene. Bij het bepalen van de hoogte van de geldboete weegt het Tuchtgerecht mee dat betrokkene zich bewust heeft getoond van het belang van de voorschriften en zijn verantwoordelijkheid. Hij heeft daar ook naar gehandeld door een dierenarts te zoeken die de AI-bloedmonsters tijdig neemt en naar het laboratorium stuurt.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0142 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4211

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in twee stallen. De vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.154 cm2 in de ene stal en van 1.200 cm2 in de andere stal gehad. Artikel 4, onder a., van de Verordening welzijnsnormen vleeskuikenouderdieren 2003 schrijft voor dat per vleeskuikenouderdier een vloeroppervlakte van ten minste 1.300 cm2 beschikbaar is. Ter zitting voert betrokkene aan dat het vaak voorkomt dat de fokker meer dieren levert dan verwacht. Daardoor worden bij betrokkene de stallen voller. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de verordening op zijn bedrijf. Door te veel dieren te accepteren neemt betrokkene het risico dat bij een geringe uitval de welzijnsnormen zullen worden overschreden. Dat risico komt voor zijn rekening. Het Tuchtgerecht verwerpt het argument van betrokkene dat het verschil tussen meer en minder dieren in een stal niet opvalt en dat het welzijn van de dieren ook niet direct minder wordt. De normen, die zijn opgesteld in samenspraak met de sector, zijn minimumeisen voor de huisvesting van vleeskuikenouderdieren, zodat het welzijn van de dieren wordt gewaarborgd. In dit geval gaat het om een forse overschrijding van de norm, in de twee stallen respectievelijk 7,7% en 11,2%. Het Tuchtgerecht oordeelt dat door de overschrijding van de norm het welzijn van alle dieren – en dus niet alleen van het teveel aan dieren per stal – is geschaad. In stal 1 waren 5.692 geplaatst en dientengevolge hadden alle in die stal aanwezige dieren ruimte te weinig. In stal 5 waren 6.504 geplaatst en hadden alle in die stal aanwezige dieren eveneens ruimte te weinig. Al deze dieren hebben geleden onder het tekort aan vloeroppervlak. De overtreding wordt aangemerkt als zeer ernstig. Betrokkene wordt ook aangerekend dat hij verbeterpunten, genoemd in een waarschuwingsbrief van Verin, niet binnen het gestelde jaar heeft opgelost. 14 maanden later is in dezelfde stallen wederom een tekort aan vloeroppervlak geconstateerd. De opgelegde sanctie is tweeledig: Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat in dit geval betrokkene mogelijk economisch voordeel heeft behaald, aangezien vast is komen te staan dat er meer dieren werden gehouden dan de norm toeliet.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0143 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4311

    Zaak is tweeledig: het niet melden aan het Productschap van het aanvoeren en afvoeren van opfokhennen, betrokken van een niet in Nederland geregistreerd pluimveebedrijf (i.c. uit Duitsland); en het nalaten van het vaccineren tegen Newcastle Disease (NCD) van dezelfde opfokhennen. Voor dieren met een leeftijd tussen de 8 en 28 dagen is dat verplicht. Het is van groot belang voor het Productschap om te kunnen beschikken over volledige en actuele gegevens in de databank KIP. Dit om in het geval van een calamiteit (waaronder uitbraak van een besmettelijke dierziekte) adequaat en effectief te kunnen reageren. In het onderhavige geval is sprake geweest van 9.200 kuikens die naar Nederland zijn gekomen en niet waren aangemeld. Doordat ze niet in het KIP-systeem zaten waren het spoorloze koppels. In geval van uitbraak van een besmetting (bijvoorbeeld met NCD) zou geen enkele autoriteit weten dat deze kuikens daar zaten. Een mogelijke verspreiding van ziekten zou dus ook niet voorkomen of gemonitord kunnen worden. Het verweer dat het slechts een week opfok was, import en weer export, rekent het Tuchtgerecht betrokkene juist extra zwaar aan, vanwege de buitenlandse herkomst van de kuikens. Newcastle Disease (NCD), ook wel pseudo-vogelpest genoemd, is een voor pluimvee zeer besmettelijke ziekte. De laatste uitbraak in Nederland dateert van 1992. In het buitenland wordt NCD nog regelmatig vastgesteld. Het preventief vaccineren in Nederland voorkomt dat de exportpositie van de Nederlandse pluimveesector gevaar loopt vanwege uitbraak van deze ziekte. Het nalaten van het vaccineren tegen Newcastle Disease (NCD) van bovengenoemde uit Duitsland afkomstige kuikens wordt betrokkene dan ook zwaar aangerekend. Het Tuchtgerecht legt voor beide overtredingen een geldboete op.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0144 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4011

    Betreft het niet tijdig doorgeven van de uitslag van salmonella-onderzoek aan de slachterij. De uitslag van het onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella moet minimaal 24 uur voor de aflevering van het koppel aan de slachterij worden doorgegeven. In dit geval is de laboratoriumuitslag op 19 februari 2010 bekend geworden terwijl op dezelfde dag een deel van het desbetreffende koppel vleeskuikens is geslacht. Betrokkenen voeren aan dat de slachterij op het laatste moment de datum van laden een dag had vervroegd. Voerleverancier en slachterij bepalen de afleverdatum van de vleeskuikens. Een vaste werkwijze biedt enerzijds zekerheid, maar maakt de procedure ook kwetsbaar, als de slachterij de kuikens eerder wil slachten. Het voorschrift in de verordening en het besluit richt zich tot de ondernemer die een pluimveebedrijf uitoefent en dat is in dit geval betrokkene. Hij blijft verantwoordelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0145 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4111

    Betreft twee keer nalaten van 15-wekelijks Salmonellaonderzoek bij leghennen. Betrokkene heeft een administrateur belast met het laten uitvoeren van de Salmonella onderzoeken op zijn bedrijf. Desondanks is het periodieke Salmonellaonderzoek twee keer niet uitgevoerd. Het Tuchtgerecht beoordeelt dit als een ernstige overtreding.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0146 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4411

    Op 17 december 2010 is een nieuw koppel leghennen geplaatst op stal 1, voordat het hygiënogram afgerond was. Ook zijn niet de juiste vervolgmaatregelen genomen ten aanzien van stal 1, waarvan het hygiënogram een uitslag van meer dan 2,0 gaf, namelijk 3,7. Betrokkene voert aan dat een derde het hygiënogram te laat heeft genomen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat betrokkene als ondernemer steeds verantwoordelijk blijft. Ook het handelen van derden komt voor rekening van betrokkene. Het Tuchtgerecht oordeelt voorts dat met de hoge score van 3,7 de alarmbellen hadden moeten gaan rinkelen. Betrokkene beroept zich op een overmachtsituatie, omdat bij het bekend worden van de uitslag van het hygiënogram al een nieuw koppel leghennen in stal 1 was opgezet. Dit verweer treft geen doel. Het is de verantwoordelijkheid van de ondernemer om in de planning van aan- en afvoer van hennen rekening te houden met de tijd die nodig is om procedures af te handelen.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0147 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4511

    Nagelaten is de op 23 december 2010 genomen monsters, die op 30 december 2010 besmet bleken te zijn met Salmonella, nader te laten onderzoeken op het serotype Salmonella door een erkend laboratorium. Het Tuchtgerecht merkt dit aan als een ernstige overtreding. Ter verweer heeft betrokkene aangevoerd dat hij niet wist dat het laboratorium AS Bioconsult geen PPE-erkenning heeft om salmonella-serotypering uit te voeren. Het Tuchtgerecht verwerpt dit verweer. Op het internet is te vinden voor welke soorten onderzoeken elk laboratorium erkend is. Het is aan de ondernemer om ervoor te zorgen dat hij de regelgeving goed kent. Betrokkene dient zonodig onderzoek te doen om ervoor te zorgen dat de regelgeving goed kan worden nageleefd. Gebeurt dit niet, dan komt dat voor zijn rekening en risico.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0148 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4611

    Niet kon worden aangetoond dat in hok 1 naar aanleiding van een geconstateerde besmetting door een HOSOWO-instantie een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella was uitgevoerd, nadat hok 1 was gereinigd en ontsmet en voordat nieuwe kuikens waren opgezet. Fouten gemaakt door derden komen voor rekening van de ondernemer tot wie het voorschrift zich richt. In dit geval blijkt echter, uit een brief aan betrokkene van laboratorium BLGG AgroXpertus, dat er wel monsters genomen zijn, die vervolgens bij het laboratorium verdwenen zijn. Betrokkene heeft dus wel laten onderzoeken, maar er is geen uitslag gekomen. Het feit dat het monster bij het laboratorium kwijt is geraakt, acht het Tuchtgerecht betrokkene niet aan te rekenen. De omstandigheden van het geval in beschouwing nemend acht het Tuchtgerecht hier een geheel voorwaardelijke geldboete op zijn plaats.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0149 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4711

    Het eenmaal nalaten van Campylobacteronderzoek in 2010 voordat het koppel ter slacht werd afgevoerd. Het bedrijf van betrokkene is in 2010 gesplitst. In dat jaar heeft hij eenmaal het Campylobacteronderzoek over het hoofd gezien. Voor het overige heeft het Tuchtgerecht niet de indruk dat bij betrokkene sprake is van een onzorgvuldige bedrijfsvoering. Het Tuchtgerecht legt een deels voorwaardelijke geldboete op.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0150 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4811

    Het niet kunnen aantonen van het laten uitvoeren van Salmonellaonderzoek door een HOSOWO-instantie na reiniging en ontsmetting van de stal, na de constatering van een Salmonellabesmetting en voordat nieuwe kuikens waren opgezet. De overtreding wordt aangemerkt als ernstig. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de verordening op zijn bedrijf. Omdat de uitslag van het blindedarmonderzoek op de slachterij negatief was, dacht betrokkene dat het uitvoeren van een swabonderzoek niet nodig was. Hiermee heeft hij het risico genomen dat de normen worden overschreden. Dat risico komt voor zijn rekening.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:1 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2312

    Het nalaten in 2011 van de jaarlijkse controle op de naleving van de hygiënevoorschriften door een erkende controle-instantie, op drie locaties. Betrokkene is sinds 1998 elke jaar in de maand september benaderd door Indas voor de controles. In september 2011 heeft hij geen telefoontje gehad. Indas bestaat niet meer, daarvan was betrokkene niet op de hoogte. Het bedrijf bestaat uit drie locaties. Ter zitting is vast komen te staan dat het bedrijf de controle altijd op één dag laat uitvoeren, waarbij met de controleur langs alle locaties wordt gegaan. Het Tuchtgerecht oordeelt dat het niet doen uitvoeren van de controles in 2011 zijn oorsprong vond in een eenmalig communicatieprobleem in verband met het opheffen van Indas. Het Tuchtgerecht legt daarom één geldboete op van € 1000,- waarvan € 500, - voorwaardelijk, proeftijd twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:2 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2212

    Geen AI-onderzoek uitgevoerd, in twee perioden, op bedrijf met biologische leghennen, gehouden in vrije uitloop. Monitoring is bedrijfsgebonden en niet koppelgebonden, zoals betrokkene veronderstelde. Tevens was betrokkene gevaren op de mening van de dierenarts, die meende dat bloed tappen niet nodig was, nu het koppel vóór het opzetten op zijn bedrijf onderzocht was op AI. Betrokkene blijft echter als ondernemer altijd zelf verantwoordelijk voor de juiste naleving van de regelgeving op zijn bedrijf. Volgt geldboete van € 900,- waarvan € 450,- voorwaardelijk, proeftijd twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:3 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2112

    Geen AI-onderzoek uitgevoerd, in twee perioden, op bedrijf met vrije uitloop. Wijziging van vrije uitloop naar scharrelkippen was gemeld aan het CPE en Duitse KAT (dit laatste in verband met de export naar Duitsland), maar niet aan het Productschap. Door het grote risico op besmetting met Aviaire influenza bij vrije uitloop, dient een wijziging in de situatie door de ondernemer goed te worden aangegeven bij het Productschap. Die regels moeten bij de ondernemer bekend zijn en door hem worden nageleefd. Wel heeft, door het melden bij het CPE en bij de Duitse KAT, betrokkene de intentie gehad de omslag van vrije uitloop naar scharrelkippen goed te regelen. Het Tuchtgerecht legt daarom een geldboete op met een groter deel voorwaardelijk dan gebruikelijk, € 1.200,- waarvan € 800,- voorwaardelijk, proeftijd twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:4 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2012

    Geen AI-onderzoek uitgevoerd, in drie perioden, op bedrijf met leghennen met vrije uitloop en met scharrelleghennen. Vrije uitloop heeft een groot risico op besmetting met Aviaire influenza, vandaar de verhoogde monitoring vanuit het Productschap. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij wijziging van vrije uitloop naar scharrelkippen had gemeld aan het CPE maar niet bij Productschap. Het verweer dat betrokkene slechts af en toe iets te laat was houdt geen stand; juist het elke drie maanden binnen de juiste grenzen van die periode onderzoek doen creëert het noodzakelijke inzicht in de gezondheidssituatie van de Nederlandse pluimveestapel en houdt het potentiële risico voor de Nederlandse pluimveesector in de hand. Volgt geldboete van € 2.250,- waarvan € 1.500,- voorwaardelijk, proeftijd twee jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:5 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1812

    Geen Actieplancontrole in 2009, 2010 en 2011. Ten aanzien van het verweer dat betrokkene niet bekend was met de Actieplancontrole, oordeelt het Tuchtgerecht dat de afgelopen jaren daarover door het Productschap dusdanig is gecommuniceerd naar de sector, dat dit bij betrokkene bekend had moeten zijn. Hetzelfde geldt voor de dierenarts van betrokkene. Betrokkene wordt het nalaten van deze controle in 2010 en 2011 aangerekend. Verder oordeelt het Tuchtgerecht dat beide overtredingen op één moment zijn komen vast te staan en beschouwt deze als één overtreding. Volgt een boete van € 200 waarvan € 100 voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:6 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2412

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in de stallen 1 en 2. In totaal 11.430 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.224 cm2 per vleeskuikenouderdier gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Dit betekent een overschrijding van de norm met 6,2 %. Hiervoor wordt een geldboete opgelegd van € 800,-, waarvan € 400, - voorwaardelijk, proeftijd twee jaar. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Vast is komen te staan dat de dieren in de stallen 3 en 4 ruim boven de 1.300 cm2 vloeroppervlakte ter beschikking hadden. Het Tuchtgerecht concludeert dat er op basis van deze cijfers geen sprake is geweest van economisch voordeel en legt hiervoor dan ook geen sanctie op.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0151 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0112

    In het derde kwartaal van 2011 is niet voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij afspraken heeft gemaakt met de dierenarts over AI-bloedonderzoek. Er is ook op het formulier bijgeschreven en doorgestreept, door wie weet hij niet. Het Tuchtgerecht oordeelt echter dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk blijft voor de juiste naleving van de verordening op zijn bedrijf. Ook was er na de uitslag nog tijd geweest voor het nemen van nieuwe monsters in het derde kwartaal. Bij het bepalen van de hoogte van de boete houdt het Tuchtgerecht rekening met het feit dat er vanuit de sturende instanties – de dierenartspraktijk en de GD – op het inzendformulier en op het formulier uitslag laboratoriumonderzoek onduidelijkheid is gecreëerd. Anderzijds zijn aan betrokkene in juni 2011 twee voorwaardelijke boetes opgelegd. De huidige overtreding heeft plaatsgevonden binnen de proeftijd van twee jaar. Daarom wordt nu een onvoorwaardelijke geldboete opgelegd en wordt ook de voorwaardelijke geldboete uit 2011 ten uitvoer gelegd.